Gepubliceerd op maandag 6 mei 2024
IEF 22026
Rechtbanken ||
17 apr 2024
Rechtbanken 17 apr 2024, IEF 22026; ECLI:NL:RBMNE:2024:2349 (Verzoekster tegen belanghebbende), https://ie-forum.nl/artikelen/ondernemingen-verschillen-zodanig-dat-verwarring-niet-aannemelijk-is

Ondernemingen verschillen zodanig dat verwarring niet aannemelijk is

Rb. Midden-Nederland 17 april 2024, IEF 22026; ECLI:NL:RBMNE:2024:2349 (Verzoekster tegen belanghebbende). Bij brief van 10 oktober 2023 heeft de gemachtigde van verzoekster aan belanghebbende medegedeeld dat die in strijd met artikel 5 Hnw handelt door het voeren van dezelfde handelsnaam als die van verzoekster. Aan de hand hiervan heeft verzoekster belanghebbende gesommeerd het gebruik van betreffende woordcombinatie te staken en gestaakt te houden. Bij de rechtbank verzoekt verzoekster belanghebbende te veroordelen de handelsnaam zodanig te veranderen dat overeenstemmingen verdwijnen en onrechtmatigheid opgeheven wordt. Zij stelt dat bij het publiek mogelijk verwarring veroorzaakt kan worden. Volgens belanghebbende is de naam door veel organisaties als handelsnaam gebruikt en is er geen sprake van verwarring bij het publiek. De kantonrechter is van oordeel dat de handelsnamen inderdaad overeenstemmen. De aard van de ondernemingen en doelgroepen verschillen echter zodanig, dat verwarring bij het publiek niet aannemelijk is. Daarbij is ook van belang dat het relevante publiek van beide ondernemingen meer oplettend zal zijn dan het brede, normaal oplettende publiek, onder meer, omdat het om specifieke diensten en grote geldbedragen gaat.

5.8. Maar de kantonrechter is het met [naam belanghebbende] B.V. eens dat de aard van beide ondernemingen aanzienlijk verschilt. Dit blijkt uit de door [naam belanghebbende] B.V. overgelegde stukken (de omschrijving van de activiteiten van [naam belanghebbende] B.V. op haar website en de door haar uitgebrachte offertes) en door wat zij tijdens de mondelinge behandeling naar voren heeft gebracht. Hierbij is het volgende doorslaggevend. [naam belanghebbende] B.V. is een installatiebedrijf en levert verschillende diensten waaronder totaalinstallatie. In die hoedanigheid houdt zij zich met name bezig met W-installaties, maar ook andere voorkomende installatiewerkzaamheden voert zij uit, bijvoorbeeld op het gebied van elektro. [naam belanghebbende] B.V. krijgt die totaalopdrachten van aannemers. Het gaat hierbij om klussen variërend van €100.000 tot twee miljoen euro. [naam verzoekster] B.V. daarentegen, wordt benaderd door installatiebedrijven voor specifieke opdrachten of door een eindklant die [naam verzoekster] B.V. door het installatiebedrijf heeft leren kennen en die haar later vraagt om nog iets te installeren of te vervangen. Het is niet aannemelijk gemaakt dat [naam verzoekster] B.V. ook totaalopdrachten doet, mede gezien de betwisting hiervan door [naam belanghebbende] B.V. En als dit wél zo zou zijn, dan staat vast dat [naam verzoekster] B.V. hier later mee begonnen is dan [naam belanghebbende] B.V.