DOSSIERS
Alle dossiers
Gepubliceerd op maandag 14 september 2026
IEF 23822

Entertainment Top 10 in het kort (in willekeurige volgorde) - Michiel Odink (Leeway) en Marijn Kingma (Höcker)

Pelham II – HvJ EU 14 april 2026 – IEF 23472
Een pastiche is een creatie die een bestaand werk oproept maar daarvan merkbaar verschilt, en die met dat werk een artistieke of creatieve dialoog aangaat die als zodanig herkenbaar is. De subjectieve bedoeling van de maker is niet vereist; de beoordeling is objectief.

GEMA/Suno – LG München I 31 juli 2026 – IEF 23733
Volgens het LG München I kan de TDM-exceptie wel betrekking hebben op het analyseren van beschermde werken om statistische patronen voor AI-training te verkrijgen, maar niet op reproducties van beschermde werken die volgens de rechtbank in de parameters van het AI-model zelf zijn opgenomen. In deze zaak achtte de rechtbank Suno verantwoordelijk voor die reproducties en de inbreukmakende output.
Deze uitspraak is nog niet definitief en hoger beroep is aangekondigd.

Universal/De Kapotte Kachels – Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026 – IEF 23721
Voor een parodie is vereist dat zij een bestaand werk oproept maar daarvan duidelijke verschillen vertoont en een uiting van humor of spot vormt. Ook als aan die voorwaarden is voldaan, moet een rechtvaardig evenwicht worden gevonden tussen de belangen van de auteursrechthebbende en de vrijheid van meningsuiting van de gebruiker. In deze zaak viel die belangenafweging uit in het voordeel van Universal.

Kunstenbond/Universal & Schrader/Armada – IEF 23027 & IEF 23325
In deze zaken oordeelde de rechtbank dat exploitatie via streamingplatforms op grond van de betreffende contracten niet kwalificeerde als licentieverlening aan derden waarop de overeengekomen 50%-vergoeding van toepassing was. Daaruit volgt niet dat streaming in algemene zin nooit exploitatie via derden kan zijn. De rechtbank oordeelde bovendien niet in algemene zin over de hoogte van een billijke streamingvergoeding.

Agecop – conclusie A-G Szpunar 16 juli 2026 – IEF 23700
Volgens A-G Szpunar is de kring van rechthebbenden die voor een billijke compensatie in aanmerking kan komen niet noodzakelijk beperkt tot degenen die in art. 2 Auteursrechtrichtlijn uitdrukkelijk worden genoemd; ook personen of ondernemingen die auteursrechten door overdracht hebben verkregen kunnen daaronder vallen.

Opzegging en ontbinding managementovereenkomst – Rb. Amsterdam 29 oktober 2025 – IEF 23821
In deze zaak was de administratieplicht een kernverplichting van de managementovereenkomst. Schending daarvan kon ontbinding rechtvaardigen. Daarnaast kunnen opzegging en ontbinding naast elkaar een rol spelen. Door het contractuele beding waarin was bepaald dat bij tekortkoming direct verzuim intreedt, was voor ontbinding geen ingebrekestelling nodig. 

Disney/Buma Stemra – Hof Amsterdam – IEF 23678
Art. 2l Wtcb verplicht een cbo en gebruikers om in goed vertrouwen te onderhandelen en elkaar de noodzakelijke informatie te verstrekken voor objectieve en niet-discriminerende tarieven. In deze zaak moest Buma/Stemra daarom inzicht geven in de criteria, factoren en omstandigheden die bij de tariefbepaling voor andere SVOD-aanbieders een rol speelden en in de redenen voor eventuele kortingen, maar niet in de concrete tarieven, kortingspercentages of identiteit van andere aanbieders.

Mio & Konektra – HvJ EU 4 december 2025 – IEF 23142
Voor werken van toegepaste kunst geldt geen hogere originaliteitsdrempel dan voor andere werken. Voor auteursrechtelijke bescherming moet het voorwerp de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen door vrije en creatieve keuzes; louter technisch of functioneel bepaalde keuzes tellen niet mee. Bij de inbreukbeoordeling is beslissend of auteursrechtelijk beschermde elementen waarin die creatieve keuzes tot uitdrukking komen herkenbaar zijn overgenomen.

Sena/Ziggo – Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2026 – IEF 23449
Het hof legt art. 7 Wnr richtlijnconform uit en gaat ervan uit dat rechthebbenden voor het gebruik van hun prestatie in een synchronisatie één billijke vergoeding moeten ontvangen. Is bij de totstandkoming van de synchronisatie al een billijke vergoeding betaald, dan hoeft bij doorgifte niet nogmaals op grond van art. 7 Wnr te worden betaald. Is dat niet gebeurd, dan kan bij de doorgifte alsnog een vergoedingsplicht bestaan. 

Van Driest (DJ Rossi)/Rossi. – Rb. Amsterdam 24 maart 2026 – IEF 23638
Het enkele gebruik van een artiestennaam betekent niet automatisch dat die naam ook als handelsnaam wordt gebruikt. Voor handelsnaamgebruik is van belang of onder die naam op voldoende bestendige wijze een onderneming wordt gedreven en naar buiten wordt getreden. Factoren als regelmatig en duurzaam gebruik, bekendheid, goodwill en op Nederland gerichte ondernemingsactiviteiten kunnen daarbij relevant zijn.

Welke zien we volgend jaar terug bij Entertainment & Recht op woensdag 8 september 2027?

Een goede kanshebber is AI en auteursrecht, zeker gezien het aangekondigde hoger beroep in GEMA/Suno en de snelle ontwikkelingen rond generatieve AI. Ook Sena/Ziggo kan een vervolg krijgen, nu cassatie is ingesteld. Daarnaast lijken discussies over streaming, exploitatiecontracten en de positie van artiesten tegenover labels en platforms voorlopig nog niet uitgeput. Genoeg ontwikkelingen dus om ook de Top 10 van 2027 weer te vullen.