IEF 23984
3 november 2026
Uitspraak

Conclusie Szpunar: AI-chatbots kunnen inbreuk maken op persuitgeversrecht bij gebruik van nieuwsartikelen

 
IEF 23979
3 november 2026
Artikel

Openbare verdediging proefschrift ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht' door Marjolein Bronneman op maandag 23 november 2026

 
IEF 23985
3 november 2026
Uitspraak

Gerecht Curaçao: partijen treffen regeling over gebruik handelsnaam Regimac

 
IEF 23985

Gerecht Curaçao: partijen treffen regeling over gebruik handelsnaam Regimac

Antilliaanse Gerechten 12 okt 2026, IEF 23985; ECLI:NL:OGEAC:2026:210 (Dijtham tegen CAS), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-curacao-partijen-treffen-regeling-over-gebruik-handelsnaam-regimac

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 12 oktober 2026, ECLI:NL:OGEAC:2026:210 (Djitham tegen CAS). In deze zaak tussen Dijtham Home 'n Garden en Caribbean Aluminium Solutions (CAS), handelend onder de naam Regimac, staat een geschil over een samenwerkingsovereenkomst, een overnameovereenkomst en het gebruik van de handelsnaam Regimac centraal. Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding bereiken partijen een minnelijke regeling, die zij door het Gerecht laten vastleggen in een vonnis.

IEF 23984

Conclusie Szpunar: AI-chatbots kunnen inbreuk maken op persuitgeversrecht bij gebruik van nieuwsartikelen

3 nov 2026, IEF 23984; C-250/25 (Like Company tegen Google), https://ie-forum.nl/artikelen/conclusie-szpunar-ai-chatbots-kunnen-inbreuk-maken-op-persuitgeversrecht-bij-gebruik-van-nieuwsartikelen

HvJ EU Conlusie A-G Szpunar 3 november 2026, IEF 23984; IEFbe 4378; C-250/25 (Like Company tegen Google). Op 10 maart 2025 heeft de Hongaarse rechter vragen gesteld aan het HvJEU over het gebruik van perspublicaties door AI-bots [IEF 22771]. In deze zaak tussen de Hongaarse uitgever Like Company en Google staat de vraag centraal of het gebruik van nieuwsartikelen door AI-chatbots, zoals Google Gemini, inbreuk kan maken op het persuitgeversrecht van artikel 15 DSM-richtlijn. Like Company stelt dat Google zonder toestemming artikelen van haar nieuwswebsites heeft gebruikt voor het trainen van AI-modellen en voor het genereren van antwoorden op gebruikersvragen. De Hongaarse rechter heeft hierover vier prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie. Advocaat-generaal Szpunar maakt in zijn conclusie onderscheid tussen het trainen van AI-modellen en het gebruik van nieuwsartikelen door chatbots via Retrieval-Augmented Generation (RAG). Volgens de A-G worden bij het trainen van AI-modellen reproducties van auteursrechtelijk beschermd materiaal gemaakt. Deze reproducties kunnen in beginsel onder de uitzondering voor tekst- en datamining van artikel 4 DSM-richtlijn vallen, mits aan de voorwaarden is voldaan en rechthebbenden het gebruik niet uitdrukkelijk hebben voorbehouden. De A-G adviseert het Hof echter om de prejudiciële vragen over AI-training niet-ontvankelijk te verklaren, omdat onvoldoende is aangetoond dat de artikelen van Like Company daadwerkelijk voor het trainen van Gemini zijn gebruikt. Bovendien valt AI-training volgens hem buiten het begrip onlinegebruik van perspublicaties in de zin van artikel 15 DSM-richtlijn.

IEF 23973

UPC CoA: Geen tussentijdse zitting nodig als partijen daarvoor geen redenen aanvoeren

Unified Patent Court (UPC) 7 okt 2026, IEF 23973; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-tussentijdse-zitting-nodig-als-partijen-daarvoor-geen-redenen-aanvoeren

UPC CoA 7 oktober 2026, IEF 23973; IEFbe 4376; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning). In deze zaak tussen TCL Europe en Corning staat de vraag centraal of in een hogerberoepsprocedure bij het UPC een tussentijdse zitting (interim conference) moet worden gehouden. TCL heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de centrale divisie München van 24 februari 2026 in een geschil over Europees octrooi EP 3 296 274. Daarbij heeft TCL op grond van Rules 239.1 en 101.1 van het RoP verzocht om een tussentijdse zitting.

IEF 23979

Openbare verdediging proefschrift ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht' door Marjolein Bronneman op maandag 23 november 2026

Binnenkort verschijnt bij uitgeverij deLex het boek ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht – Een onderzoek naar de rechten van de merkhouder’. In dit proefschrift onderzoekt Bronneman hoe het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ) de rechten van de merkhouder in zijn rechtspraak heeft gevormd en verder ontwikkeld en hoe deze rechtspraak zich verhoudt tot het wettelijke systeem van het Europese merkenrecht.

Het boek biedt inzicht in de rechtsvormende rol van het HvJ en behandelt onder meer de functieleer, de door het Hof ontwikkelde rechten van de merkhouder en de beperkingen daarop. Bronneman laat zien waar de rechtspraak en het wettelijke systeem met elkaar wringen en doet concrete voorstellen voor een begrijpelijker, evenwichtiger en toekomstbestendiger Europees merkenrecht. Ook actuele vraagstukken komen aan bod, zoals de vraag of de merkhouder kan optreden tegen het verhandelen van refurbished en upcycled merkproducten.

De verdediging van het proefschrift vindt plaats op maandag 23 november 2026 in de Senaatszaal van de Erasmus Universiteit Rotterdam en vangt aan om stipt 15:30.

Geïnteresseerden zijn van harte welkom. Aanmelding wordt op prijs gesteld via bronneman@law.eur.nl.

Voor route en parkeermogelijkheden, zie: Route en bereikbaarheid campus Woudestein | Erasmus University Rotterdam

Vanaf 24 november 2026 is het boek verkrijgbaar bij uitgeverij deLex.

IEF 23983

Uitspraak ingezonden door Tim van Riessen, Spee & Bijl.

Rb. Amsterdam: geen merk- of handelsnaaminbreuk door Icon Investment Group op Icon Real Estate Management

Rechtbank Amsterdam 2 nov 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-amsterdam-geen-merk-of-handelsnaaminbreuk-door-icon-investment-group-op-icon-real-estate-management

Rb. Amsterdam 2 oktober 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG). In deze zaak tussen Icon Real Estate Management (Icon) en Icon Investment Group (IIG) staat de vraag centraal of IIG met het gebruik van haar handelsnaam en logo inbreuk maakt op de merk- en handelsnaamrechten van Icon. Icon is actief in vastgoedontwikkeling en vastgoedbeheer en beschikt over een Uniewoordmerk ICON en een Beneluxbeeldmerk. IIG is een holding- en investeringsmaatschappij, onder meer betrokken bij vastgoedprojecten. Volgens Icon gebruikt IIG een overeenstemmend teken voor identieke of soortgelijke diensten, waardoor verwarringsgevaar ontstaat.

IEF 23982

Aankondiging verdediging Roma Leuyerink op 3 december

Op donderdag 3 december aanstaande om 12:30 uur verdedigt Roma Leuyerink haar proefschrift getiteld ‘Auteursrcontractenrecht in ontwikkeling. Versterking van de rechtspositie van makers’ aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In dit (artikelen)proefschrift onderzoekt Leuyerink hoe mogelijke oplossingen voor geconstateerde knelpunten in het auteurscontractenrecht zich verhouden tot hoger recht, zoekt zij middels rechtsvergelijking naar aanknopingspunten voor de invulling van vage normen en doet zij diverse concrete aanbevelingen aan de nationale en Europese wetgever ter verbetering van het auteurscontractenrecht. Het onderzoek concentreert zich met name op de drie kernonderwerpen binnen het auteurscontractenrecht: de vergoedingsrechten, transparantie en alternatieve geschillenbeslechting. De reeds gepubliceerde artikelen zijn verrijkt met actuele epilogen. Daarnaast bevat het boek een nog niet eerder gepubliceerd introducerend hoofdstuk over het auteurscontractenrecht en een slotbeschouwing waarin Leuyerink de problematiek en ontwikkelingen die in het boek centraal staan, plaatst binnen een drietal belangrijke en veelbesproken tendensen in het algemene privaatrecht, te weten: de instrumentalisering, constitutionalisering en collectivering daarvan. 

De verdediging vindt plaats in de Aula van de Radboud Universiteit (Comeniuslaan 2 te Nijmegen). Geïnteresseerden zijn van harte uitgenodigd om de promotieplechtigheid bij te wonen. 

IEF 23981

UNION-IP ronde tafel: "Design protection in the digital age"

Vrijdag 13 november 2026, 11:00 – 16:00 uur
Hotel Jakarta, Javakade 766, Amsterdam

De Designs Commission en de Software Commission van UNION-IP organiseren samen een ronde tafel over modellenbescherming in het digitale tijdperk. Centraal staat wat de hervorming van het EU-modellenrecht en digitale technologieën betekenen voor modelrechten in de praktijk.

Panel 1 – Weergave van modellen na de recente wetswijzigingen
Nieuwe mogelijkheden en vormen van weergave, en ontwikkelingen in het Hague system voor internationale modellen. Met Grégoire Bisson (WIPO) en Gailė Sakalaitė-Orlovskienė (EUIPO).

Panel 2 – AI-tools en modeltekeningen
Het gebruik van AI en software bij het maken van modelweergaven, en het effect van de gekozen weergave op de beschermingsomvang. Met Virginia Driver (UNION-IP Software Commission) en Tony ter Horst (Lines, Curves and Pixels).

Panel 3 – Bescherming van apps en GUI's
Apps, GUI's en geanimeerde modellen, en strategieën voor depot en bescherming. Met Alva Hansson (AWA Sweden).

Elk panel biedt ruimte voor vragen en discussie. De dag sluit af met een borrel.

Deelname kost € 150 (UNION-IP-leden € 110), inclusief lunch en borrel.

Meer informatie en aanmelden: https://union-ip.org/events/union-ip-round-table-amsterdam/

IEF 23980

Beschuldigingen over exploitatie van muziekrechten niet onrechtmatig vanwege zakelijke context en feitelijke onderbouwing

Hof Amsterdam 20 okt 2026, IEF 23980; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]), https://ie-forum.nl/artikelen/beschuldigingen-over-exploitatie-van-muziekrechten-niet-onrechtmatig-vanwege-zakelijke-context-en-feitelijke-onderbouwing

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23980; IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]) In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door in e-mails aan onder meer muziekdistributeurs, advocaten en zakelijke relaties beschuldigingen te uiten over de exploitatie van muziekrechten. Partijen zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de rechten op een muziekcatalogus. [appellant] stelt dat [geïntimeerden] muziekwerken exploiteren zonder over de benodigde rechten te beschikken en beschuldigt hen onder meer van fraude, oplichting en belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren [IEF 22875].

IEF 23972

UPC CoA: Geen gekwalificeerde elektronische handtekening vereist voor beroepschrift

Unified Patent Court (UPC) 8 okt 2026, IEF 23972; UPC-CoA-73/2026 (Esko-Software, Esko-Graphics tegen In(k)control), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-gekwalificeerde-elektronische-handtekening-vereist-voor-beroepschrift

UPC CoA 8 oktober 2026, IEF 23972; IEFbe 4375; UPC-CoA-73/2026 (Esko-Software, Esko-Graphics tegen In(k)control). In deze zaak tussen Esko-Software, Esko-Graphics en In(k)control staat de vraag centraal of een beroepschrift moet zijn voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening en of de procestaal op grond van artikel 49 lid 5 UPCA moet worden gewijzigd van het Nederlands naar het Engels. In(k)control had bij de lokale divisie Brussel van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Esko op basis van Europees octrooi EP 3 841 735. Esko verzocht om wijziging van de procestaal naar het Engels, onder meer omdat het octrooi in het Engels was verleend, partijen in het Engels communiceerden en een groot deel van de processtukken Engelstalig was. De voorzitter van Court of First Instance wees dit verzoek af, waarna Esko hoger beroep instelde. In(k)control stelde vervolgens de geldigheid van het beroepschrift ter discussie, omdat dit niet was voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening.

IEF 23971

UPC CoA: Intrekking hoger beroep na schikking leidt tot terugbetaling van 50% van het griffierecht

Unified Patent Court (UPC) 9 okt 2026, IEF 23971; UPC-CoA-77/2026 UPC-CoA-78/2026 (Dolby tegen Beko), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-intrekking-hoger-beroep-na-schikking-leidt-tot-terugbetaling-van-50-van-het-griffierecht

UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23971; IEFbe 4374; UPC-CoA-77/2026 en UPC-CoA-78/2026 (Beko/Dolby). In deze zaak tussen Beko en Dolby staat de vraag centraal onder welke voorwaarden een inbreukvordering en een reconventionele nietigheidsvordering tijdens de hogerberoepsprocedure kunnen worden ingetrokken en of daarbij aanspraak bestaat op gedeeltelijke terugbetaling van het griffierecht. Dolby had bij de lokale divisie Düsseldorf van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Beko wegens vermeende inbreuk op Europees octrooi EP 3 605 534. De lokale divisie wees de inbreukvordering toe, wees de reconventionele nietigheidsvordering van Beko af en veroordeelde Beko in de proceskosten. Beko stelde hiertegen hoger beroep in. Tijdens de hogerberoepsprocedure bereikten partijen een schikking, waarna zij hun vorderingen wilden intrekken.