Uitspraak ingezonden door Fabian Swart, The Legal Group Advocaten.
‘Bakkie’-merken blijven nietig wegens beschrijvend karakter en ontbreken van inburgering
Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2026, IEF 23769; 200.343.649/01 (DNACC tegen [geïntimeerde]). In deze zaak komt DNACC op tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2024 [IEF 21971], waarin haar vorderingen wegens merk- en handelsnaaminbreuk zijn afgewezen en haar oudere Benelux- en Uniewoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE nietig zijn verklaard. DNACC bemiddelt bij de verhuur van afvalcontainers en gebruikt deze tekens voor haar dienstverlening. [geïntimeerde] verhuurt gesloten opslagcontainers en gebruikt voor zijn dienstverlening het teken ‘opslagbakkie’. DNACC stelt dat dit gebruik inbreuk maakt op haar merk- en handelsnaamrechten. [geïntimeerde] stelt daartegenover dat de ‘bakkie’-merken beschrijvend zijn en onderscheidend vermogen missen en vordert in incidenteel hoger beroep tevens nietigverklaring van de in 2023 ingeschreven nieuwe Beneluxwoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE.
EHRM: weigering openbaarmaking notulen over aanpak MH17-ramp schendt art. 10 EVRM niet
EHRM 21 april 2026, IEF 23768; IEFbe 4284; nr. 20066/18, ECLI:CE:ECHR:2026:0421JUD002006618 (Nederlandse Omroep Stichting e.a./Nederland). In deze zaak tussen Nederlandse Omroep Stichting, RTL Nederland en De Volkskrant enerzijds en Nederland anderzijds staat de vraag centraal of de gedeeltelijke weigering om overheidsdocumenten over de aanpak van de MH17-ramp openbaar te maken in strijd is met artikel 10 EVRM. De mediaorganisaties hadden in 2014 verzocht om documenten over de wijze waarop de Nederlandse regering de nasleep van de ramp had behandeld, waaronder de notulen van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing en de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing. Van de 225 aangetroffen documenten weigerde de minister er aanvankelijk 79 geheel openbaar te maken; andere documenten werden geheel of gedeeltelijk verstrekt. De minister baseerde de weigering onder meer op het belang van vertrouwelijke en onbelemmerde beraadslaging binnen de crisiscommissies, de bescherming van persoonsgegevens, internationale betrekkingen en de veiligheid van Nederlands personeel in het rampgebied. In de daaropvolgende procedures werden nog aanvullende documenten openbaar gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde uiteindelijk dat bij de resterende documenten de belangen die zich tegen openbaarmaking verzetten zwaarder wogen dan het belang bij openbaarmaking.
Herstelvonnis Coty/Petite Mort: dwangsom geldt voor alle opgelegde verboden en bevelen
Rb. Den Haag 29 juli 2026, IEF 23767; ECLI:NL:RBDHA:2026:21392 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak herstelt de voorzieningenrechter op grond van artikel 31 Rv een kennelijke fout in het dictum van het op 11 juni 2026 tussen partijen gewezen vonnis [IEF 23622]. Coty verzocht om verbetering van dictumonderdeel 5.4, waarin stond dat Petite Mort een dwangsom verbeurt bij overtreding van de “onder I tot en met II opgelegde verboden c.q. bevelen”. Volgens Coty moest dit zijn: de “onder 5.1 tot en met 5.3 opgelegde verboden c.q. bevelen”, zodat duidelijk is dat de dwangsom ook ziet op het in onderdeel 5.3 opgenomen opgavebevel. Petite Mort verzette zich tegen het verzoek. Zij stelde onder meer dat het verzoek niet rechtsgeldig was ondertekend en dat geen sprake was van een kennelijke fout, omdat de gevraagde wijziging volgens haar de inhoud en omvang van de veroordeling zou uitbreiden. Ook wees zij erop dat inmiddels hoger beroep tegen het vonnis was ingesteld.
Hoge Raad 1936: eigen onrechtmatig handelsnaamgebruik kan beroep op Handelsnaamwet in de weg staan
HR 24 januari 1936, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]). Een handelaar verzocht op grond van artikel 6 Handelsnaamwet om wijziging van de handelsnaam van een concurrent. Beide partijen dreven in dezelfde straat een handel in papierwaren en gebruikten handelsnamen waarin dezelfde persoonsnaam voorkwam. De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, omdat hij zijn eigen handelsnaam eveneens in strijd met de Handelsnaamwet voerde en daarom volgens de rechtbank niet als belanghebbende in de zin van artikel 6 Hnw kon worden aangemerkt. In cassatie voerde verzoeker onder meer aan dat voor de kwalificatie als belanghebbende niet vereist is dat hij zelf zijn handelsnaam rechtmatig voert.
Duurzaamheid & Recht 2026: duurzaamheid in de praktijk bij Greenpeace International
Duurzaamheid krijgt steeds meer juridische betekenis. Maar hoe ziet dat eruit binnen een organisatie die duurzaamheid en milieubescherming juist als kern van haar werkzaamheden heeft? Tijdens Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 opent Roos van der Poel (Greenpeace International) de middag met een inspiratiesessie over haar ervaringen in de praktijk. Ze gaat onder meer in op wat haar opvalt sinds ze bij Greenpeace International werkt, tegen welke vraagstukken ze in haar duurzaamheidswerk aanloopt en hoe Greenpeace International daarmee omgaat.
Van der Poel is Senior Legal Counsel Organisation bij Greenpeace International. Ze adviseert daar onder meer over organisatorische en contractuele vraagstukken.
Duurzaamheid in het IE- en reclamerecht
Meer horen over de juridische praktijk achter duurzaamheid? Tijdens het congres Duurzaamheid & Recht gaan we in op de richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition, alternatieven voor de vordering tot vernietiging en de proportionaliteit van andere IE-vorderingen, true price en bespreken we de actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het IE- en reclamerecht.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Bindend advies blijft in stand na klacht over vermeend namaakproduct via Bol.com
Rb. Midden-Nederland 22 juli 2026, IEF 23765; ECLI:NL:RBMNE:2026:5084 ([eiser] tegen Bol). Een consument kocht in 2022 via het platform van Bol.com een product bij een externe verkoper. Volgens de consument ging het om een namaakproduct. Nadat hij hierover bij Bol.com had geklaagd, legden partijen hun geschil voor aan de Geschillencommissie Thuiswinkel, die de klacht in september 2025 bij bindend advies ongegrond verklaarde. De consument stelde daarna te hebben ontdekt dat de betreffende verkoper niet bestond en wilde dat het bindend advies werd vernietigd. Hij vorderde daarnaast onder meer een verklaring voor recht dat Bol.com was tekortgeschoten in haar zorgplicht, verstrekking van informatie over de verwijdering van de verkoper van het platform en vergoeding van zijn schade.
Uitnodiging AIPPI Young Members bezoek aan Secrid
Beste Young Members,
Van Nederlandse ontwerpstudio tot internationaal succes: Secrid laat goed zien hoe design, innovatie en intellectuele eigendom elkaar kunnen versterken. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Welke rol speelt IE bij het ontwikkelen van nieuwe producten, welke keuzes maak je bij de bescherming ervan en hoe ga je om met inbreuk, zonder daarbij je bredere waarden uit het oog te verliezen?
Op donderdag 10 september 2026 zijn de AIPPI Young Members te gast bij Secrid in Den Haag. Founders, het innovatieteam en IE-specialisten van binnen en buiten Secrid nemen ons mee door de hele levenscyclus van een Secrid-product: van idee en ontwerp tot bescherming en handhaving. We sluiten we de middag natuurlijk af met een borrel.
Uitspraak ingezonden door Olivia van Rikxoort en Els Doornhein, De Vos & Partners.
Geen merkinbreuk op FeelGoodClubs-beeldmerk door Basic-Fit-slogan ‘Join the Feel Good Club’
Rb. Noord-Holland 24 juni 2026, IEF 23763; C/15/376812 / KG ZA 26-194 (Stichting FeelGoodClubs tegen Basic Fit). In dit kort geding vordert Stichting FeelGoodClubs (FGC) dat Basic Fit ieder gebruik van het teken ‘Feel Good Club’, waaronder de slogans ‘Welcome to the Feel Good Club’ en ‘Join the Feel Good Club’, in de Benelux staakt en haar bestaande reclame-uitingen verwijdert. FGC exploiteert sinds 2012 een platform op het gebied van fitness en lifestyle en is houdster van verschillende in 2015 geregistreerde Benelux-beeldmerken met woordelementen, waaronder het beeldmerk ‘FeelGoodClubs’, voor onder meer gezondheids-, fitness- en sportdiensten. Basic Fit startte in januari 2026 een reclamecampagne waarin zij ‘Join the Feel Good Club’ gebruikte. Volgens FGC maakt dit gebruik inbreuk op haar merkrechten op grond van art. 2.20 lid 2 onder a, b en c BVIE, omdat sprake is van overeenstemming voor soortgelijke diensten, verwarringsgevaar en aantasting van het onderscheidend vermogen van haar merken. Basic Fit betwist de inbreuk en voert onder meer aan dat de bescherming van FGC ziet op de beeldmerken als geheel, dat de woorden ‘feel good’ en ‘club’ beschrijvend dan wel weinig onderscheidend zijn en dat de totaalindruk van haar reclamecampagne duidelijk afwijkt van die van de FGC-merken.
Sonna schendt vaststellingsovereenkomst met Vlisco door merk- en auteursrechtinbreuken
Rb. Oost-Brabant 4 maart 2026, IEF 23759; ECLI:NL:RBOBR:2026:1554 (Vlisco tegen Sonna). Vlisco en stoffenhandelaar Sonna sluiten op 1 februari 2024 een vaststellingsovereenkomst om een eerder geschil over inbreuken op de IE-rechten van Vlisco te beëindigen. Sonna verplicht zich daarin onder meer om geen inbreuk te maken op de merken, auteursrechten en modelrechten van Vlisco en om bepaalde inbreukmakende producten te vernietigen. Daarna constateert Vlisco verschillende nieuwe overtredingen. De rechtbank oordeelt onder meer dat de aanduiding SUPER WAX op voor Sonna bestemde stoffen verwarringwekkend overeenstemt met Vlisco’s Uniewoordmerk SUPER-WAX. Ook bepaalde logo’s op de stoffen stemmen verwarringwekkend overeen met een beeldmerk van Vlisco. Voor de afzonderlijke labels geldt dat niet, omdat daarbij volgens de rechtbank meer verschillen dan overeenkomsten bestaan en het verwarringsgevaar gering is. Daarnaast genieten verschillende Vlisco-dessins auteursrechtelijke bescherming. De door Sonna gebruikte versies van onder meer het parasolbloemendessin en dessin 14-2987 maken daarop inbreuk, omdat de verschillen van ondergeschikte aard zijn en de totaalindruk overeenstemt. Ook bij een proefaankoop stelt de rechtbank zowel een merkinbreuk als een auteursrechtinbreuk vast. Verder levert het online tonen van beschermde dessins en het gebruik van de tekens SUPER WAX, SUPERWAX, Superwax en Grand Superwax op de website van Sonna schendingen van de vaststellingsovereenkomst op. Niet alle verwijten van Vlisco slagen. Zo kan de rechtbank op basis van het beschikbare beeldmateriaal niet vaststellen dat een jurk met een stoelendessin auteursrechtinbreuk maakt. Ook leveren de door Vlisco als misleidend aangemerkte aanduidingen op de door de douane tegengehouden stoffen binnen de specifieke afspraken van de vaststellingsovereenkomst geen schending op.























































































