IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23908
7 oktober 2026
Uitspraak

Eisers niet-ontvankelijk bij verklaringen voor recht over auteursrecht MaMa-vaas na faillissement en schikking

 
IEF 23908

Eisers niet-ontvankelijk bij verklaringen voor recht over auteursrecht MaMa-vaas na faillissement en schikking

Rechtbank Den Haag 30 sep 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.), https://ie-forum.nl/artikelen/eisers-niet-ontvankelijk-bij-verklaringen-voor-recht-over-auteursrecht-mama-vaas-na-faillissement-en-schikking

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.). [eiser sub 1] ontwierp in 1998 de MaMa-vaas, die op basis van een exclusieve licentie door atelier [eiser sub 3] wordt geproduceerd en verkocht. [bedrijfsnaam] B.V. bood vanaf 2021 onder de naam Betsy vazen aan waarvan [eisers] c.s. stelden dat deze inbreuk maakten op het auteursrecht op de MaMa-vaas. In 2021 ondertekende [naam] namens [bedrijfsnaam] B.V. een onthoudingsverklaring waarin werd verklaard dat met de Betsy-vaas inbreuk was gemaakt en waarin werd toegezegd die inbreuk te staken. Nadat in 2023 en 2024 opnieuw Betsy-vazen waren aangeboden, startten [eisers] c.s. een procedure. Tijdens die procedure werd [bedrijfsnaam] B.V. failliet verklaard en nam de curator het geding over. Vervolgens bereikten [eisers] c.s. en de curator een schikking over de geldelijke verhaalsvorderingen, werden de resterende Betsy-vazen vernietigd en werden alle overige vorderingen ingetrokken. Alleen de gevorderde verklaringen voor recht dat de MaMa-vaas auteursrechtelijk beschermd is en dat het auteursrecht daarop aan [eiser sub 1] toekomt, bleven gehandhaafd.

IEF 23904

Oppositie op basis van ouder niet-ingeschreven teken faalt wegens onvoldoende bewijs van gebruik in het economisch verkeer en meer dan plaatselijke betekenis

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23904; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR), https://ie-forum.nl/artikelen/oppositie-op-basis-van-ouder-niet-ingeschreven-teken-faalt-wegens-onvoldoende-bewijs-van-gebruik-in-het-economisch-verkeer-en-meer-dan-plaatselijke-betekenis

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23904; IEFbe 4342; ECLI:EU:T:2026:611 (PROVIDENTIAE MEMOR). Freie Sachsen had oppositie ingesteld tegen de inschrijving van het aangevraagde Uniebééldmerk PROVIDENTIAE MEMOR voor “politieke diensten” in klasse 45. De oppositie was gebaseerd op een ouder niet-ingeschreven teken en op artikel 8 lid 4 van Verordening (EU) 2017/1001, gelezen in samenhang met § 5 MarkenG. Nadat zowel de oppositieafdeling als de kamer van beroep van het EUIPO de oppositie hadden afgewezen, stelde Freie Sachsen beroep in bij het Gerecht. Het Gerecht benadrukt dat artikel 8 lid 4 UMVo vier cumulatieve voorwaarden stelt: het oudere teken moet in het economisch verkeer worden gebruikt, van meer dan slechts plaatselijke betekenis zijn, naar het toepasselijke nationale recht vóór de datum van de Uniemerkaanvraag zijn verkregen en de houder ervan het recht geven het gebruik van een jonger merk te verbieden. De eerste twee voorwaarden worden autonoom naar Unierecht beoordeeld. Gebruik in het economisch verkeer vereist dat het teken wordt gebruikt in het kader van een commerciële activiteit die op economisch voordeel is gericht. Bij de beoordeling of het teken van meer dan slechts plaatselijke betekenis is, moet zowel rekening worden gehouden met de geografische omvang als met de economische betekenis van het gebruik, waaronder de duur, intensiteit en verspreiding ervan.

IEF 23896

UPC CoA: bevestigt nietigheid HUROM-octrooi en verduidelijkt regels voor octrooiwijziging en Poolse inbreuk

Unified Patent Court (UPC) 28 aug 2026, IEF 23896; UPC_CoA_678/2025 (Hurom tegen NUC), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-bevestigt-nietigheid-hurom-octrooi-en-verduidelijkt-regels-voor-octrooiwijziging-en-poolse-inbreuk

UPC CoA 28 augustus 2026, IEF 23896; IEFbe 4339; UPC-CoA-678/2026 (Hurom tegen NUC). In deze zaak tussen HUROM enerzijds en NUC en WARMCOOK anderzijds staat een Europees octrooi voor een sapextractiemodule voor slowjuicers centraal. HUROM stelde dat verschillende Kuvings-slowjuicers inbreuk maakten op EP 3 155 936 en vorderde voor de Local Division Parijs onder meer een verbod voor Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland en Polen. NUC en WARMCOOK stelden een reconventionele nietigheidsvordering in. De Local Division herriep de relevante delen van het octrooi wegens gebrek aan inventiviteit en wees de inbreukvorderingen af. Het Hof van Beroep bevestigt dat een verzoek tot wijziging van een octrooi op grond van R. 30.1 RoP voor de ontvankelijkheid slechts hoeft te bevatten waarom de wijzigingen volgens de octrooihouder voldoen aan art. 84 en 123 lid 2 en 3 EOV. Bij de ontvankelijkheid wordt niet beoordeeld of die toelichting ook overtuigend is; dat behoort tot de inhoudelijke beoordeling van de geldigheid van het gewijzigde octrooi. HUROM had aan deze formele eis voldaan, zodat haar New Main Request ontvankelijk is.

IEF 23910

De mokerslag voor big tech van het Hof van Justitie

Op 29 oktober staan “kennis en controle” centraal tijdens het Benelux Merkencongres. We gaan het hebben over de mokerslag voor big tech van het Hof van Justitie. Christiaan Alberdingk Thijm (bureau Brandeis) bespreekt hoe het Hof de vrijhavens beetje bij beetje vernietigde, via Russmedia, Coyote naar Agcom. Ook de recente uitspraak van de rechtbank Frankfurt zal hij bespreken.

Hij gaat in op de betekenis van de nieuwe koers van het Hof voor de Nederlandse praktijk. Welke arresten kunnen naar de schroothoop? En hoe dit te plaatsen in de geopolitieke context?

Het Benelux Merkencongres staat onder leiding van Martin Senftleben en Tobias Cohen Jehoram. Dit jaar opnieuw in de De Burcht van Berlage, in de, volgens Alberdingk Thijm, mooiste straat van Amsterdam: de Henri Polaklaan 9.

Meer informatie over de rest van het programma vindt u hier. 
IEF 23903

Geen verwarringsgevaar tussen REWORC en Colliers Reworks

Rechtbank Amsterdam 1 okt 2026, IEF 23903; ECLI:NL:RBAMS:2026:9818 (W&P tegen Colliers), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-reworc-en-colliers-reworks

Rb. Amsterdam 1 oktober 2026, IEF 23903; ECLI:NL:RBAMS:2026:9818 (W&P tegen Colliers). Work & People Analytics B.V. (W&P) exploiteert onder de naam Reworc een softwareplatform voor de optimalisatie van kantoorvastgoed en is houdster van het Benelux-woordmerk REWORC. Colliers lanceerde voor de optimalisatie van kantoorruimte een platform onder het teken Reworks. W&P vorderde in kort geding onder meer staking van merkinbreuk, staking van onrechtmatig gebruik van een met haar handelsnaam overeenstemmend onderscheidingsteken, rectificatie en verstrekking van gegevens. De voorzieningenrechter oordeelt dat Reworks niet identiek is aan REWORC, zodat van inbreuk op grond van artikel 2.20 lid 2 sub a BVIE geen sprake is. Voor artikel 2.20 lid 2 sub b BVIE stemmen merk en teken wel in hoge mate visueel en auditief overeen en bestaat begripsmatig geen verschil van betekenis, omdat het relevante publiek beide zal opvatten als een afgeleide van “reworking”. De vraag of W&P gelet op de omschrijving van haar merkregistratie over een rechtsgeldig merk beschikt waarmee zij tegen het gebruik kan optreden, laat de voorzieningenrechter echter in het midden. Ook uitgaande van een geldig merk is onvoldoende aannemelijk dat sprake is van verwarringsgevaar.

IEF 23909

Auteursconferentie: 20 jaar Handhaving van Intellectuele Eigendom

Bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, tweede druk

Op maandagmiddag 2 November 2026 organiseert het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht van de UU in samenwerking met deLex een conferentie over handhaving van intellectuele eigendom. De conferentie vindt plaats in het kader van het werk aan de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, die in 2016 onder redactie van Willem Grosheide bij deLex verscheen. In 2027 verschijnt de nieuwe druk. Tijdens de conferentie presenteren de auteurs vast de belangrijkste ontwikkelingen.

In 2006 startte een revolutie op het gebied van de handhaving van intellectuele eigendom. Tot dat moment werd handhaving gezien als een nationale kwestie, die buiten het bereik van het EU recht lag. Dat veranderde toen in 2006 de implementatietermijn van de EU handhavingsrichtlijn verstreek. Vanaf toen betrad het EU recht het nationale procesrecht. De gevolgen die dat heeft gehad voor de handhaving van intellectuele eigendom in Nederland staan centraal in de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom en de auteursconferentie. Daarnaast bieden de nieuwe druk en de conferentie een actueel overzicht van alle relevante aspecten van handhaving van intellectuele eigendom.

IEF 23895

UPC CoA: Keysight krijgt herstel in rechten na gemiste beroepstermijn

Unified Patent Court (UPC) 28 sep 2026, IEF 23895; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-keysight-krijgt-herstel-in-rechten-na-gemiste-beroepstermijn

UPC CoA 28 september 2026, IEF 23895; IEFbe 4338; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal).  In deze zaak tussen Keysight en Centripetal staat de vraag centraal of Keysight herstel in rechten kan krijgen nadat zij niet tijdig beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar voorwaardelijke reconventionele nietigheidsvordering. Centripetal had een inbreukvordering ingesteld tegen Keysight met betrekking tot EP 3 821 580. Keysight stelde daarop een reconventionele nietigheidsvordering in, onder de voorwaarde dat de rechter eerst inbreuk zou aannemen. De Local Division Mannheim oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en kwam daarom niet toe aan de nietigheidsvordering. Centripetal stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat geen sprake was van inbreuk. Pas nadat het Hof van Beroep in Emboline/AorticLab had verduidelijkt hoe een partij in een dergelijke situatie moet handelen, stelde Keysight zelf beroep in en verzocht zij om herstel in rechten. Volgens het Hof van Beroep was het vóór die verduidelijking niet evident dat een partij die een voorwaardelijke nietigheidsvordering had ingesteld voldoende belang had om zelf beroep in te stellen tegen het uitblijven van een beslissing daarop.

IEF 23899

Rechtbank wijst algemeen mededelingsverbod over attorney-client privilege af

Rechtbank Rotterdam 23 sep 2026, IEF 23899; ECLI:NL:RBROT:2026:13046 ([eiser] tegen Harbour Antibodies), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-wijst-algemeen-mededelingsverbod-over-attorney-client-privilege-af

Rb. Rotterdam 23 september 2026, IEF 23899; ECLI:NL:RBROT:2026:13046 ([eiser] tegen Harbour Antibodies). In deze zaak tussen [eiser] en Harbour Antibodies staat centraal of ter bescherming van attorney-client privilege een mededelingsverbod moet worden opgelegd en de mondelinge behandeling gedeeltelijk achter gesloten deuren moet plaatsvinden. In de hoofdzaak vordert [eiser] vergoeding van juridische kosten die onder meer zijn gemaakt in verband met een octrooi-inbreukprocedure bij het Delaware District Court. Ook speelt een eerdere procedure over de uitleg van een licentieovereenkomst betreffende octrooien een rol. [eiser] verzoekt de rechtbank Harbour Antibodies en haar advocaten te verbieden om aan derden mededelingen te doen over gegevens uit de procedure. Volgens hem zijn documenten in deze procedure relevant die naar Amerikaans recht onder het attorney-client privilege vallen en moet worden voorkomen dat overlegging daarvan in Nederland als waiver van dat privilege wordt beschouwd.

IEF 23900

Eiser niet-ontvankelijk wegens dagvaarden verkeerde rechtspersoon bij journalistieke publicatie

Rechtbank Amsterdam 30 sep 2026, IEF 23900; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting), https://ie-forum.nl/artikelen/eiser-niet-ontvankelijk-wegens-dagvaarden-verkeerde-rechtspersoon-bij-journalistieke-publicatie

Rb. Amsterdam 30 september 2026, IEF 23900; IT 5551; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting). Op de website [internetsite] is een artikel over [eiser] gepubliceerd, waarbij een foto van hem is geplaatst tegen een achtergrond van kopieën van verschillende paspoorten op zijn huidige en voormalige naam. [eiser] heeft zowel de stichting als [bedrijf], een non-profitorganisatie naar Amerikaans recht, gesommeerd om de paspoorten en zijn portret offline te halen. Nadat aan die sommatie geen gehoor was gegeven, vorderde hij in kort geding dat de stichting op straffe van een dwangsom zou worden bevolen de paspoorten en het portret uit het artikel te verwijderen en verwijderd te houden. De stichting voerde aan dat [eiser] de verkeerde partij had gedagvaard. Niet de stichting, maar [bedrijf] is de uitgever van alle publicaties op [internetsite], houder van het auteursrecht op die publicaties en eigenaar van de domeinnaam. Volgens de voorzieningenrechter is [bedrijf] daarmee de partij die aan het gevorderde verwijderingsbevel zou kunnen voldoen.

IEF 23898

‘De Natuurgrazerij’ maakt inbreuk op handelsnaam ‘De Grazerij’

Rechtbank Noord-Nederland 4 aug 2026, IEF 23898; ECLI:NL:RBNNE:2026:4224 (De Grazerij tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/de-natuurgrazerij-maakt-inbreuk-op-handelsnaam-de-grazerij

Rb. Noord-Nederland 4 augustus 2026, IEF 23898; ECLI:NL:RBNNE:2026:4224 (De Grazerij tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt dat het gebruik van de handelsnaam ‘De Natuurgrazerij’ inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van De Grazerij. Vaststaat dat De Grazerij haar handelsnaam eerder voerde en dat beide ondernemingen boerderijwinkels exploiteren waarin onder meer vlees van een eigen rundveekudde wordt verkocht. Volgens de kantonrechter wijkt ‘De Natuurgrazerij’ slechts in geringe mate af van ‘De Grazerij’, omdat het onderscheidende bestanddeel ‘Grazerij’ volledig is overgenomen. Ook is verwarringsgevaar te vrezen, nu de ondernemingen dezelfde aard hebben, niet is gebleken dat zij zich op een verschillend publiek richten en zij op slechts ongeveer vijftien kilometer van elkaar zijn gevestigd. Dat de gedaagde zijn handelsnaam voorafgaand aan de procedure al had gewijzigd, staat niet aan toewijzing van het verbod in de weg, omdat de oude handelsnaam tijdens de procedure nog via derden en Google op internet zichtbaar bleek. De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat sprake is en is geweest van handelsnaaminbreuk en beveelt de gedaagde iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden. Bij een nieuwe overtreding moet De Grazerij hem eerst aanschrijven en zeven dagen geven om de inbreuk te beëindigen. Daarna geldt een dwangsom van €50 per dag, met een maximum van €250 per inbreuk.