IEF 23730
13 augustus 2026
Artikel

Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027

 
IEF 23747
13 augustus 2026
Uitspraak

Werkelijke advocaatkosten toegewezen na overdracht domeinnaam tijdens kort geding

 
IEF 23749
13 augustus 2026
Uitspraak

Sky veroordeeld in proceskosten na intrekking oppositie

 
IEF 23730

Mr. S.K. Martens Academie 2026/2027

Belangstellenden kunnen zich nu aanmelden voor de volgende editie van de Mr. S.K. Martens Academie. Deze officiële specialisatieopleiding intellectueel eigendoms- en procesrecht is bedoeld voor advocaten, rechters en (bedrijfs)juristen die hun juridische kennis en praktische vaardigheden verder willen verdiepen. De opleiding bestaat uit acht masterclasses en vier live online sessies en start naar waarschijnlijkheid in het najaar 2026.

De nadruk ligt op de praktische bescherming en handhaving van intellectuele eigendomsrechten. Deelnemers werken in kleine groepen met actuele jurisprudentie, recente praktijkvoorbeelden en concrete businesscases. Ook de invloed van AI op de rechtspraktijk maakt deel uit van het programma. De hoofddocenten zijn Marijn Kingma, Peter Teunissen en Jorn Torenbosch.

Na succesvolle afronding van het mondelinge examen ontvangen deelnemers een certificaat in het intellectueel eigendoms- en procesrecht. De opleiding levert 54 tot 60 PO-punten op. Daarnaast krijgen deelnemers toegang tot het alumninetwerk en gedurende één jaar kosteloos toegang tot verschillende IE-publicaties en databanken van deLex, zoals AI-Forum, Auteursrecht, BMM Bulletin, Berichten Industriële Eigendom en Mediaforum. 

Aanmelden of een offerte op maat aanvragen kan via info@delex.nl

IEF 23747

Werkelijke advocaatkosten toegewezen na overdracht domeinnaam tijdens kort geding

Rechtbank Limburg 14 jul 2026,, IEF 23747; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/werkelijke-advocaatkosten-toegewezen-na-overdracht-domeinnaam-tijdens-kort-geding

Rb. Limburg 14 juli 2026, IEF 23747; IT 5434; ECLI:NL:RBLIM:2026:6960 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter over de proceskosten nadat [eiseres] haar oorspronkelijke inhoudelijke vorderingen heeft ingetrokken. [gedaagde] is de voormalige partner van [eiseres] en heeft in het verleden werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming van [eiseres], waaronder het bouwen en beheren van haar website. [gedaagde] heeft op enig moment de feitelijke controle over de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving van [eiseres] naar zich toe getrokken, [eiseres] de toegang daartoe ontzegd en vervolgens haar website offline gehaald. [eiseres] vordert oorspronkelijk, naast vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten, onder meer dat [gedaagde] wordt bevolen de controle over en toegang tot de domeinnaam, website, hostingomgeving en zakelijke e-mailomgeving aan haar terug te geven en de daarvoor noodzakelijke medewerking te verlenen, op straffe van een dwangsom. Nadat de procedure aanhangig is gemaakt, herstelt [gedaagde] op 28 juni 2026 de toegang tot de zakelijke mailbox en zet hij de website weer online. Op 29 juni 2026 draagt hij ook de domeinnaam aan [eiseres] over. [eiseres] trekt daarop haar inhoudelijke vorderingen in, zodat uitsluitend haar vordering tot vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten resteert. [gedaagde] verschijnt niet in de procedure.

IEF 23749

Sky veroordeeld in proceskosten na intrekking oppositie

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 jul 2026,, IEF 23749; ECLI:EU:T:2026:482 (Sky tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/sky-veroordeeld-in-proceskosten-na-intrekking-oppositie

Gerecht EU 21 juli 2026, IEF 23749; IEFbe 4277; ECLI:EU:T:2026:482 (Sky tegen EUIPO). In deze beschikking oordeelt de Eerste kamer van het Gerecht EU dat Sky wordt veroordeeld in de kosten in de procedure tegen EUIPO. Sky had beroep ingesteld tot nietigverklaring van een beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO van 27 april 2022. Tijdens de procedure trok Sky haar oppositie tegen de inschrijving van het betrokken merk in. Hierdoor raakte het beroep zonder voorwerp en hoefde het Gerecht niet langer uitspraak te doen. Op grond van artikel 137 van het Reglement voor de procesvoering veroordeelt het Gerecht Sky in alle proceskosten.

IEF 23748

Walsall Conduits veroordeeld in proceskosten na intrekking beroep

Gerecht EU (voorheen GvEA) 22 jul 2026,, IEF 23748; ECLI:EU:T:2026:486 (Walsall Conduits tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/walsall-conduits-veroordeeld-in-proceskosten-na-intrekking-beroep

Gerecht EU 22 juli 2026, IEF 23748; IEFbe 4276; ECLI:EU:T:2026:486 (Walsall Conduits tegen EUIPO). In deze beschikking beveelt de president van de zesde kamer van het Gerecht EU de doorhaling van zaak T-73/22 en veroordeelt hij Walsall Conduits Ltd in de proceskosten. Walsall Conduits had beroep ingesteld tot nietigverklaring van een beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO van 22 november 2021. Tijdens de procedure liet Walsall Conduits het Gerecht weten dat zij haar beroep wilde intrekken en verzocht zij dat het EUIPO zijn eigen kosten zou dragen. Het EUIPO maakte geen bezwaar tegen de intrekking, maar verzocht Walsall Conduits haar eigen kosten te laten dragen. Het Gerecht overweegt dat uit het dossier niet blijkt van gedragingen van het EUIPO die rechtvaardigen dat het EUIPO in de kosten wordt veroordeeld. Op grond van artikel 136, leden 1 en 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de zaak daarom doorgehaald en wordt Walsall Conduits veroordeeld in de proceskosten.

IEF 23750

HvJ EU laat hogere voorziening over aanvullende bewijsstukken bij EUIPO niet toe

HvJ EU 11 sep 2025,, IEF 23750; ECLI:EU:C:2025:725 (ADS L. Kowalik, B. Włodarczyk sc tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-laat-hogere-voorziening-over-aanvullende-bewijsstukken-bij-euipo-niet-toe

HvJ EU 11 september 2025, IEF 23750; ECLI:EU:C:2025:725 (ADS L. Kowalik, B. Włodarczyk tegen EUIPO). ADS L. Kowalik, B. Włodarczyk verzoekt om toelating van haar hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van 15 januari 2025 in een nietigheidsprocedure betreffende een Gemeenschapsmodel voor een accessoire voor een draadloze afstandsbediening. Het geschil betreft met name de voorwaarden waaronder een kamer van beroep van het EUIPO rekening kan houden met feiten en bewijsstukken die voor het eerst voor die kamer worden aangevoerd. Volgens ADS heeft het Gerecht onder meer artikel 27 leden 2 en 4 van Gedelegeerde Verordening 2018/625, gelezen in samenhang met bepalingen van Verordening 6/2002, onjuist uitgelegd. Ook zou de uitleg van het Gerecht onverenigbaar zijn met het beginsel van behoorlijk bestuur, waaronder het recht om te worden gehoord en het beginsel van equality of arms, zoals beschermd door artikel 41 lid 1 Handvest. Daarnaast voert ADS aan dat het Gerecht de inhoud van beslissingen van de nietigheidsafdeling en de kamer van beroep heeft verdraaid. Volgens ADS zijn deze kwesties van belang voor de beslissingspraktijk van het EUIPO en voor de omvang van de bevoegdheden van de kamers van beroep.

IEF 23746

Duurzaamheid, merken en milieuclaims: kom naar Duurzaamheid & Recht

Volgens het EUIPO bevatte in 2022 14,5% van alle Uniemerkaanvragen in de omschrijving van de producten of diensten minstens één term die met milieu of duurzaamheid te maken heeft. Dat betekent niet dat 14,5% van de merken zelf een ‘groene’ naam of uitstraling had. Het gaat alleen om de woorden die werden gebruikt om aan te geven voor welke producten of diensten het merk werd aangevraagd.

Die ontwikkeling is commercieel verklaarbaar, maar juridisch niet neutraal. Een teken kan namelijk verschillende juridische functies tegelijk vervullen. Als merk dient het om de commerciële herkomst van waren of diensten te onderscheiden en wordt het beoordeeld aan de hand van onder meer Verordening (EU) 2017/1001 inzake het Uniemerk (UMVo), Richtlijn (EU) 2015/2436 en, voor de Benelux, het BVIE. Tegelijkertijd kan een merknaam, productnaam, logo of ander teken in een commerciële context een boodschap over de milieukenmerken van een product of onderneming overbrengen. In dat geval kan het tevens kwalificeren als milieuclaim en onder het consumentenrecht vallen. De Nederlandse implementatiewet omschrijft een milieuclaim uitdrukkelijk als een boodschap of voorstelling die onder meer via een merknaam, bedrijfsnaam of productnaam kan worden gedaan.

Meer weten over de juridische ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid? Tijdens ons evenement Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 bespreken experts op het gebied van duurzaamheid de belangrijkste actuele ontwikkelingen in het IE- en reclamerecht en de gevolgen daarvan voor de praktijk. Bekijk het programma en meld je aan via de website van deLex

IEF 23225

Volg deLex op LinkedIn

Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.

Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.

Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.

Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.

Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.

IEF 23751

HvJ EU laat hogere voorziening over normaal gebruik van Uniemerk voor ayurvedische producten niet toe

HvJ EU 11 sep 2025,, IEF 23751; ECLI:EU:C:2025:728 (Hecht Pharma GmbH tegen EUIPO), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hvj-eu-laat-hogere-voorziening-over-normaal-gebruik-van-uniemerk-voor-ayurvedische-producten-niet-toe

HvJ EU 11 september 2025, IEF 23751; ECLI:EU:C:2025:728 (Hecht Pharma GmbH tegen EUIPO). Hecht Pharma verzoekt om toelating van haar hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van 18 december 2024 in een vervallenverklaringsprocedure tussen Hecht Pharma en Gufic BioSciences over het Uniemerk H 15 Gufic. Hecht Pharma voert drie middelen aan. Volgens haar heeft het Gerecht artikel 18 lid 1 UMVo onjuist toegepast bij de beoordeling van het normale gebruik van het merk voor waren in klasse 5. In het bijzonder zou het Gerecht te veel gewicht hebben toegekend aan de presentatie van de betrokken producten als “ayurvedic medicine” en aan de perceptie van consumenten. Volgens Hecht Pharma had ook rekening moeten worden gehouden met de letterlijke betekenis van de term “medicijnen” en met de opvattingen van deskundigen. Omdat de betrokken ayurvedische producten volgens Hecht Pharma geen therapeutische werking hebben, zouden zij niet als “medicijnen” in klasse 5 kunnen worden aangemerkt en daarom evenmin kunnen dienen als bewijs van normaal gebruik van het merk voor die waren. Daarnaast klaagt Hecht Pharma over de afwijzing van aanvullende bewijsstukken, onder meer over Indiaas recht, en over schending van het recht op een eerlijk proces.

IEF 23718

Entertainment & Recht op woensdag 9 september 2026: we bespreken de belangrijkste ontwikkelingen

Op woensdag 9 september organiseren we het seminar Entertainment & Recht. Dagvoorzitters Marijn Kingma (Höcker) en Michiel Odink (Leeway) praten u bij over de belangrijkste ontwikkelingen in het entertainmentrecht van het afgelopen jaar met de Entertainment top 10.

Vervolgens geeft Peter Marx (MVVP) een update over Sync. Hij bespreekt het koppelen van muziek aan beeld, bijvoorbeeld in films, series, reclames of videogames. Daarbij gaat hij in op de juridische aspecten van Sync en brengt hij helderheid in het soms complexe juridische landschap.

Daarnaast staat tijdens het seminar Entertainment & Recht het thema Film en AI centraal. Merel Teunissen (Liaise Advocaten) bespreekt hoe AI in de praktijk wordt ingezet en welke juridische vraagstukken daarbij spelen. Ook praat ze u bij over de recente ontwikkelingen in het filmrecht.

Janneke Popma (Höcker) bespreekt samen met Vera Nederpelt (Dikhoff Van Dongen) exploitatiecontracten. Na deze inleiding zoomen we tijdens het panel in op muziekcontracten. We bespreken hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de ontwikkelingen op dat gebied, zoals het auteurscontractenrecht en recente uitspraken over onder meer beëindiging en billijke vergoeding. Wie deelnemen in het panel maken we binnenkort bekend.

We sluiten de middag af met een borrel, bij mooi weer in de zon.

IEF 23745

Nakoming franchiseovereenkomst afgewezen na aannemelijke vernietiging wegens niet-naleving informatieplicht

Rechtbank Den Haag 7 jul 2026,, IEF 23745; ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 (Cocovaro tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/nakoming-franchiseovereenkomst-afgewezen-na-aannemelijke-vernietiging-wegens-niet-naleving-informatieplicht

Rb. Den Haag 7 juli 2026, IEF 23745; ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 (Cocovaro tegen [gedaagde]). Cocovaro exploiteert de franchiseformule Meat & Chips en sloot met [gedaagde] een franchiseovereenkomst voor een fastfoodrestaurant. [gedaagde] betaalde de overeengekomen instapfee van € 12.000 niet en opende in het betreffende pand een eigen restaurant met een vergelijkbaar assortiment. Zij vernietigde de franchiseovereenkomst vervolgens omdat Cocovaro volgens haar niet had voldaan aan de precontractuele informatieplichten van art. 7:913 BW. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat de bodemrechter dit beroep op vernietiging zal laten slagen. Niet is gebleken dat Cocovaro vóór het sluiten van de overeenkomst alle voorgeschreven informatie heeft verstrekt, waaronder de bijlagen bij de franchiseovereenkomst, informatie over de verschuldigde vergoedingen en financiële gegevens over de beoogde locatie. Evenmin blijkt dat vervolgens de vier weken durende standstill-periode van art. 7:914 BW in acht is genomen. De enkele ondertekening van de franchiseovereenkomst bewijst niet dat [gedaagde] de bijlagen, laat staan vier weken vóór ondertekening, had ontvangen. Het beroep van Cocovaro op de redelijkheid en billijkheid maakt dit niet anders. De informatieplicht strekt juist tot bescherming van de franchisenemer en voor het buiten toepassing laten van die bescherming geldt volgens de voorzieningenrechter een hoge drempel. Cocovaro kan daarom in dit kort geding geen beroep doen op de franchiseovereenkomst. De vordering tot nakoming wordt afgewezen. De gevorderde instapfee wordt eveneens afgewezen, zowel omdat een beroep op de overeenkomst voorshands niet slaagt als omdat voor deze geldvordering onvoldoende spoedeisend belang bestaat.