Gerecht: EUIPO beoordeelde bewijs van normaal gebruik van NUTRISTAR onvolledig en onjuist
Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23809; IEFbe 4295; ECLI:EU:T:2026:540 (Nutristar tegen EUIPO, Anielska en Tyrawski). Het Gerecht vernietigt gedeeltelijk de beslissing van de eerste kamer van beroep van het EUIPO inzake het Uniemerk NUTRISTAR. Tegen het merk was op grond van artikel 58, lid 1, onder a, van Verordening (EU) 2017/1001 een verzoek tot vervallenverklaring ingediend wegens het ontbreken van normaal gebruik gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. In beroep bij het Gerecht beperkte Nutristar haar vordering tot de betrokken waren in de klassen 5 en 31. Het Gerecht benadrukt dat normaal gebruik moet worden aangetoond aan de hand van de plaats, tijd, omvang en aard van het gebruik en dat alle bewijsstukken in onderlinge samenhang moeten worden beoordeeld. Niet ieder afzonderlijk bewijsstuk hoeft alle aspecten van het gebruik te bewijzen. Uit de bestreden beslissing bleek echter niet dat de kamer van beroep alle beschikbare bewijsstukken daadwerkelijk in een volledige en globale beoordeling had betrokken: van de 37 door Nutristar in beroep overgelegde bijlagen waren verschillende stukken niet, of nauwelijks, meegenomen. Die klacht van Nutristar slaagt daarom.
Volg IE-Forum ook op LinkedIn
Wil je naast de website ook via LinkedIn op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van intellectuele eigendom? Volg dan IE-Forum op LinkedIn.
Daar delen we onder meer recente jurisprudentie, actualiteiten, evenementen en andere ontwikkelingen binnen het IE-recht.
Zo blijf je ook via LinkedIn eenvoudig op de hoogte van wat er speelt.
Hof Amsterdam: blokkering softwaresystemen levert voorshands wanprestatie en persoonlijke onrechtmatige daad op
Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23808; 5509; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]). Na verwijzing door de Hoge Raad beoordeelt het Hof Amsterdam in kort geding een geschil over een samenwerking voor de distributie en verdere ontwikkeling van software voor identiteitsbeveiliging van e-mailadressen. Het hof acht de Nederlandse rechter internationaal bevoegd en gaat voor de contractuele vordering tegen [appellant 1] uit van Nederlands recht, omdat de rechtsverhouding voorshands als distributieovereenkomst moet worden gekwalificeerd; een gestelde rechtskeuze voor Amerikaans recht is onvoldoende aannemelijk. Ook op de vordering uit onrechtmatige daad tegen [appellant 2] is Nederlands recht van toepassing. Het hof gaat bovendien uit van het vereiste spoedeisend belang. Voldoende aannemelijk is dat partijen een langdurige duurovereenkomst waren aangegaan en dat [appellant 1] haar contractuele verplichtingen schond door de overeenkomst met slechts een termijn van een week te beëindigen en [geïntimeerde] de toegang tot haar systemen te ontzeggen. De blokkades belemmerden [geïntimeerde] ernstig in haar bedrijfsvoering. Het hof acht daarom voorshands sprake van wanprestatie door [appellant 1]. Gelet op de persoonlijke betrokkenheid van [appellant 2] bij de blokkades en zijn feitelijke invloed op de bedrijfsvoering van [appellant 1], acht het hof tevens voldoende aannemelijk dat hij persoonlijk onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Het geschil over het auteursrecht op de verder ontwikkelde “+software” geeft onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.
Uitspraak ingezonden door Rogier de Vrey, Jeroen Boelens, Yasar Celebi en Eline Wit, CMS.
Modelrechtelijke beschermingsomvang QiO Compact-fiets beperkt door vormgevingserfgoed
Rb. Den Haag 3 september 2026, IEF 23807; 707086 / KG ZA 26-648 (Hartje tegen Tenways). In deze zaak tussen Hermann Hartje KG en Tenways Technovation Europe B.V. staat de vraag centraal of de elektrische fiets AGO Compact Performance van Tenways inbreuk maakt op het model- en auteursrecht van Hartje met betrekking tot de QiO Compact bike. Hartje is houdster van een internationaal model met gelding in de EU voor het frame van de QiO Compact en stelt dat Tenways verschillende kenmerkende vormgevingselementen daarvan heeft overgenomen. Tenways betwist de inbreuk en voert aan dat het model slechts een beperkte beschermingsomvang heeft, omdat veel kenmerken al in het vormgevingserfgoed voorkwamen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de beschermingsomvang van een model mede wordt bepaald door de afstand tot eerdere modellen. Een model dat verschillende bekende elementen uit oudere modellen overneemt, kan daarom een beperktere beschermingsomvang hebben. De geïnformeerde gebruiker zal bovendien meer gewicht toekennen aan elementen die afwijken van het vormgevingserfgoed dan aan reeds bekende elementen. Tegelijkertijd betekent het voorkomen van een afzonderlijk element in het vormgevingserfgoed niet dat de combinatie waarin dat element is opgenomen geen bijdrage meer kan leveren aan het eigen karakter van het model als geheel.
Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure tegen Pilot
Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot). Polmos, rechthebbende op merken die zij op flessen wodka aanbrengt, procedeert tegen distributeur Pilot wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen en voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire schadevordering van € 10 per namaakfles, althans een ander forfaitair bedrag per fles, nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen en nettowinsten van haarzelf en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern. Pilot stelt dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering, omdat de schadevergoedingsvordering buiten de omvang van het hoger beroep zou vallen. Het hof verwerpt dit verweer. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen en haar appeldagvaarding bevat geen beperking van het hoger beroep. Bovendien heeft de rechtbank de schadevordering opgevat als primair een vergoeding van € 10 per fles of een ander forfaitair bedrag en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat, zodat niet aannemelijk is dat sprake was van gelijkwaardige alternatieven zonder onderlinge rangorde. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanvullende financiële stukken kwalificeren als bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Het gaat om interne, niet algemeen toegankelijke informatie met handelswaarde, die ondanks de datering uit 2022 nog voldoende actueel is en door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen wordt beschermd.
Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.
Auteursrecht op door AI gegenereerde output? De VS en EU zijn kritisch, maar India opent de deur
Kan een werk auteursrechtelijk beschermd zijn wanneer de vormgeving volledig door een AI-systeem is bepaald? Ja, aldus het Indiase Copyright Office. Het door DABUS gegenereerde beeld A Recent Entrance to Paradise voldoet aan de originaliteitsdrempel. DABUS kan zelf geen auteur zijn, maar zijn ontwikkelaar Stephen Thaler wel. Dezelfde Thaler wiens verzoek om bescherming van hetzelfde werk een halfjaar terug in de Verenigde Staten nog definitief strandde. Slaat India daarmee een andere route in dan de VS en naar alle waarschijnlijkheid ook de Europese Unie? Dat lichten we toe.
Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure
Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha). Polmos, rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka, procedeert tegen distributeur Sasha wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen, maar voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire vordering van € 10 schadevergoeding per namaakfles nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen van haar producten en die van licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern, alsmede de daarmee behaalde nettowinsten in 2022. Zij verzoekt daarom om een vertrouwelijkheidsregime. Het hof oordeelt dat deze informatie als bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen kwalificeert: zij is slechts voor een beperkte groep toegankelijk, vertegenwoordigt handelswaarde omdat concurrenten daarmee hun commerciële positie kunnen verbeteren, is ondanks het feit dat zij uit 2022 dateert nog voldoende actueel en wordt door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen beschermd. Het hof benadrukt daarbij dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan vormen.
HvJ EU: politieke parodie rechtvaardigt gebruik bekend merk alleen als belang van gebruiker zwaarder weegt
HvJ EU 8 september 2026, IEF 23802; IEFbe 4293; ECLI:EU:C:2026:721 (Inter IKEA Systems). In het arrest Inter IKEA Systems (C-298/23) beantwoordt de Grote kamer van het Hof van Justitie prejudiciële vragen van de Nederlandstalige Ondernemingsrechtbank Brussel over de verhouding tussen de bescherming van bekende merken en de vrijheid van meningsuiting. Aanleiding is de campagne van Vlaams Belang uit 2022 onder de titel “IKEA-plan – Immigratie Kan Echt Anders”, waarin een politiek programma over de hervorming van het Belgische asiel- en immigratiebeleid werd gepresenteerd met tekens en visuele elementen die verwezen naar de bekende IKEA-merken en naar de montagehandleidingen van IKEA. Inter IKEA stelde wegens dit gebruik een merkinbreukvordering in tegen onder meer Algemeen Vlaams Belang en Vrijheidsfonds; de verwijzende rechter verklaarde die vordering uitsluitend ten aanzien van Vrijheidsfonds ontvankelijk. Vrijheidsfonds, dat de campagne namens en voor rekening van Vlaams Belang of zijn vertegenwoordigers voerde, erkende de IKEA-merken zonder toestemming te hebben gebruikt en stelde dat de bekendheid daarvan was benut om de politieke boodschap kracht bij te zetten en de verspreiding ervan te vergroten. De verwijzende rechter vraagt of de vrijheid van meningsuiting, waaronder politieke meningsuiting en politieke parodie, een “geldige reden” kan vormen in de zin van artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c en lid 6 Merkenrichtlijn. Het Hof maakt daarbij eerst onderscheid tussen twee juridische routes. Artikel 9 lid 2 onder c UMVo en artikel 10 lid 2 onder c Merkenrichtlijn zien op gebruik van een bekend merk in het economische verkeer voor waren of diensten. Artikel 10 lid 6 Merkenrichtlijn laat daarentegen nationale bescherming toe tegen gebruik anders dan ter onderscheiding van waren of diensten; voor Benelux-merken is die bescherming opgenomen in artikel 2.20 lid 2 onder d BVIE. Een dergelijk gebruik kan zowel binnen als buiten het economische verkeer plaatsvinden, maar is in ieder geval geen gebruik voor waren of diensten. Het Hof kan op basis van de verwijzingsbeslissing niet vaststellen onder welke route het gebruik door Vrijheidsfonds valt en laat die beoordeling aan de nationale rechter. Daarbij is van belang dat ook een vereniging zonder winstoogmerk in het economische verkeer kan handelen wanneer zij als marktdeelnemer optreedt. Een politiek programma is op zichzelf geen waar of dienst, maar gebruik van een merk bij bijvoorbeeld politieke bijeenkomsten, op reclamemateriaal of in promotionele onlinecontent kan onder omstandigheden wel als gebruik voor waren of diensten worden aangemerkt.
Loop Cocoon maakt geen inbreuk op Uniemodel van Alpine voor baby-oorkappen
Rb. Den Haag 7 september 2026, IEF 23801; ECLI:NL:RBDHA:2026:25842 (Alpine tegen Loop). Alpine Nederland B.V., producent van onder meer gehoorbescherming voor baby’s, vordert in kort geding een inbreukverbod met nevenvorderingen tegen Loop B.V. Alpine beroept zich op haar op 19 december 2023 geregistreerde Uniemodel voor de Muffy Baby en stelt dat Loop door het ter verkoop aanbieden van de Loop Cocoon inbreuk maakt op dit model, omdat de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt. De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de geldigheid van het Alpine-model, omdat Loop de nietigheid daarvan niet heeft ingeroepen. Bij de beoordeling van de gestelde inbreuk is bepalend of de Loop Cocoon bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt, waarbij rekening wordt gehouden met de vrijheid van de ontwerper en de afstand van het model tot het vormgevingserfgoed. De voorzieningenrechter gaat voor de geïnformeerde gebruiker uit van ouders van baby’s en jonge kinderen.
Bericht ingezonden door Nika Nazarian, LL.M. Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie.
Verplaatsing eerste alumniborrel naar 16 september
Vanwege de hitte hebben we de eerste borrel van het alumni-netwerk van de "LL.M. Intellectueel Eigendomsrecht, Innovatie en Technologie" moeten verplaatsen.
De nieuwe datum voor de eerste alumni borrel is bekend: woensdag 16 september. De borrel vindt plaats in Grand Café Lodewijk, Universiteitsbibliotheek Binnenstad, Drift 27, 3512 BR Utrecht, met inloop vanaf 18:00 uur en is verder kosteloos.
Zoals aangegeven is dit een mooie gelegenheid om bij te praten en nieuwe connecties te maken.
Om een goede inschatting te kunnen maken van het aantal aanwezigen, hebben wij een nieuwe poll aangemaakt, zie hieronder. Mocht je aanwezig kunnen zijn bij de borrel, laat dat alsjeblieft weten.
https://lnkd.in/eWHk8Y6j
Tot 16 september!

























































































