Verworven onderscheidend vermogen van merkondeel maakt samengesteld merk niet intrinsiek onderscheidend
Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23659, IEFbe 4247; ECLI:EU:T:2026:432 (Veikkaus Oy tegen EUIPO). In deze zaak vordert Veikkaus gedeeltelijke vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO over haar aanvraag voor het Uniewoordmerk FOR BETTER GAMING - VEIKKAUS. De aanvraag zag onder meer op diensten in de klassen 35, 41 en 42, waaronder retaildiensten voor game- en goksoftware, online entertainment-, spel-, gok-, wed- en casinodiensten en ontwerp-, ontwikkel- en onderhoudsdiensten voor online goksoftware en gokwebsites. De kamer van beroep had het beroep slechts gedeeltelijk toegewezen voor enkele diensten, maar de inschrijving voor de overige diensten geweigerd wegens gebrek aan intrinsiek onderscheidend vermogen op grond van artikel 7 lid 1 onder b, gelezen in samenhang met artikel 7 lid 2, Verordening 2017/1001. Volgens de kamer van beroep zou het Finstalige relevante publiek het teken begrijpen als “voor beter gokken/spelen – weddenschap, gokvoorspelling” en dus niet als herkomstaanduiding, maar als een zuiver promotionele boodschap voor de betrokken diensten. De subsidiaire stelling van Veikkaus dat het teken door gebruik onderscheidend vermogen had verkregen, was nog niet inhoudelijk beoordeeld en was door de kamer van beroep terugverwezen naar de onderzoeker.
Afbeelding uit octrooischrift kan ouder model zijn, octrooischrift zelf niet
Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23658; IEFbe4246; ECLI:EU:T:2026:423 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO BKLicht GmbH & Co. KG). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging van een beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO in een nietigheidsprocedure over een ingeschreven Uniemodel dat een stervormige lampenkap voorstelt. Het model was ingeschreven voor “elektrische guirlandes” en “lampenkappen”. B.K.Licht had de nietigheid van het model gevorderd wegens gebrek aan individueel karakter op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002. Die nietigheidsaanvraag was gebaseerd op twee oudere afbeeldingen uit een Zwitsers en een Amerikaans octrooischrift. De nietigheidsafdeling had de aanvraag afgewezen, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug, omdat de nietigheidsafdeling bij de vergelijking van de algemene indruk ten onrechte ook de technische beschrijving van de uitvinding en andere afbeeldingen uit de octrooischriften had betrokken. Het Gerecht laat die beslissing in stand. Een octrooi beschermt immers een technische uitvinding en niet de uiterlijke verschijningsvorm van een product. Een octrooischrift kan daarom niet als zodanig worden ingeroepen om het individuele karakter van een Uniemodel te ontkrachten; alleen de daarin opgenomen, voldoende precies geïdentificeerde afbeeldingen kunnen als oudere modellen dienen. In dit geval had B.K.Licht alleen de twee “Fig. 1”-afbeeldingen als oudere modellen D1 en D2 ingeroepen.
Geen individueel karakter voor Uniemodel van stervormige lampenkap
Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23657; IEFbe 4245; ECLI:EU:T:2026:425 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging en herziening van de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO, waarin het beroep tegen de nietigverklaring van haar ingeschreven Uniemodel is verworpen. Het model, ingeschreven voor onder meer “guirlandes électriques” en “abat-jour”, wordt door het Gerecht op basis van de ingeschreven modelweergaven aangemerkt als een stervormige lampenkap en niet als een lichtsnoer of kerst-/adventster. Light Tec had de nietigheid van het model gevorderd op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002, wegens gebrek aan individueel karakter. DecoTrend stelde dat de kamer van beroep de nietigheidsaanvraag ten onrechte had beoordeeld aan de hand van het oudere Duitse model D2, omdat volgens haar alleen het Amerikaanse octrooischrift en het daarin opgenomen model D1 waren ingeroepen. Het Gerecht verwerpt dit betoog: de nietigheidsaanvraag moest worden gelezen als één geheel, inclusief de bijlagen en motivering, waaruit voldoende duidelijk bleek dat ook D2 en D3 waren ingeroepen. Omdat één ouder model al voldoende kan zijn om individueel karakter te ontkrachten, mocht de kamer van beroep de beoordeling beperken tot D2.
Geen individueel karakter voor EU-model van lichtsnoer
Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23656; IEFbe 4244; ECLI:EU:T:2026:424 (DecoTrend GmbH tegen EUIPO en Light Tec Ltd). In deze zaak vordert DecoTrend vernietiging en herziening van de beslissing van de derde kamer van beroep van het EUIPO, waarin het beroep tegen de nietigverklaring van haar ingeschreven Uniemodel voor een lichtsnoer is verworpen. Light Tec had de nietigheid van dit model aangevraagd op grond van artikel 25 lid 1 onder b Verordening 6/2002, gelezen in samenhang met artikel 6 Verordening 6/2002, wegens gebrek aan individueel karakter. DecoTrend stelde dat de kamer van beroep haar beoordeling ten onrechte had gebaseerd op het oudere Duitse model D2, omdat de nietigheidsaanvraag volgens haar uitsluitend op een Amerikaans octrooischrift en het daarin opgenomen model D1 was gebaseerd. Het Gerecht verwerpt dit betoog. De nietigheidsaanvraag moest worden gelezen als één geheel, inclusief de bijlagen en motivering, waaruit voldoende duidelijk bleek dat Light Tec ook de oudere modellen D2 en D3 had ingeroepen. De kamer van beroep mocht daarom onderzoeken of het betwiste model al ten opzichte van D2 individueel karakter miste; als één ouder model daaraan in de weg staat, hoeft het EUIPO de overige oudere modellen niet meer afzonderlijk te beoordelen.
Hof Amsterdam bekrachtigt rectificatie wegens onrechtmatige column over vermeende Hamas-relatie FIO
Hof Amsterdam 30 juni 2026, IEF 23654; IT&Recht 5329; ECLI:NLGHAMS:2026:1736 (De Telegraaf tegen FIO). In deze zaak tussen De Telegraaf en Stichting Federatie Islamitische Organisaties (FIO) staat de vraag centraal of een in De Telegraaf gepubliceerde column de onrechtmatige suggestie wekt dat FIO is gelieerd aan Hamas en de doelstellingen van die organisatie ondersteunt. Daarnaast moet het hof beoordelen of de voorzieningenrechter terecht een rectificatie heeft bevolen. Het hof bekrachtigt het vonnis en kwalificeert de publicatie als een onrechtmatige perspublicatie. Aanleiding voor het geschil is een op 17 januari 2025 gepubliceerde column over Jodenhaat en de oorlog in Gaza. Daarin wordt onder meer verwezen naar een solidariteitsdemonstratie met Gaza die volgens de column werd georganiseerd door "aan Hamas gelieerde organisaties, Milli Görüs en de moskeekoepel FIO". Vervolgens staat vermeld dat FIO "met Hamas meeheult". FIO, een samenwerkingsverband van 25 Haagse moskeeorganisaties, stelde dat de column daarmee ten onrechte de indruk wekt dat zij banden heeft met Hamas en terrorisme ondersteunt. Nadat De Telegraaf weigerde de publicatie te rectificeren, werd een kort geding aanhangig gemaakt waarin de voorzieningenrechter een rectificatie gelastte. De Telegraaf komt daartegen in hoger beroep op. Het hof stelt voorop dat een afweging moet plaatsvinden tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf, beschermd door artikel 10 EVRM, en anderzijds het recht van FIO op bescherming van haar eer, goede naam en reputatie, beschermd door artikel 8 EVRM en het nationale leerstuk van onrechtmatige perspublicatie. Daarbij weegt mee dat het om een column gaat, zodat de auteur meer ruimte heeft voor overdrijving, scherpe formuleringen en waardeoordelen dan bij een regulier nieuwsbericht. Ook binnen een column vindt die vrijheid echter haar grens wanneer zonder toereikende feitelijke basis ernstige beschuldigingen worden geuit die de reputatie van een ander aantasten; dergelijke feitelijke uitlatingen moeten voldoende feitelijke steun vinden in het beschikbare materiaal. FIO heeft toegelicht dat zij een koepelorganisatie is van Haagse moskeeën die samenwerkt met de gemeente Den Haag, andere religieuze organisaties en onder meer de Joods Liberale Gemeente. Zij neemt deel aan demonstraties tegen de oorlog in Gaza en tegen de bezetting van Palestijnse gebieden, maar wijst extremisme, geweld en terrorisme af en onderhoudt geen banden met Hamas. Volgens FIO brengt de associatie met een terroristische organisatie ernstige reputatieschade mee, kan deze leiden tot verlies van samenwerkingspartners en vergroot zij de kans op extra aandacht van onder meer toezichthouders en financiële instellingen. De Telegraaf betoogt daartegen dat de column niet stelt dat FIO zelf aan Hamas is gelieerd. Volgens haar volgt uit het gebruik van een komma dat uitsluitend wordt bedoeld dat FIO deelnam aan een demonstratie die mede werd georganiseerd door organisaties die volgens De Telegraaf wel banden met Hamas hebben. Daarnaast beroept De Telegraaf zich op de ruime vrijheid die een columnist toekomt.
Rb Overijssel: geen auteursrechtelijke bescherming en geen slaafse nabootsing bij WAGO-verbindingsklemmen
Rb. Overijssel 17 juni 2026, IEF 23653; ECLI:NL:RBOVE:2026:3650 (WAGO tegen Conex). In deze zaak tussen WAGO en Conex staat de vraag centraal of de verbindingsklemmen van WAGO auteursrechtelijke bescherming genieten en of Conex door de verhandeling van vergelijkbare verbindingsklemmen inbreuk maakt op die auteursrechten dan wel onrechtmatig handelt door slaafse nabootsing. Daarnaast moet de rechtbank beoordelen of WAGO voor een deel van haar vorderingen geen beroep meer kan doen op haar gestelde rechten vanwege een eerdere toezegging aan Conex. De rechtbank wijst alle vorderingen af. WAGO ontwikkelt en verkoopt verbindingsklemmen voor elektrotechnische installaties. Nadat zij Conex in 2023 had gesommeerd de verkoop van volgens haar inbreukmakende verbindingsklemmen te staken, zegde Conex toe een aantal productseries definitief uit de handel te nemen. Daarbij kondigde Conex aan voor één serie een aangepast ontwerp op de markt te brengen. WAGO liet daarop weten het geschil ten aanzien van de betreffende serienummers te laten rusten, mits Conex deze producten niet langer zou verhandelen. Tegelijkertijd maakte WAGO duidelijk dat de aangekondigde wijzigingen volgens haar slechts minimale verschillen opleverden en dat zij zich het recht voorbehield opnieuw rechtsmaatregelen te treffen wanneer Conex de betreffende producten toch weer zou aanbieden. Nadat WAGO in 2025 opnieuw meende dat sprake was van inbreuk, startte zij deze procedure. De rechtbank verwerpt het meest verstrekkende verweer van Conex slechts gedeeltelijk. Uit de correspondentie volgt volgens de rechtbank dat WAGO alleen had toegezegd het geschil te laten rusten wanneer de betreffende producten daadwerkelijk van de markt zouden verdwijnen. Conex mocht daaruit niet afleiden dat ook licht gewijzigde versies onder die toezegging vielen, omdat WAGO uitdrukkelijk had laten weten de aangekondigde wijzigingen onvoldoende te vinden. Vast staat dat Conex de CH21-serie in gewijzigde vorm opnieuw op de markt heeft gebracht, zodat de toezegging daarvoor niet geldt. Voor de overige productseries heeft WAGO echter onvoldoende onderbouwd dat deze na de toezegging nog zijn verhandeld. Daarom kan WAGO voor die producten geen aanspraken meer geldend maken. De rechtbank beoordeelt de verschillende verbindingsklemmen vervolgens inhoudelijk gezamenlijk, omdat dat uit praktisch oogpunt het meest doelmatig is. Bij de beoordeling van het auteursrecht stelt de rechtbank voorop dat verbindingsklemmen gebruiksvoorwerpen zijn. Ook dergelijke producten kunnen auteursrechtelijke bescherming genieten, maar alleen wanneer de vormgeving de uitdrukking vormt van vrije en creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen. Daarbij mogen creatieve keuzes niet worden verondersteld; zij moeten concreet kunnen worden aangewezen. Dat een product esthetisch aantrekkelijk oogt of dat verschillende vormgevingsmogelijkheden bestaan, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank sluit daarmee aan bij de recente rechtspraak van het Hof van Justitie over werken van toegepaste kunst. Volgens de rechtbank heeft WAGO onvoldoende duidelijk gemaakt welke concrete onderdelen van haar verbindingsklemmen voortvloeien uit creatieve keuzes. WAGO beroept zich op auteursrecht voor de verbindingsklemmen als geheel en noemt per serie verschillende uiterlijke kenmerken, maar licht niet toe welke daarvan een eigen intellectuele schepping vormen.
Rb. Den Haag: logistieke dienstverleners maken geen merkinbreuk door verwerking Temu- en AliExpress-pakketten
Rb. Den Haag 17 juni 2026, IEF 23652; ECLI:NL:RBDHA:2026:16647 (Puma tegen Shaoke NL en E-Com). In deze zaak tussen Puma en Shaoke Logistics B.V. en E-Com Global Logistics (samen Shaoke NL c.s.) staat de vraag centraal of een logistieke dienstverlener en een douaneverlener merkinbreuk plegen of onrechtmatig handelen door pakketjes met mogelijk inbreukmakende Puma-producten afkomstig van Chinese webshops te verwerken. Puma meent dat de ondernemingen een essentiële schakel vormen in de distributieketen van namaak- en parallel geïmporteerde goederen die via platforms als Temu en AliExpress rechtstreeks aan Nederlandse consumenten worden verkocht. De rechtbank wijst alle vorderingen af. Van merkinbreuk is geen sprake, omdat Shaoke NL c.s. de Puma-merken niet gebruiken in hun eigen commerciële communicatie. Evenmin handelen zij onrechtmatig door hun logistieke en douanediensten te verlenen. De rechtbank verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Puma is houdster van diverse Uniemerken voor sportkleding, schoenen en accessoires. Shaoke Logistics verwerkt in Nederland zogenoemde overpacks met pakketjes die afkomstig zijn van Chinese verkopers en maakt deze gereed voor bezorging door vervoerders als PostNL en DHL. E-Com verzorgt daarbij de douaneformaliteiten. Tijdens douanecontroles en door Puma gelegde beslagen zijn in sommige pakketten goederen aangetroffen die waren voorzien van Puma-merken. Volgens Puma had zij geen toestemming verleend voor invoer vanuit China, zodat iedere dergelijke zending inbreuk opleverde. Daarnaast stelde Puma dat Shaoke NL c.s. de handel in inbreukmakende producten faciliteerden door onder meer de inklaring te verzorgen, goederen tijdelijk op te slaan en als retouradres te fungeren. Zij vorderde onder meer een verbod, opgave van gegevens, vernietiging van de goederen (onder meer door DWZ op kosten van gedaagden te laten vernietigen), schadevergoeding en volledige proceskosten. De rechtbank stelt voorop dat voor merkinbreuk vereist is dat een derde het merk zelf gebruikt in het economische verkeer. Daarbij moet sprake zijn van een actieve gedraging en van rechtstreekse of indirecte controle over het gebruik van het merk, waarbij het merk bovendien wordt gebruikt in de eigen commerciële communicatie. Puma baseert haar merkinbreukgrondslag op gebruik in de zin van artikel 9 lid 2 van de Uniemerkenverordening. De rechtbank verwijst daarbij naar vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, waaronder Daimler, Google France, Coty Germany en TOP Logistics.
Geen inbreuk op model- en auteursrechten Cobefa-grasbetonplaten
Rb. Den Haag 19 juni 2026, IEF 23651; ECLI:NL:RBDHA:2026:16620 (Cobefa tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van inbreuk op de model- en auteursrechten van de grasbetonplaten van Cobefa en evenmin slaafse nabootsing. Zowel Cobefa als [gedaagde] zijn producent van betonproducten, waaronder grasbetonplaten. Cobefa houdt verscheidene Uniemodelregistraties voor de grasbetonplaten. Na een sommatiebrief van Cobefa richting [gedaagde] hebben partijen nader overlegd, maar dit heeft niet tot een oplossing geleid. [gedaagde] heeft vervolgens de verkoop niet gestaakt. Cobefa vordert een verbod op inbreuk op haar model- en auteursrechten op de Cobefa-grasbetonplaten en een verbod op slaafse nabootsing, met nevenvorderingen en een dwangsom. Volgens Cobefa maakt [gedaagde] met de verhandeling van de [modelnaam] inbreuk op haar modelrechten, omdat het product bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt dan de Cobefa-modellen. Daarnaast stelt Cobefa dat de grasbetonplaten auteursrechtelijk beschermde werken zijn en dat de creatieve elementen daarvan herkenbaar zijn overgenomen in de [modelnaam]. Ook zou [gedaagde] onrechtmatig handelen door de Cobefa-grasbetonplaten slaafs na te bootsen. [gedaagde] betwist de gestelde inbreuken en voert aan dat de Cobefa-modellen nietig zijn wegens gebrek aan nieuwheid en eigen karakter en omdat de vormgeving technisch bepaald is. Volgens [gedaagde] wekt de [modelnaam] bovendien een andere algemene indruk. Ook is volgens [gedaagde] geen sprake van auteursrechtinbreuk, omdat Cobefa geen auteursrechthebbende zou zijn en de grasbetonplaten geen auteursrechtelijk beschermde werken zijn. Voor zover wel sprake is van auteursrechtelijke bescherming, zijn de creatieve elementen niet herkenbaar overgenomen. Verder betwist [gedaagde] dat sprake is van slaafse nabootsing en voert zij aan dat de slaafse nabootsingsleer in strijd is met Europees recht.
Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal.
BenGH over merk NIELSON: kwade trouw en incidenteel beroep buiten de beroepstermijn
BenGH 15 april 2026, IEF 23650; IEF-Be 4243; C 2021/18/V ([verzoeker] tegen [verweerders]). In deze zaak tussen [verzoeker] en [verweerders] gaat het om de vraag of de Eerste Kamer van het Benelux‑Gerechtshof aanleiding ziet een arrest van de Tweede Kamer te corrigeren, waarin een Benelux‑woordmerk NIELSON (gedeeltelijk) nietig is verklaard wegens depot te kwader trouw. Daarnaast speelt de vraag of incidenteel beroep tegen een beslissing van het BBIE mogelijk is nadat de in het BVIE opgenomen beroepstermijn is verstreken. [verzoeker] heeft in 2013 het Benelux‑woordmerk NIELSON aangevraagd, dat in 2013 is ingeschreven voor diensten in de klassen 35, 41 en 42. In 2020 hebben [verweerders] bij het BBIE een vordering ingediend tot vervallenverklaring en nietigverklaring van het merk voor de in klasse 41 aangeduide diensten. Zij hebben zich daarbij beroepen op verval wegens het ontbreken van normaal gebruik en op kwade trouw bij de aanvraag. Het BBIE heeft het merk vervallen verklaard voor een groot deel van de diensten in klasse 41, maar de inschrijving in stand gelaten voor de diensten van een DJ. Het beroep op kwade trouw is door het BBIE afgewezen. Daarbij is onder meer overwogen dat het gebruik van het teken “Mister Nielson” voor DJ‑diensten niet afdoet aan het onderscheidend vermogen van het ingeschreven merk, dat voor DJ‑diensten normaal gebruik is aangetoond, dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat [verzoeker] ten tijde van de aanvraag geen gebruiksintentie had en dat voor de aanvraag een commerciële logica bestond. [verweerders] hebben beroep ingesteld bij de Tweede Kamer van het Benelux‑Gerechtshof. [verzoeker] heeft incidenteel beroep ingesteld tegen de beslissing van het BBIE. De Tweede Kamer heeft dat incidentele beroep niet‑ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de in artikel 1.15bis BVIE genoemde beroepstermijn van twee maanden is ingesteld en BVIE, het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux‑Gerechtshof en het Reglement op de procesvoering geen grondslag bieden voor incidenteel beroep buiten die termijn. Voorts heeft de Tweede Kamer de beslissing van het BBIE vernietigd voor zover het beroep op kwade trouw was afgewezen. Samengevat heeft zij geoordeeld dat de inschrijving te kwader trouw is aangevraagd voor diensten die identiek zijn aan of overeenstemmen met de diensten waarvoor het teken Nielson op het moment van de aanvraag werd gebruikt, waarbij onder meer betekenis is toegekend aan de (door de Tweede Kamer vastgestelde) bekendheid van de artiest Nielson, de bekendheid van [verzoeker] met dat gebruik, diens eigen gebruik van “Mister Nielson” en diens beweegredenen voor het depot. Voor de overige diensten in klasse 41 is het merk reeds vervallen verklaard.
De nabeschouwing van WK & Recht op 23 juni 2026
Afgelopen week keken we bij WK & Recht naar de juridische hordes rond een wereldwijd sportevenement. Tijdens de sessies bij Buro de Pijp ging het over de regels achter het toernooi: wie supporters mag filmen, wie wedstrijddata mag gebruiken, wie beelden mag uitzenden en hoever merken mogen gaan in hun WK-campagnes.






















































































