IEF 23535
7 mei 2026
Artikel

VMC Studiemiddag – Openbaarmaking van oorlogsarchieven en verslaggeving in conflictgebieden: Uitdagingen bij waarheidsvinding in het licht van informatievrijheid

 
IEF 23534
6 mei 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen proGlan en PRO PLAN

 
IEF 23533
6 mei 2026
Uitspraak

Verwarringsgevaar tussen alma FARMACIE en ALMA HYBRID

 
IEF 23535

VMC Studiemiddag – Openbaarmaking van oorlogsarchieven en verslaggeving in conflictgebieden: Uitdagingen bij waarheidsvinding in het licht van informatievrijheid

Vrijdagmiddag 12 juni 2026, 13.30-17.00 uur, aansluitend een borrel (tot 18.30 uur)
OBA Oosterdok, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam

Tijdens deze studiemiddag staan twee actuele en maatschappelijke relevante thema’s centraal. In het eerste deel bespreken we de voorgenomen digitalisering en online openbaarmaking van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR), het archief met dossiers over onderzoek en berechting van vermeende collaborateurs na de Tweede Wereldoorlog. Deze ontwikkeling roept belangrijke vragen op over historische waarheidsvinding, maatschappelijke verantwoording en de bescherming van betrokkenen en hun nabestaanden. Daarbij staan we niet alleen stil bij de balans tussen openbaarheid van overheidsinformatie en de bescherming van persoonsgegevens, maar gaan we ook in op recente wetgevingsontwikkelingen én op de auteursrechtelijke aspecten die bij deze openbaarmaking een rol spelen. De volgende sprekers leveren een bijdrage:

  • Hester van Rossum – ten Cate (Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding)
  • Leontine Weesing – Loeber (Ministerie van OCW)
  • Martin Senftleben (Instituut voor Informatierecht)
IEF 23534

Verwarringsgevaar tussen proGlan en PRO PLAN

Gerecht EU (voorheen GvEA) 6 mei 2026, IEF 23534; ECLI:EU:T:2026:315 (Ecuphar tegen EUIPO en Société des produits Nestlé SA), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-proglan-en-pro-plan

Gerecht EU 6 mei 2026, IEF 23534, IEFbe 4219; ECLI:EU:T:2026:315 (Ecuphar tegen EUIPO en Société des produits Nestlé SA). In T-291/25 bevestigt het Gerecht de weigering van de Uniemerkaanvraag voor het figuratieve teken proGlan, aangevraagd voor “medicines for anal gland function for veterinary use” in klasse 5. Nestlé had oppositie ingesteld op basis van haar oudere internationale registratie met werking in de EU voor het woordmerk PRO PLAN, geregistreerd voor “nutritional supplements for veterinary use” en “nutritional supplements for animal consumption” in klasse 5. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht verklaart allereerst dat het niet bevoegd is om zelf registratie van het aangevraagde merk toe te staan en dat het beroep tegen de beslissing van de oppositieafdeling niet-ontvankelijk is, omdat bij het Gerecht alleen beslissingen van de Kamers van Beroep kunnen worden aangevochten. Inhoudelijk bevestigt het Gerecht dat het relevante publiek bestaat uit zowel het algemene publiek, zoals huisdiereigenaren, als professionals, zoals dierenartsen, binnen de Europese Unie. Professionals hebben doorgaans een hoog aandachtsniveau en ook het algemene publiek heeft een hoger dan gemiddeld aandachtsniveau, omdat de betrokken waren de gezondheid en het welzijn van dieren kunnen beïnvloeden. Dat verhoogde aandachtsniveau sluit verwarringsgevaar echter niet uit.

IEF 23533

Verwarringsgevaar tussen alma FARMACIE en ALMA HYBRID

Gerecht EU (voorheen GvEA) 6 mei 2026, IEF 23533; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd), https://ie-forum.nl/artikelen/verwarringsgevaar-tussen-alma-farmacie-en-alma-hybrid

Gerecht EU 6 mei 2026, IEF 23533; IEFbe 4218; ECLI:EU:T:2026:317 (Pharma Green Holding SpA SB tegen EUIPO en Alma Lasers Ltd). In T-480/25 bevestigt het Gerecht de weigering van de Uniemerkaanvraag voor het figuratieve teken alma FARMACIE, aangevraagd voor onder meer cosmetica, farmaceutische producten, voedingssupplementen en farmaceutische/medische diensten in de klassen 3, 5 en 44. Alma Lasers had daartegen oppositie ingesteld op grond van haar oudere internationale registratie met werking in de EU voor het woordmerk ALMA HYBRID, geregistreerd voor onder meer medische lasers, medische diensten en hygiëne- en schoonheidsverzorging. De oppositie was gebaseerd op artikel 8 lid 1 onder b UMVo. Het Gerecht oordeelt dat de Kamer van Beroep haar beoordeling mocht beperken tot het Spaans- en Portugeestalige publiek, omdat voor weigering van een Uniemerk voldoende is dat verwarringsgevaar bestaat in een deel van de Unie. Voor cosmetica en schoonheidsverzorging geldt een gemiddeld aandachtsniveau, terwijl voor farmaceutische producten, voedingssupplementen en medische of farmaceutische diensten een hoog aandachtsniveau kan gelden vanwege het verband met gezondheid. Dat hogere aandachtsniveau sluit verwarringsgevaar echter niet uit, omdat ook oplettende consumenten merken meestal niet rechtstreeks vergelijken en moeten afgaan op hun onvolmaakte herinnering.

IEF 23478

Actualiteiten Privacyrecht op woensdag 24 juni 2026

Op woensdag 24 juni 2026 organiseren we vanaf 15.00 uur Actualiteiten Privacyrecht.

Tijdens deze middag nemen Quinten Kroes (Brinkhof) en Vita Zwaan (Rubicon Impact & Litigation) u mee in de ontwikkelingen en rechtspraak op het gebied van privacyrecht. In slechts twee uur tijd krijgt u een helder en actueel overzicht van relevante rechtspraak.

Tot 1 juni 2026 geldt een kortingsactie: meld u voor deze datum aan en ontvang €50 vroegboekkorting. 

IEF 23531

Rb. Den Haag: conservatoir beslag op namaaklampen blijft in stand

Rechtbank Den Haag 20 apr 2026, IEF 23531; ECLI:NL:RBDHA:2026:9742 (([eiser] tegen Graypants)), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-conservatoir-beslag-op-namaaklampen-blijft-in-stand

Rb. Den Haag 20 april 2026, IEF 23531; ECLI:NL:RBDHA:2026:9742 ([eiser] tegen Graypants). De voorzieningenrechter wijst de vordering tot opheffing van conservatoir derdenbeslag af in een geschil tussen een dropshipping-webshop ([eiser]) en Graypants. Graypants is houdster van een Uniemodel en auteursrechten op het ontwerp van de Wick-tafellamp. In december 2025 constateerde zij dat via de webshop van [eiser] lampen werden aangeboden die met dit model overeenstemden, waarbij ook gebruik werd gemaakt van campagnefoto’s van Graypants. Na verkregen verlof liet Graypants op 20 en 21 januari 2026 conservatoir derdenbeslag leggen onder meer op Rabobank, BAWAG en Revolut. Het eerste bedrag van € 70.400,87 werd op 12 februari 2026 beperkt tot € 61.425. Na verlenging van de termijn stelde Graypants op 17 februari 2026 een bodemprocedure in wegens inbreuk op haar model- en auteursrechten. [eiser] vordert in kort geding opheffing van het beslag op grond van art. 705 lid 2 Rv. Hij stelt dat de vordering van Graypants ondeugdelijk is, omdat hij de betreffende lampen niet heeft verkocht en de webshop al op 30 september 2025 zou hebben overgedragen aan een derde. Graypants betwist deze overdracht gemotiveerd en voert aan dat deze, mede gelet op het late moment van overlegging van stukken, ongeloofwaardig voorkomt. De voorzieningenrechter maakt duidelijk dat een beslag alleen wordt opgeheven als al snel blijkt dat de vordering niet klopt of dat het beslag niet nodig is. Daarbij rust de stelplicht en bewijslast in beginsel op degene die opheffing vordert en vindt ook een belangenafweging plaats.

IEF 23532

UPC CoA: verlof tot hoger beroep tegen kostenbeslissing en toepassing hoor en wederhoor

Unified Patent Court (UPC) 21 apr 2026, IEF 23532; UPC_CoA_49/2026 ((Guardant Health tegen Sophia Genetics)), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verlof-tot-hoger-beroep-tegen-kostenbeslissing-en-toepassing-hoor-en-wederhoor

UPC CoA 21 april 2026, IEF 23532; UPC_CoA_49/2026 (Guardant Health tegen Sophia Genetics). In een procedure tussen Guardant Health en Sophia Genetics heeft de Court of Appeal van het Unified Patent Court verlof verleend tot hoger beroep tegen een kostenbeslissing van de Local Division Parijs (zie ook art. 76(2) UPCA en Rules 157 en 221 RoP). De beslissing draait om de vraag of de kosten konden worden vastgesteld zonder dat de wederpartij toegang had tot de volledige kostenonderbouwing. Guardant had in augustus 2025 voorlopige voorzieningen gevorderd wegens vermeende octrooi-inbreuk. De Local Division wees deze vorderingen in januari 2026 grotendeels af en kende Sophia een interim proceskostenvergoeding toe van €400.000. In de daaropvolgende kostenprocedure diende Sophia een nadere kostenaanvraag in, met verzoek om vertrouwelijke behandeling van (delen van) de onderliggende stukken. Bij procedural order van 16 maart 2026 werden de gevorderde kosten vastgesteld op €600.000 (inclusief de interim-vergoeding), terwijl bepaalde kostengegevens vertrouwelijk bleven en slechts beperkt toegankelijk waren.

IEF 23528

Artikel geschreven door Edine Apeldoorn en Nienke de Bruijn, voor het Tijdschrift voor Internetrecht.

Opkomen tegen een ‘shadowban’ via invulling van de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm

Dit artikel betreft een verkenning van huidige specifieke wet- en regelgeving op het gebied van shadowbanning: een potentieel nieuwe vorm van censuur. De effectiviteit van deze wet- en regelgeving blijkt beperkt omdat deze vooral transparantie- en motiveringsverplichtingen kent en niet effectief wordt gehandhaafd. Deze observatie leidt tot een op Urgenda en Shell/Milieudefensie geïnspireerde analyse van de mogelijkheid om tegen een shadowban op te komen via de maatschappelijke zorgvuldigheidsnorm (artikel 6:162 BW), ingevuld aan de hand van artikel 10 EVRM en soft law zoals UNGP en OESO. De dominante (economische) machtspositie van sociale media platformen en hun functie als infrastructuur van het publieke debat vragen dringend om zo een analyse.

IEF 23530

Uitspraak ingezonden door Sophie Wiegant en Thera Adam‑van Straaten, Eversheds Sutherland.

Vordering tot verbod en rectificatie van uitingen over IVD MammaPrint afgewezen

Rechtbank Den Haag 24 apr 2026, IEF 23530; C/13/785453 ((Agendia tegen Exact Sciences c.s.)), https://ie-forum.nl/artikelen/vordering-tot-verbod-en-rectificatie-van-uitingen-over-ivd-mammaprint-afgewezen

Rb. Amsterdam 24 april 2026, IEF 23530; RB 4007; C/13/785453 (Agendia tegen Exact Sciences c.s.). Exact Sciences, een dochtervennootschap van Genomic Health (tezamen: Exact Sciences c.s.), biedt een in vitro diagnostische test (IVD) aan onder de naam Oncotype DX. Agendia biedt een IVD aan onder de naam MammaPrint. Beide testen ondersteunen de besluitvorming over het al dan niet ondergaan van chemotherapie bij borstkanker. Exact Sciences c.s. vorderde bij dagvaarding van 20 november 2025 in kort geding een verbod op en rectificatie van uitingen van Agendia over MammaPrint wegens vermeend misleidende (vergelijkende) reclame in de zin van Verordening (EU) 2017/746 en de artikelen 6:194 en 6:194a BW. Bij vonnis van 17 december 2025 werden deze vorderingen afgewezen. Onder meer omdat het kort geding zich niet leent voor het beslechten van een wetenschappelijke discussie en spoedeisend belang ontbrak. In een opvolgend kort geding stelde Agendia dat Exact Sciences c.s. in die eerdere procedure zelf onrechtmatige uitlatingen over MammaPrint had gedaan, onder meer door te suggereren dat MammaPrint een risico voor de volksgezondheid zou vormen en dat Oncotype DX aantoonbaar beter presteert dan MammaPrint zonder afdoende wetenschappelijk bewijs.

IEF 23529

Dropshipping via Bol.com: betaling terecht opgeschort na verkoop van mogelijke namaakproducten

Rechtbank Midden-Nederland 15 apr 2026, IEF 23529; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/dropshipping-via-bol-com-betaling-terecht-opgeschort-na-verkoop-van-mogelijke-namaakproducten

Rb. Midden-Nederland 15 april 2026, IEF 23529; RB 4006; ECLI:NL:RBMNE:2026:1895 ([eiseres] tegen [gedaagde]). In deze zaak oordeelt de kantonrechter over een geschil tussen partijen die samen via een Bol.com-account producten verkochten op basis van een dropshipping-constructie. Partijen waren overeengekomen dat 20% van de winst aan de accounthouder ([gedaagde]) toekwam en 80% aan [eiseres]. [eiseres] vordert uitbetaling van haar winstdeel van ruim €6.000. De kantonrechter wijst de vordering af. Hoewel [gedaagde] erkent dat hij in beginsel een deel van de opbrengst moet afdragen, mocht hij de betaling opschorten.