Auteursconferentie: 20 jaar Handhaving van Intellectuele Eigendom
Bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, tweede druk
Op maandagmiddag 2 November 2026 organiseert het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht van de UU in samenwerking met deLex een conferentie over handhaving van intellectuele eigendom. De conferentie vindt plaats in het kader van het werk aan de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, die in 2016 onder redactie van Willem Grosheide bij deLex verscheen. In 2027 verschijnt de nieuwe druk. Tijdens de conferentie presenteren de auteurs vast de belangrijkste ontwikkelingen.
In 2006 startte een revolutie op het gebied van de handhaving van intellectuele eigendom. Tot dat moment werd handhaving gezien als een nationale kwestie, die buiten het bereik van het EU recht lag. Dat veranderde toen in 2006 de implementatietermijn van de EU handhavingsrichtlijn verstreek. Vanaf toen betrad het EU recht het nationale procesrecht. De gevolgen die dat heeft gehad voor de handhaving van intellectuele eigendom in Nederland staan centraal in de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom en de auteursconferentie. Daarnaast bieden de nieuwe druk en de conferentie een actueel overzicht van alle relevante aspecten van handhaving van intellectuele eigendom.
UPC CoA: Keysight krijgt herstel in rechten na gemiste beroepstermijn
UPC CoA 28 september 2026, IEF 23895; IEFbe 4338; UPC-CoA-126/2026 (Keysight tegen Centripetal). In deze zaak tussen Keysight en Centripetal staat de vraag centraal of Keysight herstel in rechten kan krijgen nadat zij niet tijdig beroep had ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar voorwaardelijke reconventionele nietigheidsvordering. Centripetal had een inbreukvordering ingesteld tegen Keysight met betrekking tot EP 3 821 580. Keysight stelde daarop een reconventionele nietigheidsvordering in, onder de voorwaarde dat de rechter eerst inbreuk zou aannemen. De Local Division Mannheim oordeelde dat geen sprake was van inbreuk en kwam daarom niet toe aan de nietigheidsvordering. Centripetal stelde hoger beroep in tegen het oordeel dat geen sprake was van inbreuk. Pas nadat het Hof van Beroep in Emboline/AorticLab had verduidelijkt hoe een partij in een dergelijke situatie moet handelen, stelde Keysight zelf beroep in en verzocht zij om herstel in rechten. Volgens het Hof van Beroep was het vóór die verduidelijking niet evident dat een partij die een voorwaardelijke nietigheidsvordering had ingesteld voldoende belang had om zelf beroep in te stellen tegen het uitblijven van een beslissing daarop.
Rechtbank wijst algemeen mededelingsverbod over attorney-client privilege af
Rb. Rotterdam 23 september 2026, IEF 23899; ECLI:NL:RBROT:2026:13046 ([eiser] tegen Harbour Antibodies). In deze zaak tussen [eiser] en Harbour Antibodies staat centraal of ter bescherming van attorney-client privilege een mededelingsverbod moet worden opgelegd en de mondelinge behandeling gedeeltelijk achter gesloten deuren moet plaatsvinden. In de hoofdzaak vordert [eiser] vergoeding van juridische kosten die onder meer zijn gemaakt in verband met een octrooi-inbreukprocedure bij het Delaware District Court. Ook speelt een eerdere procedure over de uitleg van een licentieovereenkomst betreffende octrooien een rol. [eiser] verzoekt de rechtbank Harbour Antibodies en haar advocaten te verbieden om aan derden mededelingen te doen over gegevens uit de procedure. Volgens hem zijn documenten in deze procedure relevant die naar Amerikaans recht onder het attorney-client privilege vallen en moet worden voorkomen dat overlegging daarvan in Nederland als waiver van dat privilege wordt beschouwd.
Eiser niet-ontvankelijk wegens dagvaarden verkeerde rechtspersoon bij journalistieke publicatie
Rb. Amsterdam 30 september 2026, IEF 23900; IT 5551; ECLI:NL:RBAMS:2026:9744 ([eiser] tegen de stichting). Op de website [internetsite] is een artikel over [eiser] gepubliceerd, waarbij een foto van hem is geplaatst tegen een achtergrond van kopieën van verschillende paspoorten op zijn huidige en voormalige naam. [eiser] heeft zowel de stichting als [bedrijf], een non-profitorganisatie naar Amerikaans recht, gesommeerd om de paspoorten en zijn portret offline te halen. Nadat aan die sommatie geen gehoor was gegeven, vorderde hij in kort geding dat de stichting op straffe van een dwangsom zou worden bevolen de paspoorten en het portret uit het artikel te verwijderen en verwijderd te houden. De stichting voerde aan dat [eiser] de verkeerde partij had gedagvaard. Niet de stichting, maar [bedrijf] is de uitgever van alle publicaties op [internetsite], houder van het auteursrecht op die publicaties en eigenaar van de domeinnaam. Volgens de voorzieningenrechter is [bedrijf] daarmee de partij die aan het gevorderde verwijderingsbevel zou kunnen voldoen.
‘De Natuurgrazerij’ maakt inbreuk op handelsnaam ‘De Grazerij’
Rb. Noord-Nederland 4 augustus 2026, IEF 23898; ECLI:NL:RBNNE:2026:4224 (De Grazerij tegen [gedaagde]). De kantonrechter oordeelt dat het gebruik van de handelsnaam ‘De Natuurgrazerij’ inbreuk maakt op het handelsnaamrecht van De Grazerij. Vaststaat dat De Grazerij haar handelsnaam eerder voerde en dat beide ondernemingen boerderijwinkels exploiteren waarin onder meer vlees van een eigen rundveekudde wordt verkocht. Volgens de kantonrechter wijkt ‘De Natuurgrazerij’ slechts in geringe mate af van ‘De Grazerij’, omdat het onderscheidende bestanddeel ‘Grazerij’ volledig is overgenomen. Ook is verwarringsgevaar te vrezen, nu de ondernemingen dezelfde aard hebben, niet is gebleken dat zij zich op een verschillend publiek richten en zij op slechts ongeveer vijftien kilometer van elkaar zijn gevestigd. Dat de gedaagde zijn handelsnaam voorafgaand aan de procedure al had gewijzigd, staat niet aan toewijzing van het verbod in de weg, omdat de oude handelsnaam tijdens de procedure nog via derden en Google op internet zichtbaar bleek. De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat sprake is en is geweest van handelsnaaminbreuk en beveelt de gedaagde iedere inbreuk te staken en gestaakt te houden. Bij een nieuwe overtreding moet De Grazerij hem eerst aanschrijven en zeven dagen geven om de inbreuk te beëindigen. Daarna geldt een dwangsom van €50 per dag, met een maximum van €250 per inbreuk.
Linzy-knuffels maken inbreuk op modelrechten van Jellycat
Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23897; ECLI:NL:RBDHA:2026:28949 (Jellycat tegen TJX NL). De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat de door Jellycat ingeroepen modellen van een honkbal, regenboogtaart en tafeltennisbatje geldig zijn. Het nietigheidsverweer van TJX Nederland, dat de modellen technisch bepaald zouden zijn en nieuwheid en eigen karakter zouden missen, slaagt niet. De vormgeving berust mede op esthetische keuzes en TJX heeft geen eerdere identieke modellen aangetoond. Ook hebben de drie Jellycat-modellen voldoende eigen karakter ten opzichte van het aangedragen vormgevingserfgoed. Dat geantropomorfiseerde gebruiksvoorwerpen met gezichtjes en ledematen al voorkomen binnen de zogenoemde kawaii-stijl, staat aan modelrechtelijke bescherming niet in de weg. Wel is sprake van een vol ontwerpveld en kunnen de basisvormen van een honkbal, taart en tafeltennisbatje niet worden gemonopoliseerd. De beschermingsomvang is daarom beperkt tot vrijwel identieke ontwerpen. Bepalend zijn met name de combinatie van het basisvoorwerp, de vermenselijkende elementen en hun onderlinge maatverhoudingen. Kleur en materiaal spelen geen rol, omdat de modellen in zwart-wit zijn ingeschreven en deze kenmerken niet uit de registraties blijken.
UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid
UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.
Article written by Nick Aries, Bird & Bird.
Agentic AI: what should brand owners’ trade mark teams be thinking about?
Everyone is talking about agentic AI, but what impact will it have on brands? This article looks at some trademark questions arising from the growth of agentic AI and identifies topics for brand owners and technology providers to plan for.
What is agentic AI?
An agentic AI system uses language models to carry out a task, acting flexibly, learning from experience, and making decisions with limited human intervention. For example, a shopping agent is an AI system that carries out some or all of a purchase on a consumer’s behalf, triggered by an everyday-language request the person types or speaks. The consumer might type: “Find me the best-reviewed waterproof running shoes under £120 and order a pair in size 9.” The agent carries out the task independently and is able to query product databases, consider price and reviews, choose a product, and finalise the purchase without the consumer ever browsing.
AIPPI Young Members bezoek aan Secrid op 12 november 2026
Beste Young Members,
Van Nederlandse ontwerpstudio tot internationaal succes: Secrid laat goed zien hoe design, innovatie en intellectuele eigendom elkaar kunnen versterken. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Welke rol speelt IE bij het ontwikkelen van nieuwe producten, welke keuzes maak je bij de bescherming ervan en hoe ga je om met inbreuk, zonder daarbij je bredere waarden uit het oog te verliezen?
Op donderdag 12 november 2026 zijn de AIPPI Young Members te gast bij Secrid in Den Haag. Founders, het innovatieteam en IE-specialisten van binnen en buiten Secrid nemen ons mee door de hele levenscyclus van een Secrid-product: van idee en ontwerp tot bescherming en handhaving. We sluiten we de middag natuurlijk af met een borrel.
Toeval en onbewuste ontlening in het auteursrecht
Dirk Visser, 2 oktober 2026.
Voor auteursrechtelijke bescherming van een object is een zekere mate van (menselijke) creativiteit vereist én is vereist dat het ‘werk’ niet is ‘ontleend’ aan het werk van een ander. Voor auteursrechtinbreuk is vereist dat de creatieve trekken van het oudere werk herkenbaar zijn overgenomen én dat het beweerdelijke inbreuk makende werk wél ‘ontleend’ is aan het oudere werk.
Wat betekent ‘ontlening’ hier precies en hoe zit het met toevallige gelijkenis en onbewuste ontlening? En maakt het verschil of er Generatieve AI is gebruikt bij het ontwerpen van een nieuw object?
Bij de vraag naar auteursrechtelijke bescherming betekent ‘ontlening’ dat de ‘creatieve trekken’ van het werk niet ‘gekopieerd’ mogen zijn van een bestaand werk. Dan is er immers geen sprake van eigen creativiteit van de maker van het nieuwe werk, maar van ‘pikken’ van de creativiteit van de maker van het oudere werk. Bij de vraag of sprake is van auteursrechtinbreuk gaat het er ook om of de ‘creatieve trekken’ van het oudere werk ‘gekopieerd’ zijn.
In beide gevallen geldt dat er niet is ‘ontleend’, als er geen creatieve trekken zijn overgenomen of gekopieerd.
























































































