IEF 23996
6 november 2026
Artikel

Mercis zoekt Jurist (contractenrecht / IE specialist)

 
IEF 23984
3 november 2026
Uitspraak

Conclusie Szpunar: AI-chatbots kunnen inbreuk maken op persuitgeversrecht bij gebruik van nieuwsartikelen

 
IEF 23979
3 november 2026
Artikel

Openbare verdediging proefschrift ‘Rechtsvorming door het HvJ in het Europese merkenrecht' door Marjolein Bronneman op maandag 23 november 2026

 
IEF 23997

Rb. Den Haag: Chinese anti-suit injunction tegen Nexperia onrechtmatig, Europees verbod toegewezen

Rechtbank Den Haag 5 nov 2026, IEF 23997; ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 (Nexperia NL tegen Nexperia China), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-chinese-anti-suit-injunction-tegen-nexperia-onrechtmatig-europees-verbod-toegewezen

Rb. Den Haag 5 november 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:32607 (Nexperia NL tegen Nexperia China) In deze zaak tussen Nexperia NL en Nexperia China staat de vraag centraal of Nexperia China zich mag beroepen op een door een Chinese rechter opgelegde anti-suit injunction (ASI), waarmee Nexperia NL wordt beperkt in de handhaving van haar intellectuele-eigendomsrechten. Nexperia China is een volledige dochtervennootschap van Nexperia NL. Binnen de Nexperia-groep is in oktober 2025 een conflict ontstaan, waarna partijen de uitvoering van hun onderlinge overeenkomsten grotendeels hebben gestaakt. Nexperia NL, houdster van verschillende Unie- en Beneluxmerken voor halfgeleiders, stelt dat Nexperia China zonder haar toestemming producten onder deze merken aanbiedt. Op verzoek van Nexperia China heeft het Hooggerechtshof van de Chinese provincie Jiangsu op 31 maart 2026 een bevel uitgevaardigd dat Nexperia NL onder meer verbiedt om wereldwijd aanspraken wegens inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten tegen Nexperia China en aan haar gelieerde partijen geldend te maken. Ook moet Nexperia NL eerdere waarschuwingen aan klanten en partners intrekken. Op overtreding staat een dagelijkse boete van één miljoen yuan. Nexperia NL vordert daarop bij de rechtbank Den Haag een anti-anti-suit injunction (AASI), waarmee Nexperia China wordt verboden zich op het Chinese bevel te beroepen.

IEF 23996

Mercis zoekt Jurist (contractenrecht / IE specialist)

Mercis is de uitgeverij van de kinderboeken van Dick Bruna, bekend van o.a. nijntje (in het buitenland miffy). Daarnaast is Mercis het auteursrechtenbureau van Dick Bruna en (wereldwijd) nauw betrokken bij de ontwikkeling van producten, zoals speelgoed en kleding, waarop zijn tekeningen worden gebruikt. Mercis houdt zich ook bezig met de ontwikkeling van media-gerichte producten, zoals tv-series.

Per direct zoekt Mercis een:
Jurist (contractenrecht / IE specialist)
32 – 40 uur
Competenties:

  • Afgeronde rechtenstudie
  • minimaal 2 jaar relevante werkervaring
  • uitstekend taalgevoel (Nederlands) en goede beheersing van het Engels
  • gevoel voor commercie
  • vlotte pen
  • hands-on mentaliteit

Wat wij bieden:

  • Werken binnen een kleine organisatie met een sterk internationaal karakter
  • Een competitief salaris met goede arbeidsvoorwaarden
  • Mogelijkheid om gedeeltelijk vanuit huis te werken
  • Ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en groei

Interesse?
Reacties graag sturen aan Mercis bv, t.a.v. Marja Kerkhof, Johannes Vermeerplein 3, 1071 DV Amsterdam of via vacature@mercis.nl.

Acquisitie naar aanleiding van deze vacature wordt niet op prijs gesteld.

IEF 23988

UPC CoA: geen hoger beroep mogelijk tegen afwijzing herstel in vorige toestand

Unified Patent Court (UPC) 13 okt 2026, IEF 23988; UPC-CoA-88/2026; UPC-CoA-89/2026 (Rematec tegen Europe Forestry), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-hoger-beroep-mogelijk-tegen-afwijzing-herstel-in-vorige-toestand

UPC CoA 13 oktober 2026, IEF 23988; IEFbe 4381; UPC-CoA-88/2026; UPC-CoA-89/2026 (Rematec tegen Europe Forestry). In deze zaak tussen Rematec en Europe Forestry staat de vraag centraal of toestemming kan worden verleend om hoger beroep in te stellen tegen een beslissing over proceskosten en de afwijzing van verzoeken tot herstel in de vorige toestand. Rematec heeft een inbreukvordering ingesteld, waarna Europe Forestry een tegenvordering tot nietigverklaring van het octrooi heeft ingediend. Nadat het CoA de inbreukvordering grotendeels had toegewezen en de tegenvordering had afgewezen, heeft Rematec aanspraak gemaakt op vergoeding van haar proceskosten. Rematec heeft alleen de termijnen voor het indienen van haar verzoeken tot vaststelling van de proceskosten niet in acht genomen. Het eerste verzoek werd meer dan een maand na de beslissing in eerste aanleg ingediend. Het tweede verzoek werd weliswaar op de laatste dag van de termijn ingediend, maar bij het CoA in plaats van bij de bevoegde Lokale Divisie. De Lokale Divisie heeft beide verzoeken afgewezen. Volgens de Lokale Divisie was onvoldoende zorgvuldigheid betracht bij de termijnbewaking en kon het indienen van een verzoek bij de verkeerde instantie niet als een verschoonbare administratieve vergissing worden aangemerkt. Rematec verzoekt vervolgens op grond van Rules 157 en 221 RoP om toestemming om hoger beroep in te stellen. Zij voert onder meer aan dat hoger beroep noodzakelijk is om een uniforme toepassing van de procedureregels van het UPC te waarborgen.

IEF 23995

SOMI ontvankelijk in collectieve actie tegen X over datalekken, microtargeting en haatzaaiende berichten

Rechtbank Amsterdam 21 okt 2026, IEF 23995; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/somi-ontvankelijk-in-collectieve-actie-tegen-x-over-datalekken-microtargeting-en-haatzaaiende-berichten

Rb. Amsterdam 21 oktober 2026, IEF 23995; RB 4180; IT 5635; ECLI:NL:RBAMS:2026:10630 (SOMI tegen X Corp c.s.). In deze zaak tussen Stichting Onderzoek Marktinformatie (SOMI) en X Corp, staat de ontvankelijkheid van SOMI in een collectieve actie namens ongeveer acht miljoen Nederlandse gebruikers van X (voorheen Twitter) centraal. SOMI stelt dat [gedaagden] met de inrichting, exploitatie en beveiliging van het platform de grondrechten van gebruikers schenden. De verwijten hebben onder meer betrekking op datalekken, ongeoorloofde microtargeting en haatzaaiende berichten. SOMI vordert dat [gedaagden] deze praktijken beëindigen en de schade van gebruikers vergoeden. In een eerder tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat SOMI aan vrijwel alle ontvankelijkheidseisen van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) voldoet. Alleen de financiële middelen en de zeggenschap over de collectieve vordering moesten nader worden onderbouwd. De rechtbank stelt voorop dat het middelenvereiste van artikel 3:305a lid 2 onder c BW slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Een belangenorganisatie moet aannemelijk maken dat zij over voldoende middelen beschikt of kan beschikken om de procedure te voeren. De rechter hoeft daarbij niet diepgaand te onderzoeken of de organisatie de gehele procedure kan financieren en hoeft evenmin vooraf zekerheid te verkrijgen over de financiering van een eventueel hoger beroep of cassatie. Ook is geen zelfstandig onderzoek vereist naar de kapitaalkrachtigheid en solvabiliteit van de externe procesfinancier.

IEF 23994

Risico op tegenstrijdige uitspraken staat hervatting softwaregeschil niet langer in de weg

Rechtbank Rotterdam 28 okt 2026, IEF 23994; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.), https://ie-forum.nl/artikelen/risico-op-tegenstrijdige-uitspraken-staat-hervatting-softwaregeschil-niet-langer-in-de-weg

Rb. Rotterdam 28 oktober 2026, IEF 23994; IT 5634; ECLI:NL:RBROT:2026:15271 (DMARC ADVISOR B.V. tegen DMARCIAN, INC.) In deze zaak tussen DMARC Advisor (voorheen Dmarcian Europe B.V.) en Dmarcian, Inc. en [gedaagde] staat de vraag centraal of een Nederlandse procedure over intellectuele-eigendomsrechten op software kan worden hervat terwijl in de Verenigde Staten een samenhangende procedure loopt. De rechtbank Rotterdam heeft de Nederlandse procedure in een tussenvonnis van 20 december 2023 aangehouden, omdat in beide procedures grotendeels dezelfde geschilpunten aan de orde waren, waaronder de eigendom van de IE-rechten op software en de oorspronkelijkheid van de broncode. Daarmee wilde de rechtbank voorkomen dat twee mogelijk tegenstrijdige, in Nederland uitvoerbare uitspraken zouden ontstaan [IEF 22343]. DMARC Advisor verzoekt om hervatting van de procedure, omdat de omstandigheden inmiddels zijn gewijzigd. Zij wijst erop dat de Amerikaanse rechter de auteursrechtelijke vordering van Dmarcian, Inc. in een summary judgment van 1 mei 2024 definitief heeft afgewezen. Daarnaast is nog altijd onduidelijk wanneer de Amerikaanse procedure volledig zal worden afgerond. Dmarcian, Inc. verzet zich tegen hervatting en stelt dat de eigendom en oorspronkelijkheid van de broncode nog steeds onderwerp zijn van de Amerikaanse procedure, evenals mogelijke schendingen van bedrijfsgeheimen.

IEF 23987

UPC CoA: vertrouwelijke informatie voorlopig alleen toegankelijk voor procesvertegenwoordigers

Unified Patent Court (UPC) 14 okt 2026, IEF 23987; UPC-CoA-42/2026 (FIVES tegen REEL), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-vertrouwelijke-informatie-voorlopig-alleen-toegankelijk-voor-procesvertegenwoordigers

UPC CoA 14 oktober 2026, IEF 23987; IEFbe 4380; UPC-CoA-42/2026 (FIVES tegen REEL). In deze zaak tussen Fives en REEL GmbH staat de bescherming van vertrouwelijke informatie tijdens een hogerberoepsprocedure centraal. Het geschil heeft betrekking op Europees octrooi EP 1 740 740. REEL heeft in haar verweerschrift in hoger beroep verzocht om bepaalde informatie en bijlagen als strikt vertrouwelijk aan te merken en de toegang daartoe te beperken op grond van Rules 262.2 en 262A RoP. REEL verzoekt onder meer om de toegang tot de vertrouwelijke informatie te beperken tot de procesvertegenwoordigers van Fives, hun medewerkers en deskundigen en een aantal specifiek aangewezen personen binnen de Fives-groep. Daarnaast verzoekt REEL om een verbod op het gebruik of de openbaarmaking van deze informatie buiten de procedure, waarbij de geheimhoudingsverplichtingen ook na afloop van de procedure blijven gelden. Voor overtreding verzoekt REEL om een boete van maximaal € 250.000 per overtreding.

IEF 23993

Uitspraak ingezonden door Eva Bon en Arnout Groen, Visser, Schaap & Kreijger.

Geen auteursrechtelijke bescherming voor witte zool van Loro Piana

Rechtbank Midden-Nederland 4 nov 2026, IEF 23993; zaaknr. C/16/616596 / KG ZA 26-522 (Loro Piana tegen ICON), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-voor-witte-zool-van-loro-piana

Rb. Midden-Nederland 4 november 2026, IEF 23993; zaaknr. C/16/616596 / KG ZA 26-522 (Loro Piana tegen ICON). In deze zaak tussen Loro Piana en SUJ B.V., handelend onder de naam ICON, staat de vraag centraal of de witte zool uit de 'white sole collection' van Loro Piana auteursrechtelijk wordt beschermd. Loro Piana stelt dat zij deze zool tussen 2002 en 2005 voor het eerst heeft gebruikt en dat ICON met de verkoop van schoenen onder de naam 'The Classic', die een vergelijkbare zool hebben, inbreuk maakt op haar auteursrecht. Loro Piana vordert daarom onder meer een verbod op de verkoop van deze schoenen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat het ontwerp het resultaat is van vrije en creatieve keuzes van de maker, waarmee diens persoonlijkheid tot uitdrukking komt. Daarbij verwijst de voorzieningenrechter naar het arrest Mio [IEF 23142]. Volgens de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk geworden dat de witte zool van Loro Piana aan deze vereisten voldoet.

IEF 23992

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen Le SAC OUTLET en Lesac, behalve voor wandelstokken

4 nov 2026, IEF 23992; T-119/25 (Le Sac tegen EUIPO, Asunción), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-le-sac-outlet-en-lesac-behalve-voor-wandelstokken

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23992; IEFbe 4384; T-119/25 (Le Sac tegen EUIPO, Asunción). In deze zaak tussen Le Sac Srl en EUIPO staat de vraag centraal of het aangevraagde Uniebeeldmerk Le SAC OUTLET verwarringsgevaar oplevert met het oudere Spaanse beeldmerk Lesac. Le Sac heeft merkbescherming aangevraagd voor onder meer tassen, kleding, accessoires en detailhandelsdiensten in de klassen 18, 25 en 35. Felipe Domingo Asunción heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van twee oudere Spaanse beeldmerken. De oppositieafdeling van EUIPO heeft de oppositie gedeeltelijk toegewezen. De Kamer van Beroep heeft deze beslissing bevestigd, waarna Le Sac beroep heeft ingesteld bij het Gerecht. Het Gerecht stelt voorop dat bij de beoordeling van het verwarringsgevaar rekening moet worden gehouden met de overeenstemming tussen de merken en de betrokken waren en diensten. Volgens het Gerecht heeft de Kamer terecht vastgesteld dat de meeste betrokken waren en diensten identiek of in verschillende mate soortgelijk zijn. Dit geldt onder meer voor tassen, kledingaccessoires en de bijbehorende detailhandelsdiensten. Voor wandelstokken in klasse 18 geldt echter iets anders. Volgens het Gerecht verschillen wandelstokken en tassen in materiaal, functie en gebruiksdoel. Dat beide producten in dezelfde sportwinkel kunnen worden verkocht, maakt ze niet soortgelijk. Ook de detailhandelsdiensten met betrekking tot wandelstokken in klasse 35 zijn niet soortgelijk aan de betrokken waren van het oudere merk.

IEF 23991

Gerecht EU: BMV profiteert ongerechtvaardigd van reputatie BMW-merk

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23991; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bmv-profiteert-ongerechtvaardigd-van-reputatie-bmw-merk

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23991; IEFbe 4383; T-468/25 (Victron Energy tegen EUIPO, BMW). In deze zaak tussen Victron Energy en het EUIPO, met BMW als interveniënte, staat de vraag centraal of het aangevraagde Uniewoordmerk BMV ongerechtvaardigd voordeel trekt uit de reputatie van het oudere Uniewoordmerk BMW. Victron Energy heeft het merk BMV aangevraagd voor onder meer accumonitoren in klasse 9. BMW heeft hiertegen oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b en artikel 8 lid 5 UMVo. De oppositieafdeling van het EUIPO heeft de oppositie op grond van artikel 8 lid 5 UMVo toegewezen. Victron Energy komt op tegen de weigering van haar merkaanvraag.

IEF 23990

Gerecht EU: verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE voor elektronische producten aangenomen

Gerecht EU (voorheen GvEA) 4 nov 2026, IEF 23990; T‑493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO en O2 Worldwide), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-verwarringsgevaar-tussen-em-bleu-en-blue-voor-elektronische-producten-aangenomen

Gerecht EU 4 november 2026, IEF 23990; IEFbe 4382; T-493/25 (EM Microelectronic-Marin tegen EUIPO, O2 Worldwide). In deze zaak tussen EM Microelectronic-Marin en EUIPO, met O2 Worldwide als interveniënte, staat de vraag centraal of het woordmerk EM | BLEU verwarringsgevaar oplevert met het oudere Duitse woordmerk BLUE. EM Microelectronic-Marin heeft merkbescherming aangevraagd voor EM | BLEU, onder meer voor elektronische componenten, microchips, software en andere producten in klasse 9. O2 Worldwide heeft hiertegen oppositie ingesteld op basis van haar oudere Duitse woordmerken BLUE, BLUE 1 en BLUE ONE. De oppositieafdeling van EUIPO wees de oppositie aanvankelijk af, maar de kamer van beroep oordeelde dat sprake was van verwarringsgevaar tussen EM | BLEU en BLUE en weigerde bescherming van het aangevraagde merk in de Europese Unie.