Artikel geschreven door Jorn Torenbosch.
Harmonisatie en het Teddybeer-effect
Jorn Torenbosch*
Inleiding
Uit decennia IE-harmonisatie blijkt dat er een groot verschil is tussen harmonisatie op papier en harmonisatie in de praktijk. De ervaring leert dat lidstaten harmonisatie leuk en aardig vinden, zolang zij hun nationale rechtstradities maar niet hoeven te veranderen. Het is deze geworteldheid in nationale rechtstraditie die – hoewel begrijpelijk – leidt tot situaties die het harmonisatieproces verstoren.
Zo zijn er talrijke voorbeelden van hoogste rechtscolleges die geen prejudiciële over controversiële kwesties, ook al verplicht het EU-recht hen hiertoe wel. De reden? Het hoogste rechtscollege in kwestie is er zo stellig van overtuigd dat zijn ‘vroegere’ nationale recht volledig overeenstemt met het geharmoniseerde EU-recht, dat de gedachte niet eens bij hem opkomt dat in andere lidstaten (of bij het HvJ EU) wellicht heel anders over de kwestie wordt gedacht.
Of wat te denken van het fenomeen dat wanneer het HvJ EU een uitspraak doet over de uitleg van het geharmoniseerde IE-recht, de eerste reactie in de meeste lidstaten is om te kijken hoe deze rechtspraak is in te passen in het vertrouwde nationale recht? In de literatuur en (lagere) rechtspraak springt men dan hoog en laag om de rechtspraak van het HvJ EU te verzoenen met de oude vertrouwde nationale rechtspraak. Vaak wordt deze analyse dan afgesloten met de conclusie dat het prima facie gevoel dat de nationale rechtspraak verenigbaar is met de EU-rechtspraak inderdaad klopt en er gelukkig niets hoeft te veranderen. Maar in andere landen in de EU is wel werk aan de winkel! Zij hebben het, in tegenstelling tot ons, niet goed gezien. De reden? Harmoniseren is goed, maar niet als het ten koste gaat van het nationale IE-recht zoals dat in vroegere tijden tot bloei is gekomen. Zoals een kind vastklampt aan zijn teddybeer houden lidstaten vast aan hun vroegere nationale IE-recht, ook in tijden van harmonisatie.
*Mr. J.R. Torenbosch is docent en promovendus Recht, Innovatie en Technologie aan de Universiteit Utrecht, en vanaf aflevering 2024-4 redacteur van dit blad. De auteur is dank verschuldigd aan prof. mr. P.G.F.A. Geerts en prof. mr. D.J.G. Visser voor commentaar op een eerdere versie van deze editorial.