Gepubliceerd op donderdag 1 januari 2026
IEF 23231
HvJ EU ||
19 jun 2025
HvJ EU 19 jun 2025, IEF 23231; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes, S.L. tegen Mundorama Confort, S.L. en Stay Design, S.L.), https://ie-forum.nl/artikelen/ag-emiliou-geen-echte-ontwerpactiviteit-eis-modetrends-beperken-ontwerpvrijheid-niet-bij-gemeenschapsmodellen

AG Emiliou: geen ‘echte ontwerpactiviteit’-eis; modetrends beperken ontwerpvrijheid niet bij Gemeenschapsmodellen

Conclusie AG HvJEU 19 juni 2025, IEF23231; 4092; ECLI:EU:C:2025:465 (Deity Shoes). In zijn conclusie van 19 juni 2025 in C-323/24 (Deity Shoes/Mundorama Confort en Stay Design) bespreekt advocaat-generaal Emiliou een geschil over (ingeschreven en niet-ingeschreven) Gemeenschapsmodellen voor schoenen die volgens de wederpartij in hoofdzaak zijn gebaseerd op bestaande leveranciersmodellen uit catalogi, met slechts beperkte aanpassingen (zoals zool, veters, gespen) die mede door modetrends worden ingegeven. De verwijzende Spaanse rechter vraagt onder meer of voor bescherming onder Verordening (EG) nr. 6/2002 vereist is dat sprake is van “echte ontwerpactiviteit” of “intellectuele inspanning”, en of iemand die vooral selecteert en beperkt aanpast wel als “ontwerper” kan gelden (art. 14). De AG stelt dat de beschermingsvoorwaarden uitputtend zijn: alleen nieuwheid (art. 5) en eigen karakter (art. 6) zijn relevant. De verordening kent geen aanvullende eis van creatieve “oorspronkelijkheid” zoals in het auteursrecht. Ook art. 14 gaat volgens de AG niet over de beschermbaarheid, maar over aan wie het recht toekomt; voor modelbescherming hoeft dus niet te worden bewezen dat het model het resultaat is van een bepaalde mate van “intellectuele schepping”.

Vervolgens gaat de AG in op het eigen karakter en de rol van de vrijheid van de ontwerper (art. 6 lid 2). Beperkingen zoals technische functie of wettelijke voorschriften kunnen die vrijheid beperken, maar de AG meent dat modetrends dat niet doen: trends zijn juist een verschijnsel waarbinnen ontwerpers kunnen variëren en vernieuwen, en zijn bovendien vluchtig. Daarom kunnen modetrends niet worden aangemerkt als een beperking die maakt dat al kleine verschillen met oudere modellen sneller tot een andere algemene indruk leiden. Dat neemt niet weg dat een model dat bestaat uit (beperkte) aanpassingen van oudere modellen in beginsel wél bescherming kan genieten, maar alleen als het bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt; een loutere “knip-en-plak”-variant die slechts in onbelangrijke details afwijkt, kan het eigen karakter missen. De concrete toepassing, of de verschillen voldoende opvallen en niet slechts onbelangrijk zijn, laat de AG nadrukkelijk aan de nationale rechter.

57.      In het licht van alle voorgaande beschouwingen geef ik het Hof in overweging de prejudiciële vragen van de Juzgado de lo Mercantil n° 1 de Alicante te beantwoorden als volgt:

„1)      Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende gemeenschapsmodellen

moet aldus worden uitgelegd dat

het voor de bescherming van een model als gemeenschapsmodel niet noodzakelijk is dat er sprake is van een ‚echte ontwerpactiviteit’ of dat het model het resultaat is van de ‚intellectuele inspanning’ van de ontwerper. De persoon of entiteit die het model heeft ontwikkeld, hoeft ook geen ‚echte ontwerpactiviteit’ te hebben verricht of een ‚intellectuele inspanning’ te hebben geleverd om als ‚ontwerper’ te worden beschouwd.

2)      Artikel 6 van verordening nr. 6/2002

moet aldus worden uitgelegd dat

modetrends – anders dan beperkingen die verband houden met de technische functie van een voortbrengsel of de daarop toepasselijke wettelijke voorschriften – niet kunnen worden geacht de vrijheid van de ontwerper zodanig te beperken dat kleine verschillen tussen een of meer oudere modellen en het model in kwestie volstaan om te bewerkstellingen dat dat model bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk wekt dan die oudere modellen en dat model dus een ‚eigen karakter’ heeft in de zin van deze bepaling. Een model dat slechts in onbelangrijke, door modetrends beïnvloede details van een ouder model verschilt, kan bijgevolg een ‚eigen karakter’ in de zin van die bepaling ontberen en komt mogelijk niet voor bescherming als gemeenschapsmodel in aanmerking.”