15 okt 2026,
Uitspraak ingezonden door Victor den Hollander, De Vos & Partners.
Athena hoeft WhatsAppreclame niet te rectificeren: onvoldoende bewijs voor misleidende handelspraktijken
Rb. Amsterdam 15 oktober 2026, IEF 23958; RB 4176; ECLI:NL:RBAMS:2026:9897 (Lawbooks tegen Athena). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van Lawbooks tegen AthenaStudies wegens vermeende misleidende handelspraktijken via WhatsAppgroepen afgewezen. Beide ondernemingen bieden commerciële studieondersteuning aan en maken voor hun marketing gebruik van WhatsAppgroepen voor studenten. Volgens Lawbooks maakt Athena gebruik van verhulde reclame, gefingeerde studentenprofielen en gescripte gesprekken waarin haar eigen diensten worden aangeprezen en die van Lawbooks in een negatief daglicht worden gesteld. De Reclame Code Commissie had AthenaStudies in 2024 al aangesproken op misleidende reclame via WhatsAppgroepen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Lawbooks onvoldoende heeft onderbouwd dat zij schade lijdt door de gestelde handelspraktijken. Daarnaast ontbreken concrete gegevens waaruit blijkt dat de gewraakte uitingen aan Athena kunnen worden toegerekend. Hoewel verschillende omstandigheden vragen oproepen, zoals het gebruik van dezelfde accounts bij meerdere universiteiten, profielfoto's afkomstig van internet en telefoonnummers uit dezelfde nummerreeksen, is nader feitenonderzoek noodzakelijk. Daarvoor leent een kort geding zich niet. De gevorderde verboden, verwijderingen, rectificaties en gegevensverstrekking worden daarom afgewezen. Lawbooks wordt veroordeeld in de proceskosten.
4.3 De tweede hobbel is de toerekenbaarheid van de gestelde handelspraktijken aan Athena. De stellingen van Lawbooks berusten op een mix van ervaringen uit het verleden en aannames over de huidige werkwijze van Athena. Harde gegevens waaruit blijkt dat Athena haar opdrachtnemers vraagt in de chats te verhullen dat zij voor haar werken, of dat zij achter de “aanvalsprofielen” zit, ontbreken, zoals Athena terecht heeft aangevoerd.
4.5 Al met al vergt het antwoord op de vraag of de uitlatingen waarop Lawbooks zich beroept aan Athena kunnen worden toegerekend een nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in kort geding geen ruimte bestaat. Voor het treffen van de gevraagde voorzieningen, met daaraan forse dwangsommen verbonden, biedt het overgelegde materiaal onvoldoende basis.
4.6 Daar komt nog bij dat Lawbooks ook niet duidelijk maakt welke voorziening moet worden opgelegd aan welke vennootschap. Zij gooit gedaagden op één hoop, terwijl in ieder geval vast staat dat PallasAthena Group een holding zonder personeel is.
4.7 Lawbooks wil de gevraagde gegevens ontvangen om te kunnen controleren of het op te leggen verbod wordt nageleefd en om te kunnen bepalen binnen welke kanalen de gevolgen van de onrechtmatige handelspraktijken moeten worden gerectificeerd. Er zal echter geen verbod worden opgelegd en er hoeven ook geen rectificaties te worden geplaatst.