Nakoming franchiseovereenkomst afgewezen na aannemelijke vernietiging wegens niet-naleving informatieplicht
Rb. Den Haag 7 juli 2026, IEF 23745; ECLI:NL:RBDHA:2026:20264 (Cocovaro tegen [gedaagde]). Cocovaro exploiteert de franchiseformule Meat & Chips en sloot met [gedaagde] een franchiseovereenkomst voor een fastfoodrestaurant. [gedaagde] betaalde de overeengekomen instapfee van € 12.000 niet en opende in het betreffende pand een eigen restaurant met een vergelijkbaar assortiment. Zij vernietigde de franchiseovereenkomst vervolgens omdat Cocovaro volgens haar niet had voldaan aan de precontractuele informatieplichten van art. 7:913 BW. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat de bodemrechter dit beroep op vernietiging zal laten slagen. Niet is gebleken dat Cocovaro vóór het sluiten van de overeenkomst alle voorgeschreven informatie heeft verstrekt, waaronder de bijlagen bij de franchiseovereenkomst, informatie over de verschuldigde vergoedingen en financiële gegevens over de beoogde locatie. Evenmin blijkt dat vervolgens de vier weken durende standstill-periode van art. 7:914 BW in acht is genomen. De enkele ondertekening van de franchiseovereenkomst bewijst niet dat [gedaagde] de bijlagen, laat staan vier weken vóór ondertekening, had ontvangen. Het beroep van Cocovaro op de redelijkheid en billijkheid maakt dit niet anders. De informatieplicht strekt juist tot bescherming van de franchisenemer en voor het buiten toepassing laten van die bescherming geldt volgens de voorzieningenrechter een hoge drempel. Cocovaro kan daarom in dit kort geding geen beroep doen op de franchiseovereenkomst. De vordering tot nakoming wordt afgewezen. De gevorderde instapfee wordt eveneens afgewezen, zowel omdat een beroep op de overeenkomst voorshands niet slaagt als omdat voor deze geldvordering onvoldoende spoedeisend belang bestaat.