Overige  

IEF 23432

Kort geding over verwijdering van door de Arbeidsinspectie gekopieerde camerabeelden; vordering afgewezen wegens belang bij behoud van bewijsmateriaal

Rechtbank Gelderland 25 feb 2026, IEF 23432; ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 ([eiser] tegen De Staat), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-verwijdering-van-door-de-arbeidsinspectie-gekopieerde-camerabeelden-vordering-afgewezen-wegens-belang-bij-behoud-van-bewijsmateriaal

Rb. Gelderland 25 februari 2026, IEF 23432; IT 5173; ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 ([eiser] tegen De Staat). In dit kort geding vordert [eiser], exploitant van een supermarkt, dat de Staat wordt bevolen om door de Arbeidsinspectie gemaakte kopieën van camerabeelden definitief te verwijderen. Aanleiding is een controle van de Arbeidsinspectie op 5 december 2025 in de supermarkt van eiseres op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbeidstijdenwet. Tijdens die controle neemt de Arbeidsinspectie meerdere harde schijven mee waarop onder meer camerabeelden van de supermarkt zijn opgeslagen. Eiseres verzoekt vervolgens om teruggave van de harde schijven en verwijdering van eventuele kopieën. Nadat de Staat kopieën van de camerabeelden heeft gemaakt, worden de harde schijven op 19 december 2025 aan eiseres teruggegeven. Daarna verzoeken ook een aantal medewerkers zowel eiseres als de Staat op grond van de AVG om vernietiging van de camerabeelden. In dit kort geding vordert eiseres daarop dat de Staat de camerabeelden onmiddellijk en definitief verwijdert. Een tijdens de procedure gedaan aanvullend verzoek om ook eventuele “vervolgacties” op basis van die beelden te laten verwijderen, wijst de voorzieningenrechter af, omdat niet duidelijk is wat daarmee wordt bedoeld en omdat dit niet in het petitum is gevorderd.

IEF 23426

Het nieuwe AI-Forum tijdschrift is verschenen (auteursrecht, aansprakelijkheid, cybersecurity & meer)

Wat is de stand van zaken op het gebied van AI en auteursrecht? Hoe zit dat met aansprakelijkheid en cybersecurity? Wat is de wisselwerking tussen de AVG en de AI-verordening in de praktijk? En last but not least: zijn we te afhankelijk geworden van Big Tech?

In het nieuwe AI-Forum tijdschrift (2026-1) brengen wij deze actuele thema’s samen.

Met dank aan de bijdragen van:

Daniel Gervais (Vanderbilt University);
Roeland de Bruin (Kienhuis Legal);
Julie Petersen (Artes Law);
Thijs Kelder en Wouter Seinen (Pinsent Masons) ;
Fulco Blokhuis (Boekx);
Menno Weij (The Data Lawyers).

Nog geen abonnee? Het volledige tijdschrift is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.

IEF 23399

Hof Den Haag: zorgvuldigheid vereist bij online beschuldigingen op sociale media

Hof Den Haag 17 mrt 2026, IEF 23399; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-den-haag-zorgvuldigheid-vereist-bij-online-beschuldigingen-op-sociale-media

Hof Den Haag 17 maart 2026, IEF 23399; IT 5155; ECLI:NL:GHDHA:2026:368 ([appellante] tegen [geïntimeerde]). Na een kortstondige relatie plaatste [appellante] TikTok-video’s waarin zij de indruk wekte dat [geïntimeerde] zich schuldig maakte aan (seksuele) contacten met minderjarigen. [geïntimeerde] reageerde daarop in zijn YouTube-programma met beledigende en seksueel getinte uitlatingen, waaronder suggesties dat [appellante] in de porno-industrie werkzaam zou zijn. Het gerechtshof Den Haag oordeelt dat beide partijen onrechtmatig hebben gehandeld door uitlatingen over elkaar te doen via sociale media. 

IEF 23330

PWN moet NAW-gegevens contractanten aan Cocensus verstrekken

Rechtbank Noord-Holland 24 feb 2026, IEF 23330; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN), https://ie-forum.nl/artikelen/pwn-moet-naw-gegevens-contractanten-aan-cocensus-verstrekken

Rb Noord-Holland 24 februari 2026, IEF 23330; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN). Cocensus heft en int voor veertien Noord-Hollandse gemeenten de rioolheffing en baseert zich daarbij op verordeningen waarin eigendom/gebruik van een perceel dat op de riolering is aangesloten en het waterverbruik (m³ leidingwater) als heffingsmaatstaf gelden. Cocensus ontving jarenlang op grond van het Bggb van PWN bulkdatasets per gemeente met onder meer NAW-gegevens van alle contractanten, het verbruiksadres en het verbruik, maar PWN is per 1 oktober 2024 uit privacy‑ en datalekoverwegingen gestopt met het meesturen van NAW‑gegevens en levert sindsdien alleen nog verbruiksgegevens. Cocensus vordert in kort geding dat PWN voor de in de uitspraak genoemde gemeenten onverwijld weer alle in productie 7 in de kolom “Nodig voor belastingheffing” oranje gemarkeerde gegevens (waaronder NAW van contractanten en een partnersoort‑code) verstrekt, op straffe van een dwangsom van 2.500 euro per dag met een maximum van 100.000 euro, plus veroordeling in de proceskosten. Zij stelt dat PWN als informatieplichtige in de zin van artikel 1 en 5 Bggb wettelijk verplicht is die gegevens te leveren, dat zij de gegevens verwerkt ter uitvoering van een taak van algemeen belang (belastingheffing) zodat de verwerking AVG‑conform is, en dat zij de gegevens dringend nodig heeft om binnen drie jaar juiste aanslagen op te leggen en verordeningen rioolheffing passend vorm te geven. PWN voert verweer dat zij als verwerkingsverantwoordelijke aan de AVG moet voldoen, dat bulkverstrekking van NAW‑gegevens in strijd is met dataminimalisatie, dat artikel 5 Bggb alleen NAW‑gegevens van belastingplichtigen zou betreffen (en de contractant niet steeds de belastingplichtige is), dat gemeenten via BRP en BRK zelf belastingplichtigen kunnen bepalen, dat zij in incidentele gevallen nog wel NAW wil geven en dat een spoedeisend belang ontbreekt omdat gemeenten na de wijziging toch aanslagen hebben opgelegd en verordeningen voor 2025 en 2026 hebben vastgesteld.

IEF 23327

Rechtbank Amsterdam: SDBN voldoet volgens tussenuitspraak niet aan ontvankelijkheidseisen WAMCA

Rechtbank Amsterdam 4 feb 2026, IEF 23327; ECLI:NL:RBAMS:2026:1555 (SDBN tegen X Corp c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-sdbn-voldoet-volgens-tussenuitspraak-niet-aan-ontvankelijkheidseisen-wamca

Rb. Amsterdam 4 februari 2026, IEF 23327; IEFbe 5126; ECLI:NL:RBAMS:2026:1555 (SDBN tegen X Corp c.s.). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze tussenuitspraak dat Stichting Data Bescherming Nederland (SDBN) op basis van de huidige stand van de procedure niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard in haar collectieve vorderingen tegen X Corp c.s. over het gebruik van persoonsgegevens via MoPub-apps. Volgens de rechtbank is niet voldaan aan het representativiteitsvereiste van artikel 3:305a BW. Daarbij weegt mee dat SDBN zegt op te komen voor een zeer omvangrijke groep, die volgens de rechtbank in de praktijk ongeveer overeenkomt met vrijwel alle Nederlandse smartphonegebruikers in de relevante periode, terwijl zich slechts circa 11.000 personen via de website hebben aangemeld. Dat aantal acht de rechtbank, afgezet tegen een potentiële groep van ongeveer 11 miljoen personen, te gering om te kunnen aannemen dat sprake is van een voldoende echte en niet te verwaarlozen achterban. Ook acht de rechtbank van belang dat de website van SDBN geen volledig juist beeld gaf van de ingestelde procedure, omdat daar onvoldoende duidelijk werd gemaakt dat de zaak in wezen betrekking heeft op schadevergoeding wegens gegevensverwerkingen uit het verleden, uitsluitend tegen X Corp c.s., en niet op het afdwingen van toekomstig gedrag van “Twitter en andere bedrijven”.

IEF 23318

Hof: registratie in EVR en Incidentenregister mocht niet in stand blijven

Hof Amsterdam 17 feb 2026, IEF 23318; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-registratie-in-evr-en-incidentenregister-mocht-niet-in-stand-blijven

Hof Amsterdam 17 februari 2026, IEF 23318; ECLI:NL:GHAMS:2026:459 (Zilveren Kruis tegen [geïntimeerden]). Het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigt de beschikking van de rechtbank dat Zilveren Kruis de persoonsgegevens van een zorgaanbieder en haar bestuurder moet verwijderen uit het Incidentenregister en het Externe Verwijzingsregister (EVR). Zilveren Kruis had hen wegens vermeende fraude met pgb-zorgdeclaraties voor acht jaar geregistreerd, maar het hof oordeelt dat de aangevoerde feiten en omstandigheden daarvoor onvoldoende zwaarwegend zijn. Voor opname van strafrechtelijke persoonsgegevens in deze registers is meer nodig dan een redelijk vermoeden van schuld: de beschikbare gegevens moeten een zwaardere verdenking opleveren die een bewezenverklaring van bijvoorbeeld valsheid in geschrift of oplichting redelijkerwijs kan dragen. Aan die maatstaf is hier niet voldaan. De verklaringen van budgethouders waren daarvoor te wisselend en onvoldoende betrouwbaar, mede omdat het ging om kwetsbare personen en nader objectief onderzoek grotendeels uitbleef. Ook andere door Zilveren Kruis genoemde onregelmatigheden in overeenkomsten, declaraties en administratie leveren volgens het hof onvoldoende bewijs van fraude op.

IEF 23292

Vondsten én documentatie moeten terug naar de provincies – auteursrecht geen blokkade

Rechtbank Midden-Nederland 21 jan 2026, IEF 23292; ECLI:NL:RBMNE:2026:424 (de Provincies tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/vondsten-en-documentatie-moeten-terug-naar-de-provincies-auteursrecht-geen-blokkade

Rb. Midden-Nederland 21 januari 2026, IEF 23292; ECLI:NL:RBMNE:2026:424 (de Provincies tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]). De rechtbank oordeelt dat archeologische vondsten die onder de Monumentenwet 1988 zijn gedaan, eigendom zijn van de provincie waar zij zijn aangetroffen (art. 50 Monumentenwet 1988). Dat was tussen partijen ook het uitgangspunt. In deze zaak bleek dat naast eerder overgedragen vondsten nog duizenden projecten met bijbehorende vondsten en documentatie bij gedaagden aanwezig waren. De provincies vorderden daarom afgifte op grond van art. 5:2 BW (revindicatie). Volgens de rechtbank zijn niet alleen de fysieke vondsten, maar ook de bijbehorende analoge en digitale opgravingsdocumentatie eigendom van de provincies. Die documentatie vormt naar verkeersopvatting een bestanddeel van de opgraving (art. 3:3 BW): zonder rapporten, foto’s, veldtekeningen en registraties is een opgraving wetenschappelijk en maatschappelijk onvolledig. Dat sluit aan bij art. 46 lid 3 Monumentenwet 1988, dat bepaalt dat zowel de geconserveerde vondsten als de documentatie aan de rechthebbende moeten worden overgedragen.

IEF 23286

Politieke satire en reputatiebescherming: EHRM over de grenzen van art. 10 EVRM

EHRM 13 jan 2026, IEF 23286; ECLI:CE:ECHR:2026:0113JUD004338817 (Mladina d.d. Ljubljana tegen Slovenia), https://ie-forum.nl/artikelen/politieke-satire-en-reputatiebescherming-ehrm-over-de-grenzen-van-art-10-evrm

EHRM 13 januari 2026, IEF 23286; IEF 4108; ECLI:CE:ECHR:2026:0113JUD004338817 (Mladina d.d. Ljubljana v. Slovenia (No. 2)). In de zaak Mladina d.d. Ljubljana v. Slovenia (No. 2) stond de vraag centraal of de veroordeling van de uitgever van het Sloveense weekblad Mladina wegens een satirische publicatie in strijd was met artikel 10 EVRM (vrijheid van meningsuiting). De uitgever had in 2011 in de satirische rubriek “Mladinamit” een foto van de bekende Sloveense politicus B.G. met zijn gezin naast een foto van Joseph Goebbels met diens gezin geplaatst. De publicatie vond plaats tegen de achtergrond van een publiek debat waarin B.G. op sociale media met Goebbels was vergeleken. In hetzelfde nummer verscheen een redactioneel stuk waarin parallellen werden getrokken tussen de politieke methoden van B.G.’s partij en die van de nazi-propaganda. B.G. stelde dat de vergelijking, mede gezien de historische connotaties van Goebbels en diens betrokkenheid bij het naziregime, zijn eer en goede naam had aangetast en vorderde schadevergoeding, publicatie van het vonnis en een verontschuldiging. De uitgever voerde aan dat het ging om politieke satire gericht op B.G. als publiek figuur, dat de foto van zijn gezin op een openbare religieuze bijeenkomst was genomen en dat de vergelijking betrekking had op politieke methoden, niet op zijn privéleven of zijn gezin als zodanig. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen, maar in hoger beroep werd geoordeeld dat met name de visuele vergelijking van de gezinsfoto’s een ontoelaatbare inbreuk vormde. Uiteindelijk werd de uitgever verplicht een verontschuldiging te publiceren en een (na matiging) schadevergoeding van € 3.000 te betalen. Het Sloveense Constitutionele Hof achtte de belangenafweging tussen de vrijheid van meningsuiting en het recht op reputatie correct uitgevoerd.

IEF 23278

Onrechtmatige gegevensverstrekking door gemeente zonder schadevergoeding wegens ontbrekend causaal verband

Rechtbank Den Haag 7 jan 2026, IEF 23278; ECLI:NL:RBDHA:2026:424 ([eiser] en [eiseres] tegen GEMEENTE LEIDEN), https://ie-forum.nl/artikelen/onrechtmatige-gegevensverstrekking-door-gemeente-zonder-schadevergoeding-wegens-ontbrekend-causaal-verband

Rb Den Haag 7 januari 2026, IEF 23278; ECLI:NL:RBDHA:2026:424 ([eiser] en [eiseres] tegen GEMEENTE LEIDEN). In deze zaak spreekt een particulier een gemeente aan wegens de onrechtmatige verstrekking van zijn persoonsgegevens aan een woningcorporatie in het kader van een woningkoop (koopgarantregeling). De eiser stelt dat deze gegevensverstrekking in strijd is met de AVG en daarmee een onrechtmatige overheidsdaad oplevert. Op grond van artikel 82 AVG vordert hij vergoeding van zowel materiële als immateriële schade. De gemeente voert aan dat de gegevensverstrekking noodzakelijk was binnen het kader van de kooptransactie en berustte op een geldige rechtsgrond, zodat geen sprake zou zijn van een AVG-schending.

IEF 23274

Belangenafweging privacy veroordeelde en persvrijheid bij online zittingsverslag NRC

Rechtbank Amsterdam 17 dec 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/belangenafweging-privacy-veroordeelde-en-persvrijheid-bij-online-zittingsverslag-nrc

Rb Amsterdam 17 december 2025, IEF 23274; ECLI:NL:RBAMS:2025:10200 ([eiser] tegen MEDIAHUIS NRC B.V.). De zaak betreft een zorgverlener die in 2022 is veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf (waarvan een half jaar voorwaardelijk) wegens seksuele uitbuiting van twee 17‑jarige meisjes, over wie NRC een artikel in de rubriek “De Zitting” publiceerde met vermelding van zijn voornaam, leeftijd en beroep. Volgens eiser is de publicatie onrechtmatig op grond van artikel 6:162 BW, omdat NRC zonder noodzaak strafrechtelijke persoonsgegevens verwerkt in strijd met zijn recht op eer en goede naam (artikel 8 EVRM) en in strijd met de AVG en de UAVG, met name omdat de gegevens niet noodzakelijk zouden zijn voor het doel van de publicatie. Eiser vordert dat NRC het artikel aanpast door deze persoonsgegevens te verwijderen, op straffe van een dwangsom, plus 750 euro immateriële schadevergoeding, subsidiair een voorziening waardoor NRC zijn strafrechtelijke persoonsgegevens niet meer verwerkt. NRC beroept zich op vrijheid van meningsuiting en persvrijheid en stelt dat het artikel feitelijk verslag doet van een openbare strafzitting, met bewust weglaten van de achternaam en andere privé‑details.