Overige  

IEF 22091

Uitspraak ingezonden door Otto Volgenant, Boekx

Hammy Media moet zelf video’s controleren op de vereiste toestemming

Hof Amsterdam 11 jun 2024, IEF 22091; C/13/729349 KG ZA 23-92 (Hammy Media tegen Stichting Offlimits), https://ie-forum.nl/artikelen/hammy-media-moet-zelf-video-s-controleren-op-de-vereiste-toestemming

Hof Amsterdam 11 juni 2024, IEF 22091, IT 4569; C/13/729349 KG ZA 23-92 (Hammy Media tegen Stichting Offlimits). Hammy Media komt in dit hoger beroep op tegen het kort geding van 2023 [zie IEF 21357, waarin Stichting Offlimits nog optrad onder haar vorige naam EOKM]. In hoger beroep is niet in geschil dat de feiten juist zijn weergegeven. Kort gezegd betreft de zaak een collectieve actie van Offlimits tegen het openbaarmaken van beeldmateriaal waarbij personen ontkleed te zien zijn op plekken waar zij zich opbespied wanen of onprofessioneel beeldmateriaal waarin personen herkenbaar worden getoond terwij zij in de privésfeer seksuele handelingen verrichten. Offlimits vorderde in het kort geding een wereldwijd verbod op deze openbaarmaking voor personen die in Nederland woonachtig zijn, en een verbod in Nederland voor personen die niet in Nederland woonachtig zijn. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Offlimits deels toegewezen. Dit resulteert erin dat Hammy Media 3 werkdagen de tijd heeft om een video te verwijderen nadat Offlimits melding maakt dat deze video onder het toegewezen verbod valt. Doet zij dit niet, dan geldt er een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 10.000, vermeerderd met € 500 euro per dag dat de video nog openbaar staat, met een maximum van € 30.000. 

IEF 22075

Vordering tot inzage in nog te publiceren boek wordt toegewezen

Rechtbanken 21 mei 2024, IEF 22075; ECLI:NL:RBGEL:2024:3102 (Eiser tegen gedaagde), https://ie-forum.nl/artikelen/vordering-tot-inzage-in-nog-te-publiceren-boek-wordt-toegewezen

Rb. Gelderland 21 mei 2024, IEF 220275, IT 4561; ECLI:NL:RBGEL:2024:3102 (Eiser tegen gedaagde). [Eiser] en [gedaagde] hebben samen een dochter en hebben een ouderschapsplan opgesteld. [Gedaagde] heeft een boek geschreven geïnspireerd op haar leven met een personage gebaseerd op [eiser] en is van plan dit binnenkort te publiceren. [Eiser] heeft meerdere malen via een tussenpersoon en later via een advocaat verzocht om inzage in het manuscript om bezwaren te kunnen maken, maar [gedaagde] heeft dit geweigerd. [Gedaagde] heeft op sociale media aangekondigd dat ze een boek schrijft dat op haar leven is gebaseerd. [Eiser] vordert bij dit kort geding [gedaagde] te bevelen een exemplaar ter inzage te verstrekken. [Eiser] wil vooraf inzage in het boek van [gedaagde] om mogelijke onrechtmatigheden te controleren, wat een beperking van [gedaagde]'s vrijheid van meningsuiting inhoudt. Deze inzageverplichting kan alleen worden opgelegd in zeer uitzonderlijke omstandigheden waar publicatie onherstelbare schade zou veroorzaken. Hoewel het boek nog niet is gepubliceerd, heeft [eiser] voldoende aanwijzingen dat het mogelijk schadelijk kan zijn, dus de vordering tot inzage wordt toegewezen, waarbij [gedaagde] het boek twee weken voor publicatie aan [eiser] moet voorleggen. Het verzoek om een verbod op publicatie zonder [eiser]'s schriftelijke toestemming wordt afgewezen omdat de precieze inhoud van het boek nog niet bekend is en het niet aan [eiser] is om dit te beoordelen. De vordering om het boek te verbieden voordat het is gepubliceerd wordt ook afgewezen. De proceskosten worden tussen de partijen gecompenseerd, gezien hun eerdere affectieve relatie.

IEF 22067

Uitspraak ingezonden door Arnout Groen, AC&R.

Uitlatingen deskundige in GIB/Zembla-uitzending zijn niet onrechtmatig

Gerechtshoven 28 mei 2024, IEF 22067; ECLI:NL:GHDHA:2024:811 (Appellant tegen GIB), https://ie-forum.nl/artikelen/uitlatingen-deskundige-in-gib-zembla-uitzending-zijn-niet-onrechtmatig

Hof Den Haag 28 mei 2024, IEF 22067; ECLI:NL:GHDHA:2024:811 (Appellant tegen GIB). Zie ook [IEF 22061]. Appellant is deskundige en heeft in een uitzending van Zembla kritiek geuit op het storten van granuliet in natuurplassen. GIB, de producent van het granuliet, beweert dat appellant onrechtmatig heeft gehandeld en haar reputatie heeft geschaad. Appellant verdedigt zich door te stellen dat hij handelde binnen zijn recht op vrijheid van meningsuiting. Het gaat om uitspraken waarin bedrijven worden beschuldigd van het illegaal storten van afvalstoffen. Appellant meent dat hij niet onrechtmatig jegens GIB heeft gehandeld en dat er, anders dan GIB meent, geen geldige toestemming was voor het storten van granuliet. De rechtbank in eerste aanleg was van oordeel dat appellant onrechtmatig handelde en veroordeelde hem tot het publiceren van een rectificatie en het vergoeden van de door GIB geleden schade, waarvan de omvang nog moet worden vastgesteld [zie IEF 20936]. Het hof komt echter tot een andere conclusie, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de vorderingen van GIB af.

IEF 22064

Growa B.V. schendt het bedrijfsgeheim niet, maar maakt wel inbreuk op Uniemerk

Rechtbanken 6 mei 2024, IEF 22064; ECLI:NL:RBDHA:2024:8046 (GreenV B.V. tegen Growa B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/growa-b-v-schendt-het-bedrijfsgeheim-niet-maar-maakt-wel-inbreuk-op-uniemerk

Rb. Den Haag 6 mei 2024, IEF 22064; ECLI:NL:RBDHA:2024:8046 (GreenV B.V. tegen Growa B.V.). GreenV, enig aaandeelhouder van een producent en leverancier van technische systemen voor tuinbouwkassen, stelt dat Growa onrechtmatig handelt door bedrijfsgeheimen te gebruiken zonder toestemming. Het gaat om het gebruik van een datasheet van GREENV de Growa-datasheet door Growa. Dit zou onrechtmatig zijn als bedoeld in artikel 2 lid 2 Wbb, omdat die datasheet kwalificeert als een bedrijfsgeheim als bedoeld in artikel 1 Wbb. Ook zou Growa inbreuk maken op het Uniemerk van GreenV zoals bedoeld in artikel 9 lid 2 sub a of b UMVo door in de e-mailhandtekening het Mexicaanse merk weer te geven. Growa betwist deze stellingen en stelt dat de voorzieningenrechter zich onbevoegd dient te verklaren, wijzend op de exclusieve forumkeuze voor de rechtbank Rotterdam in eerdere overeenkomsten. Omdat de forumclausule slechts ziet op de vaststellingsovereenkomst en niet op onderhavig geschil, verklaart de voorzieningenrechter zich bevoegd. De vordering betreffende het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen, wordt afgewezen, omdat noch in de dagvaarding, noch in de productie elementen zijn genoemd die een technisch voordeel en dus handelswaarde bezitten. Het gebruik van het teken veroorzaakt echter verwarringsgevaar bij het publiek. Het teken is immers auditief identiek aan de merken en bevat visueel veel overeenstemmingen. Ook is sprake van een grote mate van soortgelijkheid tussen de waren en diensten waarvoor de merken zijn ingeschreven en de waren en diensten waarvoor het teken wordt gebruikt. Er wordt een inbreuk op het Uniemerk geconstateerd. De voorzieningenrechter legt een inbreukverbod op.

IEF 22029

Uitspraak ingezonden door Thijs van Aerde, Houthoff, en Arnout Groen, AC&R

Disney mag overeenkomsten Buma/Stemra met andere aanbieders niet inzien

Rechtbanken 2 mei 2024, IEF 22029; C/13/733040 / HA RK 23/141 (Disney tegen Buma/Stemra), https://ie-forum.nl/artikelen/disney-mag-overeenkomsten-buma-stemra-met-andere-aanbieders-niet-inzien

Rb. Amsterdam 2 mei 2024, IEF 22029, IT 4546; C/13/733040 / HA RK 23/141 (Disney tegen Buma/Stemra). Disney maakt op haar platform Disney+, een subscription video on demand (hierna: SVOD)-dienst, gebruik van muziek die behoort tot het door Buma/Stemra beheerde repertoire. Voor dit gebruik hebben partijen een licentieovereenkomst gesloten. Disney stelt dat zij sterke indicaties heeft dat het tarief dat door Buma/Stemra wordt gehanteerd niet is gebaseerd op objectieve en niet-discriminerende criteria. Dit zou in strijd zijn met artikel 21 van de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (hierna: Wet Toezicht), artikel 102 van het VWEU en artikel 4 van de Mededingingswet. In verband daarmee verzoekt Disney bij de rechtbank op grond van artikel 843a Rv verstrekking van, primair, de meest recente overeenkomsten die Buma/Stemra met andere SVOD-aanbieders (waaronder Netflix en Apple) en, subsidiair, de geanonimiseerde versie van deze documenten. Uiterst subsidiair vordert Disney een door een onafhankelijk registeraccountant gecontroleerd en gewaarmerkt afschrift van informatie over de door Buma/Stemra toegepaste licentietarieven. Buma/Stemra betwist deze stellingen en betoogt dat het verzoek van Disney neerkomt op een “fishing expedition”.

IEF 22017

Conflict over uitleg schikkingsovereenkomst betreffende geoctrooieerde kits

Rechtbanken 13 mrt 2024, IEF 22017; ECLI:NL:RBDHA:2024:4939 (Giskit tegen Medical c.s. ), https://ie-forum.nl/artikelen/conflict-over-uitleg-schikkingsovereenkomst-betreffende-geoctrooieerde-kits

Rb. Den Haag 13 maart 2024, IEF 22017; ECLI:NL:RBDHA:2024:4939 (Giskit tegen Medical c.s.). Giskit houdt zich bezig met het ontwikkelen, octrooieren, maken, verkopen en distribueren van medische hulpmiddelen en farmaceutische producten. Medical Swan is een afnemer van Medical Device. Giskit heeft een technologie voor schuimechoscopie ontwikkeld en is aan de hand van deze technologie houdster van de octrooien EP 1 793 860 B1 (EP 860) en EP 2 488 211 B1 (EP 211). Eind 2016 is door Giskit mogelijke inbreuk geconstateerd. De producten waren, via Medical Swan, afkomstig van Medical Device. Giskit heeft Medical Swan en Medical Device op 15 december 2016 gesommeerd de inbreuk op de octrooien te staken. Medical Device en Medical Swan hebben de gestelde inbreuk in eerste instantie betwist. Partijen hebben uiteindelijk afspraken gemaakt, die zij hebben vastgelegd in schikkingsovereenkomsten. Medical Device zou hierna middelen voor schuimechoscopie verhandeld hebben en zodoende inbreuk op de octrooien van Giskit hebben gemaakt. Giskit vordert in de zaak 20-319 dat de rechtbank Medical Device veroordeelt tot nakoming van de schikkingsovereenkomst en tot betaling van de verbeurde boetes. In de zaak 20-180 worden soortgelijke vorderingen tegen Medical Swan ingesteld.

IEF 22012

Uitspraak ingezonden door Rogier de Vrey, CMS.

Schending geheimhoudingsovereenkomst leidt tot ongeldige octrooirechten

Rechtbanken 24 apr 2024, IEF 22012; ECLI:NL:RBDHA:2024:6307 (Ferm tegen Avery), https://ie-forum.nl/artikelen/schending-geheimhoudingsovereenkomst-leidt-tot-ongeldige-octrooirechten

Rb. Den Haag 24 april 2024, IEF 22012; ECLI:NL:RBDHA:2024:6307 (Ferm tegen Avery). Onderhavige uitspraak betreft de overweging van de rechtbank in twee samenhangende zaken. Ferm en ADE hebben samengewerkt aan het ontwikkelen van een concept om een RFID, een chip met antenne, te integreren in onder meer autobanden. In het kader van deze samenwerking hebben zij een geheimhoudingsovereenkomst gesloten. Ferm stelt in de zaak 20-180 dat ADE in strijd met deze overeenkomst informatie over het concept heeft gedeeld met ADC, dat behoort tot hetzelfde concern als ADE (ADE en ADC gezamenlijk: Avery). ADC zou hiervan hebben geprofiteerd en ook onrechtmatig hebben gehandeld jegens Ferm. Ferm vordert schadevergoeding. De rechtbank wijst dit toe en oordeelt hierbij dat ondanks de handelingen van partijen dateren van voor de inwerkingtreding van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen, deze toch toegepast dient te worden. Deze is immers een codificatie van het Nederlands leerstuk omtrent onrechtmatige verwerving van bedrijfsgeheimen. Voorts legt de rechtbank uit dat het feit dat bepaalde informatie (technologie) mogelijk als niet inventief wordt gezien in octrooirechtelijk zin, niets afdoet aan het feit dat het wel een bedrijfsgeheim kan zijn. Dit betoog van ADE faalt dus eveneens. De rechtbank oordeelt dat enkel profiteren van een wanprestatie geen onrechtmatigheid oplevert, maar er bijkomende omstandigheden moeten zijn om het als onbetamelijk te achten. In casu is sprake van dergelijke omstandigheden. Dat ADC niet bestreden heeft dat zij wist van het bestaan van de geheimhoudingsovereenkomst en dat Ferm nadeel moet lijden door de tekortkoming, zijn enkele voorbeelden van deze omstandigheden.

IEF 22008

Publicaties in krant over politicus zijn niet onrechtmatig

Gerechtshoven 23 apr 2024, IEF 22008; ECLI:NL:GHAMS:2024:1036 (NRC c.s. tegen geïntimeerde), https://ie-forum.nl/artikelen/publicaties-in-krant-over-politicus-zijn-niet-onrechtmatig

Hof Amsterdam 23 april 2024, IT 4536, IEF 22008; ECLI:NL:GHAMS:2024:1036 (NRC c.s. tegen geïntimeerde). Geïntimeerde was in de periode van 1999 tot 2005 werkzaam als wethouder en van 2005 tot 2023 Tweede Kamerlid. NRC en De Limburger hebben in hun krant en op hun website artikelen geplaatst over een grondtransactie en een vergunning voor het bouwen van een woning, waarbij geïntimeerde zou zijn bevoordeeld. Geïntimeerde bestrijdt dat hij is bevoordeeld en vraagt een verklaring voor recht dat de beschuldiging onrechtmatig is, een bevel de beschuldiging niet meer te uiten, rectificatie en een schadevergoeding. NRC c.s. betwist dit en stelt dat zij zeer zorgvuldig onderzoek gedaan heeft en dat de uitingen die voorliggen voldoende steun in de feiten vinden. Zij voert aan dat er sprake is van belangenverstrengeling van overheidsfunctionarissen en dat nu juist een actueel onderwerp van het publieke debat is.

IEF 22006

Uitspraak ingezonden door Maarten Rijks en Margot van Gerwen, Taylor Wessing.

Loungeset van Borek maakt geen inbreuk op IE-rechten Varico c.s.

Rechtbanken 22 apr 2024, IEF 22006; C/09/662217 / KG ZA 24-174 (Varico c.s. tegen Borek), https://ie-forum.nl/artikelen/loungeset-van-borek-maakt-geen-inbreuk-op-ie-rechten-varico-c-s

Rb. Den Haag 22 april 2024, IEF 22006; C/09/662217 / KG ZA 24-174 (Varico c.s. tegen Borek). Varico is rechthebbende op de intellectuele eigendomsrechten die rusten op het Suns tuinmeubilair. Sunsit beschikt over een licentie voor het gebruik van deze rechten. In 2020 heeft Varico de ‘Kota’ en ‘Aspen’ loungesets op de markt gebracht. Het verschil tussen de twee loungesets zit in het gebruikte materiaal voor de randen, aluminium bij de Kota en teakhout bij de Aspen. Borek is een bedrijf dat zich bezighoudt met de ontwikkeling en productie van tuinmeubilair. Voor het seizoen van 2024 biedt Borek een modulaire loungeset aan onder de naam ‘Yoi Vallon’. Net als de Kota en de Aspen bestaat de Yoi Vallon ook uit verschillende elementen die met elkaar gecombineerd kunnen worden. Bij brief van 23 januari 2024 heeft Varico c.s. Borek gesommeerd iedere inbreuk op de auteursrechten en Gemeenschapsmodelrechten met betrekking tot de Kota te staken en gestaakt te houden. In deze kortgedingprocedure vordert Varico c.s. een inbreukverbod. Zij legt hieraan primair ten grondslag dat Borek inbreuk maakt op haar Gemeenschapsmodellen als bedoeld in artikel 19 lid 1 GModVo. Ook voert zij aan dat sprake is van auteursrechtinbreuk en een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Borek betwist dit.

IEF 22002

Muzieklicentie niet met terugwerkende kracht beëindigd

Rechtbanken 14 feb 2024, IEF 22002; ECLI:NL:RBNHO:2024:1174 (Buma en Sena tegen gedaagden), https://ie-forum.nl/artikelen/muzieklicentie-niet-met-terugwerkende-kracht-beeindigd

Rb. Noord-Holland 14 februari 2024, IEF 22002; ECLI:NL:RBNHO:2024:1174 (Buma en Sena tegen gedaagden). Buma en Sena vorderen dat de kantonrechter gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 1.148,85 voor het openbaar maken van muziek als bedoeld in artikel 7 lid 1 Wet op de naburige rechten en artikel 12 Auteurswet. Buma en Sena baseren hun vordering op de gesloten licentieovereenkomsten, waaruit volgt dat gedaagden jaarlijks een vergoeding aan Buma en Sena verschuldigd zijn. Gedaagden zijn, ondanks daartoe te zijn aangemaand, in gebreke met betaling van de vergoeding over de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 april 2023. De licentie is naar aanleiding van een opzegging op kortere termijn beëindigd, waardoor voor de periode van 1 mei 2023 tot en met 31 december 2023 een creditnota is verstrekt. Gedaagden hebben niet meer gereageerd op de betalingsherinneringen, wat voor Buma en Sena aanleiding is geweest om ook veroordeling tot betaling van de proceskosten te vorderen. De stelling dat de licentie met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 beëindigd kon worden en beëindigd is, is door gedaagden niet onderbouwd. De kantonrechter veroordeelt gedaagden tot betaling voor de periode 1 januari 2023 tot en met 30 april 2023 € 964,39 (de totale hoofdsom van € 2.893,10 – de creditering van € 1.928,71). De proceskosten van € 838,66 komen ook voor rekening van gedaagden.