PWN moet NAW-gegevens contractanten aan Cocensus verstrekken
Rb Noord-Holland 24 februari 2026, IEF 23330; ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 (Cocensus tegen PWN). Cocensus heft en int voor veertien Noord-Hollandse gemeenten de rioolheffing en baseert zich daarbij op verordeningen waarin eigendom/gebruik van een perceel dat op de riolering is aangesloten en het waterverbruik (m³ leidingwater) als heffingsmaatstaf gelden. Cocensus ontving jarenlang op grond van het Bggb van PWN bulkdatasets per gemeente met onder meer NAW-gegevens van alle contractanten, het verbruiksadres en het verbruik, maar PWN is per 1 oktober 2024 uit privacy‑ en datalekoverwegingen gestopt met het meesturen van NAW‑gegevens en levert sindsdien alleen nog verbruiksgegevens. Cocensus vordert in kort geding dat PWN voor de in de uitspraak genoemde gemeenten onverwijld weer alle in productie 7 in de kolom “Nodig voor belastingheffing” oranje gemarkeerde gegevens (waaronder NAW van contractanten en een partnersoort‑code) verstrekt, op straffe van een dwangsom van 2.500 euro per dag met een maximum van 100.000 euro, plus veroordeling in de proceskosten. Zij stelt dat PWN als informatieplichtige in de zin van artikel 1 en 5 Bggb wettelijk verplicht is die gegevens te leveren, dat zij de gegevens verwerkt ter uitvoering van een taak van algemeen belang (belastingheffing) zodat de verwerking AVG‑conform is, en dat zij de gegevens dringend nodig heeft om binnen drie jaar juiste aanslagen op te leggen en verordeningen rioolheffing passend vorm te geven. PWN voert verweer dat zij als verwerkingsverantwoordelijke aan de AVG moet voldoen, dat bulkverstrekking van NAW‑gegevens in strijd is met dataminimalisatie, dat artikel 5 Bggb alleen NAW‑gegevens van belastingplichtigen zou betreffen (en de contractant niet steeds de belastingplichtige is), dat gemeenten via BRP en BRK zelf belastingplichtigen kunnen bepalen, dat zij in incidentele gevallen nog wel NAW wil geven en dat een spoedeisend belang ontbreekt omdat gemeenten na de wijziging toch aanslagen hebben opgelegd en verordeningen voor 2025 en 2026 hebben vastgesteld.