Gepubliceerd op woensdag 6 juni 2018
IEF 17744
Hof Den Haag ||
5 jun 2018
Hof Den Haag 5 jun 2018, IEF 17744; ECLI:NL:GHDHA:2018:1271 (High Point tegen KPN), https://ie-forum.nl/artikelen/betoog-over-geldigheid-van-octrooi-in-ruime-vorm-achterhaald-na-centrale-beperking

Betoog over geldigheid van octrooi in ruime vorm achterhaald na centrale beperking

Hof Den Haag 5 juni 2018, IEF 17744; ECLI:NL:GHDHA:2018:1271 (High Point tegen KPN) Octrooirecht. Betoog over geldigheid octrooi EP0522772 zoals verleend achterhaald door centrale beperking van octrooiconclusies en in strijd met de goede procesorde. Proceskosten. Na de centrale beperking van het octrooi is het bij de memorie van grieven door High Point naar voren gebrachte betoog over de geldigheid van het octrooi in ruime vorm achterhaald. Het octrooi wordt in ruime vorm door High Point niet meer verdedigd, het betoog over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm is in hoger beroep te laat naar voren gebracht en dus buiten beschouwing moet worden gelaten. Er zijn dus geen doeltreffende grieven tegen het oordeel van de rechtbank dat het octrooi niet geldig is. De rechtbank heeft in de nietigheidszaak de vorderingen van KPN terecht toegewezen en heeft in de inbreukzaak de vorderingen van High Point terecht afgewezen. Proceskostenveroordeling €527.307,87.

2.7. Ook blijft staan dat High Point haar betoog dat het octrooi in de beperkte vorm geldig is, veel eerder naar voren had kunnen brengen. Dat de centrale beperking pas recent heeft plaatsgevonden, is niet beslissend. Vast staat namelijk dat High Point het verzoek tot centrale beperking uitsluitend heeft gedaan met het oog op deze procedure in Nederland en dat die beperking een reactie is op nietigheidsbezwaren die KPN al direct bij aanvang van de procedures in eerste aanleg naar voren heeft gebracht. Het late stadium waarin de centrale beperking tot stand is gekomen, is het gevolg van de eigen keuze van High Point om haar verzoek tot centrale beperking pas in een laat stadium van deze procedure in te dienen bij het EOB. Bovendien is voor het naar voren brengen van het betoog dat het octrooi in beperkte vorm geldig is, niet vereist dat het octrooi centraal beperkt is. Het betoog van High Point dat eerdere indiening van het verzoek tot centrale beperking procedures in andere landen zouden hebben gecompliceerd, treft dan ook geen doel. Als High Point eerder naar voren had willen brengen dat het octrooi in beperkte vorm geldig is zonder de destijds lopende buitenlandse procedures te compliceren, had zij de beperking in deze procedure naar voren kunnen brengen in de vorm van een tijdig ingediend hulpverzoek of gewijzigd hoofdverzoek voor het Nederlandse deel van het octrooi.
2.8. Een ander oordeel over de toelaatbaarheid van het betoog over de geldigheid van het octrooi in beperkte vorm volgt, anders dan High Point suggereert, ook niet uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak Scimed/Medinol (HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412). In die zaak ging het om een centrale beperking van een octrooi die overeen kwam met een hulpverzoek dat het hof uitdrukkelijk niet ontoelaatbaar had gevonden en dus al inhoudelijk had beoordeeld. Anders dan High Point in deze zaak, omzeilde Scimed met het beroep op de centraal beperkte conclusies dus niet een eerdere weigering van gewijzigde octrooiconclusies. Bovendien vormden de toelaatbaarheid van dat hulpverzoek en de verenigbaarheid van het beroep op centraal beperkte octrooiconclusies met de eisen van de goede procesorde geen onderwerp van het geschil in cassatie. In het arrest heeft de Hoge Raad dan ook geen oordeel gegeven over de verenigbaarheid van het beroep op centraal beperkte octrooiconclusies met de eisen van de goede procesorde. In dat licht kan de door High Point aangehaalde overweging in het Scimed/Medinol-arrest dat doel en strekking van het EOV enerzijds en de proceseconomie anderzijds meebrengen dat het hof moet uitgaan van het door de centrale beperking gewijzigde octrooi, niet worden gelezen als een absolute regel die onder alle omstandigheden voorgaat op de eisen van de goede procesorde.
2.9. Het gegeven dat het EOV High Point het recht geeft haar octrooi centraal te beperken, kan niet leiden tot een andere conclusie. Zoals High Point zelf heeft opgemerkt (pleitnotities ten behoeve van comparitie, paragraaf 50), staat dat recht niet in de weg aan nationale procesrechtelijke beperkingen aan het beroep op een centrale beperking van een octrooi. Het EOV bevat geen uitdrukkelijke regeling voor de samenloop van een centrale beperking en nationale procedures waarin de geldigheid van een octrooi aan de orde is, maar wel een voor de daarmee vergelijkbare samenloop van een verzoek tot centrale beperking en een oppositieprocedure. Uit die regeling blijkt de voorrang van de procedure waarin de geldigheid van het octrooi wordt aangevochten, boven de procedure tot centrale beperking. Artikel 105a, tweede lid, EOV bepaalt dat het verzoek tot centrale beperking niet kan worden ingediend hangende een oppositieprocedure. Regel 93, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling EOV bepaalt dat de procedure tot centrale beperking van een octrooi wordt beëindigd als een oppositieprocedure aanhangig wordt gemaakt.