Octrooirecht  

IEF 23532

UPC CoA: verlof tot hoger beroep tegen kostenbeslissing en toepassing hoor en wederhoor

Unified Patent Court (UPC) 21 apr 2026, IEF 23532; UPC_CoA_49/2026 ((Guardant Health tegen Sophia Genetics)), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verlof-tot-hoger-beroep-tegen-kostenbeslissing-en-toepassing-hoor-en-wederhoor

UPC CoA 21 april 2026, IEF 23532; UPC_CoA_49/2026 (Guardant Health tegen Sophia Genetics). In een procedure tussen Guardant Health en Sophia Genetics heeft de Court of Appeal van het Unified Patent Court verlof verleend tot hoger beroep tegen een kostenbeslissing van de Local Division Parijs (zie ook art. 76(2) UPCA en Rules 157 en 221 RoP). De beslissing draait om de vraag of de kosten konden worden vastgesteld zonder dat de wederpartij toegang had tot de volledige kostenonderbouwing. Guardant had in augustus 2025 voorlopige voorzieningen gevorderd wegens vermeende octrooi-inbreuk. De Local Division wees deze vorderingen in januari 2026 grotendeels af en kende Sophia een interim proceskostenvergoeding toe van €400.000. In de daaropvolgende kostenprocedure diende Sophia een nadere kostenaanvraag in, met verzoek om vertrouwelijke behandeling van (delen van) de onderliggende stukken. Bij procedural order van 16 maart 2026 werden de gevorderde kosten vastgesteld op €600.000 (inclusief de interim-vergoeding), terwijl bepaalde kostengegevens vertrouwelijk bleven en slechts beperkt toegankelijk waren.

IEF 23493

Kort geding over EP 2 700 765 voor trapbekleding: vorderingen afgewezen wegens serieuze kans op vernietiging van het octrooi

Rechtbank Den Haag 10 apr 2026, IEF 23493; ECLI:NL:RBDHA:2026:8972 (I4F tegen Van Dijk), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-ep-2-700-765-voor-trapbekleding-vorderingen-afgewezen-wegens-serieuze-kans-op-vernietiging-van-het-octrooi

Rb. Den Haag 10 april 2026, IEF 23493; ECLI:NL:RBDHA:2026:8972 (I4F tegen Van Dijk). In dit kort geding tussen I4F Licensing NV en Van Dijk Postforming & Vlakverlijming B.V. stond de handhaving centraal van het Nederlandse deel van Europees octrooi EP 2 700 765, dat ziet op een paneel voor onder meer trapbekleding. Octrooihoudster is Vakman Interieur Concepten B.V. (VIC); I4F beschikt over een exclusieve licentie en was door VIC gemachtigd het octrooi jegens derden te handhaven. I4F stelde dat de door Van Dijk geproduceerde en verkochte MexForm LVT-trappanelen inbreuk maakten op conclusie 1 en de afhankelijke conclusies 2 tot en met 13 van EP 765, en vorderde onder meer een inbreukverbod, opgave, recall, afgifte ter vernietiging, proceskosten ex art. 1019h Rv en bepaling van een termijn ex art. 1019i Rv. De voorzieningenrechter achtte zich bevoegd op grond van art. 4 Brussel I-bis, terwijl de relatieve bevoegdheid volgde uit art. 80 lid 2, onder a, ROW 1995; ook het spoedeisend belang werd aangenomen wegens de gestelde voortdurende inbreuk. Bij de inhoudelijke beoordeling stelde de rechter voorop dat een voorlopige maatregel wegens octrooi-inbreuk in beginsel moet worden geweigerd wanneer een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het ingeroepen octrooi in een bodemprocedure nietig zal worden geoordeeld.

IEF 23460

Overzicht UPC-uitspraken

Overzicht UPC-uitspraken 2 april t/m 8 april 2026

8 april 2026

UPC-CFI 280/2025
Gerecht
: Munich (DE) Central Division - Section
Type procedure: Revocation Action
Partijen: WIRPLAST – Więcek Spółka Jawna tegen VILPE Oy
Waar gaat het over: een nietigheidsactie bij de centrale divisie in München in een octrooigeschil tussen WIRPLAST en VILPE, vermoedelijk in een industrieel-technische context.

7 april 2026

UPC_CFI_2255/2025
Gerecht
: Hamburg (DE) Local Division
Type procedure: Application for provisional measures
Partijen: Dyson Technology Limited tegen DREAME INTERNATIONAL (HONGKONG) LIMITED e.a.
Waar gaat het over: een verzoek om voorlopige maatregelen in een octrooigeschil in de consumententechnologie-/huishoudapparatensector.

UPC_CFI_249/2026
Gerecht
: Düsseldorf (DE) Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Guangdong OPPO Mobile Telecommunications Corp. Ltd, Orope Germany GmbH tegen Koninklijke KPN N.V
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de telecom- en mobiele communicatiesector.

UPC-CFI-0000850/2026
Gerecht: Lisbon (PT) Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Shenzhen Transsion Holdings Co. Ltd. tegen Telefonaktiebolaget LM Ericsson, Ericsson Holding International B.V., Ericsson Telecommunicatie B.V., Ericsson Telecommunicações Lda
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de telecomsector tussen Transsion en verschillende Ericsson-entiteiten.

IEF 23447

Prejudiciële vragen gesteld over de Geneesmiddelenrichtlijn

HvJ EU 30 dec 2025, IEF 23447; C-877/25 ( College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-de-geneesmiddelenrichtlijn

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 30 december 2025; IEF 23447; LS&R 2371; IEFbe 4182; C-877/25 (College ter beoordeling van geneesmiddelen, Laboratorios Cinfa SA, Laboratorios Normon, SA, Zentiva k.s., Win Medica SA, Refarm SA tegen Organon NV) via MinBuza. Verzoeker heeft in Nederland handelsvergunningen aangevraagd voor geneesmiddelen bij het College van beoordeling van geneesmiddelen (CBG), voor de combinatie van twee werkzame stoffen. De aanvraag werd goedgekeurd, maar de rechtbank oordeelde daarna dat dit onterecht was. De twee werkzame stoffen werden al in een ander geneesmiddel samengevoegd, waarvan de beschermingsperiode nog liep. De Afdeling twijfelt over hoe artikel 10ter van de Geneesmiddelenrichtlijn moet worden uitgelegd, in het bijzonder of het mogelijk is dat meerdere vergunningen worden verleend voor dezelfde combinatie van werkzame stoffen op grond van dat artikel.

IEF 23446

Prejudiciële vragen gesteld over het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen

HvJ EU 5 dec 2025, IEF 23446; C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.), https://ie-forum.nl/artikelen/prejudiciele-vragen-gesteld-over-het-aanvullende-beschermingscertificaat-voor-geneesmiddelen

Prejudiciële vragen gesteld aan Hof van Justitie EU 5 december 2025, IEFbe 23446; LS&R 2370; IEFbe 4181;  C-794/25 (Stada Arzneimittel AG tegen Takeda Pharmaceuticals USA, Inc., og Takeda Pharmaceutical Company Ltd.) via MinBuza. Verzoeker is ‘Stada Arzneimittel’, een farmaceutische onderneming in Duitsland. Stada heeft tegen twee Japanse farmaceutische ondernemingen een vordering ingesteld, strekkende tot ongeldigverklaring van het Deense aanvullende beschermingscertificaat voor medicatie. Zij hebben een beschermingscertificaat voor de ADHD-medicatie ‘dexamfetamine’. Ter discussie staat of dat certificaat ook bescherming biedt aan de medicatie ‘lisdexamfetamine’ (wat een derivaat is van de werkzame stof dexamfetamine) of dat deze medicatie een apart (of aanvullend) beschermingscertificaat vereist. Onderliggend is de vraag naar de betekenis van ‘product’ en ‘werkzame stof’ in de zin van artikel 1, onder b), van de verordening.

IEF 23444

Overzicht UPC-uitspraken

Overzicht UPC-uitspraken 26 maart t/m 1 april 2026

1 april 2026

UPC_CFI_1034/2025; UPC_CFI_931/2026
Gerecht: Düsseldorf Local Division
Type procedure: Application RoP262A
Partijen: Yangtze Memory Technologies Co., Ltd. tegen Micron Technology, Inc. e.a.
Waar gaat het over: een verzoekprocedure op grond van RoP 262A in een octrooigeschil in de halfgeleider-/geheugentechnologiesector.

UPC-CFI-00001920/2025
Gerecht
: Lisbon Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Illumina, Inc. tegen Element Biosciences, Inc., Element Biosciences Netherlands B.V. en Instrumentos de Laboratório e Científicos, LDA
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure in de biotech-/DNA-sequencingsector.

31 maart 2026

UPC_CFI_360/2025
Gerecht: Hamburg Local Division
Type procedure: Infringement Action
Partijen: Nixu FL IP Protection LLC tegen INFOBLOX INC. e.a.
Waar gaat het over: een octrooi-inbreukprocedure, vermoedelijk op het terrein van netwerk- of IT-technologie.

IEF 23434

UPC staat private transcripties van zittingsopnamen toe in InterDigital/Amazon‑zaak

Unified Patent Court (UPC) 30 mrt 2026, IEF 23434; UPC-COA-0000012/2026 (Amazon.com, Inc., Amazon Digital UK Limited, Amazon Europe Core S.à.r.l., Amazon EU S.à.r.l., Amazon Technologies, Inc., v. InterDigital VC Holdings, Inc., InterDigital Patent Holdings, Inc., InterDigital Madison Patent Holdings, SAS, InterDigital CE Pate), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-staat-private-transcripties-van-zittingsopnamen-toe-in-interdigital-amazon-zaak

UPC CoA 30 maart 2026, IEF 23434; UPC-COA-0000012/2026 (Amazon.com, Inc., Amazon Digital UK Limited, Amazon Europe Core S.à.r.l., Amazon EU S.à.r.l., Amazon Technologies, Inc., v. InterDigital VC Holdings, Inc., InterDigital Patent Holdings, Inc., InterDigital Madison Patent Holdings, SAS, InterDigital CE Patent Holdings, SAS). De zaak betreft een incident in een SEP-geschil tussen Amazon en InterDigital bij de Local Division Mannheim, waarin op 14 november 2025 een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden en daarvan op grond van Rule 115 RoP een geluidsopname is gemaakt. Amazon verzocht kort nadien op basis van Rule 115 om toegang tot die opname bij de Local Division Düsseldorf en om, met behulp van een door haar in te schakelen professionele transcribent, aantekeningen te kunnen maken die in feite neerkomen op een (nagenoeg) volledige transcriptie. InterDigital schaarde zich achter het verzoek tot toegang, maar liet de vraag of een stenograaf mocht worden ingezet aan het hof. De rechter-rapporteur in eerste aanleg stond het beluisteren van de opname in Düsseldorf wel toe, maar wees het gebruik van een stenograaf en het maken van een volledige private transcriptie af, onder meer uit vrees voor ongecontroleerde verspreiding buiten de UPC, mogelijke misbruikscenario’s (zoals “beauty contests” door advocatenkantoren) en het ontbreken van een grondslag in Rule 115 RoP. Het panel van de Local Division bekrachtigde dit bij beschikking van 16 januari 2026, oordeelde dat de belangen van het Hof bij een “open atmosphere of exchange” zwaarder wogen dan het belang van partijen bij een niet‑autoritatieve woordelijke weergave, en achtte private transcripties nutteloos omdat zij geen bewijskracht hebben naast de officiële audio. Amazon stelde vervolgens hoger beroep in, voerde aan dat de tekst en ontstaansgeschiedenis van Rule 115 RoP een veel minder restrictieve lezing vereisen, dat “shall be made available” geen rechterlijke beoordelingsruimte laat voor toegang, dat het zwijgen van Rule 115 over private transcripties eerder duidt op toelating dan op een verbod en dat praktische en ethische waarborgen eventuele misbruiken kunnen ondervangen. Volgens Amazon is een schriftelijke transcriptie, desnoods via een assistent of stenograaf onder toezicht van haar UPC‑raadsman, een legitiem hulpmiddel voor interne dossiervorming, internationale coördinatie en eventuele verdere processtappen, zowel binnen als buiten de UPC, zonder dat daarmee de audio‑opname als enige authentieke bron wordt aangetast.

IEF 23435

Conclusie A-G over exportvrijstelling bij ABC’s: geen vooraf vereiste handelsvergunning, geen eis van reeds rechtenvrije exportlanden en ruimte voor voorraadvorming voor export

Hoge Raad 27 apr 2026, IEF 23435; ECLI:NL:PHR:2026:318 (Janssen Biotech Inc tegen Samsung Bioepis NL B.V.), https://ie-forum.nl/artikelen/conclusie-a-g-over-exportvrijstelling-bij-abc-s-geen-vooraf-vereiste-handelsvergunning-geen-eis-van-reeds-rechtenvrije-exportlanden-en-ruimte-voor-voorraadvorming-voor-export

Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2026, IEF 23435; ECLI:NL:PHR:2026:318 (Janssen tegen SB). In Conclusie A-G Van Peursem staat de uitleg centraal van de productie-voor-export-vrijstelling van art. 5 lid 2, onder a, sub i en ii, van Verordening (EG) nr. 469/2009 inzake aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen, zoals gewijzigd door Verordening (EU) 2019/933. Janssen is houdster van aanvullende beschermingscertificaten voor ustekinumab in onder meer Denemarken en Italië en stelt dat Samsung Bioepis NL B.V. (SB) inbreuk maakt door een biosimilar van ustekinumab (SB17) in die landen te vervaardigen en/of op te slaan voor export naar derde landen zoals het VK, Canada en Zuid-Korea. SB heeft in oktober 2023 kennisgevingen gedaan bij de Deense en Italiaanse autoriteiten waarin zij productie en opslag aankondigt met het oog op “export and storing”, en heeft later de beoogde exportlanden en uiteindelijk ook de referentienummers van de handelsvergunningen meegedeeld zodra die publiek beschikbaar kwamen. Tussen partijen staat vast dat SB voor productie voor de Uniemarkt voldeed aan de afzonderlijke EU-stockpile-vrijstelling; het geschil ziet dus alleen op de exportvrijstelling. In eerste aanleg en in hoger beroep is Janssen in het ongelijk gesteld. In cassatie betoogt zij dat het hof de doelstellingen van de gewijzigde ABC-Verordening verkeerd heeft uitgelegd, ten onrechte voorraadvorming voor toekomstige export naar derde landen heeft aanvaard, en heeft miskend dat bij kennisgeving of uiterlijk bij aanvang van de productie al een handelsvergunning moet bestaan en dat de exportlanden dan ook al rechtenvrij moeten zijn. De A-G concludeert echter dat deze cassatieklachten niet slagen en ziet in dit kort geding ook geen noodzaak om prejudiciële vragen te stellen, hoewel hij onderkent dat hierover in Europa uiteenlopende rechtspraak bestaat.

IEF 23381

Voorlopig geen octrooi-inbreuk aangenomen bij composteerbare koffiecapsules

Rechtbank Den Haag 20 mrt 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in), https://ie-forum.nl/artikelen/voorlopig-geen-octrooi-inbreuk-aangenomen-bij-composteerbare-koffiecapsules

Rb. Den Haag 20 maart 2026, IEF 23381; ECLI:NL:RBDHA:2026:6008 (Ox Barrier tegen De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul’in). In dit kort geding vorderde Ox Barrier een verbod en nevenvoorzieningen tegen De Koffiejongens wegens gestelde directe en indirecte inbreuk op Europees octrooi EP 3 145 838 B1, dat ziet op composteerbare koffiecapsules met een meerlagig afsluitelement. De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag achtte zich exclusief bevoegd op grond van art. 80 lid 2 onder a ROW en nam ook spoedeisend belang aan, ondanks het feit dat Ox Barrier al langer bekend was met de capsules, omdat de verkoop sinds 29 september 2025 was uitgebreid naar circa 800 Albert Heijn-filialen en de vermeende inbreuk daardoor was geïntensiveerd. Wel benadrukte de rechter dat de drempel voor toewijzing van een voorlopig verbod hoog lag, omdat De Koffiejongens stelde dat een verbod tot zeer zware, mogelijk faillissementsachtige gevolgen zou leiden, terwijl eventuele schade van Ox Barrier in beginsel achteraf via een licentievergoeding te begroten zou zijn.

IEF 23373

Keeex/Adobe: grens getrokken aan wereldwijde UPC‑bevoegdheid

Unified Patent Court (UPC) 13 mrt 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS), https://ie-forum.nl/artikelen/keeex-adobe-grens-getrokken-aan-wereldwijde-upc-bevoegdheid

UPC CoA 13 maart 2026, IEF 23373; UPC-COA-0000922/2025, UPC-COA-0000923/2025, UPC-COA-0000924/2025, UPC-COA-0000925/2025 (ADOBE INC., ADOBE SYSTEMS SOFTWARE IRELAND LIMITED, OPENAI LP, OPENAI OPCO LLC, OPEN AI IRELAND LTD, TRUEPIC INC., JOINT DEVELOPMENT FOUNDATION PROJECTS LLC, COALITION FOR CONTENT PROVENANCE AND AUTHENTICITY tegen KEEEX SAS). Keeex SAS heeft bij de Paris Local Division een inbreukvordering ingesteld op EP 2 949 070 (methode voor externe verificatie van integriteit en authenticiteit van digitale databestanden) tegen meerdere buitenlandse ICT‑bedrijven: Adobe (VS en IE), OpenAI (VS en IE), Truepic (VS) en Joint Development Foundation/Coalition for Content Provenance and Authenticity (VS). Keeex beriep zich op online aangeboden integriteits‑verificatiesoftware en stelde dat de schade wereldwijd was en alle territoria van het Europese octrooi bestreek. De gedaagden voerden in preliminaire excepties verweer tegen de interne en internationale bevoegdheid van de UPC, met name voor inbreuk in Zwitserland, Spanje, VK, Ierland, Noorwegen en Polen. De Paris Local Division verwierp deze excepties en aanvaardde bevoegdheid, ook voor die niet‑UPC‑staten, door te verwijzen naar het BSH‑arrest van het HvJ, waarop Adobe c.s., OpenAI, Truepic en Joint Development Foundation in verschillende hoger beroepen aanvoeren dat de UPC haar internationale bevoegdheid ten onrechte op art. 7 lid 2 Brussel I‑bis heeft gebaseerd en ten onrechte ver buiten de UPC‑territoria heeft uitgebreid. Keeex vroeg bevestiging van de beslissing en beriep zich onder meer op art. 14 Frans BW, art. 6 en 71b lid 3 Brussel I‑bis, waarbij zij stelde dat de UPC op grond van laatstgenoemde bepaling ook bevoegd is voor inbreuk buiten de Unie, nu Adobe en OpenAI via Franse dochters vermogensbestanddelen in UPC‑staten hebben.