Octrooirecht  

IEF 23852

UPC CoA: beroep tegen afwijzing bewijsverzoek moet binnen 15 dagen worden ingesteld

Unified Patent Court (UPC) 17 aug 2026, IEF 23852; UPC_CoA_69/2026; UPC_CoA_71/2026; UPC_CoA_72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/upc-coa-beroep-tegen-afwijzing-bewijsverzoek-moet-binnen-15-dagen-worden-ingesteld

UPC CoA 17 augustus 2026, IEF 23852; IEFbe 4312; UPC_CoA_69/2026; UPC_CoA_71/2026; UPC_CoA_72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm). In deze zaak tussen Network System Technologies (NST) en Qualcomm staat de vraag centraal binnen welke termijn beroep moet worden ingesteld tegen de afwijzing van een verzoek om overlegging van bewijs op grond van artikel 59 UPCA en R. 190 RoP. NST had Qualcomm in drie inbreukprocedures verzocht broncode en technische documentatie met betrekking tot haar NoC-technologie over te leggen. De Munich Local Division wees deze verzoeken af en nam die afwijzing op in haar beslissingen in de hoofdprocedures. NST stelde daartegen pas in haar beroep tegen die beslissingen bezwaren aan de orde en diende daarnaast bij het Court of Appeal opnieuw verzoeken op grond van R. 190 RoP in.

IEF 23843

UPC CoA: ontbrekende handtekening maakt hoger beroep niet-ontvankelijk

Unified Patent Court (UPC) 21 aug 2026, IEF 23843; UPC_CoA_894/2025 (Windhager tegen bellissa HAAS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/upc-coa-ontbrekende-handtekening-maakt-hoger-beroep-niet-ontvankelijk

UPC CoA 21 augustus 2026, IEF 23843; IEFbe 4311; UPC_CoA_894/2025 (Windhager tegen bellissa HAAS). In deze zaak tussen Windhager en bellissa HAAS staat de ontvankelijkheid van het hoger beroep centraal. Windhager stelde beroep in tegen een beslissing van de Lokale Afdeling Mannheim, maar diende zowel de oorspronkelijke als de herstelde Statement of Appeal zonder elektronische handtekening in. Pas na afloop van de beroepstermijn werd een ondertekende versie ingediend.

IEF 23841

UPC CoA: commerciële marktgegevens kunnen als vertrouwelijke informatie worden beschermd

Unified Patent Court (UPC) 10 jun 2026, IEF 23841; UPC_CoA_61/2026 (SharkNinja tegen SEB), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/upc-coa-commerciele-marktgegevens-kunnen-als-vertrouwelijke-informatie-worden-beschermd

UPC CoA 10 juni 2026, IEF 23841; IEFbe 4310; UPC_CoA_61/2026 (SharkNinja tegen SEB). In deze zaak tussen SharkNinja en SEB staat de vraag centraal in hoeverre commerciële marktgegevens als vertrouwelijke informatie kunnen worden beschermd en wie toegang tot die informatie mag krijgen. Het Hof oordeelt dat R. 262A RoP niet alleen ziet op bedrijfsgeheimen in strikte zin, maar ook op andere vertrouwelijke informatie als bedoeld in art. 58 UPCA. De betrokken marktgegevens over SharkNinja’s Ninja Foodi-producten vallen daaronder, mede omdat zij afkomstig zijn van commerciële dataproviders en onder vertrouwelijkheidsverplichtingen beschikbaar zijn gesteld.

IEF 23840

UPC CoA: evidente fout leidt niet tot schorsing gehele beslissing

Unified Patent Court (UPC) 21 aug 2026, IEF 23840; UPC_CoA_135/2026 (Nuna tegen Cybex), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/upc-coa-evidente-fout-leidt-niet-tot-schorsing-gehele-beslissing

UPC CoA 21 augustus 2026, IEF 23840; IEFbe 4309; UPC_CoA_135/2026 (Nuna tegen Cybex). In deze zaak tussen Nuna enerzijds en Cybex anderzijds staat de vraag centraal of het beroep tegen een voorlopige voorziening van de Local Division Hamburg opschortende werking moet krijgen. Cybex stelt dat verschillende onderdelen van een kinderzitjessysteem inbreuk maken op EP 4 242 056. De Local Divison achtte zowel directe als indirecte inbreuk waarschijnlijk, maar nam in het bevel over de indirecte inbreuk een aanvullende verplichting op die Cybex niet had gevorderd.

IEF 23824

Procedures over CRISPR-Cas-octrooi EP 457 geschorst in afwachting van EOB-beroep

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IEF 23824; ECLI:NL:RBDHA:2026:25469 (Vertex tegen ToolGen en ToolGen tegen Lonza), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/procedures-over-crispr-cas-octrooi-ep-457-geschorst-in-afwachting-van-eob-beroep

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23824; ECLI:NL:RBDHA:2026:25469 (Vertex tegen ToolGen en ToolGen tegen Lonza). De rechtbank schorst twee rolgevoegde procedures over Europees octrooi EP 4 357 457 van ToolGen, dat betrekking heeft op CRISPR-Cas-technologie. In de Vertex-zaak vordert Vertex vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457, terwijl ToolGen in reconventie een verbod vordert tegen het volgens haar uitlokken, bevorderen en/of faciliteren van inbreuk op het octrooi. In de Lonza-zaak vordert ToolGen een verbod op inbreuk door Lonza en vordert Lonza in reconventie vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457. Tegen de verlening van EP 457 zijn drie opposities bij het Europees Octrooibureau ingesteld, waaronder door Vertex. De Oppositiedivisie heeft het octrooi op 27 mei 2026 herroepen. Uit de op 28 juli 2026 gepubliceerde motivering volgt dat volgens de Oppositiedivisie zowel het octrooi zoals verleend als de in de oppositieprocedure ingediende hulpverzoeken op meerdere gronden niet voldoen aan artikel 76 lid 1 EOV wegens toegevoegde materie ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende aanvraag. ToolGen heeft op 24 augustus 2026 tegen die beslissing beroep ingesteld bij de Technische Kamer van Beroep van het EOB.

IEF 23758

Hof ’s-Hertogenbosch: tweede licentieovereenkomst verhindert nakoming eerste licentieovereenkomst niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 dec 2025, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-s-hertogenbosch-tweede-licentieovereenkomst-verhindert-nakoming-eerste-licentieovereenkomst-niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 december 2025, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS). Isowrap sluit op 12 februari 2025 met IFS een licentieovereenkomst waarbij IFS voor vijf jaar het exclusieve gebruik krijgt van het octrooi op het Isobooster-product en van de handelsnaam ISOBOOSTER. Isowrap stelt enkele maanden later dat de overeenkomst is geëindigd, omdat IFS het octrooi gedurende drie aaneengesloten maanden ongebruikt zou hebben gelaten. Ook voert Isowrap aan dat partijen mondeling als ontbindende voorwaarde hebben afgesproken dat IFS binnen een maand een geschikte productiemachine gereed moest hebben. Het hof gaat daar niet in mee. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld dat een dergelijke ontbindende voorwaarde is overeengekomen. Bij de uitleg van de beëindigings- en vervalbepaling volgens de Haviltex-maatstaf ziet het hof bovendien geen grond voor de opvatting dat IFS zelf Isobooster-producten moest produceren. IFS heeft verschillende voorbereidende activiteiten verricht, waaronder investeringen in de productielocatie, grondstoffen, marketing, certificering, personeel en financiering. Die activiteiten zijn volgens het hof gericht op het benutten van het octrooi. Isowrap heeft daarom onvoldoende gesteld om aan te nemen dat IFS het octrooi gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden ongebruikt heeft gelaten. De stelplicht en bewijslast van de door Isowrap ingeroepen ontbindende voorwaarde en beëindigings- of vervalgrond rusten op Isowrap.

IEF 23740

Uitspraak ingezonden door Martijn de Lange, Octrooicentrum Nederland.

Geen ABC voor nieuwe therapeutische toepassing van cladribine na eerdere handelsvergunningen

Rechtbank Den Haag 5 aug 2026, IEF 23740; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-abc-voor-nieuwe-therapeutische-toepassing-van-cladribine-na-eerdere-handelsvergunningen

Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23740; LS&R 2435; ECLI:NL:RBDHA:2026:21645 (Merck Serono tegen Octrooicentrum Nederland). In deze zaak bepaalt de bestuursrechter of Octrooicentrum Nederland (hierna: OCNL) terecht weigert aan Merck Serono S.A. (hierna: Merk) een aanvullend beschermingscertificaat (hierna: ABC) te verlenen voor het product cladribine. Merck dient op 22 februari 2018 een ABC-aanvraag in onder inroeping van Europees octrooi EP 1 827 461 voor een behandelingsregime met cladribine bij multiple sclerose en de Europese handelsvergunning uit 2017 voor Mavenclad®, waarvan cladribine de werkzame stof is. Het OCNL wijst de aanvraag af wegens strijd met artikel 3 onder d van Verordening (EG) nr. 469/2009, omdat cladribine al eerder als geneesmiddel is toegelaten: in 1995 voor Leustatin® en in 2004 voor Litak®, beide voor de behandeling van haarcelleukemie. Merck stelt dat de handelsvergunning voor Mavenclad® desondanks als relevante eerste handelsvergunning moet gelden, omdat Mavenclad® het eerste gebruik van cladribine voor de behandeling van multiple sclerose betreft, het basisoctrooi op deze tweede medische indicatie ziet en voor Mavenclad® een volledig de novo ontwikkelingstraject met klinische studies is doorlopen. Volgens Merck biedt het arrest Santen niet het juiste toetsingskader en moet aansluiting worden gezocht bij het eerdere arrest Neurim. Subsidiair verzoekt zij de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen, mede onder verwijzing naar de prejudiciële vragen van het Duitse Bundespatentgericht in de parallelle Boehringer-zaak. Partijen zijn het erover eens dat aan artikel 3 onder a, b en c van de ABC-verordening is voldaan; uitsluitend de voorwaarde van artikel 3 onder d is in geschil.

IEF 23737

Uitspraak ingezonden door Barbara Mooij, Brinkhof.

Rb. Den Haag: apothekersvrijstelling biedt geen ruimte voor structurele bereiding van semaglutide

Rechtbank Den Haag 5 aug 2026, IEF 23737; ECLI:NL:RBDHA:2026:21938 (Novo Nordisk tegen Ceban), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-apothekersvrijstelling-biedt-geen-ruimte-voor-structurele-bereiding-van-semaglutide

Rb. Den Haag 5 augustus 2026, IEF 23737; LS&R 2434; ECLI:NL:RBDHA:2026:21938 (Novo Nordisk tegen Ceban). Novo Nordisk is een kort geding gestart tegen Ceban Ziekenhuisfarmacie op grond van haar aanvullende beschermingscertificaat voor semaglutide, de werkzame stof in onder meer Ozempic®, Wegovy® en Rybelsus®. Ceban heeft een semaglutide bevattende neusspray onder de naam Semanova bereid, en brengt deze op de markt als apotheekbereiding. Ook liet zij de neusspray opnemen in de G-Standaard. Novo Nordisk heeft Ceban aangeschreven met het verzoek de inbreuk op haar ABC te staken en gestaakt te houden, maar Ceban heeft geweigerd om een onthoudingsverklaring met boete te ondertekenen. Novo Nordisk is daarom een kort geding gestart. De geldigheid van het basisoctrooi en het ABC is niet betwist. Omdat Ceban semaglutide heeft ingevoerd, in voorraad heeft gehad, verwerkt en verhandeld, moet volgens de voorzieningenrechter in beginsel van inbreuk worden uitgegaan. Centraal staat vervolgens de vraag of Ceban een beroep kan doen op de apothekersvrijstelling van artikel 54c, aanhef en onder e, ROW.

IEF 23731

Doseringspatent op rivaroxaban vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit

Hof Den Haag 28 jul 2026, IEF 23731; ECLI:NL:GHDHA:2026:2481 (Sandoz tegen Bayer), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/doseringspatent-op-rivaroxaban-vernietigd-wegens-gebrek-aan-inventiviteit

Hof Den Haag 28 juli 2026, IEF 23731; LS&R 2433; ECLI:NL:GHDHA:2026:2481 (Sandoz tegen Bayer). Bayer is houdster van Europees octrooi EP 1 845 961 B1 voor, kort gezegd, het gebruik van een tablet met snelle afgifte van rivaroxaban voor de behandeling van trombo-embolische aandoeningen, waarbij het middel gedurende ten minste vijf opeenvolgende dagen niet meer dan eenmaal per dag wordt toegediend. Sandoz vorderde vernietiging van het Nederlandse deel van dit doseringsoctrooi. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat een patiënteninformatieformulier met bijbehorend boekje uit de Einstein-studie vóór de prioriteitsdatum tot de stand van de techniek was gaan behoren. Bayer had erkend dat de documenten vóór die datum aan tien patiënten waren verstrekt, onder wie twee Nederlandse patiënten. Die Nederlandse patiënten waren niet expliciet of impliciet tot geheimhouding verplicht en hoefden de documenten niet terug te geven; één exemplaar was juist voor de patiënt bestemd. Daarmee waren zij leden van het publiek en konden zij de documenten vrijelijk aan derden tonen of doorgeven. Voor openbare toegankelijkheid in de zin van artikel 54 lid 2 EOV is niet vereist dat de informatie aantoonbaar daadwerkelijk verder is verspreid. Voldoende is dat een lid van het publiek daarvan kennis kon nemen en niet door een geheimhoudingsverplichting in het gebruik of de verspreiding werd beperkt.

IEF 23699

Geen aanspraak op overdracht octrooi voor rotatiegietmachine

Rechtbank Den Haag 1 jul 2026, IEF 23699; ECLI:NL:RBDHA:2026:18188 (Dutchfiets c.s. tegen [gedaagden] c.s.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-aanspraak-op-overdracht-octrooi-voor-rotatiegietmachine

Rb. Den Haag 1 juli 2026, IEF 23699; ECLI:NL:RBDHA:2026:18188 (Dutchfiets c.s. tegen [gedaagden] c.s.). Dutchfiets ontwikkelt en produceert circulaire kunststof fietsen. In 2023 verkreeg Igus 80% van de aandelen in Dutchfiets. In een afzonderlijke IP-overeenkomst maakten Igus, Dutchfiets, de oprichters van Dutchfiets en hun holdingvennootschappen afspraken over de verdeling van de intellectuele-eigendomsrechten binnen hun samenwerking. Enkele maanden later vroeg een van de holdingvennootschappen een Nederlands octrooi aan voor een rotatiegietmachine en een methode voor het gieten van objecten. Dit octrooi werd in 2025 verleend. Na het einde van de samenwerking vorderden Dutchfiets en Igus onder meer kosteloze overdracht van het octrooi, afgifte van prototypes van de rotatiegietmachine en afgifte van gegevens over de ontwikkeling, productie en exploitatie daarvan. Zij stelden dat Dutchfiets de oorspronkelijke machine had ontwikkeld en dat de latere machine daarop een doorontwikkeling vormde. Ook zouden de daarop rustende IE-rechten op grond van de IP-overeenkomst aan Dutchfiets of Igus zijn overgedragen. Voor de opeising van het octrooi beriepen zij zich subsidiair op artikel 78 ROW, in samenhang met de artikelen 11 en 12 ROW. De prototypes werden mede opgeëist op grond van artikel 5:2 BW en artikel 70 lid 7 ROW.