Octrooirecht  

IEF 23973

UPC CoA: Geen tussentijdse zitting nodig als partijen daarvoor geen redenen aanvoeren

Unified Patent Court (UPC) 7 okt 2026, IEF 23973; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-tussentijdse-zitting-nodig-als-partijen-daarvoor-geen-redenen-aanvoeren

UPC CoA 7 oktober 2026, IEF 23973; IEFbe 4376; UPC-CoA-38/2026 (TCL Europe tegen Corning). In deze zaak tussen TCL Europe en Corning staat de vraag centraal of in een hogerberoepsprocedure bij het UPC een tussentijdse zitting (interim conference) moet worden gehouden. TCL heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de centrale divisie München van 24 februari 2026 in een geschil over Europees octrooi EP 3 296 274. Daarbij heeft TCL op grond van Rules 239.1 en 101.1 van het RoP verzocht om een tussentijdse zitting.

IEF 23972

UPC CoA: Geen gekwalificeerde elektronische handtekening vereist voor beroepschrift

Unified Patent Court (UPC) 8 okt 2026, IEF 23972; UPC-CoA-73/2026 (Esko-Software, Esko-Graphics tegen In(k)control), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-geen-gekwalificeerde-elektronische-handtekening-vereist-voor-beroepschrift

UPC CoA 8 oktober 2026, IEF 23972; IEFbe 4375; UPC-CoA-73/2026 (Esko-Software, Esko-Graphics tegen In(k)control). In deze zaak tussen Esko-Software, Esko-Graphics en In(k)control staat de vraag centraal of een beroepschrift moet zijn voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening en of de procestaal op grond van artikel 49 lid 5 UPCA moet worden gewijzigd van het Nederlands naar het Engels. In(k)control had bij de lokale divisie Brussel van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Esko op basis van Europees octrooi EP 3 841 735. Esko verzocht om wijziging van de procestaal naar het Engels, onder meer omdat het octrooi in het Engels was verleend, partijen in het Engels communiceerden en een groot deel van de processtukken Engelstalig was. De voorzitter van Court of First Instance wees dit verzoek af, waarna Esko hoger beroep instelde. In(k)control stelde vervolgens de geldigheid van het beroepschrift ter discussie, omdat dit niet was voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening.

IEF 23971

UPC CoA: Intrekking hoger beroep na schikking leidt tot terugbetaling van 50% van het griffierecht

Unified Patent Court (UPC) 9 okt 2026, IEF 23971; UPC-CoA-77/2026 UPC-CoA-78/2026 (Dolby tegen Beko), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-intrekking-hoger-beroep-na-schikking-leidt-tot-terugbetaling-van-50-van-het-griffierecht

UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23971; IEFbe 4374; UPC-CoA-77/2026 en UPC-CoA-78/2026 (Beko/Dolby). In deze zaak tussen Beko en Dolby staat de vraag centraal onder welke voorwaarden een inbreukvordering en een reconventionele nietigheidsvordering tijdens de hogerberoepsprocedure kunnen worden ingetrokken en of daarbij aanspraak bestaat op gedeeltelijke terugbetaling van het griffierecht. Dolby had bij de lokale divisie Düsseldorf van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Beko wegens vermeende inbreuk op Europees octrooi EP 3 605 534. De lokale divisie wees de inbreukvordering toe, wees de reconventionele nietigheidsvordering van Beko af en veroordeelde Beko in de proceskosten. Beko stelde hiertegen hoger beroep in. Tijdens de hogerberoepsprocedure bereikten partijen een schikking, waarna zij hun vorderingen wilden intrekken.

IEF 23970

UPC CoA: Onjuiste of onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting rechtvaardigt geen herstel van beroepstermijn

Unified Patent Court (UPC) 9 okt 2026, IEF 23970; UPC-CoA-69/2026; UPC-CoA-71/2026; UPC-CoA-72/2026 (NST tegen Qualcomm), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-onjuiste-of-onvolledige-rechtsmiddelenvoorlichting-rechtvaardigt-geen-herstel-van-beroepstermijn

UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23790; IEFbe 4373; UPC-CoA-69/2026; UPC-CoA-71/2026; UPC-CoA-72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm). In deze zaak tussen Network System Technologies (NST) en Qualcomm staat de vraag centraal of een gemiste beroepstermijn kan worden hersteld wanneer een rechterlijke beslissing onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting bevat. NST had bij de lokale divisie München van het UPC inbreukprocedures aangespannen tegen Qualcomm met betrekking tot drie Europese octrooien. Daarbij had NST op grond van Rule 190 van het RoP verzocht om overlegging van bewijs. De lokale divisie wees deze verzoeken af in haar beslissingen van 11 maart 2026. NST stelde hiertegen beroep in, maar het Court verklaarde de beroepen tegen de afwijzing van de bewijsverzoeken niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de toepasselijke beroepstermijn van vijftien dagen. NST verzocht vervolgens op grond van Rule 320 RoP om herstel van haar rechten. NST voerde aan dat de beslissingen van de lokale divisie uitsluitend waren aangeduid als 'decisions' en dat de rechtsmiddelenvoorlichting een beroepstermijn van twee maanden vermeldde. Bovendien waren de afwijzingen van de bewijsverzoeken niet opgenomen in het dictum van de beslissingen. Volgens NST kon haar daarom niet worden verweten dat zij de beroepstermijn van vijftien dagen had gemist.

IEF 23965

UPC CoA: SharkNinja krijgt € 37.900 aan te veel betaalde griffierechten terug

Unified Patent Court (UPC) 5 okt 2026, IEF 23965; UPC-CoA-61/2026 (SharkNinja tegen SEB), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-sharkninja-krijgt-37-900-aan-te-veel-betaalde-griffierechten-terug

UPC CoA 5 oktober 2026, IEF 23965; IEFbe 4369; UPC-CoA-61/2026 (SharkNinja tegen SEB). Het CoA beslist dat SharkNinja recht heeft op terugbetaling van € 37.900 aan te veel betaalde griffierechten. De beslissing volgt op een hogerberoepsprocedure tegen SEB en aan haar gelieerde vennootschappen over voorlopige maatregelen wegens vermeende inbreuk op Europees octrooi EP 3 689 198 [IEF 23841]. SharkNinja had voor het hoger beroep € 90.300 aan griffierechten betaald, bestaande uit een vast bedrag van € 14.600 en een waardeafhankelijke vergoeding van € 75.700. Dit bedrag was gebaseerd op een zaakwaarde van € 7,5 miljoen, zoals vastgesteld door de Local Division Parijs. In zijn eindbeslissing van 21 augustus 2026 stelde het Hof van Beroep de waarde van de hogerberoepsprocedure echter vast op € 3,75 miljoen, de helft van de waarde in eerste aanleg.

IEF 23963

UPC CoA wijst verzoek Emboline tot aanvullende schriftelijke ronde af

Unified Patent Court (UPC) 28 sep 2026, IEF 23963; UPC-CoA-40/2026 https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-wijst-verzoek-emboline-tot-aanvullende-schriftelijke-ronde-af

UPC CoA 28 september 2026, IEF 23963; IEFbe 4368; UPC-CoA-40/2026 (Emboline tegen AorticLab). Het Court of Appeal van het UPC wijst een verzoek van Emboline af om bewijsstukken van AorticLab wegens te late indiening buiten beschouwing te laten, dan wel een aanvullende schriftelijke ronde toe te staan. Het geschil betreft Europees octrooi EP 2 129 425 en volgt op een beslissing van de Local Division München van 13 januari 2026. In hoger beroep verzoekt Emboline op grond van Rules 9.2, 36 en 336 RoP om een schriftelijke getuigenverklaring van professor Marco De Carlo en de daarmee samenhangende passages uit het verweerschrift van AorticLab buiten beschouwing te laten wegens te late indiening. Subsidiair verzoekt Emboline om toestemming voor een aanvullende schriftelijke reactie binnen twee maanden.

IEF 23924

UPC CoA: octrooi Amgen op cholesterolverlagende antilichamen blijft in stand

Unified Patent Court (UPC) 25 nov 2025, IEF 23924; UPC_CoA_528/2024; UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi and Regeneron), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-octrooi-amgen-op-cholesterolverlagende-antilichamen-blijft-in-stand

UPC CoA 25 november 2025, IEF 23924; LS&R 2477; IEFbe 4352; UPC_CoA_528/2024 en UPC_CoA_529/2024 (Amgen tegen Sanofi en Regeneron). In deze zaak tussen Amgen enerzijds en Sanofi en Regeneron anderzijds staat de geldigheid centraal van Europees octrooi EP 3 666 797 voor antilichamen die het eiwit PCSK9 blokkeren en daarmee kunnen worden ingezet bij de behandeling van aandoeningen die samenhangen met een verhoogd cholesterolgehalte. Amgen brengt het cholesterolverlagende geneesmiddel Repatha op de markt, terwijl Sanofi en Regeneron het concurrerende geneesmiddel Praluent aanbieden. De Centrale Divisie München van het UPC had het octrooi in juli 2024 volledig vernietigd wegens gebrek aan inventiviteit. Amgen is tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan.

IEF 23920

UPC CoA: verzoek Fujifilm om schorsende werking tijdens herzieningsprocedure afgewezen

Unified Patent Court (UPC) 31 aug 2026, IEF 23920; UPC-COA-312/2025 (Fujifilm tegen Kodak), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verzoek-fujifilm-om-schorsende-werking-tijdens-herzieningsprocedure-afgewezen

UPC CoA 31 augustus 2026, IEF 23920; IEFbe 4351; UPC_CoA_312/2025 (Fujifilm/Kodak). In deze zaak tussen Fujifilm en Kodak staat de vraag centraal of aan een verzoek tot herziening van een definitieve beslissing van het Hof van Beroep schorsende werking moet worden toegekend. Het geschil betreft octrooi EP 3 511 174. Bij beslissing van 2 juni 2026 vernietigde het Hof van Beroep de beschikking van de Lokale Divisie Mannheim voor zover daarin het verweer inzake het recht van voorgebruik was verworpen, en wees het de inbreukvordering van Fujifilm af. Fujifilm heeft vervolgens op grond van artikel 81 UPCA en regel 245 e.v. RoP een verzoek tot herziening ingediend. Volgens Fujifilm bevat de beslissing fundamentele procedurele gebreken, waaronder schendingen van het beginsel van een eerlijk proces en het recht om te worden gehoord. Fujifilm verzoekt onder meer om vernietiging van de beslissing en heropening van de procedure. Daarnaast verzoekt zij om schorsende werking van het herzieningsverzoek.

IEF 23902

UPC CoA: schorsende werking hoger beroep tegen nietigheidsbeslissing geldt niet voor kostenbeslissing

Unified Patent Court (UPC) 18 sep 2026, IEF 23902; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-schorsende-werking-hoger-beroep-tegen-nietigheidsbeslissing-geldt-niet-voor-kostenbeslissing

UPC CoA 18 september 2026, IEF 23902; LS&R 2475; IEFbe 4341; UPC-CoA-121/2026 (AMMS tegen Gilead). In deze zaak tussen de Academy of Military Medical Sciences (AMMS) en Gilead staat de vraag centraal of de automatische schorsende werking van een hoger beroep tegen een nietigheidsbeslissing zich ook uitstrekt tot de daarmee samenhangende kostenbeslissing. Gilead had bij de Central Division Milan nietigverklaring van EP 3 854 403 gevorderd. De rechtbank herriep het octrooi volledig en bepaalde, overeenkomstig een afspraak tussen partijen, dat AMMS € 800.000 aan proceskosten van Gilead moest dragen. AMMS stelde hoger beroep in tegen de nietigheidsbeslissing. AMMS stelde zich op het standpunt dat de automatische schorsende werking van art. 74 lid 2 UPCA niet alleen de beslissing over de geldigheid van het octrooi raakt, maar ook de kostenbeslissing. Het Hof van Beroep volgt dat standpunt niet. Art. 74 lid 2 UPCA vormt een uitzondering op de hoofdregel dat hoger beroep geen schorsende werking heeft. De automatische schorsende werking is volgens het Hof gerechtvaardigd door de bijzondere aard van geldigheidsbeslissingen, die erga omnes werken en de juridische status van het octrooi raken zolang het hoger beroep nog loopt.

IEF 23918

Octrooi Halozyme geldig en grensoverschrijdend inbreukverbod voor MSD wegens Keytruda SC

Rechtbank Den Haag 7 okt 2026, IEF 23918; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme), https://ie-forum.nl/artikelen/octrooi-halozyme-geldig-en-grensoverschrijdend-inbreukverbod-voor-msd-wegens-keytruda-sc

Rb. Den Haag 7 oktober 2026, IEF 23918; LS&R 2476; ECLI:NL:RBDHA:2026:29643 (MSD tegen Halozyme). De rechtbank oordeelt dat het Nederlandse deel van het Europese octrooi EP 2 797 622 B1 (EP 622) van Halozyme, dat betrekking heeft op gemodificeerde PH20-polypeptiden met verhoogde stabiliteit in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen, geldig is. Het octrooi ziet op enzymen die onder meer kunnen worden gebruikt om de onderhuidse toediening van geneesmiddelen te vergemakkelijken. MSD, producent van het kankergeneesmiddel Keytruda, heeft een subcutane variant ontwikkeld, Keytruda SC, die het door Alteogen ontwikkelde hyaluronidase-enzym ALT-B4 bevat. MSD vordert vernietiging van het Nederlandse deel van EP 622 en een verklaring voor recht dat Keytruda SC niet onder de beschermingsomvang daarvan valt. Volgens MSD is het octrooi niet nawerkbaar, bevat het ongeoorloofde toegevoegde materie en ontbreekt het aan nieuwheid en inventiviteit. De rechtbank verwerpt deze nietigheidsargumenten. De octrooibeschrijving stelt de gemiddelde vakpersoon voldoende in staat de geclaimde uitvinding zonder onevenredige inspanning uit te voeren en de conclusies bevatten geen ongeoorloofde toegevoegde materie. Ook is de uitvinding nieuw en inventief. De aangevoerde stand van de techniek openbaart niet alle kenmerken van de uitvinding en biedt de vakpersoon geen aanleiding om de stabiliteit van PH20-hyaluronidase in aanwezigheid van fenolische conserveermiddelen door aminozuurvervangingen op de geclaimde posities te verbeteren.