22 jul 2026,
Bindend advies blijft in stand na klacht over vermeend namaakproduct via Bol.com
Rb. Midden-Nederland 22 juli 2026, IEF 23765; ECLI:NL:RBMNE:2026:5084 ([eiser] tegen Bol). Een consument kocht in 2022 via het platform van Bol.com een product bij een externe verkoper. Volgens de consument ging het om een namaakproduct. Nadat hij hierover bij Bol.com had geklaagd, legden partijen hun geschil voor aan de Geschillencommissie Thuiswinkel, die de klacht in september 2025 bij bindend advies ongegrond verklaarde. De consument stelde daarna te hebben ontdekt dat de betreffende verkoper niet bestond en wilde dat het bindend advies werd vernietigd. Hij vorderde daarnaast onder meer een verklaring voor recht dat Bol.com was tekortgeschoten in haar zorgplicht, verstrekking van informatie over de verwijdering van de verkoper van het platform en vergoeding van zijn schade.
De kantonrechter wijst de vorderingen af. Het bindend advies geldt als een vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW. Op grond van artikel 7:904 BW kan een partij daaraan slechts niet gebonden worden indien gebondenheid, gelet op de inhoud of de wijze van totstandkoming van het advies, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarvan is volgens de kantonrechter geen sprake. De Geschillencommissie had bij haar beslissing al rekening gehouden met de mogelijkheid dat het gekochte product een namaakproduct was. De latere stelling van de consument dat de verkoper een frauduleuze onderneming zou zijn, maakt dat niet anders. Niet is gebleken van een kennelijke misslag of dat het advies in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesvoering tot stand is gekomen. Het bindend advies blijft daarom in stand. Voor zover de consument opnieuw vorderingen instelt waarover de Geschillencommissie al heeft beslist, is hij niet-ontvankelijk. Voor zover zijn schadevordering nog niet in de bindendadviesprocedure was behandeld, is hij daarin wel ontvankelijk, maar wordt deze afgewezen omdat hij niet duidelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden; bovendien had Bol.com het aankoopbedrag al terugbetaald. Ook zijn algemene verzoek om verdere maatregelen ter bevordering van zorgvuldige handelspraktijken en consumentenbescherming wordt wegens onvoldoende bepaaldheid afgewezen. De consument wordt veroordeeld in de proceskosten van € 632,50, te vermeerderen met eventuele betekeningskosten.
2.1
[eiser] heeft in 2022 een product bij [bedrijf] ” (hierna: [bedrijf] ) gekocht via het platform van Bol. Volgens [eiser] betrof dit een namaak-product en [eiser] heeft daarover geklaagd bij Bol. Partijen hebben hun geschil voorgelegd aan de Geschillencommissie Thuiswinkel. De Geschillencommissie heeft in september 2025 de klacht van [eiser] ongegrond verklaard (bindend advies). Daarna is [eiser] (zo stelt [eiser] zelf) erachter gekomen dat [bedrijf] niet bestaat. [eiser] wil dat de uitspraak van de Geschillencommissie alsnog vernietigd wordt. [eiser] vordert dat de kantonrechter voor recht verklaart dat Bol tekortgeschoten is in haar zorgplicht, dat Bol wordt veroordeeld tot het verstrekken van volledige informatie over (de verwijdering op het Bol platform van) [bedrijf] , dat Bol de schade van [eiser] betaalt en/of dat de kantonrechter iedere verdere beslissing neemt die hij passend acht. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] af.