Gepubliceerd op maandag 30 maart 2026
IEF 23414
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
25 mrt 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 mrt 2026, IEF 23414; ECLI:EU:T:2026:215 (Raquel Maresma Bernal tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/brief-therapy-center-barcelona-beschrijvende-geografische-aanduiding-zonder-onderscheidend-vermogen

BRIEF THERAPY CENTER BARCELONA: beschrijvende geografische aanduiding zonder onderscheidend vermogen

Gerecht EU 25 maart 2026, IEF 23414; ECLI:EU:T:2026:215 (Raquel Maresma Bernal tegen EUIPO). De zaak betreft een inschrijvingsaanvraag voor het Uniewoord-/beeldmerk “BRIEF THERAPY CENTER BARCELONA” voor diensten in klasse 41 (onderwijs en opleiding op het gebied van psychotherapie) en 44 (medische en gezondheidsdiensten, hygiëne- en schoonheidszorg, landbouw e.d.). De EUIPO‑examinator weigerde de inschrijving gedeeltelijk op grond van artikel 7, lid 1, onder b en c, UMVo 2017/1001, omdat het teken beschrijvend en niet-onderscheidend zou zijn voor de aangevraagde diensten. De aanvrager, mevrouw Maresma Bernal, stelde tegen die beslissing beroep in bij de kamer van beroep, dat op 23 april 2025 werd verworpen. In beroep bij het Gerecht vordert zij vernietiging van de beslissing van de eerste kamer van beroep (R 2283/2024‑1) en veroordeling van EUIPO in de kosten. Het EUIPO vraagt om verwerping van het beroep en, enkel bij een eventuele zitting, veroordeling van verzoekster in de kosten. Ten gronde voert verzoekster twee middelen aan: (1) schending van artikel 7, lid 1, onder c, UMVo (geen beschrijvend karakter) en (2) schending van artikel 7, lid 1, onder b, UMVo (de kamer zou het teken onjuist als niet‑onderscheidend hebben beoordeeld).

Het Gerecht bevestigt dat voor de beoordeling van het beschrijvend karakter moet worden gekeken naar de betrokken diensten en de perceptie van het relevante publiek (Engelstalig publiek, zowel grote publiek als professionele gezondheids‑ en schoonheidssector, met een hoog aandachtsniveau), en dat een teken onder artikel 7, lid 1, onder c, valt wanneer er een voldoende direct en concreet verband bestaat met de kenmerken van de diensten. De kamer van beroep had het teken als geheel opgevat als “centrum voor korte of korte‑termijntherapie, Barcelona” en geoordeeld dat “Barcelona” louter als aanduiding van de plaats van dienstverlening of vestiging wordt begrepen, terwijl lay‑out, typografie en grafische uitwerking geen extra onderscheidend vermogen toevoegen. Het Gerecht volgt dit en wijst het argument af dat de Spaans‑Engelse combinatie een bijzonder onderscheidend effect zou creëren. Het verwerpt ook het beroep op eerdere EUIPO‑beslissingen met vergelijkbare structuren. Het EUIPO moet wel rekening houden met eerdere beslissingen, maar is gebonden aan het legaliteitsbeginsel, en eventuele eerdere fouten scheppen geen recht op gelijke fout. Bovendien zijn de kamers van beroep niet gebonden aan beslissingen van lagere instanties. Omdat het teken reeds op grond van artikel 7, lid 1, onder c, als uitsluitend beschrijvend moet worden geweigerd, acht het Gerecht het tweede middel over artikel 7, lid 1, onder b, niet meer nuttig om te onderzoeken en verwerpt het beroep volledig, waarbij wordt beslist dat elke partij haar eigen kosten draagt aangezien EUIPO slechts om kostenveroordeling had verzocht voor het geval dat een zitting zou plaatsvinden, die er niet is gekomen.

22      En second lieu, la requérante prétend que la chambre de recours a commis une erreur d’appréciation en considérant que le mot « barcelona » apportait une signification descriptive au signe demandé, notamment parce que ce mot est un mot espagnol inséré dans un ensemble en anglais, contribuant ainsi à créer un effet distinctif. Elle se prévaut également de la possibilité, prévue par le législateur de l’Union, d’enregistrer des signes pouvant servir à désigner la provenance géographique de produits ou de services.

23      À cet égard, il suffit de constater que le mot « barcelona » désigne la ville de Barcelone aussi bien en espagnol qu’en anglais, de sorte que c’est sans commettre d’erreur d’appréciation que la chambre de recours a estimé que l’emploi de ce mot dans le signe demandé serait inévitablement compris comme une information descriptive du lieu de la prestation des services ou d’implantation du centre.

24      De plus, le droit dont se prévaut la requérante d’enregistrer des signes pouvant servir à désigner la provenance géographique de produits ou de services permet seulement l’enregistrement de signes en tant que marques collectives, conformément à l’article 74, paragraphe 2, du règlement 2017/1001, ou, pour certains produits, lorsqu’ils remplissent les conditions nécessaires, en tant qu’indications géographiques ou appellations d’origine protégées dans le cadre des dispositions du règlement (UE) 2024/1143 du Parlement européen et du Conseil, du 11 avril 2024, concernant les indications géographiques relatives au vin, aux boissons spiritueuses et aux produits agricoles, ainsi que les spécialités traditionnelles garanties et les mentions de qualité facultatives pour les produits agricoles, modifiant les règlements (UE) no 1308/2013, (UE) 2019/787 et (UE) 2019/1753 et abrogeant le règlement (UE) no 1151/2012 (JO L, 2024/1143). Or, en l’espèce, la marque demandée ne relève ni de l’une ni de l’autre de ces catégories.

25      Partant, la chambre de recours n’a pas commis d’erreur d’appréciation en considérant que le signe demandé se composait exclusivement d’éléments descriptifs des services en cause, au sens de l’article 7, paragraphe 1, sous c), du règlement 2017/1001 et que, pour cette raison, il devait être refusé à l’enregistrement.