Gepubliceerd op woensdag 6 mei 2020
IEF 19181
Antilliaanse Gerechten ||
11 nov 2019
Antilliaanse Gerechten 11 nov 2019, IEF 19181; ECLI:NL:OGEAC:2019:281 (Korpschef tegen Amigoe), https://ie-forum.nl/artikelen/dagblad-amigoe-moet-uitlatingen-over-korpschef-rectificeren

Dagblad Amigoe moet uitlatingen over korpschef rectificeren

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 11 december 2019, IEF 19181, IT ECLI:NL:OGEAC:2019:281 (Korpschef tegen Amigoe) Eiser is korpschef. Hij wordt in verschillende artikelen in dagblad Amigoe in verband gebracht met relationeel geweld en bedreiging. Eiser vordert dat dagblad Amigoe een rectificatie plaatst. Voor het antwoord op de vraag of een bepaalde uiting onrechtmatig is, komt betekenis toe aan alle relevante omstandigheden van het geval, zoals de aard van de beschuldiging, de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie de beschuldiging betrekking heeft, de mate waarin de beschuldiging steun vond in de feiten, de wijze waarop de beschuldiging is vorm gegeven, het gezag van de bron van de beschuldiging en de maatschappelijke positie van degene die de beschuldiging heeft geuit. Deze omstandigheden moeten in onderlinge samenhang worden beoordeeld. Amigoe heeft met de onderhavige berichten de grens van het maatschappelijk betamelijke overschreden. Amigoe wordt bevolen een rectificatie te plaatsen.

4.5.
In de eerste plaats is de inhoud en de formulering van de berichten van belang. Ter zitting is gebleken dat de stellingen over [eiser] zijn gebaseerd op één bron binnen de politie, met wie Amigoe naar eigen zeggen meerdere keren heeft gesproken. Dat Amigoe van slechts één bron is uitgegaan kan echter niet uit de artikelen worden afgeleid. Ook kan uit de artikelen niet worden afgeleid dat de betrokkenheid van [eiser] niet is vastgesteld. De artikelen presenteren de misdragingen van [eiser] daarentegen als vaststaande feiten, bijvoorbeeld waar wordt vermeld dat de betrokken vrouw “het slachtoffer is geworden van relationeel geweld van zijn kant” (cursivering gerecht).

4.6.
In dit verband is, in de tweede plaats, van belang dat de berichten op onderdelen feitelijk onjuist zijn. De berichten suggereren dat (ook) met betrekking tot de beschuldiging van relationeel geweld aangifte tegen [eiser] is gedaan. De berichten spreken immers over “de aangiftes” (meervoud). Ook wordt in de berichten met zoveel woorden vermeld dat de redactie van de krant met het (vermeende) slachtoffer van het relationeel geweld heeft gesproken. Beide beweringen zijn onjuist, zo is inmiddels gebleken. Amigoe heeft kennelijk geen aanleiding gezien deze onjuistheden uit zichzelf recht te zetten. Dit punt is van belang, omdat beide beweringen, als zij juist zouden zijn geweest, wezenlijk zouden hebben kunnen bijdragen aan de noodzakelijke feitelijke onderbouwing voor de beschuldigingen aan het adres van [eiser].

4.7.
In de derde plaats is naar het oordeel van het gerecht van belang dat Amigoe zich met haar krant profileert als een serieus nieuwsmedium. De lezer zal daarin opgenomen nieuwsfeiten dan ook in beginsel voor betrouwbaar houden.

4.8.
In de vierde plaats is van belang dat Amigoe geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Zij is uitsluitend afgegaan op haar ene bron en heeft [eiser] niet voorafgaande aan de publicatie met haar bevindingen geconfronteerd. Hieraan doet niet af dat het toepassen van hoor en wederhoor volgens journalistieke normen niet altijd hoeft plaats te vinden. De hierboven genoemde omstandigheden en de gerechtvaardigde belangen van [eiser] brengen mee dat dit in dit specifieke geval wel van Amigoe mocht worden verwacht.

4.9.
Anders dan Amigoe heeft betoogd, kan zij zich in dit verband niet verschuilen achter het feit dat de berichten deel uitmaken van (redactionele) commentaren. Het mag zo zijn dat een krant zich meer vrijheid kan veroorloven als zij haar eigen opinie ventileert, maar het gaat hier niet om een opinie. Waar het hier om gaat zijn feitelijke stellingen, inhoudende dat [eiser] zich in de relationele sfeer ernstig heeft misdragen. Voor die feitelijke stellingen geldt onverkort het vereiste dat zij voldoende steun moeten vinden in de vaststaande feiten, ongeacht of de stellingen nu in een reportage of in een “commentaar” zijn opgenomen.

4.10.
Ten slotte is van belang dat de gewraakte berichten in ernstige mate schadelijk kunnen zijn voor de reputatie van [eiser]. Dat volgt al uit de aard van het bericht (schuldig aan relationeel geweld), maar geldt te meer vanwege de functie die [eiser] vervult en de daaraan verbonden voorbeeldfunctie. Die (publieke) functie brengt mee dat [eiser] zich meer dan gemiddeld (kritische) aandacht van de media moet laten welgevallen, maar betekent ook dat de schadelijke gevolgen van berichtgeving die onvoldoende steun vindt in de feiten ernstiger kunnen zijn. Het publieke karakter van de functie van [eiser] ontslaat Amigoe niet van de verplichting om jegens hem zorgvuldig te handelen.