De nabeschouwing van WK & Recht op 23 juni 2026
Afgelopen week keken we bij WK & Recht naar de juridische hordes rond een wereldwijd sportevenement. Tijdens de sessies bij Buro de Pijp ging het over de regels achter het toernooi: wie supporters mag filmen, wie wedstrijddata mag gebruiken, wie beelden mag uitzenden en hoever merken mogen gaan in hun WK-campagnes.
Van voetbal kijken, naar bekeken worden
Eliëtte Vaal (The Data Lawyers) nam ons mee in de wereld van privacy, cameratoezicht en gezichtsherkenning rondom grote sportevenementen. Want waar het WK voor veel mensen vooral draait om voetbal, supporters, stadions en sfeer, speelt er achter de schermen ook een andere wedstrijd: die tussen veiligheid, technologie en privacy.
Een WK is wereldwijd zichtbaar. Miljoenen mensen volgen de wedstrijden via televisie, livestreams, apps en sociale media. Tegelijkertijd zijn supporters in en rondom het stadion zelf ook steeds vaker zichtbaar voor camera’s, sensoren en slimme systemen. Denk aan cameratoezicht bij de ingang, crowd control, gezichtsherkenning, gedragsanalyse en real-time alerts. Zulke technologie kan bijdragen aan veiligheid, maar roept ook direct de vraag op: wanneer wordt kijken eigenlijk verwerken?
Eliëtte begon bij de basis van de AVG. Zodra beelden of gegevens te herleiden zijn tot een persoon, is sprake van persoonsgegevens. En zodra die gegevens worden vastgelegd, bekeken, geanalyseerd, opgeslagen of gecombineerd, is al snel sprake van verwerking. Dat betekent dat organisaties die cameratoezicht inzetten, moeten nadenken over vragen als: wat is het doel, wie is verantwoordelijk, welke grondslag bestaat er en hoe worden betrokkenen geïnformeerd?
Daarbij kwam ook de uitzondering voor huishoudelijk gebruik aan bod. Een camera thuis valt niet altijd onder de AVG, maar zodra die camera ook de openbare ruimte filmt, wordt dat anders. Het bekende Ryneš-arrest van het Hof van Justitie laat zien dat cameratoezicht niet zomaar als puur privégebruik kan worden gezien wanneer ook voorbijgangers, buren of de openbare weg in beeld komen. Voor stadions, fanzones en publieke ruimtes rondom een WK geldt dat natuurlijk des te sterker.
Een belangrijk onderdeel van de presentatie ging over de grondslag voor cameratoezicht. Bij gewone beveiligingscamera’s kan soms een beroep worden gedaan op een gerechtvaardigd belang. Maar dat vraagt wel om een zorgvuldige toets. Er moet een echt en aantoonbaar belang zijn, bijvoorbeeld veiligheid of criminaliteitspreventie. Vervolgens moet de verwerking noodzakelijk zijn: kan hetzelfde doel ook met minder ingrijpende middelen worden bereikt? En tot slot moeten de belangen van de organisatie worden afgewogen tegen de privacybelangen van de betrokkenen. Cameratoezicht is dus geen kwestie van “we hangen een camera op en klaar”. Het moet worden onderbouwd, beperkt en goed ingericht.
Ook de VoetbalTV-zaak kwam voorbij. Die zaak laat zien dat een commercieel belang niet bij voorbaat buiten de AVG valt. Een organisatie mag dus niet simpelweg worden tegengeworpen dat zij ook geld verdient met beelden of data. Tegelijkertijd betekent dat niet dat ieder commercieel doel automatisch voldoende is. Ook dan blijven proportionaliteit, subsidiariteit en belangenafweging nodig. Dat maakt de praktijk vaak ingewikkeld: sportbeelden kunnen waardevol zijn voor fans, clubs, media en sponsors, maar de mensen die in beeld komen behouden hun privacyrechten.
Daarna werd ingezoomd op bijzondere persoonsgegevens. Camerabeelden zijn niet automatisch bijzondere persoonsgegevens. Een gewone opname van iemand in een stadion is dus niet per definitie een verwerking van bijvoorbeeld biometrische gegevens. Dat verandert wanneer beelden worden verwerkt met technische middelen om iemand uniek te identificeren of te authenticeren. Dan kom je in het domein van biometrische gegevens. Gezichtsherkenning voor identificatie is daarom veel gevoeliger dan gewoon cameratoezicht.
Op dat punt wordt het juridisch spannend. Biometrische gegevens vallen onder artikel 9 AVG. De hoofdregel is dat verwerking daarvan verboden is, tenzij een specifieke uitzondering geldt. Toestemming kan in theorie een route zijn, maar is in de praktijk lang niet altijd eenvoudig. Is toestemming in een stadion werkelijk vrij gegeven als iemand anders niet naar binnen kan? En is het gebruik van gezichtsherkenning echt noodzakelijk, of zijn er minder ingrijpende alternatieven?
De voorbeelden uit andere Europese landen maakten duidelijk hoe streng die toets kan zijn. In Tsjechië werd benadrukt dat stadionveiligheid op zichzelf onvoldoende is om zomaar gezichtsherkenning in te zetten tegen ongewenste personen. Ook als het veiligheidsdoel legitiem is, blijft een specifieke wettelijke basis en een AVG-rechtvaardiging nodig. In Spanje ging het om gezichtsherkenning voor stadiontoegang bij Club Atlético Osasuna. De Spaanse toezichthouder vond dat de noodzaak en proportionaliteit onvoldoende waren aangetoond. Dat bleef zo, ook al was het systeem vrijwillig en bestonden er alternatieve toegangsmiddelen.
Daarmee werd een belangrijke les duidelijk: vrijwilligheid lost de privacytoets niet automatisch op. Ook als bezoekers kunnen kiezen voor een andere route, moet nog steeds worden aangetoond waarom gezichtsherkenning nodig is, waarom het middel proportioneel is en hoe de rechten van supporters voldoende worden beschermd.
Ook de AI Act kwam aan bod. Waar de AVG al strenge eisen stelt aan de verwerking van persoonsgegevens en biometrische gegevens, zet de AI Act de discussie over automatische herkenning in publieke ruimtes nog verder op scherp. AI-systemen die mensen herkennen, volgen of categoriseren in publiek toegankelijke ruimten raken direct aan anonimiteit, bewegingsvrijheid en het gevoel van vrijheid in de openbare ruimte. Een stadion of fanzone is daarmee niet alleen een plek van sportbeleving, maar ook een omgeving waarin technologie heel snel ingrijpend kan worden.
Het laatste fluitsignaal van de sessie was duidelijk: privacy bij het WK gaat niet alleen over formulieren, cookiebanners of privacyverklaringen. Het gaat over de vraag hoe ver organisaties mogen gaan om veiligheid, beleving en commerciële waarde te vergroten. Cameratoezicht, crowd control en gezichtsherkenning kunnen nuttige instrumenten zijn, maar vragen telkens om een concrete juridische beoordeling. Wat is het doel? Is het middel noodzakelijk? Kan het minder ingrijpend? Welke gegevens worden verwerkt? En weten supporters eigenlijk wat er met hun beelden gebeurt
Een interessante sessie waarin duidelijk werd dat het WK niet alleen op het veld wordt gespeeld. Ook rondom het stadion wordt een juridische wedstrijd gespeeld: tussen veiligheid, technologie en privacy.
Veel dank aan Eliëtte Vaal voor deze heldere en actuele bijdrage!
Van balbezit op het veld, naar balbezit van data
Vervolgens nam Lars Boer (Ploum) ons mee in een juridische voetbalwedstrijd. Aan de hand van het WK-voetbal werd ingezoomd op de vraag wat eigenlijk balbezit is en wie er aanspraak kan maken op wedstrijddata en statistieken. Daarbij werd duidelijk dat sportdata veel meer is dan een verzameling statistieken. Achter cijfers over balbezit, passes, loopafstanden en positiedata zit een hele keten van partijen die een rol spelen bij het creëren, verzamelen, analyseren en vermarkten van die informatie.
Een belangrijk onderdeel van de presentatie ging over de spelregels. Eerst bespraken we het databankenrecht, dat vaak het belangrijkste juridische instrument is voor de bescherming van sportstatistieken. Daarbij staat de vraag centraal wie als "producent" van de databank kan worden aangemerkt. Dat is niet automatisch degene die de wedstrijd organiseert of de prestaties levert, maar de partij die substantieel investeert in het verzamelen, controleren en structureren van de gegevens. Daarbij kwamen onder meer de arresten Fixtures Marketing/OPAP, British Horseracing Board/William Hill en het Nederlandse Pearson-arrest voorbij, die nog altijd richtinggevend zijn voor de vraag wie rechten kan claimen op sportdata en onder welke voorwaarden derden daarvan gebruik mogen maken. De bescherming komt uiteindelijk toe aan degene die de relevante investering heeft gedaan. Dat betekent ook dat partijen zoals mediaorganisaties, voetbalclubs en gokkantoren de gegevens niet zomaar vrij kunnen gebruiken. In veel gevallen is daarvoor een licentie van de rechthebbende nodig.
Daarnaast kwam het auteursrecht aan bod. Dat beschermt niet zozeer de onderliggende feiten of statistieken zelf, maar de creatieve manier waarop gegevens worden gepresenteerd of vormgegeven. Een overzicht van wedstrijddata, een dashboard of een analyse kan dus auteursrechtelijk beschermd zijn, maar de enkele statistiek dat een ploeg 62% balbezit had niet. Het onderscheid tussen de inhoud van de data en de presentatie daarvan blijkt in de praktijk dan ook van groot belang.
Ook de AVG speelt een steeds grotere rol. Algemene wedstrijdgegevens zoals balbezit zijn meestal niet tot individuele personen te herleiden en vallen daardoor buiten de privacywetgeving. Dat ligt anders bij gegevens die direct gekoppeld kunnen worden aan spelers, zoals passnauwkeurigheid, loopafstanden, sprintgegevens of locatiegegevens afkomstig van GPS-trackers. In dat geval gaat het om persoonsgegevens en moeten organisaties niet alleen rekening houden met intellectuele eigendomsrechten, maar ook met privacyregels, zoals een geldige grondslag voor verwerking en transparantie richting betrokkenen
Een bijzonder actueel onderdeel was de impact van de Europese Data Act, die sinds september 2025 van toepassing is. Deze regelgeving kan een belangrijke verschuiving teweegbrengen in de wereld van sportdata. Artikel 43 van de Data Act bepaalt dat het sui-generis databankenrecht niet kan worden ingeroepen om de toegang tot of het gebruik van gegevens te verhinderen die zijn gegenereerd door verbonden producten en gerelateerde diensten. In de voetbalwereld gaat het bijvoorbeeld om data uit wearables, GPS-trackers en andere slimme trainings- en wedstrijdsystemen. Fabrikanten kunnen zich dus niet op het databankenrecht beroepen om clubs of spelers de toegang tot deze gegevens te ontzeggen. De Data Act verschuift daarmee het uitgangspunt van bescherming van de databankproducent naar een recht op toegang voor de gebruiker van het verbonden product.
Het laatste fluitsignaal bracht de belangrijkste conclusie van de middag samen: sportdata heeft een duidelijke commerciële waarde en is daarom zelden vrije informatie. De partij die investeert in het verzamelen en ontsluiten van die data kan daarop rechten hebben, waardoor gebruik door anderen vaak alleen mogelijk is via een licentie. Wanneer het gaat om persoonsgegevens van spelers komen daar ook de eisen van de AVG bij. Tegelijkertijd staat het speelveld niet stil en zal de Data Act de discussie over toegang tot en eigendom van sportdata de komende jaren verder veranderen. De strijd om het balbezit van data, lijkt dus nog niet uitgespeeld!
Een interessante sessie waarin sport en recht samenkwamen. Veel dank aan Lars Boer!
WK & Licenties: wie mag meeliften op het grootste voetbalevenement ter wereld?
Tim Wilms (Wilms Advocatuur) en Dolf Segaar (Segaar Law) bespraken de commerciële en mediarechtelijke kant van het WK. Hun bijdrage maakte duidelijk hoe sterk het toernooi juridisch is gereguleerd. Rond het WK draait het om een uitgebreid stelsel van sponsorcontracten, licenties, mediarechten, merkbescherming, ticketing, merchandise en public viewing.
Tim Wilms schetste eerst de commerciële rechtenstructuur achter het WK. FIFA organiseert het toernooi als sportevenement, maar exploiteert daaromheen een omvangrijk commercieel programma. Die structuur is zichtbaar in vrijwel alles. Welke merken zich officieel met het WK mogen associëren, welke logo’s in en rond stadions zichtbaar mogen zijn, wie producten met WK-aanduidingen mag verkopen en welke partijen tickets of hospitality-pakketten mogen aanbieden.
Een sprekend voorbeeld is de manier waarop FIFA omgaat met stadionsponsoring. Stadions die normaal een commerciële naam dragen, worden tijdens het WK vaak tijdelijk hernoemd of commercieel “schoongemaakt”. Wilms wees daarbij op voorbeelden uit de Verenigde Staten, waaronder Levi’s Stadium en het stadion in Atlanta. De gedachte daarachter is eenvoudig: een bestaande stadionsponsor mag niet zomaar profiteren van de wereldwijde WK-exposure wanneer die sponsor geen officiële FIFA-partner is. Daarmee wordt het stadion zelf onderdeel van de licentiestructuur. De fysieke ruimte rondom de wedstrijd wordt juridisch en commercieel afgebakend.
Die afbakening gaat verder dan het stadion. Rondom WK-locaties werkt FIFA met zogenoemde clean zones, waarin commerciële uitingen van derden kunnen worden beperkt. Ook dat past binnen de bredere sponsorbescherming. Officiële partners betalen aanzienlijke bedragen voor exclusiviteit en zichtbaarheid. In ruil daarvoor probeert FIFA te voorkomen dat andere merken alsnog profiteren van dezelfde aandacht, zonder onderdeel te zijn van het officiële commerciële programma.
Daarmee kwam Wilms vanzelf bij ambush marketing. Ambush marketing ziet op commerciële uitingen waarmee een partij zich probeert te associëren met een evenement, zonder daarvoor toestemming of een officiële commerciële relatie te hebben. Dat kan heel direct, bijvoorbeeld door beschermde WK-tekens te gebruiken. Het kan ook subtieler, via campagnes, inhakers, giveaways, kledingacties of reclame in de buurt van stadions. Bij een evenement met zoveel publieke aandacht is de grens tussen creatief inhaken en ongeoorloofd meeliften belangrijk.
In Nederland is de Bavaria-leeuwenhose uit 2006 nog steeds het klassieke voorbeeld. Supporters droegen destijds oranje lederhosen met Bavaria-uitingen tijdens het WK, terwijl de KNVB en FIFA commerciële belangen van officiële sponsors wilden beschermen. Het Hof Amsterdam oordeelde dat individuele supporters niet zomaar mochten worden geweerd op basis van niet duidelijk kenbare voorwaarden, maar dat grootschalige verspreiding van de leeuwenhose rond stadions wel kon worden verboden. De zaak laat zien dat ambush marketing niet alleen draait om merkenrecht, maar ook om contractuele voorwaarden, huisregels, proportionaliteit en de concrete manier waarop een campagne wordt uitgevoerd.
Een actueler haakje is de discussie over de verplichte drinkpauzes tijdens het WK 2026. FIFA-president Gianni Infantino verdedigde die pauzes als een sportieve maatregel vanwege de hitte. Tegelijkertijd klinkt kritiek dat de onderbrekingen ook extra advertentiemomenten opleveren en het spel meer laten lijken op een commercieel geprogrammeerd uitzendevenement. Juridisch is vooral interessant dat zo’n discussie precies blootlegt waar het bij WK-licenties om gaat: sportieve organisatie, media-exploitatie en commerciële belangen lopen door elkaar.
Ook merchandise en collectibles passen in die lijn. Tim besprak onder meer de verhouding tussen FIFA, Panini en Fanatics. FIFA sloot een langjarige exclusieve collectibles-licentie met Fanatics, waaronder trading cards, stickers en digitale collectibles vallen. De overeenkomst gaat volledig in vanaf 2031 en betekent dat een lange traditie van Panini-WK-albums eindigt. Ook hier is goed zichtbaar hoe licenties bepalen wie het officiële WK-verhaal commercieel mag verspreiden. Zelfs de manier waarop fans het toernooi verzamelen, ruilen en bewaren, is onderdeel van een rechtenstructuur.
Dolf Segaar trok het onderwerp vervolgens door naar medialicenties. FIFA verdeelt de uitzendrechten wereldwijd per territorium. Voor Nederland liggen de live-uitzendrechten voor het WK 2026 bij de NOS. Daarnaast heeft Talpa Network via een overeenkomst met de NOS rechten verkregen voor samenvattingen en fragmentgebruik. Daarmee ontstaat een tweede laag van licentie.
Daarbij speelt ook de Mediawet een rol. Bepaalde sportevenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving moeten beschikbaar zijn via het open net. Voor het WK betekent dit dat commerciële exploitatie van uitzendrechten wordt begrensd door publieke toegankelijkheid. De rechtenhouder kan de waarde van de mediarechten dus exploiteren, maar niet volledig los van de wettelijke regels over toegang tot belangrijke evenementen.
Dolf wees daarnaast op public viewing. Het gezamenlijk vertonen van WK-wedstrijden op pleinen, in horecagelegenheden of op grote schermen is juridisch iets anders dan thuis de wedstrijd kijken. Zodra een wedstrijd publiek wordt vertoond, kan toestemming nodig zijn en kan een vergoeding verschuldigd zijn. Ook daar komt de licentiegedachte terug. De wedstrijdbeelden zijn niet vrij beschikbaar voor elke commerciële of publieke vertoning, ook al is de wedstrijd op televisie te zien.
Tim Wilms en Dolf Segaar lieten zien dat het WK functioneert als een strak gereguleerd commercieel ecosysteem. FIFA controleert zoveel mogelijk schakels rond het evenement zoals stadionruimte, uitzendingen en publieke vertoningen. Voor officiële partners is dat aantrekkelijk omdat hun investering wordt beschermd. Voor andere merken, media en organisatoren betekent het vooral dat zij steeds moeten nagaan waar de grens ligt tussen toegestane aandacht voor het WK en ongeoorloofde commerciële associatie.
Veel dank voor deze bijdrage!
WK & Recht Panelsessie
Tijdens de panelsessie over WK en marketing bespraken Dolf Segaar, Hans Schakel (ING) en Bram Bogaerts (Visser Schaap & Kreijger) hoe ver de commerciële controle rond een groot sportevenement als het WK reikt. De discussie draaide vooral om de spanning tussen het WK als publiek volksfeest en het WK als commercieel beschermd evenement.
De stelling dat het WK “voor iedereen” is, vormde daarbij een logisch vertrekpunt. Dolf Segaar nuanceerde die gedachte door het WK te vergelijken met Koningsdag. Iedereen mag meedoen aan de sfeer en inspelen op het nationale enthousiasme. Dat wordt anders zodra een merk zich commercieel met het WK wil associëren. Dan gelden de regels van FIFA, de KNVB en andere rechthebbenden. Veel producten en campagnes verwijzen naar de WK-sfeer zonder expliciet te suggereren dat er een contractuele band bestaat met het evenement. De publieke beleving van het WK is breed, maar de commerciële associatie met het WK is juridisch afgebakend.
Hans Schakel benaderde die spanning vanuit de praktijk van sponsors. Hij wees erop dat commerciële rechten rond grote sportevenementen vaak veel verder gaan dan buitenstaanders denken. Een merk kan in het dagelijks leven sponsor zijn van een stadion of zichtbaar zijn op een bepaalde locatie, maar tijdens een groot toernooi kunnen die afspraken worden beperkt door de regels van de organisator. Schakel noemde onder meer het voorbeeld van ING, dat tijdens Champions League-wedstrijden in de Johan Cruijff ArenA geen reclame kon maken vanwege de sponsorregels van UEFA. Ook verwees hij naar een commercial in Brazilië waarin een niet-officiële beker moest worden aangepast of verwijderd, omdat de verwijzing naar beschermde intellectuele eigendom te dicht tegen het officiële evenement aan lag. Zulke voorbeelden laten zien dat niet alleen het gebruik van officiële logo’s gevoelig ligt, maar ook het oproepen van een te sterke associatie met beschermde symbolen.
Daarmee werd duidelijk dat bestaande commerciële afspraken niet altijd doorslaggevend zijn. In de praktijk heeft de organisator van het evenement vaak een zeer sterke positie. Stadions, bonden, sponsors en commerciële partners moeten zich voegen naar het rechtenpakket dat rond het toernooi is opgebouwd. Het gaat dan niet alleen om merkenrecht of auteursrecht, maar ook om contractuele afspraken, exclusiviteit, stadionregels en sponsorcategorieën. Voor officiële partners is dat dan ook de kern van hun investering. Zij betalen voor zichtbaarheid en willen voorkomen dat andere partijen zonder toestemming profiteren van dezelfde aandacht.
In de discussie kwam ook naar voren dat hoofdsponsors onderling contact hebben. Volgens Hans vindt er afstemming plaats binnen het commerciële ecosysteem rond het toernooi. Dat is logisch, omdat sponsorposities vaak exclusief zijn per categorie. Als één partij bijvoorbeeld de officiële bank of betaalpartner is, moet duidelijk zijn welke ruimte andere commerciële partijen nog hebben. Sponsoractivatie is daardoor ook een kwestie van afstemming en juridische afbakening.
Een andere vraag was of de aanwezigheid van een uitzonderlijk grote sterspeler, vergelijkbaar met Lionel Messi, invloed zou hebben op de commerciële verhoudingen rond het Nederlands elftal. Dolf Segaar gaf aan dat dit juridisch niet direct tot andere regels leidt, al kan de exposure natuurlijk wel groter worden. Een sterspeler vergroot de aandacht voor een team en maakt commerciële uitingen waardevoller, maar blijft gebonden aan de bestaande regels van FIFA, de bond en het team. Ook individuele sponsorbelangen van spelers moeten dus worden ingepast in het bredere kader van teamafspraken, toernooiregels en commerciële exclusiviteit.
Tot slot werd besproken of influencers sponsorregels ingewikkelder maken. Bram Bogaerts wees erop dat juist bij influencers en online creators het risico bestaat dat zij niet goed weten wat wel en niet mag. Zij kunnen met een post al snel de indruk wekken dat er een officiële band bestaat met het WK, terwijl die er niet is. Daardoor neemt de kans op inbreuken toe. Dolf Segaar wees daarnaast op de rol van het Commissariaat voor de Media bij de handhaving van regels rond commerciële communicatie.
De panelsessie maakte vooral duidelijk hoe snel gewone WK-sfeer kan overgaan in commerciële associatie. Voor supporters en winkels voelt het WK als een gezamenlijk moment, maar voor merken ligt dat anders zodra zij die sfeer willen gebruiken om producten, diensten of campagnes te verkopen. Dan spelen verschillende sponsorafspraken, IE-rechten en mediaregels al snel een rol. Dat maakt WK-marketing voor bedrijven aantrekkelijk, maar ook riskant. Een campagne kan luchtig bedoeld zijn, terwijl zij juridisch toch de indruk wekt van een officiële band met het toernooi.