Gepubliceerd op woensdag 18 maart 2026
IEF 23372
Unified Patent Court (UPC) ||
16 mrt 2026
Unified Patent Court (UPC) 16 mrt 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited), https://ie-forum.nl/artikelen/ecovacs-roborock-schending-informatieplicht-bij-ex-parte-inspectie

Ecovacs/Roborock: schending informatieplicht bij ex parte inspectie

UPC CoA 16 maart 2026, IEF 23372; UPC-COA-0000003/2026 (Ecovacs Robotics Co., Ltd. tegen Roborock (HK) Limited). Ecovacs Robotics, houdster van Europees octrooi EP 3 808 512 voor onder meer een methode voor lokalisering van een robot, vroeg bij de Local Division Düsseldorf van de Unified Patent Court om een ex parte inspectie- en bewijsbeslag op robotstofzuigers van Roborock (o.a. Roborock Saros 10, S8 Max V Ultra, QV 35A) op de IFA 2025 in Berlijn. De Local Division wees dit verzoek op 4 september 2025 toe zonder Roborock te horen, omdat de apparaten klein zijn en gemakkelijk verplaatst of door software-updates gewijzigd kunnen worden, en omdat Ecovacs had gesteld dat zij anders geen mogelijkheid had om bewijs te verkrijgen tegen Roborock, dat vanuit Hongkong opereert. De order verplichtte Roborock de apparaten aan een deskundige af te geven, inclusief het verstrekken van wachtwoorden, liet toe dat deze zo nodig ter plekke in beslag werden genomen en elders werden onderzocht, en omvatte ook inzage in documenten en digitale data; de deskundige moest binnen vier weken een beschrijving aan de rechtbank sturen, onder vertrouwelijkheid en geheimhouding. De inspectie vond op 7 september 2025 plaats, met rapport op 15 oktober 2025. Roborock vroeg vervolgens om herziening. De Local Division vernietigde op 19 december 2025 de inspectieorder volledig, behalve de vertrouwelijkheids- en geheimhoudingsverplichtingen, en legde alle kosten van de inspectie en het deskundigenrapport bij Ecovacs, omdat Ecovacs bij het ex parte verzoek haar op grond van Rule 192.3 RoP bestaande plicht tot volledige en juiste feitenpresentatie had geschonden. Ecovacs had in het verzoek gesuggereerd dat de IFA de enige mogelijkheid was om bewijs tegen Roborock te verkrijgen en dat Roborock geen eigen vestiging in Europa had en via dochterondernemingen distribueerde, terwijl zij al vóór het verzoek wist, en in een vrijwel gelijktijdig aanhangig gemaakte inbreukprocedure had gesteld en met een Amazon‑screenshot onderbouwd, dat Roborock zelf rechtstreeks aan Duitse klanten via Amazon verkocht en dat een andere groepsmaatschappij als fabrikant op de documentatie stond; eerdere testen van de apparaten waren bovendien al uitgevoerd.

In hoger beroep bij de Court of Appeal vorderde Ecovacs vernietiging van de beslissing van de Local Division, afwijzing van Roborocks review‑verzoek en een kostenveroordeling van Roborock, terwijl Roborock bekrachtiging van de beslissing en een kostenveroordeling van Ecovacs vroeg. De Court of Appeal schetst het juridisch kader van art. 60 UPCA, art. 7 Handhavingsrichtlijn en Rules 192 en 197 RoP: ex parte maatregelen tot bewijsbewaring zijn mogelijk bij aantoonbaar risico van bewijsvernietiging, maar moeten effectief en proportioneel zijn, en de aanvrager heeft een verzwaarde plicht om alle materiële feiten te onthullen die de beslissing om de andere partij niet te horen kunnen beïnvloeden; schending van die plicht raakt de fair trial‑waarborg en kan niet achteraf via aanvullingen in review worden gerepareerd. Toegepast op deze zaak oordeelt het hof dat Ecovacs in de ex parte‑aanvraag de eigen kennis over Roborocks directe Amazon‑verkoop en de rol van een andere groepsmaatschappij als fabrikant heeft weggelaten en de situatie zó heeft voorgesteld dat de beursoptredens de enige kans op bewijs leken, terwijl in werkelijkheid ook met een gewone test purchase bewijs kon worden verkregen. Deze omissies en vertekeningen betreffen kernfeiten voor de proportionaliteits- en noodzakelijkheidstoets van de gevraagde ex parte‑maatregel, en kunnen niet worden hersteld door latere stellingen over behoefte aan broncode of interne documentatie; die latere argumenten moeten bij de review buiten beschouwing blijven. De Court of Appeal ziet geen ruimte om de order gedeeltelijk in stand te laten en acht ook een prejudiciële vraag aan het HvJ over de reikwijdte van “relevant bewijs” niet nodig, omdat hier in wezen de uitleg en toepassing van de eigen procedurele regels (UPCA/RoP) en de onthullingsplicht centraal staat. De Court of Appeal verwerpt daarom het beroep volledig, laat de volledige herroeping van de inspectieorder in stand en veroordeelt Ecovacs tot betaling van de proceskosten van Roborock in hoger beroep.

35. Contrary to what Ecovacs is asserting, the ex parte order could not have been maintained on review in this case, even in an amended form. The Local Division was right to revoke it.

36. On page 26 of the Application, Ecovacs described that the Respondent (Roborock) uses its affiliated companies for the logistics and distribution of its products. For example, it uses its wholly-owned subsidiary Roborock Germany GmbH to respond to customer enquiries from Germany and distributes its products through this company. In addition, it has other wholly-owned subsidiaries that operate on the European market and offer and distribute its products (examples were made). At page 61 it was asserted that the main action is based on observations based on the embodiments sold by Roborock Germany GmbH, a company entrusted with the distribution of robots. It was argued as highly likely that this German company obtained these from the Roborock or from another company in the Roborock Group.

43. Rather than being mere clerical errors or details of an insignificant nature, the statements amount to omissions and distorted accounts of material facts which not only might influence the Court in deciding whether to make an order without hearing the defendant; they were of central importance for the Local Division’s assessment on whether to allow the request at all. On the facts of this case, such shortcomings cannot be compensated or circumvented by later submissions in response to a Request for review. The possibility that other grounds might have existed cannot retroactively justify the Application. Facts introduced later by the applicant in support of the Application shall be disregarded on review. As regards submissions in other proceedings, such as proceedings on the merits, the Court is under no obligation to consult other casefiles (UPC_CoA_182/2024, order of 25 September 2024, Mammut vs Ortovox, para 72).

44. On a proper understanding of the Application as explained above, Ecovacs’ arguments raised in view of the alleged need to obtain the source code were all raised after the Application and must therefore be disregarded and as such cannot be the basis for a partial revocation.