Gepubliceerd op donderdag 3 september 2026
IEF 23791
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
2 sep 2026,
Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 sep 2026,, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/euipo-schendt-recht-om-te-worden-gehoord-door-niet-alle-vertalingen-van-bewijsstukken-door-te-sturen

EUIPO schendt recht om te worden gehoord door niet alle vertalingen van bewijsstukken door te sturen

Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23791; ECLI:EU:T:2026:525 (Stratio Big Data Inc. tegen EUIPO en Stra, SA). Stratio Big Data Inc. verzoekt om vernietiging van de beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een procedure tot vervallenverklaring van het Uniewoordmerk STRATIO van Stra SA. De vordering tot vervallenverklaring is gebaseerd op artikel 58 lid 1 onder a UMVo wegens het ontbreken van normaal gebruik gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar. De nietigheidsafdeling verklaart het merk vervallen voor het merendeel van de betrokken diensten, maar handhaaft de inschrijving voor bepaalde diensten in klasse 42, waaronder diensten voor het ontwerpen van computers en software en IT-diensten. Stratio Big Data voert in beroep onder meer aan dat zij niet alle Spaanse vertalingen heeft ontvangen van de bewijsstukken waarop het gestelde normale gebruik is gebaseerd. Door een technisch probleem in het IT-systeem van het EUIPO zijn bepaalde door Stra SA ingediende vertalingen niet aan Stratio Big Data doorgestuurd. De kamer van beroep baseert haar beslissing niettemin mede op die bewijsstukken.

Het Gerecht oordeelt dat daarmee artikel 94 lid 1, tweede zin, UMVo en het recht om te worden gehoord zijn geschonden. Een beslissing van het EUIPO mag slechts worden gebaseerd op gronden en bewijsstukken waarover de partijen hun standpunt hebben kunnen bepalen, en het EUIPO moet hen daartoe daadwerkelijk in staat stellen. De ontbrekende vertalingen zijn bovendien relevant voor de uitkomst: met name bijlage 11a-11f speelt een essentiële rol bij de vaststelling van normaal gebruik voor de betrokken diensten in klasse 42 en bestaat uit ongeveer negentig pagina’s waarvan de inhoud niet zonder vertaling adequaat kan worden beoordeeld. Het kan daarom niet worden uitgesloten dat Stratio Big Data, indien zij over de vertalingen had beschikt, nadere argumenten had kunnen aanvoeren die tot een andere beslissing hadden kunnen leiden. Het Gerecht acht de grief over schending van de rechten van verdediging daarom gegrond en vernietigt de beslissing van de kamer van beroep voor zover daarbij het beroep van Stratio Big Data is verworpen, zonder de overige middelen en argumenten te onderzoeken. Het EUIPO wordt veroordeeld in de kosten van de procedure bij het Gerecht.

32      Il importe de rappeler également que, selon l’article 94, paragraphe 1, deuxième phrase, du règlement 2017/1001, les décisions de l’EUIPO ne peuvent être fondées que sur des motifs ou des preuves au sujet desquels les parties ont pu prendre position. Cette disposition constitue une application spécifique du principe général de protection des droits de la défense, consacré, par ailleurs, à l’article 41, paragraphe 2, sous a), de la charte des droits fondamentaux de l’Union européenne, selon lequel les personnes dont les intérêts sont affectés par des décisions des autorités publiques doivent être mises en mesure de faire connaître utilement leur point de vue [arrêts du 4 mai 2022, Sturz/EUIPO – Clatronic International (STEAKER), T‑261/21, non publié, EU:T:2022:269, point 61, et du 8 juin 2022, Apple/EUIPO – Swatch (THINK DIFFERENT), T‑26/21 à T‑28/21, non publié, EU:T:2022:350, point 40].

37      Il s’ensuit qu’il y a lieu de conclure, à l’instar de la requérante et de l’EUIPO, que la décision attaquée a été prise sur le fondement d’éléments de preuve sur lesquels, en raison d’un incident technique, une des parties n’a pas été mise en mesure de faire valoir de façon utile son point de vue et notamment sur l’annexe 11a-11f.

44      Enfin, compte tenu de l’importance de cette annexe dans la conclusion de la chambre de recours relative à l’usage sérieux de la marque contestée pour les services relevant de la classe 42 pour lesquels elle a considéré l’usage sérieux de cette marque comme établi, si la requérante avait été en mesure de comprendre la teneur de ladite annexe, il ne saurait être exclu qu’elle aurait pu présenter des arguments détaillés devant l’EUIPO, qui auraient pu aboutir à une décision différente.

48      Il ressort de l’ensemble des considérations qui précèdent qu’il y a lieu d’accueillir le recours et, partant, d’annuler la décision attaquée pour autant que la chambre de recours a rejeté le recours de la requérante (voir points 23 et 24 ci-dessus), sans qu’il soit besoin d’examiner les autres moyens et arguments de la requérante.