Gepubliceerd op woensdag 21 oktober 2026
IEF 23940
Rechtbank Midden-Nederland ||
30 sep 2026,
Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026,, IEF 23940; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]), https://ie-forum.nl/artikelen/facebookbericht-met-herleidbare-beschuldiging-van-seksueel-misbruik-terecht-verwijderd

Facebookbericht met herleidbare beschuldiging van seksueel misbruik terecht verwijderd

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23940; IT 5610; ECLI:NL:RBMNE:2026:6971 ([eiser] tegen [gedaagden]). Twee personen plaatsen op 12 juni 2025 een bericht op Facebook waarin zij een man beschuldigen van het herhaaldelijk verkrachten van een destijds negenjarig meisje. Het bericht wordt geplaatst op een persoonlijke Facebookpagina en in een openbare Facebookgroep. Hoewel de man niet bij naam wordt genoemd, is de beschuldiging door de specifieke combinatie van genoemde verenigingen tot hem herleidbaar. De man ontkent de beschuldiging en stelt dat het bericht zijn eer en goede naam aantast. In juli 2026 volgen twee nieuwe publicaties: een Facebookbericht over de aangifte van de dochter van gedaagden wegens seksueel misbruik in haar jeugd en een gedicht op een persoonlijke website. De man vordert verwijdering van de berichten, rectificatie, een verbod op toekomstige soortgelijke uitlatingen en een voorschot van € 3.000 op immateriële schadevergoeding. Ongeveer een week voor de mondelinge behandeling verwijderen gedaagden het oorspronkelijke Facebookbericht en plaatsen zij een rectificatie op de persoonlijke Facebookpagina van een van hen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het recht op bescherming van de eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) moet worden afgewogen tegen de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM). Het oorspronkelijke Facebookbericht is terecht verwijderd. De ernstige beschuldiging was tot de man herleidbaar, vond ten tijde van de publicatie uitsluitend steun in de verklaring van de dochter van gedaagden en het nagestreefde doel had ook op minder schadelijke wijze kunnen worden bereikt. De verwijderings- en rectificatievorderingen met betrekking tot dit bericht zijn inmiddels achterhaald. De twee latere publicaties zijn volgens de voorzieningenrechter niet onrechtmatig tegenover de man, omdat zij op geen enkele wijze tot hem herleidbaar zijn. Ook ziet de rechter geen aanleiding voor een toekomstig publicatieverbod, nu gedaagden het oorspronkelijke bericht hebben verwijderd en gerectificeerd en onvoorwaardelijk hebben toegezegd geen soortgelijke beschuldigingen meer te publiceren. Hoewel voldoende aannemelijk is dat de man door het oorspronkelijke bericht in zijn eer en goede naam is aangetast en hij in beginsel aanspraak heeft op immateriële schadevergoeding, zijn de omvang van de schade en de vereiste onverwijlde spoed voor een voorschot onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter wijst alle vorderingen af, maar veroordeelt gedaagden tot betaling van € 1.274,34 aan proceskosten, omdat het aanspannen van het kort geding nodig was om verwijdering en rectificatie van het oorspronkelijke bericht te bereiken.

Nieuwe berichten zijn niet onrechtmatig, opleggen verbod en rectificatie niet (meer) nodig

3.6

[gedaagden] hebben het bericht van 12 juni 2025 terecht verwijderd. Vast staat dat de beschuldiging vanwege de genoemde specifieke combinatie van [verenigingen] tot [eiser] herleidbaar is. Het gaat om een zeer ernstige beschuldiging, die op het moment dat die werd gedaan uitsluitend steun vond in de verklaring van de dochter van [gedaagden] Het doel dat [gedaagden] met de publicatie zeggen te hebben nagestreefd (het bewegen van hun dochter om aangifte te doen en het zoeken naar mogelijke andere slachtoffers) had ook op andere, voor [eiser] minder schadelijke, manieren kunnen worden bereikt.

Omdat (a) het bericht inmiddels verwijderd is, er (b) een rectificatie is geplaatst, en (c) de [gedaagde sub 1] op zitting onvoorwaardelijk heeft toegezegd dezelfde dag nog de rectificatie die al op zijn eigen Facebookpagina staat ook in de openbare groep [plaats] te plaatsen, hoeven de verwijderings- en rectificatievorderingen met betrekking tot dit bericht niet meer te worden behandeld. Zij zijn achterhaald. Op het effect dat dit heeft op de proceskosten komt de rechter later terug.

3.7

[eiser] eist nog wel, zo bleek ter zitting, verwijdering en rectificatie van de twee berichten die in juli 2026 zijn geplaatst. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze berichten niet onrechtmatig zijn tegenover [eiser] . Beide berichten zijn op geen enkele wijze naar hem herleidbaar. In het bericht van [gedaagde sub 2] schrijft zij dat haar dochter aangifte heeft gedaan van seksueel misbruik in haar jeugd en roept zij slachtoffers op hun verhalen te delen en aangifte te doen tegen de daders. De naam van [eiser] wordt direct noch indirect genoemd en er wordt ook geen enkele verwijzing gemaakt naar het eerdere bericht op Facebook van 12 juni 2025. Dit geldt ook voor het gedicht dat de [gedaagde sub 1] heeft geplaatst op zijn eigen website. Het gedicht is niet herleidbaar naar [eiser] . Ook is er inmiddels meer dan een jaar verstreken sinds het eerste bericht zonder dat [gedaagden] soortgelijke berichten hebben geplaatst. [gedaagden] hebben voldoende gewaarborgd dat de berichten niet tot [eiser] herleidbaar zijn. Dat [eiser] van deze berichten nadelige gevolgen ondervindt of zal ondervinden, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet te verwachten. Het belang van [gedaagden] om zich uit te kunnen laten over de ervaringen van hun dochter en hun eigen ervaringen weegt daarom zwaarder dan het belang van [eiser] .