Gepubliceerd op dinsdag 24 maart 2026
IEF 23398
Belgische gerechten ||
16 mrt 2026
Belgische gerechten 16 mrt 2026, IEF 23398; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-bewezen-inbreuk-fotojournalist-tegen-ugent-over-online-clim-werkpakketten

Uitspraak ingezonden door Joris Deene, Everest.

Geen auteursrechtelijke bescherming en geen bewezen inbreuk: fotojournalist tegen UGent over online CLIM‑werkpakketten

Hof van beroep Gent 16 maart 2026, IEF 23398, IT 5154, IEFbe 4156; 2025/AR/1342 (SCHULD Peter-Vincent tegen UNIVESITEIT GENT). Deze zaak gaat over een geschil tussen fotojournalist Peter‑Vincent Schuld, hoofdredacteur van het online tijdschrift FactsFound.news, en de Universiteit Gent (UGent) omtrent het online gebruik van 18 foto’s in twee CLIM‑werkpakketten (“Mag ik spelen?” en “Verhuizen? Wat is dat?”) die door het Steunpunt Diversiteit en Leren (vakgroep Taalkunde UGent) zijn ontwikkeld en in 2016 integraal en kosteloos online werden geplaatst. Schuld had in 2006–2007 foto’s geleverd aan de Uitgeverij De Boeck voor papieren educatieve uitgaven en verwijst naar facturen en een dading, maar bezorgt die stukken in hoger beroep niet effectief aan het hof. Vanaf 2020 stelt hij UGent herhaaldelijk in gebreke wegens “auteursrechtfraude” en dagvaardt hij in 2024 UGent voor de rechtbank van eerste aanleg Gent, met een vordering tot bescherming van zijn auteursrecht en tot vergoeding van materiële schade van 84.350 euro en morele schade van 10.000 euro. UGent betwist zowel auteurschap als rechthebbenschap, voert onder meer nietigheid van de dagvaarding, verjaring, afstand van recht/rechtsverwerking, en een exceptie van borgstelling aan en stelt dat de auteursvermogensrechten op de CLIM‑pakketten, inclusief de foto’s, bij Uitgeverij De Boeck liggen, gelet op de colofon met “© 2007 Uitgeverij De Boeck nv – Alle rechten voorbehouden”. De rechtbank verwerpt de wering‑ en ontvankelijkheidsverweren, oordeelt dat de vordering ontvankelijk maar ongegrond is omdat Schuld niet aantoont dat hij nog de vermogensrechten bezit, en legt de gerechtskosten voor vier vijfde ten laste van Schuld en voor één vijfde ten laste van UGent. Schuld stelt hoger beroep in en vraagt vernietiging van het vonnis in zoverre zijn vordering ongegrond is verklaard en veroordeling van UGent tot 94.350 euro plus proceskosten, terwijl UGent incidenteel beroep instelt en de vordering alsnog als ontoelaatbaar of minstens ongegrond wil zien afgewezen, met volledige kostenveroordeling van Schuld. In hoger beroep identificeert het hof op basis van de CLIM‑pakketten nauwkeurig de 18 betwiste foto’s, maar werpt de door Schuld op 8 december 2025 via e‑deposit neergelegde conclusie en het nieuwe stuk ambtshalve uit de debatten omdat ze, in strijd met artikel 747 §4 Ger.W. en artikel 740 Ger.W., niet tijdig aan UGent zijn overgemaakt; het hof houdt enkel rekening met de beroepsakte en de daarin opgesomde stukken, die Schuld uiteindelijk evenmin neerlegt.

Het hof verklaart zowel het hoofdberoep als het incidenteel beroep formeel toelaatbaar en verwerpt UGents excepties van afstand van recht en rechtsverwerking, omdat stilzitten gedurende drie jaar na de ingebrekestelling geen ondubbelzinnige afstand van recht of rechtsmisbruik oplevert en afstand van recht niet wordt vermoed. Het verwerpt ook UGents stelling dat Schuld geen procesbelang heeft. De vraag of hij werkelijk auteur en rechthebbende is, behoort tot de grond van de zaak. Ten gronde bevestigt het hof, op basis van de, door UGent niet betwiste, vermelding “Persagentschap Peter‑Vincent Schuld, Foto Belga, Ima Pictures Genk” in de CLIM‑pakketten en de door Schuld overgelegde metadata‑schermafdrukken, dat Schuld als oorspronkelijke auteur van de 18 foto’s kan worden aangemerkt. Cruciaal is echter de vraag of hij nog auteursvermogensrechten bezit. Het hof stelt vast dat de colofon van de CLIM‑uitgaven Uitgeverij De Boeck als rechthebbende aanduidt en dat Schuld erkent dat hij rechten aan de uitgever heeft verleend, terwijl hij geen enkel concreet bewijs (contract, licentievoorwaarden, facturen) voorlegt waaruit blijkt dat zijn toestemming beperkt was tot eenmalige papieren reproductie. Met toepassing van de regels inzake bewijslast en feitelijke vermoedens besluit het hof dat, bij gebrek aan tegenbewijs, moet worden aangenomen dat de vermogensrechten (minstens voor de exploitatie in combinatie met de CLIM‑pakketten) aan Uitgeverij De Boeck waren overgedragen, waardoor Schuld geen aanspraak kan maken op schadevergoeding tegenover UGent voor het online plaatsen van deze pakketten. Daarnaast toetst het hof of de foto’s als “werk” in de zin van het auteursrecht kunnen worden aangemerkt, en oordeelt dat Schuld niet voldoet aan zijn stelplicht. Hij beschrijft niet voor elke foto concreet welke vrije en creatieve keuzes hij maakte en op welke wijze de foto zijn persoonlijkheid weerspiegelt. Het hof verwerpt de redenering van de eerste rechter die vier foto’s nog als voldoende origineel had aangemerkt, en besluit dat Schuld niet aantoont dat enige van de 18 foto’s de vereiste originaliteit bezit om auteursrechtelijke bescherming te genieten. Om die reden is er geen sprake van inbreuk door UGent, waardoor de overige verweren (publieke mededeling zonder winstoogmerk, uitzonderingen, portrettoestemming, rechtsmisbruik) onbespreekbaar blijven. Het hoofdberoep wordt daarom volledig ongegrond verklaard. Het incidenteel beroep is slechts gedeeltelijk gegrond, nu de door UGent bepleite ontoelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering en een volledige kostenverschuiving voor de eerste aanleg worden afgewezen.

4.4.19. SCHULD verwijst naar de karakteristieke invalshoek die hij hanteert, namelijk de ‘kleine of gekende V-hoek’ en hij verwijst naar de persoonlijke duiding per foto (cf. p. 14 tot p.31 en p. 35 tot 78 beroepsakte).

Het gebruik van de ‘V-hoek’ maakt een techniek uit die wordt toegepast in de fotografie. Het gebruik van deze techniek geeft op zichzelf geen blijk van originaliteit.

Verder houdt elke genomen foto met menselijke tussenkomst in mindere of meerdere mate een keuze in. Van belang is na te gaan of de keuze vrij en creatief is en de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt.

Het hof dient te concluderen dat SCHULD niet voldoet aan de op hem rustende stelplicht.

Bij de argumentatie per foto inzake de originaliteit wordt voornamelijk uiteengezet wat de achterliggende idee was en welke duiding hij als fotograaf wou geven. Zoals hoger uiteengezet, beschermt het auteursrecht geen ideeën of gedachten maar wel de uitdrukkingsvorm die hieraan wordt gegeven. SCHULD reikt geen concrete gegevens aan per foto van de vrije en creatieve keuzes die werden gemaakt, respectievelijk in de voorbereidende fase, bij het maken van de foto en desgevallend tijdens de bewerkingsfase (zie hoger – cf. HvJ arrest Painer).

UGENT legt foto’s voor die gelijkaardig zijn aan bepaalde foto’s die door andere fotografen werden gemaakt (cf. foto’s van speelkaarten, van tarrotkaarten, van strand Kreta, van een touwbeeld tussen twee handen, van een file). SCHULD toont niet op afdoende wijze aan welke vrije en creatieve keuzes hij heeft gemaakt die zijn persoonlijkheid weerspiegelen waardoor hij tot een ander resultaat is gekomen dan een andere fotograaf in dezelfde omstandigheden.

SCHULD benadrukt de waarde van zijn journalistiek werk, dit tevens op maatschappelijk vlak en wat betreft een ‘journalistiek auteursrecht’. Het volstaat niet dat de foto’s kwalitatief zijn en sterke persfoto’s uitmaken, net zoals het feit dat de foto’s werden gemaakt in het kader van zijn activiteiten als journalist en dat elke foto gepaard gaat met een idee of boodschap. Het is niet omdat aan bepaalde foto’s geen auteursrechtelijke bescherming toekomt dat het werk van de fotograaf geen erkenning verdient op basis van zijn kennis, kunde, beschikbaarheid over professionele apparatuur, zijn engagement en aanwezigheid bij maatschappelijk belangrijke gebeurtenissen, e.d.m.

Het hof is van oordeel dat SCHULD voor elke foto afzonderlijk niet op voldoende wijze aantoont welke de vrije en creatieve keuzes zouden zijn die zijn persoonlijkheid weerspiegelen. Zonder vaststelling hiervan kan geen originaliteit worden weerhouden zodat er niet op rechtsgeldige wijze tot het bestaat van auteursrechtelijke bescherming kan worden besloten.

Het incidenteel beroep van UGENT is wat betreft dit onderdeel gegrond. De vordering werd evenwel reeds op andere gronden afgewezen.