Auteursrecht  

IEF 23954

HvJEU: CBO's mogen auteursrechtelijke vergoedingen niet gebruiken ten behoeve van niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 okt 2026, IEF 23954; ECLI:EU:C:2026:892 (VG Wort tegen TL), https://ie-forum.nl/artikelen/hvjeu-cbo-s-mogen-auteursrechtelijke-vergoedingen-niet-gebruiken-ten-behoeve-van-niet-rechthebbenden

HvJ EU 22 oktober 2026, IEF 23954; IEFbe 4363; ECLI:EU:C:2026:892; C-840/24 (VG Wort/TL). Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat collectieve beheersorganisaties (CBO's) inkomsten uit auteursrechten mogen gebruiken voor de financiering van sociale, culturele en educatieve voorzieningen, mits deze uitsluitend ten goede komen aan rechthebbenden. Voor niet-verdeelbare bedragen geldt een uitzondering: deze mogen onder bepaalde voorwaarden ook worden ingezet ten behoeve van personen die geen rechthebbenden zijn. De zaak draait om de Duitse collectieve beheersorganisatie VG Wort, die een deel van de geïnde auteursrechtelijke vergoedingen, waaronder thuiskopie- en uitleenvergoedingen, gebruikte voor de financiering van het Förderungsfonds Wissenschaft (FFW). Dit fonds ondersteunt wetenschap en onderzoek, onder meer door bij te dragen aan de publicatie van wetenschappelijke werken. Twee auteurs maakten bezwaar tegen deze financiering, omdat de middelen ook ten goede konden komen aan personen die geen auteursrechthebbenden waren. Het Bundesgerichtshof stelde prejudiciële vragen over de verenigbaarheid van deze financiering met Richtlijn 2014/26/EU betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten.

Het Hof overweegt dat artikel 12 lid 4 van Richtlijn 2014/26/EU weliswaar toestaat dat CBO's inhoudingen op rechteninkomsten verrichten voor sociale, culturele en educatieve doeleinden, maar dat de daarmee gefinancierde voorzieningen uitsluitend aan rechthebbenden ten goede mogen komen. Een andere uitleg zou ertoe leiden dat rechthebbenden een deel van de inkomsten wordt onthouden waarop zij aanspraak hebben. Daarbij verwijst het Hof naar zijn eerdere rechtspraak over de thuiskopievergoeding en de vergoeding voor openbare uitlening, waaruit volgt dat deze vergoedingen volledig, rechtstreeks of indirect, aan rechthebbenden ten goede moeten komen. Voor zogenoemde *niet-verdeelbare bedragen* ligt dit anders. Dit zijn inkomsten die, ondanks de nodige inspanningen van de CBO om de rechthebbenden te identificeren en te lokaliseren, niet binnen drie jaar na afloop van het betreffende boekjaar kunnen worden verdeeld. Het Hof oordeelt dat deze bedragen ook mogen worden gebruikt voor voorzieningen ten behoeve van niet-rechthebbenden, mits de algemene ledenvergadering van de CBO hiermee heeft ingestemd en de betrokken lidstaat dit gebruik niet heeft beperkt. Tot slot verduidelijkt het Hof dat rechthebbenden geen actueel recht op vergoeding hoeven te hebben om voor de uit inhoudingen gefinancierde voorzieningen in aanmerking te komen. Evenmin is een rechtstreekse beheersovereenkomst met de CBO vereist, zolang het beheer van hun rechten direct of indirect binnen het werkterrein van de betrokken organisatie valt.

IEF 23943

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Paul Kreijger, Visser Schaap & Kreijger. 

Hof Amsterdam: HowardsHome maakt met nieuwssignaleringsdienst inbreuk op auteursrecht en persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 okt 2026, IEF 23943; 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-howardshome-maakt-met-nieuwssignaleringsdienst-inbreuk-op-auteursrecht-en-persuitgeversrecht

Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23943; zaaknr. 200.350.773/01 (de Uitgevers tegen HowardsHome). DPG Media, Mediahuis Nederland en Mediahuis NRC (hierna: de uitgevers) hebben hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de Rechtbank Amsterdam [IEF 22332], waarin hun vorderingen wegens inbreuk op het auteursrecht, databankenrecht en persuitgeversrecht waren afgewezen. De zaak betreft de commerciële nieuwssignaleringsdienst van Knowledge Exchange B.V., handelend onder de naam HowardsHome. Deze dienst verzamelde informatie uit onder meer openbaar beschikbare RSS-feeds van de uitgevers en bood klanten tegen betaling signaleringen aan met hyperlinks, nieuwskoppen, tekstfragmenten en, indien beschikbaar, verkleinde afbeeldingen (thumbnails). Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat het overgrote merendeel van de gebruikte perspublicaties auteursrechtelijk beschermd is en dat de uitgevers gerechtigd zijn de daarop rustende auteursrechten uit te oefenen of in te roepen. Door beschermde teksten en afbeeldingen te verveelvoudigen en openbaar te maken, heeft HowardsHome inbreuk gemaakt op het auteursrecht. Het beroep op de uitzondering voor tijdelijke reproducties (artikel 13a Aw) slaagt niet, omdat de reproducties zelfstandige economische waarde hadden en de kern van de commerciële dienstverlening vormden. Ook de beroepen op de nieuwsexceptie (artikel 15 Aw), de rapportage-exceptie (artikel 16a Aw) en het citaatrecht (artikel 15a Aw) worden verworpen. Voor een geslaagd beroep op het citaatrecht is onder meer vereist dat een rechtstreeks en nauw verband bestaat tussen het geciteerde werk en de eigen beschouwingen van de gebruiker. HowardsHome voegde echter geen eigen beschouwingen toe en gebruikte de fragmenten als onderdeel van haar commerciële product. Bovendien werd niet voldaan aan de eis dat het citeren naar billijkheid geschiedt en door het bijzondere doel wordt gerechtvaardigd. Ook de tekst- en dataminingexceptie (artikel 15o Aw) biedt geen bescherming, omdat deze uitsluitend betrekking heeft op reproducties en niet op openbaarmakingen. Daarnaast kwalificeren de werkzaamheden van HowardsHome volgens het hof niet als tekst- en datamining in de zin van artikel 25a lid 3 Aw.

IEF 23938

Buma en Sena onderbouwen onvoldoende dat winkelier beschermde muziek openbaar heeft gemaakt

Rechtbank Amsterdam 10 sep 2026, IEF 23938; ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 (Buma en Sena tegen WB), https://ie-forum.nl/artikelen/buma-en-sena-onderbouwen-onvoldoende-dat-winkelier-beschermde-muziek-openbaar-heeft-gemaakt

Rb. Amsterdam 10 september 2026, IEF 23938; ECLI:NL:RBAMS:2026:9973 (Buma en Sena tegen WB). Buma en Sena stellen dat White and Black (WB), exploitant van een winkel in een overdekte winkelpromenade, zonder toestemming auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermd muziekrepertoire openbaar heeft gemaakt. Tijdens een controlebezoek op 31 juli 2025 constateerde een inspecteur dat in de winkel muziek hoorbaar was. Volgens zijn rapport werd de muziek via een streamingdienst afgespeeld. Omdat WB de daaropvolgende factuur onbetaald liet, vorderen Buma en Sena schadevergoeding ter hoogte van de verschuldigd geachte licentievergoedingen, namelijk € 1.171 aan Buma en € 176,29 aan Sena. Daarnaast vorderen zij een verbod op verdere openbaarmaking zonder licentie. WB betwist dat zij beschermde muziek openbaar heeft gemaakt en voert aan dat de hoorbare muziek afkomstig was van een luidspreker achter de nooduitgang, in een gemeenschappelijke ruimte van het winkelcentrum. Ter onderbouwing overlegt WB een verklaring van de beheerder van het winkelcentrum, waaruit blijkt dat de muziek afkomstig is van de alarm- en ontruimingsinstallatie en dat het winkelcentrum zelf vergoedingen aan Buma en Sena betaalt.

IEF 23929

Rechtbank Den Haag herstelt kennelijke verschrijvingen in auteursrechtelijk vonnis tussen Nintendo en handelaar

Rechtbank Den Haag 7 okt 2026, IEF 23929; ECLI:NL:RBDHA:2026:29653 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-herstelt-kennelijke-verschrijvingen-in-auteursrechtelijk-vonnis-tussen-nintendo-en-handelaar

Rb. Den Haag 7 oktober 2026, IEF 23929; ECLI:NL:RBDHA:2026:29653 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]). De rechtbank heeft op verzoek van Nintendo Co., Ltd. en Nintendo of Europe SE een herstelvonnis gewezen in een auteursrechtelijk geschil tegen een handelaar. Nintendo had op grond van artikel 31 Rv verzocht om verbetering van enkele kennelijke verschrijvingen in het vonnis van 2 september 2026 (ECLI:NL:RBDHA:2026:25479). De gedaagde had geen bezwaar tegen de voorgestelde verbeteringen. De rechtbank wijst het verzoek toe en corrigeert de formulering van het eerder gegeven inbreukverbod, zodat daarin uitdrukkelijk staat dat de gedaagde iedere inbreuk op de auteursrechten van Nintendo moet staken en gestaakt houden. Daarnaast herstelt de rechtbank tekstuele fouten in de overwegingen over de specificatie van de verboden en de verwijzing naar de schadestaatprocedure. De verbeteringen worden aangetekend op het oorspronkelijke vonnis.

IEF 23928

Geen auteursrechtinbreuk aannemelijk na beëindiging samenwerking tussen marketingbureau en opdrachtgever

Rechtbank Noord-Nederland 25 sep 2026, IEF 23928; ECLI:NL:RBNNE:2026:4257 (LC tegen Monti), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-auteursrechtinbreuk-aannemelijk-na-beeindiging-samenwerking-tussen-marketingbureau-en-opdrachtgever

Rb. Noord-Nederland 25 september 2026, IEF 23928; ECLI:NL:RBNNE:2026:4257 (LC tegen Monti). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding over een auteursrechtelijk geschil tussen marketingbureau Los Companeros B.V. (LC) en het Duitse Monti Werkzeuge GmbH (Monti). LC en haar rechtsvoorganger verrichtten tussen 2018 en 2025 marketingwerkzaamheden voor Monti, waaronder het ontwikkelen van merkidentiteiten, logo's, slogans en huisstijlen. Na beëindiging van de samenwerking stelde LC dat Monti inbreuk maakte op haar auteursrechten door 327 volgens LC auteursrechtelijk beschermde werken te blijven gebruiken. LC vorderde onder meer een stakings- en verwijderingsgebod en een voorschot op schadevergoeding van € 50.000. Volgens LC waren de auteursrechten op grond van de algemene voorwaarden bij haar rechtsvoorganger blijven berusten en vervolgens aan LC overgedragen. Monti betwistte de toepasselijkheid van deze voorwaarden en beriep zich op artikel 8 Auteurswet (Aw), op grond waarvan een rechtspersoon die een werk als van haar afkomstig openbaar maakt zonder daarbij een natuurlijke persoon als maker te vermelden, onder bepaalde voorwaarden als maker wordt aangemerkt. De voorzieningenrechter stelt voorop dat partijen van artikel 8 Aw kunnen afwijken, maar dat daarvoor overeenstemming moet bestaan.

IEF 23927

Rechtbank Midden-Nederland bevoegd ten aanzien van Nederlandse en Duitse distributeur in auteursrechtelijk geschil over ruilkaartspel

Rechtbank Midden-Nederland 30 sep 2026, IEF 23927; ECLI:NL:RBMNE:2026:6957 ([eiseres] tegen [gedaagden]), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-midden-nederland-bevoegd-ten-aanzien-van-nederlandse-en-duitse-distributeur-in-auteursrechtelijk-geschil-over-ruilkaartspel

Rb. Midden-Nederland 30 september 2026, IEF 23927; ECLI:NL:RBMNE:2026:6957 ([eiseres] tegen [gedaagden]). In een geschil over de verkoop en distributie van een ruilkaartspel beoordeelt de Rechtbank Midden-Nederland of zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen tegen vier vennootschappen uit hetzelfde concern, gevestigd in Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten. De Amerikaanse eiseres stelt dat de verkoop en distributie van het spel inbreuk maken op haar auteursrechten en daarnaast onrechtmatig zijn. De rechtbank is op grond van artikel 4 Brussel I-bis bevoegd ten aanzien van de Nederlandse vennootschap. Ook ten aanzien van de Duitse distributeur neemt de rechtbank bevoegdheid aan op grond van artikel 8 lid 1 Brussel I-bis. De vorderingen hebben betrekking op hetzelfde spel en op nauw samenhangende verkoop- en distributieactiviteiten binnen dezelfde distributieketen. De Nederlandse vennootschap treedt daarbij op als lokale distributeur en de Duitse vennootschap als centrale distributeur. Ook de vorderingen die betrekking hebben op de verkoop in Duitsland en Oostenrijk en de export naar andere EU-lidstaten vertonen volgens de rechtbank voldoende samenhang met de Nederlandse vorderingen. Dat de eiseres mogelijk een voor haar gunstiger forum heeft gekozen, staat niet aan bevoegdheid in de weg, zolang aan de voorwaarden van artikel 8 lid 1 Brussel I-bis is voldaan en geen sprake is van een kunstmatige ankergedaagde. De rechtbank acht zich daarom bevoegd voor alle vorderingen tegen de Duitse distributeur, zowel op grond van auteursrecht als onrechtmatige daad.

IEF 23911

Uitspraak ingezonden door Sjo Anne Hoogcarspel, Mount Law.

Rechtbank Amsterdam: vorderingen over exploitatie-inkomsten en -gegevens van muzieknummers afgewezen

Rechtbank Amsterdam 7 okt 2026, IEF 23911; ECLI:NL:RBAMS:2026:9874 ([eisende partij] tegen Moonlight c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-vorderingen-over-exploitatie-inkomsten-en-gegevens-van-muzieknummers-afgewezen

Rb. Amsterdam 7 oktober 2026, IEF 23911; ECLI:NL:RBAMS:2026:9874 ([eisende partij] tegen Moonlight c.s.). Een muziekproducent vordert van Moonlight Music en een zangeres onder meer afdracht van 50% van de exploitatie-inkomsten uit de nummers Vamos a la Playa en Bailando, evenals inzage in exploitatiegegevens van deze nummers en Slimando. Volgens de producent zijn partijen overeengekomen de inkomsten gelijk te verdelen en kan hij daarnaast aanspraak maken op het auteursrecht en de naburige rechten. De Rechtbank Amsterdam oordeelt dat de exploitatieovereenkomst uit 2010 in juni 2011 van rechtswege is geëindigd. De producent heeft onvoldoende onderbouwd dat partijen in 2013 hebben afgesproken de overeenkomst voort te zetten. Eventuele vorderingen tot nakoming van de oorspronkelijke overeenkomst zijn bovendien naar het toepasselijke Duitse recht verjaard. Ook de gestelde verdelingsafspraken uit 2017 en 2018 zijn onvoldoende onderbouwd. Uit de overgelegde correspondentie blijkt niet dat Moonlight Music c.s. heeft ingestemd met een gelijke verdeling van de exploitatie-inkomsten. De producent heeft daarmee niet voldaan aan zijn stelplicht en bewijslast.

IEF 23908

Eisers niet-ontvankelijk bij verklaringen voor recht over auteursrecht MaMa-vaas na faillissement en schikking

Rechtbank Den Haag 30 sep 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.), https://ie-forum.nl/artikelen/eisers-niet-ontvankelijk-bij-verklaringen-voor-recht-over-auteursrecht-mama-vaas-na-faillissement-en-schikking

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.). [eiser sub 1] ontwierp in 1998 de MaMa-vaas, die op basis van een exclusieve licentie door atelier [eiser sub 3] wordt geproduceerd en verkocht. [bedrijfsnaam] B.V. bood vanaf 2021 onder de naam Betsy vazen aan waarvan [eisers] c.s. stelden dat deze inbreuk maakten op het auteursrecht op de MaMa-vaas. In 2021 ondertekende [naam] namens [bedrijfsnaam] B.V. een onthoudingsverklaring waarin werd verklaard dat met de Betsy-vaas inbreuk was gemaakt en waarin werd toegezegd die inbreuk te staken. Nadat in 2023 en 2024 opnieuw Betsy-vazen waren aangeboden, startten [eisers] c.s. een procedure. Tijdens die procedure werd [bedrijfsnaam] B.V. failliet verklaard en nam de curator het geding over. Vervolgens bereikten [eisers] c.s. en de curator een schikking over de geldelijke verhaalsvorderingen, werden de resterende Betsy-vazen vernietigd en werden alle overige vorderingen ingetrokken. Alleen de gevorderde verklaringen voor recht dat de MaMa-vaas auteursrechtelijk beschermd is en dat het auteursrecht daarop aan [eiser sub 1] toekomt, bleven gehandhaafd.

IEF 23885

Oorspronkelijk verschenen op AI-Forum.

Thomson Reuters wint ook in hoger beroep: geen fair use bij AI-training met headnotes

Het Amerikaanse Third Circuit (equivalent van ons gerechtshof) heeft de overwinning van Thomson Reuters op ROSS Intelligence bevestigd. Het gebruik van de koptitels uit de juridische databank van Reuters voor de ontwikkeling van een met die databank concurrerende AI-zoektool, valt niet onder fair use. Het betreft de eerste Amerikaanse uitspraak in hoger beroep over fair use in de context van AI.

Bent u graag up to date op het snijvlak van AI en recht? Meld u vandaag nog aan voor het aankomende Nationaal AI & Data Congres van donderdag 5 november.

IEF 23874

HvJ EU: Rome I bepaalt toepasselijk recht op formele geldigheid overdracht exclusieve gebruiksrechten

HvJ EU 24 sep 2026, IEF 23874; ECLI:EU:C:2026:785 (Steizer), https://ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-rome-i-bepaalt-toepasselijk-recht-op-formele-geldigheid-overdracht-exclusieve-gebruiksrechten

HvJ EU 24 september 2026, IEF 23874; IEFbe 4322; ECLI:EU:C:2026:785 (Steizer). BT liet door een in Polen gevestigde fotograaf foto’s van automatten maken voor haar onlineverkoop. Partijen sloten geen schriftelijke overeenkomst over de overdracht van gebruiksrechten en maakten evenmin een rechtskeuze. Nadat IU een aantal van deze foto’s zonder toestemming voor eigen eBay-aanbiedingen had gebruikt, stelde BT in Duitsland een auteursrechtelijke inbreukvordering in. In hoger beroep betwistte IU dat BT de exclusieve gebruiksrechten rechtsgeldig had verkregen, omdat naar Pools recht voor een dergelijke overdracht volgens haar een schriftelijkheidsvereiste gold. Het Oberlandesgericht Düsseldorf vroeg het Hof of de formele geldigheid van de overdracht moet worden beoordeeld volgens de lex loci protectionis van artikel 8 lid 1 Rome II, dan wel volgens het recht dat op grond van Rome I op de overdrachtsovereenkomst van toepassing is. Het Hof maakt een onderscheid tussen beide rechtsverhoudingen: de gestelde inbreuk door een derde vormt een niet-contractuele verbintenis en valt onder Rome II, maar de vraag naar de formele geldigheid van de overeenkomst tussen de auteur en de verkrijger staat daarvan los en betreft een verbintenis uit overeenkomst.