Uitspraak ingezonden door Bjorn Schipper, Plus One Legal.
Rb. Amsterdam: digitale exploitatie door Armada geen derdenlicentie; opzegging per 1 juli 2026 geldig
Rb. Amsterdam 4 maart 2026, IEF 23325; C/13/764572 / HA ZO 25-424 (eiser tegen Armada). De Rechtbank Amsterdam beslist in een geschil tussen een artiest/producer en Armada Music B.V. over de vraag welke royalty geldt voor digitale exploitatie (met name streaming en downloads) van muziekopnames waarop oude titelovereenkomsten zien (oorspronkelijk met United Recordings, later via Cloud 9 en sinds 2018 bij Armada). De artiest stelde dat streaming/downloads moeten worden gezien als licentieverlening aan derden (platforms als Spotify/Apple e.d.), waardoor op grond van bepalingen over “third party income” een 50%-vergoeding over netto-inkomsten verschuldigd zou zijn. De rechtbank volgt dat niet. Met toepassing van de Haviltex-maatstaf oordeelt zij dat de 50%-bepalingen bedoeld zijn voor specifieke situaties waarin de platenmaatschappij de exploitatie (gedeeltelijk) uit handen geeft aan een licentienemer (bijv. een buitenlands label voor een bepaald territorium) en zelf slechts een deel van de exploitatie-inkomsten ontvangt. Digitale exploitatie via online platforms kwalificeert hier als exploitatie door de platenmaatschappij zelf via moderne distributiekanalen; dat daarbij technisch/juridisch afspraken met platforms worden gemaakt, maakt dit niet tot de bedoelde “derdenlicentie”. Bovendien weegt mee dat jarenlang royalty-afrekeningen zijn verstrekt waarin digitale inkomsten apart waren opgenomen en waartegen de artiest lange tijd geen bezwaar maakte; onder de Cloud 9-overeenkomsten is digitale exploitatie bovendien expliciet geregeld met lagere percentages dan fysiek.