Auteursrecht  

IEF 23867

Lidl maakt auteursrechtinbreuk op beschermde elementen van Birkenstock-sandalen

Rechtbank Gelderland 23 sep 2026, IEF 23867; ECLI:NL:RBGEL:2026:7234 (Birkenstock c.s. tegen Lidl c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/lidl-maakt-auteursrechtinbreuk-op-beschermde-elementen-van-birkenstock-sandalen

Rb. Gelderland 23 september 2026, IEF 23867; ECLI:NL:RBGEL:2026:7234 (Birkenstock c.s. tegen Lidl c.s.). Birkenstock beroept zich op auteursrechtelijke bescherming van het gemeenschappelijke ondergedeelte van haar sandalen en van de uppers van de modellen Madrid, Arizona, Florida, Boston en Gizeh. De rechtbank past daarbij het door het HvJ EU in Mio/Konektra [IEF 23142] verduidelijkte toetsingskader voor werken van toegepaste kunst toe. De rechter moet de concrete creatieve keuzes in de vormgeving identificeren; het enkele bestaan van ontwerpvrijheid of een esthetisch effect is onvoldoende. Van het ondergedeelte acht de rechtbank uitsluitend het hoogteverschil beschermd waardoor aan de achterzijde een wand wordt gevormd die naar de voorzijde in hoogte afloopt. De overige aangevoerde kenmerken zijn functioneel of technisch bepaald, dan wel onvoldoende creatief. Van de upper van de Madrid is alleen het verloop van een duidelijk zichtbare smallere strap van circa twee centimeter over een duidelijk zichtbare bredere band van circa vijf centimeter auteursrechtelijk beschermd. De uppers van de Arizona, Florida en Boston voldoen niet aan het oorspronkelijkheidsvereiste. Op de upper van de Gizeh kan Birkenstock evenmin auteursrecht inroepen: het daarop rustende auteursrecht is volgens de rechtbank op 21 december 1998 vervallen doordat na afloop van het toenmalige modelrecht geen tijdige instandhoudingsverklaring als bedoeld in de toen geldende BTMW is afgelegd.

IEF 23865

Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.

Erik Fruit aansprakelijk voor inbreuk op 'Labubu'-merken van Pop Mart

Rechtbank Rotterdam 28 sep 2026, IEF 23865; C/09/696283 (Popmart tegen Erik Fruit), https://ie-forum.nl/artikelen/erik-fruit-aansprakelijk-voor-inbreuk-op-labubu-merken-van-pop-mart

Rb. Den Haag 23 september 2026, IEF 23865; C/09/696283 (Popmart tegen Erik Fruit). In deze zaak tussen Pop Mart en Erik Fruit heeft de rechtbank geoordeeld dat groothandel Erik Fruit B.V. inbreuk heeft gemaakt op de Uniemerken van Pop Mart (bekend van het figuur 'Labubu'). Erik Fruit had ruim 7.000 namaakproducten van de populaire vinylknuffels geleverd aan diverse filialen van supermarktketen Jumbo. Pop Mart vorderde een inbreukverbod, opgave van feiten en cijfers, en schadevergoeding op te maken bij staat. Erik Fruit verweerde zich onder meer met de stelling dat de inkopers van Jumbo expliciet om koplopers/kopieën hadden gevraagd omdat de originele Labubu's niet verkrijgbaar waren, waardoor er bij de professionele afnemer geen verwarring kon ontstaan. Ook voerde Erik Fruit aan dat 'lafufu' een soortnaam zou zijn geworden en dat zij slechts op verzoek handelde.

IEF 23866

Auteursrechtinbreuk op bloemenvazen van Des Pots

Rechtbank Noord-Nederland 26 aug 2026, IEF 23866; ECLI:NL:RBNHO:2026:11723 (Des Pots tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/auteursrechtinbreuk-op-bloemenvazen-van-des-pots

Rb. Noord-Holland 26 augustus 2026, IEF 23866; ECLI:NL:RBNHO:2026:11723 (Des Pots tegen [gedaagde]). Des Pots exploiteert een collectie bloemenvazen die volgens haar in 2006 is ontworpen en vanaf januari 2007 op de markt is gebracht. Gedaagde bood in 2025 op een beurs en via haar webshop sterk overeenstemmende rozenvazen aan. De rechtbank oordeelt dat de bloemenvazen auteursrechtelijk beschermd zijn. Gedaagde had de beschermingswaardigheid van de vormgeving niet concreet betwist, zodat de rechtbank uitgaat van auteursrechtelijke bescherming aan de hand van de maatstaf dat sprake moet zijn van een eigen intellectuele schepping die de vrije en creatieve keuzes van de maker weerspiegelt. Ook staat voldoende vast dat Des Pots auteursrechthebbende is. Des Pots kan zich beroepen op artikel 8 Aw, omdat zij de vazen als van haar afkomstig openbaar heeft gemaakt zonder vermelding van een natuurlijke persoon als maker. Daarnaast volgt uit een overgelegde akte dat de ontwerpster haar auteursrechten aan Des Pots heeft overgedragen. De betwisting van het makerschap door gedaagde acht de rechtbank onvoldoende gemotiveerd.

IEF 23860

Boetebeding uit onthoudingsverklaring ziet alleen op specifiek genoemde foto’s

Rechtbank Overijssel 15 sep 2026, IEF 23860; ECLI:NL:RBOVE:2026:5540 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/boetebeding-uit-onthoudingsverklaring-ziet-alleen-op-specifiek-genoemde-foto-s

Rb. Overijssel 15 september 2026, IEF 23860; ECLI:NL:RBOVE:2026:5540 ([eiser] tegen [gedaagde]). [eiser] en [gedaagde] zijn directe concurrenten op het gebied van elektrotechnische infrastructuur. Nadat [gedaagde] zonder toestemming twee foto’s van [eiser] op haar website had geplaatst, verstrekte zij een onthoudingsverklaring. Daarin erkende zij dat [eiser] rechthebbende was op de in de voorafgaande correspondentie bedoelde foto’s, erkende zij daarop inbreuk te hebben gemaakt, zegde zij toe ieder gebruik van die foto’s te staken en gestaakt te houden en verbond zij daaraan een boete van € 500 per dag met een maximum van € 10.000. Enkele maanden later verscheen een andere, derde foto van [eiser] op de website van [gedaagde]. [eiser] stelde dat daarmee de maximale boete uit de onthoudingsverklaring was verbeurd. De kantonrechter stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat de onthoudingsverklaring een eenzijdige rechtshandeling is. De uitleg daarvan vindt daarom plaats aan de hand van de wilsvertrouwensleer van art. 3:33 en 3:35 BW. Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang en komt geen beslissend gewicht toe aan uitsluitend de taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen.

IEF 23845

Amelie tuinstoel maakt inbreuk op Uniemodel van Vincent Sheppard en Amelie loungeset op haar auteursrecht

Rechtbank Den Haag 22 jul 2026, IEF 23845; ECLI:NL:RBDHA:2026:27094 (Vincent Sheppard tegen Intergamma c.s), https://ie-forum.nl/artikelen/amelie-tuinstoel-maakt-inbreuk-op-uniemodel-van-vincent-sheppard-en-amelie-loungeset-op-haar-auteursrecht

Rb. Den Haag 22 juli 2026, IEF 23845; ECLI:NL:RBDHA:2026:27094 (Vincent Sheppard tegen Intergamma c.s.). Vincent Sheppard, producent van de KODO-collectie, stelt dat Intergamma c.s. met het aanbieden en verkopen van de Amelie tuinstoel en Amelie loungeset in Nederland en België inbreuk maken op haar intellectuele-eigendomsrechten. Ten aanzien van de KODO dining chair beroept Vincent Sheppard zich op het ingeschreven Uniemodel nr. 006570933-0003. De voorzieningenrechter verwerpt het beroep van Intergamma c.s. op nietigheid. De KODO dining chair wekt bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk dan de aangevoerde oudere modellen, zodat in dit kort geding voorshands van de geldigheid van het KODO-model moet worden uitgegaan. Aan het model komt bovendien een ruime beschermingsomvang toe. De Amelie tuinstoel is volgens de voorzieningenrechter nagenoeg identiek aan de KODO dining chair. De twee geconstateerde verschillen, één horizontale buis in de rugleuning in plaats van twee en een extra horizontale staaf tussen de voorpoten, zijn te gering om tot een andere algemene indruk te leiden. De Amelie tuinstoel wekt bij de geïnformeerde gebruiker daarom geen andere algemene indruk dan het KODO-model en maakt daarop inbreuk. Omdat de gevorderde voorzieningen ten aanzien van de tuinstoel reeds op deze modelrechtelijke grondslag kunnen worden toegewezen, laat de voorzieningenrechter de daarnaast aangevoerde auteursrechtelijke en onrechtmatigedaadsgrondslag onbesproken.

IEF 23829

Vernietiging hoofdveroordeling doet grondslag voor dwangsommen vervallen in auteursrechtelijk executiegeschil

Rechtbank Overijssel 8 sep 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK), https://ie-forum.nl/artikelen/vernietiging-hoofdveroordeling-doet-grondslag-voor-dwangsommen-vervallen-in-auteursrechtelijk-executiegeschil

Rb. Overijssel 8 september 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK). De kantonrechter oordeelt in een executiegeschil dat voortvloeit uit een eerdere procedure tussen voormalige leden van Gemeente Belang Kampen (GBK) en GBK. In die eerdere zaak was onder meer geoordeeld dat [partij A] inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van GBK op teksten uit het verkiezingsprogramma en was hun bevolen dit gebruik te staken, op straffe van dwangsommen. Nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deel van de hoofdveroordelingen had vernietigd, moest worden beoordeeld welke geïncasseerde bedragen nog een rechtsgrond hadden. De kantonrechter stelt voorop dat een dwangsom niet zelfstandig kan voortbestaan zonder de hoofdveroordeling waaraan zij is gekoppeld. Vernietiging van die hoofdveroordeling in hoger beroep heeft daarom terugwerkende kracht: reeds ingevorderde dwangsommen zijn dan achteraf bezien niet verbeurd en gelden als onverschuldigd betaald. Omdat de hoofdveroordelingen ten aanzien van [partij A2] volledig waren vernietigd, moet GBK het bij hem geïncasseerde bedrag van € 12.919,02 terugbetalen.

IEF 23823

Rb. Den Haag: MIG Switch-producten en R4 Game Lijst schenden auteurs- en merkrechten van Nintendo

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IEF 23823; ECLI:NL:RBDHA:2026:25479 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-mig-switch-producten-en-r4-game-lijst-schenden-auteurs-en-merkrechten-van-nintendo

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23823; ECLI:NL:RBDHA:2026:25479 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat een handelaar die via zijn websites MIG Switch Kaarten en MIG Switch Dumpers heeft aangeboden en verhandeld, onrechtmatig jegens Nintendo c.s. heeft gehandeld in strijd met artikel 29a Aw. Met deze producten kunnen de doeltreffende technische beschermingsmaatregelen van de Nintendo Switch worden omzeild, waardoor onrechtmatige kopieën van auteursrechtelijk beschermde Nintendo-videogames kunnen worden afgespeeld of gemaakt. Gedaagde heeft erkend dat hij deze producten van september tot en met december 2024 heeft aangeboden en verhandeld en daarmee inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en merkrechten van Nintendo c.s. De rechtbank stelt als onweersproken vast dat ook het tonen van Nintendo-merken bij het aanbieden van de MIG Switch-producten merkinbreuk oplevert in de zin van artikel 9 lid 2 onder a, b en c UMVo. Daarnaast levert het aanbieden van de zogenoemde R4 Game Lijst met hyperlinks naar ongeveer 400 onrechtmatige kopieën van Nintendo-videogames en instructies voor de installatie daarvan auteursrechtinbreuk op grond van artikel 12 Aw op, omdat daarmee een mededeling aan het publiek van hyperlinks naar onrechtmatige kopieën wordt verricht. Ook het gebruik op die lijst van titels die gelijk zijn aan of overeenstemmen met Nintendo-merken levert merkinbreuk op. Dat gedaagde zijn activiteiten na de eerste sommatie van Nintendo had gestaakt, neemt het belang bij de gevorderde verklaringen voor recht en verboden niet weg, omdat hij geen met een boete versterkte onthoudingsverklaring had afgegeven.

IEF 23808

Hof Amsterdam: blokkering softwaresystemen levert voorshands wanprestatie en persoonlijke onrechtmatige daad op

Hof Amsterdam 4 sep 2026, IEF 23808; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-blokkering-softwaresystemen-levert-voorshands-wanprestatie-en-persoonlijke-onrechtmatige-daad-op

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23808; 5509; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]). Na verwijzing door de Hoge Raad beoordeelt het Hof Amsterdam in kort geding een geschil over een samenwerking voor de distributie en verdere ontwikkeling van software voor identiteitsbeveiliging van e-mailadressen. Het hof acht de Nederlandse rechter internationaal bevoegd en gaat voor de contractuele vordering tegen [appellant 1] uit van Nederlands recht, omdat de rechtsverhouding voorshands als distributieovereenkomst moet worden gekwalificeerd; een gestelde rechtskeuze voor Amerikaans recht is onvoldoende aannemelijk. Ook op de vordering uit onrechtmatige daad tegen [appellant 2] is Nederlands recht van toepassing. Het hof gaat bovendien uit van het vereiste spoedeisend belang. Voldoende aannemelijk is dat partijen een langdurige duurovereenkomst waren aangegaan en dat [appellant 1] haar contractuele verplichtingen schond door de overeenkomst met slechts een termijn van een week te beëindigen en [geïntimeerde] de toegang tot haar systemen te ontzeggen. De blokkades belemmerden [geïntimeerde] ernstig in haar bedrijfsvoering. Het hof acht daarom voorshands sprake van wanprestatie door [appellant 1]. Gelet op de persoonlijke betrokkenheid van [appellant 2] bij de blokkades en zijn feitelijke invloed op de bedrijfsvoering van [appellant 1], acht het hof tevens voldoende aannemelijk dat hij persoonlijk onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Het geschil over het auteursrecht op de verder ontwikkelde “+software” geeft onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.

IEF 23807

Uitspraak ingezonden door Rogier de Vrey, Jeroen Boelens, Yasar Celebi en Eline Wit, CMS.

Modelrechtelijke beschermingsomvang QiO Compact-fiets beperkt door vormgevingserfgoed

Rechtbank Den Haag 8 sep 2026, IEF 23807; ECLI:NL:RBDHA:2026:27540 (Hartje tegen Tenways), https://ie-forum.nl/artikelen/modelrechtelijke-beschermingsomvang-qio-compact-fiets-beperkt-door-vormgevingserfgoed

Rb. Den Haag 3 september 2026, IEF 23807; ECLI:NL:RBDHA:2026:27540(Hartje tegen Tenways). In deze zaak tussen Hermann Hartje KG en Tenways Technovation Europe B.V. staat de vraag centraal of de elektrische fiets AGO Compact Performance van Tenways inbreuk maakt op het model- en auteursrecht van Hartje met betrekking tot de QiO Compact bike. Hartje is houdster van een internationaal model met gelding in de EU voor het frame van de QiO Compact en stelt dat Tenways verschillende kenmerkende vormgevingselementen daarvan heeft overgenomen. Tenways betwist de inbreuk en voert aan dat het model slechts een beperkte beschermingsomvang heeft, omdat veel kenmerken al in het vormgevingserfgoed voorkwamen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de beschermingsomvang van een model mede wordt bepaald door de afstand tot eerdere modellen. Een model dat verschillende bekende elementen uit oudere modellen overneemt, kan daarom een beperktere beschermingsomvang hebben. De geïnformeerde gebruiker zal bovendien meer gewicht toekennen aan elementen die afwijken van het vormgevingserfgoed dan aan reeds bekende elementen. Tegelijkertijd betekent het voorkomen van een afzonderlijk element in het vormgevingserfgoed niet dat de combinatie waarin dat element is opgenomen geen bijdrage meer kan leveren aan het eigen karakter van het model als geheel.

IEF 23806

Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure tegen Pilot

Hof Den Haag 1 sep 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-stelt-vertrouwelijkheidsregime-in-voor-bedrijfsgeheime-financiele-informatie-in-ie-procedure-tegen-pilot

Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot). Polmos, rechthebbende op merken die zij op flessen wodka aanbrengt, procedeert tegen distributeur Pilot wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen en voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire schadevordering van € 10 per namaakfles, althans een ander forfaitair bedrag per fles, nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen en nettowinsten van haarzelf en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern. Pilot stelt dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering, omdat de schadevergoedingsvordering buiten de omvang van het hoger beroep zou vallen. Het hof verwerpt dit verweer. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen en haar appeldagvaarding bevat geen beperking van het hoger beroep. Bovendien heeft de rechtbank de schadevordering opgevat als primair een vergoeding van € 10 per fles of een ander forfaitair bedrag en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat, zodat niet aannemelijk is dat sprake was van gelijkwaardige alternatieven zonder onderlinge rangorde. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanvullende financiële stukken kwalificeren als bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Het gaat om interne, niet algemeen toegankelijke informatie met handelswaarde, die ondanks de datering uit 2022 nog voldoende actueel is en door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen wordt beschermd.