Auteursrecht  

IEF 23829

Vernietiging hoofdveroordeling doet grondslag voor dwangsommen vervallen in auteursrechtelijk executiegeschil

Rechtbank Overijssel 8 sep 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/vernietiging-hoofdveroordeling-doet-grondslag-voor-dwangsommen-vervallen-in-auteursrechtelijk-executiegeschil

Rb. Overijssel 8 september 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK). De kantonrechter oordeelt in een executiegeschil dat voortvloeit uit een eerdere procedure tussen voormalige leden van Gemeente Belang Kampen (GBK) en GBK. In die eerdere zaak was onder meer geoordeeld dat [partij A] inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van GBK op teksten uit het verkiezingsprogramma en was hun bevolen dit gebruik te staken, op straffe van dwangsommen. Nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deel van de hoofdveroordelingen had vernietigd, moest worden beoordeeld welke geïncasseerde bedragen nog een rechtsgrond hadden. De kantonrechter stelt voorop dat een dwangsom niet zelfstandig kan voortbestaan zonder de hoofdveroordeling waaraan zij is gekoppeld. Vernietiging van die hoofdveroordeling in hoger beroep heeft daarom terugwerkende kracht: reeds ingevorderde dwangsommen zijn dan achteraf bezien niet verbeurd en gelden als onverschuldigd betaald. Omdat de hoofdveroordelingen ten aanzien van [partij A2] volledig waren vernietigd, moet GBK het bij hem geïncasseerde bedrag van € 12.919,02 terugbetalen.

IEF 23823

Rb. Den Haag: MIG Switch-producten en R4 Game Lijst schenden auteurs- en merkrechten van Nintendo

Rechtbank Den Haag 2 sep 2026, IEF 23823; ECLI:NL:RBDHA:2026:25479 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-mig-switch-producten-en-r4-game-lijst-schenden-auteurs-en-merkrechten-van-nintendo

Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23823; ECLI:NL:RBDHA:2026:25479 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat een handelaar die via zijn websites MIG Switch Kaarten en MIG Switch Dumpers heeft aangeboden en verhandeld, onrechtmatig jegens Nintendo c.s. heeft gehandeld in strijd met artikel 29a Aw. Met deze producten kunnen de doeltreffende technische beschermingsmaatregelen van de Nintendo Switch worden omzeild, waardoor onrechtmatige kopieën van auteursrechtelijk beschermde Nintendo-videogames kunnen worden afgespeeld of gemaakt. Gedaagde heeft erkend dat hij deze producten van september tot en met december 2024 heeft aangeboden en verhandeld en daarmee inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en merkrechten van Nintendo c.s. De rechtbank stelt als onweersproken vast dat ook het tonen van Nintendo-merken bij het aanbieden van de MIG Switch-producten merkinbreuk oplevert in de zin van artikel 9 lid 2 onder a, b en c UMVo. Daarnaast levert het aanbieden van de zogenoemde R4 Game Lijst met hyperlinks naar ongeveer 400 onrechtmatige kopieën van Nintendo-videogames en instructies voor de installatie daarvan auteursrechtinbreuk op grond van artikel 12 Aw op, omdat daarmee een mededeling aan het publiek van hyperlinks naar onrechtmatige kopieën wordt verricht. Ook het gebruik op die lijst van titels die gelijk zijn aan of overeenstemmen met Nintendo-merken levert merkinbreuk op. Dat gedaagde zijn activiteiten na de eerste sommatie van Nintendo had gestaakt, neemt het belang bij de gevorderde verklaringen voor recht en verboden niet weg, omdat hij geen met een boete versterkte onthoudingsverklaring had afgegeven.

IEF 23808

Hof Amsterdam: blokkering softwaresystemen levert voorshands wanprestatie en persoonlijke onrechtmatige daad op

Hof Amsterdam 4 sep 2026, IEF 23808; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-amsterdam-blokkering-softwaresystemen-levert-voorshands-wanprestatie-en-persoonlijke-onrechtmatige-daad-op

Hof Amsterdam 4 augustus 2026, IEF 23808; 5509; ECLI:NL:GHAMS:2026:2557 ([appellant 1] en [appellant 2] tegen [geïntimeerde]). Na verwijzing door de Hoge Raad beoordeelt het Hof Amsterdam in kort geding een geschil over een samenwerking voor de distributie en verdere ontwikkeling van software voor identiteitsbeveiliging van e-mailadressen. Het hof acht de Nederlandse rechter internationaal bevoegd en gaat voor de contractuele vordering tegen [appellant 1] uit van Nederlands recht, omdat de rechtsverhouding voorshands als distributieovereenkomst moet worden gekwalificeerd; een gestelde rechtskeuze voor Amerikaans recht is onvoldoende aannemelijk. Ook op de vordering uit onrechtmatige daad tegen [appellant 2] is Nederlands recht van toepassing. Het hof gaat bovendien uit van het vereiste spoedeisend belang. Voldoende aannemelijk is dat partijen een langdurige duurovereenkomst waren aangegaan en dat [appellant 1] haar contractuele verplichtingen schond door de overeenkomst met slechts een termijn van een week te beëindigen en [geïntimeerde] de toegang tot haar systemen te ontzeggen. De blokkades belemmerden [geïntimeerde] ernstig in haar bedrijfsvoering. Het hof acht daarom voorshands sprake van wanprestatie door [appellant 1]. Gelet op de persoonlijke betrokkenheid van [appellant 2] bij de blokkades en zijn feitelijke invloed op de bedrijfsvoering van [appellant 1], acht het hof tevens voldoende aannemelijk dat hij persoonlijk onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Het geschil over het auteursrecht op de verder ontwikkelde “+software” geeft onvoldoende aanleiding voor een ander oordeel.

IEF 23807

Uitspraak ingezonden door Rogier de Vrey, Jeroen Boelens, Yasar Celebi en Eline Wit, CMS.

Modelrechtelijke beschermingsomvang QiO Compact-fiets beperkt door vormgevingserfgoed

Rechtbank Den Haag 8 sep 2026, IEF 23807; 707086 / KG ZA 26-648 (Hartje tegen Tenways), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/modelrechtelijke-beschermingsomvang-qio-compact-fiets-beperkt-door-vormgevingserfgoed

Rb. Den Haag 3 september 2026, IEF 23807; 707086 / KG ZA 26-648 (Hartje tegen Tenways). In deze zaak tussen Hermann Hartje KG en Tenways Technovation Europe B.V. staat de vraag centraal of de elektrische fiets AGO Compact Performance van Tenways inbreuk maakt op het model- en auteursrecht van Hartje met betrekking tot de QiO Compact bike. Hartje is houdster van een internationaal model met gelding in de EU voor het frame van de QiO Compact en stelt dat Tenways verschillende kenmerkende vormgevingselementen daarvan heeft overgenomen. Tenways betwist de inbreuk en voert aan dat het model slechts een beperkte beschermingsomvang heeft, omdat veel kenmerken al in het vormgevingserfgoed voorkwamen. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de beschermingsomvang van een model mede wordt bepaald door de afstand tot eerdere modellen. Een model dat verschillende bekende elementen uit oudere modellen overneemt, kan daarom een beperktere beschermingsomvang hebben. De geïnformeerde gebruiker zal bovendien meer gewicht toekennen aan elementen die afwijken van het vormgevingserfgoed dan aan reeds bekende elementen. Tegelijkertijd betekent het voorkomen van een afzonderlijk element in het vormgevingserfgoed niet dat de combinatie waarin dat element is opgenomen geen bijdrage meer kan leveren aan het eigen karakter van het model als geheel.

IEF 23806

Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure tegen Pilot

Hof Den Haag 1 sep 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-stelt-vertrouwelijkheidsregime-in-voor-bedrijfsgeheime-financiele-informatie-in-ie-procedure-tegen-pilot

Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23806; ECLI:NL:GHDHA:2026:2736 (Polmos tegen Pilot). Polmos, rechthebbende op merken die zij op flessen wodka aanbrengt, procedeert tegen distributeur Pilot wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen en voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire schadevordering van € 10 per namaakfles, althans een ander forfaitair bedrag per fles, nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen en nettowinsten van haarzelf en haar licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern. Pilot stelt dat Polmos niet-ontvankelijk is in haar incidentele vordering, omdat de schadevergoedingsvordering buiten de omvang van het hoger beroep zou vallen. Het hof verwerpt dit verweer. Polmos heeft nog geen memorie van grieven genomen en haar appeldagvaarding bevat geen beperking van het hoger beroep. Bovendien heeft de rechtbank de schadevordering opgevat als primair een vergoeding van € 10 per fles of een ander forfaitair bedrag en subsidiair schadevergoeding op te maken bij staat, zodat niet aannemelijk is dat sprake was van gelijkwaardige alternatieven zonder onderlinge rangorde. Het hof oordeelt vervolgens dat de aanvullende financiële stukken kwalificeren als bedrijfsgeheimen in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen. Het gaat om interne, niet algemeen toegankelijke informatie met handelswaarde, die ondanks de datering uit 2022 nog voldoende actueel is en door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen wordt beschermd.

IEF 23805

Oorspronkelijk gepubliceerd op AI-Forum.

Auteursrecht op door AI gegenereerde output? De VS en EU zijn kritisch, maar India opent de deur


Kan een werk auteursrechtelijk beschermd zijn wanneer de vormgeving volledig door een AI-systeem is bepaald? Ja, aldus het Indiase Copyright Office. Het door DABUS gegenereerde beeld A Recent Entrance to Paradise voldoet aan de originaliteitsdrempel. DABUS kan zelf geen auteur zijn, maar zijn ontwikkelaar Stephen Thaler wel. Dezelfde Thaler wiens verzoek om bescherming van hetzelfde werk een halfjaar terug in de Verenigde Staten nog definitief strandde. Slaat India daarmee een andere route in dan de VS en naar alle waarschijnlijkheid ook de Europese Unie? Dat lichten we toe.

IEF 23804

Hof stelt vertrouwelijkheidsregime in voor bedrijfsgeheime financiële informatie in IE-procedure

Hof Den Haag 1 sep 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-stelt-vertrouwelijkheidsregime-in-voor-bedrijfsgeheime-financiele-informatie-in-ie-procedure

Hof Den Haag 1 september 2026, IEF 23804; ECLI:NL:GHDHA:2026:2738 (Polmos tegen Sasha). Polmos, rechthebbende op merken die zij aanbrengt op flessen wodka, procedeert tegen distributeur Sasha wegens gestelde merk- en auteursrechtinbreuk en onrechtmatig handelen. De rechtbank had haar vorderingen grotendeels toegewezen, maar voor de schadevergoeding verwezen naar de schadestaatprocedure. In hoger beroep wil Polmos haar primaire vordering van € 10 schadevergoeding per namaakfles nader onderbouwen met aanvullende producties over de inkoop- en verkoopprijzen van haar producten en die van licentienemers binnen het Moët Hennessy-concern, alsmede de daarmee behaalde nettowinsten in 2022. Zij verzoekt daarom om een vertrouwelijkheidsregime. Het hof oordeelt dat deze informatie als bedrijfsgeheim in de zin van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen kwalificeert: zij is slechts voor een beperkte groep toegankelijk, vertegenwoordigt handelswaarde omdat concurrenten daarmee hun commerciële positie kunnen verbeteren, is ondanks het feit dat zij uit 2022 dateert nog voldoende actueel en wordt door geheimhoudingsafspraken en technische toegangsbeperkingen beschermd. Het hof benadrukt daarbij dat ook financiële bedrijfsinformatie een bedrijfsgeheim kan vormen.

IEF 23799

Uitspraak ingezonden door Maarten Russchen, Coda Advocaten.

Muziekuitgaveovereenkomsten opzegbaar; auteursrechten moeten na zes maanden worden terug overgedragen

Rechtbank Midden-Nederland 26 aug 2026, IEF 23799; ECLI:NL:RBMNE:2026:6161 (eisers tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/muziekuitgaveovereenkomsten-opzegbaar-auteursrechten-moeten-na-zes-maanden-worden-terug-overgedragen

Rb. Midden-Nederland 26 augustus 2026, IEF 23799; ECLI:NL:RBMNE:2026:6161 (eisers tegen [gedaagde]). Eisers, een artiestenduo, sloten in 1996 met de rechtsvoorganger van gedaagde verschillende overeenkomsten over de exploitatie van hun muziek, waaronder afspraken over twee muziekfondsen, een voorschot van fl. 1,2 miljoen, een winstaandeel van 50% en overdracht van auteursrechten. De rechtbank verwerpt het standpunt van eisers dat de twee fondsen vennootschappen onder firma waren. Uit de inhoud van de overeenkomsten en de wijze waarop partijen daar gedurende ongeveer dertig jaar uitvoering aan hebben gegeven, volgt volgens de rechtbank dat sprake was van muziekuitgaveovereenkomsten met onderfondsen als handelsnaam van de muziekuitgeverij en niet van zelfstandig opererende vof’s. De vorderingen tot ontbinding, vereffening en verdeling worden daarom afgewezen. Ook bestaat geen recht op een aanvullende financiële eindafrekening over de latere jaren: het recht op 50% van de netto-opbrengst gold alleen gedurende de looptijd van de exclusieve optieovereenkomsten, die voor het ene fonds eindigde in 1996 en voor het andere, na verlenging, op 31 december 1998. Over die perioden hebben eisers afgerekend gekregen.

IEF 23797

BGH bevestigt pastiche-exceptie voor sample uit ‘Metall auf Metall’

Duitse Gerechten 3 sep 2026, IEF 23797; https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bgh-bevestigt-pastiche-exceptie-voor-sample-uit-metall-auf-metall

Bundesgerichtshof 3 september 2026, IEF 23797; IEFbe 4290; I ZR 74/22 (Metall auf Metall VI). In deze zaak tussen Kraftwerk c.s. en Pelham c.s. staat de vraag centraal of het gebruik van een twee seconden durende ritmische sequentie uit het nummer Metall auf Metall door middel van sampling kan worden aangemerkt als een toegestane pastiche. De sample werd gebruikt in het nummer Nur mir van Sabrina Setlur en daarin voortdurend herhaald. De zaak kent een lange voorgeschiedenis. Nadat het Bundesgerichtshof eerder prejudiciële vragen had gesteld over de rechten van fonogrammenproducenten [IEF 18613], legde het in 2023 opnieuw vragen voor aan het Hof van Justitie [IEF 21672], ditmaal over de uitleg van het begrip ‘pastiche’ in artikel 5 lid 3 onder k van Richtlijn 2001/29/EG. Het Hof beantwoordde die vragen op 14 april 2026 [IEF 23472]. Het Bundesgerichtshof oordeelt nu dat de overname van de ritmische sequentie weliswaar een ingreep vormt in de reproductierechten van de fonogrammenproducenten en uitvoerende kunstenaars en in de reproductie- en distributierechten van de auteur, maar dat het gebruik vanaf 7 juni 2021 onder de Duitse pastiche-exceptie van § 51a UrhG valt.