Gepubliceerd op maandag 10 augustus 2026
IEF 23741
BBIE ||
26 jun 2026,
BBIE 26 jun 2026,, IEF 23741; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-kwade-trouw-bij-depot-aerointel-merk-na-conflict-tussen-medeoprichters

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Geen kwade trouw bij depot AEROINTEL-merk na conflict tussen medeoprichters

BBIE 26 juni 2026, IEF 23741; IEFbe 4274; nr. 3000861 (Aerointel tegen [verweerder]). In deze zaak verzoekt Aerointel B.V. op grond van artikel 2.30bis lid 1 onder a in verbinding met artikel 2.2bis lid 2 BVIE om doorhaling van het op 6 juni 2025 aangevraagde en op 30 augustus 2025 ingeschreven gecombineerde woord-/beeldmerk AEROINTEL. Het merk is ingeschreven voor waren en diensten in de klassen 9, 12 en 42, die onder meer betrekking hebben op drones en dronetechnologie. Aerointel stelt dat zij de naam en het logo heeft ontwikkeld en deze vanaf 27 juli 2024 openbaar en ononderbroken gebruikt, aanvankelijk via een onderneming in oprichting en vanaf 4 oktober 2024 via Aerointel B.V. In april en mei 2025 ontstaat tussen Aerointel en [verweerder] een geschil over diens beoogde participatie in de onderneming. Volgens Aerointel deponeert [verweerder] het teken vervolgens zonder besluit van de algemene vergadering of volmacht op persoonlijke naam, terwijl hij weet dat Aerointel het teken al intensief gebruikt. Aerointel voert aan dat [verweerder] het merk na het depot niet zelf in de Benelux gebruikt, maar de registratie inzet als drukmiddel om haar gebruik van AEROINTEL en haar bedrijfsvoering te blokkeren. Zij wijst daarbij onder meer op een sommatie van 21 mei 2025, de inzet van het depot tegenover een derde op 20 juni 2025, een e-mail van 25 juni 2025 waarin overleg afhankelijk wordt gesteld van staking van het gebruik van AEROINTEL, het offline gaan van de website van Aerointel op 26 juni 2025 en de presentatie van vergelijkbare activiteiten onder een andere handelsnaam op 30 juni 2025. Volgens Aerointel blijkt uit deze chronologie dat sprake is van een blokkeringsdepot zonder legitiem ondernemingsdoel. [Verweerder] betwist dat Aerointel een zelfstandig ouder recht op de naam of het logo heeft. Hij stelt dat hij samen met de bestuurder van Aerointel al vanaf augustus 2023 een gezamenlijke onderneming op het gebied van drones ontwikkelt, dat zij in maart 2024 gezamenlijk onder een eerdere handelsnaam en vervolgens onder de naam Aerointel naar buiten treden en dat zij het bestreden logo in mei 2024 ontwikkelen. Volgens [verweerder] richten zij Aerointel B.V. op als gezamenlijke onderneming, waarbij het de bedoeling is dat ieder uiteindelijk vijftig procent van de aandelen houdt. Die afspraak wordt volgens hem niet uitgevoerd, waarna hij wordt uitgesloten van bestanden, communicatiekanalen, de website en de presentatie van de onderneming. Hij stelt dat hij het merk deponeert om de door hem mede opgebouwde goodwill, het onderscheidend vermogen van de naam en het logo en de herkomst van de gezamenlijk ontwikkelde dronetechnologie te beschermen. Het depot dient volgens hem daarmee de wezenlijke functie van een merk en is geen leeg, speculatief of uitsluitend blokkerend depot.

Het BBIE oordeelt dat Aerointel niet aantoont dat [verweerder] het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Het relevante tijdstip voor de beoordeling is 6 juni 2025, de datum van indiening van de merkaanvraag. Het oogmerk van de aanvrager is een subjectief gegeven dat objectief moet worden vastgesteld aan de hand van alle relevante feitelijke omstandigheden. De bewijslast voor kwade trouw rust op Aerointel en de goede trouw van [verweerder] wordt vermoed totdat het tegendeel is aangetoond. Het Bureau stelt daarnaast voorop dat het Benelux-merkenrecht uitgaat van het first-to-filebeginsel en dat kwade trouw daarop een uitzondering vormt ter voorkoming van misbruik van het depotstelsel. Op basis van de overgelegde stukken kan het Bureau niet vaststellen dat Aerointel ten opzichte van [verweerder] een ouder recht of eerder gebruik heeft. Uit een mede door [verweerder] ondertekende e-mail van 21 maart 2024 aan een octrooideskundige, een brochure over een drone, een flyer uit augustus 2024 waarop het bestreden merk en [verweerder] als teamlid staan, communicatie over de oprichting van Aerointel B.V. en een gearchiveerde versie van de website waarop [verweerder] als medeoprichter wordt vermeld, blijkt dat hij het teken al vóór de oprichting van Aerointel B.V. gebruikt en bij de totstandkoming van de onderneming betrokken is. Nu niet vaststaat dat Aerointel oudere rechten heeft, leiden ook het interne conflict, het persoonlijke depot, het gestelde blokkeringsdoel en het gestelde ontbreken van eigen gebruik na het depot niet tot de conclusie dat [verweerder] bij het depot een oneerlijke intentie heeft. Het Bureau staat Aerointel niet toe aanvullend bewijs in te dienen, omdat het aangeboden bewijs de uitkomst van de procedure niet kan veranderen. Geschillen over de onderlinge rechten op de onderneming, het merk en de daarmee verbonden goodwill vallen buiten de beoordeling van kwade trouw en moeten zo nodig in een andere gerechtelijke of alternatieve procedure worden beslecht. Het BBIE wijst de vordering tot doorhaling af en handhaaft Benelux-merkinschrijving 1526544. Aerointel is op grond van artikel 2.30ter lid 5 BVIE in verbinding met regel 1.44 lid 2 UR € 1.420 aan [verweerder] verschuldigd. De beslissing vormt voor dit bedrag een executoriale titel.

51. Het relevante tijdstip voor de beoordeling van het bestaan van kwade trouw is het tijdstip van indiening van de aanvraag van het bestreden merk (zie hiervoor onder punt 43). Het Bureau hanteert daarom in deze zaak 6 juni 2025 als de relevante datum voor het vaststellen van kwade trouw.

55. Nu niet kan worden vastgesteld dat verzoeker oudere rechten heeft ten aanzien van het bestreden merk dan verweerder, kunnen ook de overige door verzoeker aangevoerde omstandigheden (zie hiervoor onder 14), niet tot de conclusie leiden dat verweerder het merkdepot te kwader trouw heeft ingediend. Het Bureau herhaalt in dit verband dat het Benelux merkenrecht uitgaat van een ‘first to file’ systeem en dat de goede trouw van de aanvrager wordt verondersteld totdat het tegendeel is aangetoond.

58. Verzoeker heeft in deze procedure niet aangetoond dat verweerder het bestreden merk te kwader trouw heeft ingediend.