Gepubliceerd op donderdag 30 juli 2026
IEF 23714
Rechtbank Den Haag ||
15 jul 2026,
Rechtbank Den Haag 15 jul 2026,, IEF 23714; ECLI:NL:RBDHA:2026:19422 ([eiseressen] tegen De logistiek partners), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-proceskostenveroordeling-na-intrekking-van-kwekersrechtelijke-vorderingen

Geen proceskostenveroordeling na intrekking van kwekersrechtelijke vorderingen

Rb. Den Haag 15 juli 2026, IEF 23714; ECLI:NL:RBDHA:2026:19422 ([eiseressen] tegen De logistiek partners). Eiseres 1 was houdster van het communautaire kwekersrecht voor het plantenras Ofarim, dat door de exclusieve licentienemers onder de naam Green Bell op de markt werd gebracht. In een eerdere bodemprocedure had de rechtbank geoordeeld dat het door het Danziger-concern aangeboden en verhandelde ras Green Dragon onvoldoende van Ofarim afweek en dat daarmee inbreuk werd gemaakt op het kwekersrecht. Eiseressen begonnen vervolgens een kort geding tegen Beauty Line c.s. en verschillende logistieke dienstverleners die betrokken waren bij de verhandeling van Green Dragon. Na de mondelinge behandeling bereikten eiseressen een minnelijke regeling met Beauty Line c.s., waarna de procedure tegen hen werd doorgehaald en het kwekersrecht aan hen werd overgedragen. Eiseressen trokken vervolgens hun inhoudelijke vorderingen tegen de resterende logistieke partners in, maar handhaafden hun vordering tot vergoeding van de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv.

De voorzieningenrechter overweegt dat een eiser die zijn hoofdvorderingen intrekt onder omstandigheden toch op één lijn kan worden gesteld met een in het gelijk gestelde partij, bijvoorbeeld wanneer de gedaagde na het aanhangig maken van de procedure alsnog aan het gevorderde voldoet. In dat geval kan artikel 1019h Rv van toepassing zijn. Die situatie deed zich hier niet voor. De logistieke partners waren niet bij de schikking betrokken en konden Green Dragon weer verhandelen doordat eiseressen het kwekersrecht aan Beauty Line c.s. hadden overgedragen. Eiseressen konden daarom niet met een in het gelijk gestelde partij worden gelijkgesteld. Hetzelfde gold voor de logistieke partners, omdat hun mogelijkheid om de bloemen en planten verder te verhandelen voortvloeide uit de overdracht van het kwekersrecht en niet uit een inhoudelijk oordeel in hun voordeel. Omdat geen van de partijen op één lijn kon worden gesteld met een in het gelijk gestelde partij, compenseert de voorzieningenrechter de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Bevoegdheid

5.1.

Nu [eiseressen] al zijn (kwekersrechtelijke) vorderingen heeft ingetrokken, behoeft de vraag of de voorzieningenrechter bevoegd is daarvan kennis te nemen, geen beoordeling meer. De enige resterende vordering strekt tot veroordeling van De logistiek partners in de door [eiseressen] gemaakte proceskosten. De voorzieningenrechter is zonder meer bevoegd daarvan kennis te nemen, reeds omdat partijen die bevoegdheid niet hebben bestreden.

Juridisch kader proceskostenveroordeling na intrekken hoofdvorderingen

5.2.

Indien de gedaagde, na het aanhangig maken van de zaak, erin toestemt te voldoen aan hetgeen wordt gevorderd, maar partijen geen overeenstemming bereiken over de proceskosten, kan de eiser een beslissing omtrent de proceskosten verkrijgen door ter terechtzitting te verschijnen en zijn vorderingen te verminderen door intrekking van de hoofdvordering, zodat alleen de vordering tot veroordeling van de gedaagde in de proceskosten ter beoordeling overblijft.4 In die gevallen kan artikel 1019h Rv van toepassing zijn hoewel de eiser die het geding heeft ingetrokken, strikt genomen niet de “in het gelijk gestelde partij is”, omdat dit geval voor de toepassing van deze bepaling daarmee op één lijn moet worden gesteld.5 De gedaagde kan dan als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt en worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.

Wie dient de proceskosten te dragen?

5.3.

Partijen twisten in deze procedure over de vraag wie in de kosten van het geding dient te worden veroordeeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat ieder zijn eigen kosten dient te dragen.

5.4.

Na de mondelinge behandeling is [eiseressen] met drie van de voormalige gedaagden (Beauty Line c.s.) in onderhandeling getreden over een minnelijke regeling. Deze partijen hebben uiteindelijk een regeling bereikt. De logistiek partners waren niet bij die onderhandelingen betrokken (ondanks pogingen daartoe van [eiseressen]) en maken – voor zover bekend – geen deel uit van die regeling. Wat daar ook van zij, [eiseressen] heeft aangegeven dat De logistiek partners na deze regeling de planten/bloemen die onderwerp van het kort geding waren weer kunnen verhandelen. De voorzieningenrechter oordeelt dat onder die omstandigheden [eiseressen] voorshands niet op één lijn kan worden gesteld met een partij die in een procedure in het gelijk is gesteld.

5.5.

Hetzelfde geldt echter voor De logistiek partners. De reden waarom zij hun verhandeling thans voort kunnen zetten ligt erin dat [eiseressen] zijn kwekersrecht heeft overgedragen (aan Beauty Line c.s.). De door hen verhandelde planten en bloemen waren afkomstig van Beauty Line c.s., zodat aangenomen mag worden dat Beauty Line c.s., thans kwekersrechthouder, hun evenmin de verhandeling zal beletten. In elk geval zijn de logistiek partners daarmee niet op één lijn te stellen met een winnende partij.

5.6.

Nu geen partij op één lijn is te stellen met een in het gelijk gestelde partij, ligt het in de rede dat ieder zijn eigen kosten moet dragen.