Kwekersrecht  

IEF 20964

Er zal worden doorgeprocedeerd in hoofdzaak

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 17 aug 2022, IEF 20964; ECLI:NL:RBDHA:2022:8186 (Mappa c.s. tegen Kolster c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/er-zal-worden-doorgeprocedeerd-in-hoofdzaak

Rb. Den Haag 17 augustus 2022, IEF 20964; ECLI:NL:RBDHA:2022:8186 (Mappa c.s. tegen Kolster c.s.) Zelig Mappa is een bedrijf dat actief is in de landbouwsector. Zij is houdster van het communautaire kwekersrecht voor het plantenras OFARIM. Flowers en Meshek Mordehai zijn exclusieve licentienemers onder het Kwekersrecht. Danziger is een sierteeltbedrijf dat zich bezighoudt met onderzoek, veredeling, ontwikkeling, vermeerdering, productie, verkoop en marketing van bloemen- en plantenrassen. Kolster is een sierteeltbedrijf gespecialiseerd in de veredeling en teelt van snijheesters. Mappa meent dat Danziger inbreuk maakt op het Kwekersrecht. Mappa vordert in dit geschil een inbreukverbod in de EU op het Kwekersrecht. Kolster vordert dat de rechtbank de procedure in hoofdzaak zal schorsen totdat (onherroepelijk) is beslist in de bij het CPVO aanhangig gemaakte procedure.

IEF 20557

Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.

Geen onderscheidbaarheid tussen tulpenrassen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 23 feb 2022, IEF 20557; ECLI:NL:RBDHA:2022:1342 (Eiseres tegen HBM), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-onderscheidbaarheid-tussen-tulpenrassen

Rb Den Haag 23 februari 2022, IEF 20557; ECLI:NL:RBDHA:2022:1342 (Eiseres tegen HBM) HBM heeft een nationaal kwekersrecht aangevraagd voor het tulpenras Strong Strike. Vervolgens heeft eiseres, althans haar rechtsvoorganger, nationaal kwekersrecht aangevraagd voor het ras Strong Energy. Volgens HBM maakt eiseres met het ras Strong Energy inbreuk op het ras Strong Strike. Eiseres vordert in deze zaak de vernietiging van het kwekersrecht van HBM voor haar tulpenras Strong Strike. De centrale vraag in dit geschil is of het ras Strong Strike bij de verlening van het kwekersrecht aan HBM terecht als onderscheidbaar is aangemerkt.

IEF 20436

Vermeerderen van planten kwekersrechthebbende

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hof Den Haag 24 aug 2021, IEF 20436; ECLI:NL:GHDHA:2021:2407 (B. Elisabeth), https://ie-forum.nl/artikelen/vermeerderen-van-planten-kwekersrechthebbende

Hof Den Haag 24 augustus 2021, IEF 20436; ECLI:NL:GHDHA:2021:2407 (B. Elisabeth) Kwekersrecht. Appelante is een vof in het kweken en veredelen van teeltrassen, waaronder het ras B. Elisabeth, soort Lysimachia. De vof is houdster van een communautair kwekersrecht voor het ras. Het ras wordt over het algemeen geteeld als sierbloem. Geïntimeerde drijft een onderneming in het telen van gewassen. Het geschil gaat over het zonder toestemming vermeerderen van de planten van het ras en het overschrijden van het maximaal toegestane areaal van 120 m2 voor het telen van het ras door geïntimeerde. Appellante meent dat de areaaloverschrijding groter is en het aantal vermeerderde planten hoger ligt dan door de rechtbank is vastgesteld [IEF 19154]. Bovendien is de door haar geleden schade per vermeerderde plant hoger dan is berekend. Volgens geïntimeerde mocht hij er gelet op de gedragingen van appellante van uitgaan dat zij geen bezwaar had tegen de vermeerdering en areaaloverschrijding en is hij daarom geen schadevergoeding verschuldigd. Het vonnis wordt vernietigd, onder meer omdat appelante niet kon beoordelen of er sprake was van een te groot areaal.

IEF 20315

HvJ EU: Pardo tegen CVVP

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU 14 okt 2021, IEF 20315; ECLI:EU:C:2021:849 (Pardo tegen CVVP), https://ie-forum.nl/artikelen/hvj-eu-pardo-tegen-cvvp

HvJ EU 14 oktober 2021, IEF 20315, IEFBE 3314; ECLI:EU:C:2021:849 (Pardo tegen CVVP) Dit verzoek tot een prejudiciële beslissing is ingediend in het kader van een geding tussen José Pardo SL (hierna “Pardo”) en Club de Variedades vegetales Protegidas (hierna “CVVP”). Op 4 oktober 2004 heeft Nadorcott Protection een communautair kwekersrecht voor het mandarijnenbomenras "Nadorcott” gekregen. Pardo exploiteert sinds 2006 een boomgaard met mandarijnenbomen van het ras Nadorcott. In hoger beroep is geoordeeld dat de vorderingen met betrekking tot inbreuken die minder dan drie jaar vóór de instelling van beroepen van CVVP zijn verricht, niet verjaard zijn, terwijl de vorderingen over handelingen die meer dan drie jaar daarvoor zijn verricht dat wel zijn. Het Tribunal Supremo waar Pardo cassatie heeft ingesteld verzoekt het Hof nu een prejudiciële beslissing te nemen over wanneer de verjaringstermijn van artikel 96 van verordening (EG) nr. 2100/94 ingaat en de omvang van de verjaarde vorderingen. Het Hof oordeelt dat de verjaringstermijn ingaat op het tijdstip waarop enerzijds het communautaire kwekersrecht definitief is verleend en anderzijds de houder van het recht op communautaire bescherming kennis heeft gekregen van de handeling en van de identiteit van de overtreder. De in artikel 94 en 95 bedoelde vorderingen zijn verjaard over het geheel van inbreukmakende handelingen.

IEF 19624

Arrest ingezonden door Paul Trapman en Willem Leppink, Ploum.
 

Arofa maakt geen ongeoorloofd gebruik kwekersrechten

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 2 dec 2020, IEF 19624; (BerryWorld tegen Arofa), https://ie-forum.nl/artikelen/arofa-maakt-geen-ongeoorloofd-gebruik-kwekersrechten

Vzr. Rechtbank Den Haag 2 december 2020, IEF 19624; ECLI:NL:RBDHA:2020:13652 (BerryWorld tegen Arofa) Kort geding in een grote kwekersrechtzaak. BerryWorld heeft een licentieovereenkomst met Arofa. BerryWorld vordert een inbreukverbod met betrekkig tot haar kwekersrechten, omdat Arofa zonder toestemming bakjes blauwe bessen op de Nederlandse markt zou hebben gebracht. Er is niet aannemelijk geworden dat er een voldoende serieuze dreiging van inbreukmakend handelen is. Arofa maakt daarnaast geen ongeoorloofd gebruik maken van de componenten, door de verkoop van fruit van legaal geplante struiken. Zo bestaat er de overtuiging dat dit geen inbreuk op het  Gemeenschapskwekersrecht oplevert.

IEF 19304

Verzoek wijziging vervaldatum kwekersrecht afgewezen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Gerecht EU (voorheen GvEA) 25 jun 2020, IEF 19304; ECLI:EU:T:2020:289 (Siberia Oriental tegen CPVO), https://ie-forum.nl/artikelen/verzoek-wijziging-vervaldatum-kwekersrecht-afgewezen

Gerecht EU (zesde kamer) 25 juni 2020, IEF 19304, IEFbe 3094; ECLI:EU:T:2020:289 (Siberia Oriental tegen CPVO) Kwekersrecht. Siberia Oriental verzoekt het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO) om wijziging van de vervaldatum van haar communautaire kwekersrecht voor het ras Siberia (van de soort Lilium L.), omdat zij meent dat het CPVO de beschermingstermijn verkeerd heeft berekend. Het CPVO verklaart dit verzoek niet-ontvankelijk, omdat de termijn om beroep in te stellen reeds was verstreken en omdat er geen rechtsgrondslag bestond voor een wijziging. Verzoekster gaat in beroep bij de kamer van beroep van het CPVO, die het beroep eveneens niet-ontvankelijk verklaart. Siberia Oriental verzoekt daarop het Gerecht de beslissing van de kamer van beroep te vernietigen en het CPVO te gelasten de vervaldatum te wijzigen. Deze tweede vordering is niet-ontvankelijk, want het Gerecht kan volgens vaste rechtspraak geen bevelen richten tot het CPVO. Het CPVO moet zelf consequenties verbinden aan het dictum van het Gerecht. Daarnaast moet elk verzoekschrift een summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen inhouden. Derhalve zijn verzoeksters algemene verwijzingen naar de beweringen en memories die zij in de procedure voor de kamer van beroep van het CPVO heeft gedaan en ingediend, niet-ontvankelijk. Een verzoek tot heronderzoek van een beslissing die niet binnen de gestelde termijn is bestreden kan enkel worden gerechtvaardigd door nieuwe belangrijke feiten. Verzoekster beroept zich niet op dergelijke wezenlijke nieuwe feiten, dus haar verzoek tot wijziging van de vervaldatum wordt niet gestaafd.

IEF 19154

Feitelijke beoordeling van areaaloverschrijding bij bloementeelt

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Rechtbank Den Haag 25 mrt 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth), https://ie-forum.nl/artikelen/feitelijke-beoordeling-van-areaaloverschrijding-bij-bloementeelt

Rechtbank Den Haag 25 maart 2020, IEF 19154; ECLI:NL:RBDHA:2020:2736 (B. Elisabeth) Kwekersrecht. Eiser is een vof in het kweken en veredelen van teeltrassen, waaronder het ras B. Elisabeth, soort Lysimachia. De vof is houdster van een communautair kwekersrecht voor het ras. Het ras wordt over het algemeen geteeld als sierbloem. Gedaagde drijft een onderneming in het telen van gewassen. De vof en gedaagde zijn in februari 2011 een koopovereenkomst aangegaan met betrekking tot 1500 kopstekken van het ras. In januari van de jaren 2012-2015 heeft gedaagde voor de licentierechten voor het telen van planten van het ras op een areaal van 120 m2 betaald. De vof stelt echter dat er vanaf 2012 in het bedrijf van gedaagde sprake was van areaaloverschrijding en illegale vermeerdering, hetgeen in strijd is met artikel 57 ZPW4.  De hoeveelheid areaaloverschrijding en de vermeerdering planten van het ras worden feitelijk beoordeeld. Geen schade door niet melden rooien en vernietiging; geen misbruik van procesrecht.

IEF 19058

Hof van Justitie verduidelijkt artikel 13 van Verordening 2100/94

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU 19 dec 2019, IEF 19058; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-van-justitie-verduidelijkt-artikel-13-van-verordening-2100-94

HvJ EU 19 december 2019, IEF 19058, IEFbe 3044; ECLI:EU:C:2019:1131 (CVVP/Sanchis) Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 13 van verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad van 27 juli 1994 inzake het communautaire kwekersrecht (hierna: de verordening). Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen CVVP, die de belangen vertegenwoordigt van de houder van het communautiare kwekersrecht voor mandarijnenbomen van het ras “Nadorcott”, en Adolfo Sanchis over de exploitatie door laatstgenoemde van bomen van dit ras. Er wordt geoordeeld dat artikel 13, lid 2, onder a), en lid 3 van de verordening zo moet worden uitgelegd dat voor het aanplanten van een beschermd ras en het oogsten van de vruchten ervan die niet kunnen worden gebruikt als teeltmateriaal, de toestemming van de houder van het communautaire kwekersrecht voor dat plantenras vereist is voor zover de voorwaarden van artikel 13, lid 3 van de verordening zijn vervuld.

IEF 18818

Uitspraak ingezonden door Tjeerd Overdijk, Vondst.

Volledige veroordeling in kosten vanwege hoeveelheid bewijsverrichtingen

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
Hof Den Haag 29 okt 2019, IEF 18818; ECLI:NL:GHDHA:2019:2803 (X tegen Y), https://ie-forum.nl/artikelen/volledige-veroordeling-in-kosten-vanwege-hoeveelheid-bewijsverrichtingen

Hof Den Haag 29 oktober 2019, IEF 18818; ECLI:NL:GHDHA:2019:2803 (X tegen Y) Kwekersrecht. Eindvonnis in langlopende zaak. Vernietiging van vonnis in eerste aanleg van 6 juli 2016 [IEF 16125] waarin geoordeeld werd dat de consumentenverkoop van bloembollen geen inbreuk is op kwekersrecht. Hof heeft alsnog inbreuk aangenomen en geïntimeerde veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en de proceskosten. In het tussenarrest van 13 februari 2018 is geoordeeld dat ook zgn. ‘leverbare bollen’ moeten worden aangemerkt als ‘teeltmateriaal’ in de zin van de ZPW, resp. ‘componenten’ in de zin van de Verordening inzake het communautaire kwekersrecht (GKVo). In dit eindarrest wordt een volledige veroordeling in de kosten redelijk en evenredig geacht vanwege de grote hoeveelheid bewijsverrichtingen die nodig zijn geweest ter weerlegging van het standpunt dat de bollen zouden zijn versnipperd.

IEF 18277

Hof vernietigt beslissing CPVO: onderzoek naar Braeburn niet voldoende gemotiveerd

Kopieer citeerwijze | Uitspraak
HvJ EU 5 feb 2019, IEF 18277; ECLI:EU:T:2019:57 (Mema GmbH tegen CPVO), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-vernietigt-beslissing-cpvo-onderzoek-naar-braeburn-niet-voldoende-gemotiveerd

HvJ EU 5 februari 2019, IEF 18277; IEFbe 2832; ECLI:EU:T:2019:57 (Mema GmbH tegen CPVO). Mema GmbH LG (hierna: Mema) heeft bij het Communautair Bureau voor plantenrassen (hierna: CPVO) een aanvraag tot verlening van een communautair kwekersrecht ingediend voor het ras Braeburn 78 (een appel ras). Hierna is op verzoek van het CPVO een onderzoek gedaan naar dit ras. De conclusie: het ras Braeburn 78 is onvoldoende onderscheidbaar van het referentieras Royal Braeburn en de X9466. Tegen deze afwijzingsbeslissing heeft Mema beroep ingesteld. Dit verzoek is afgewezen. Hierop is Mema naar het Hof van Justitie gestapt, en verzoekt het gerecht de bestreden beslissing te vernietigen, en om de zaak terug te verwijzen naar de kamer van beroep van het CPVO voor verder onderzoek. Het Hof oordeelt dat het niet op haar weg ligt om bevelen te geven aan het CPVO en beoordeelt deze vordering dus als niet ontvankelijk. Hierna behandelt het hof de vordering tot vernietiging van de bestreden beslissing. Hiertoe voert Mema drie middelen aan waarbij het eerste middel in wezen is ontleend aan misbruik van bevoegdheid en schending van artikel 57 lid 3 van de basisverordening, het tweede aan het feit dat het technisch onderzoek een aantal fouten bevat, en tot slot het derde aan schending van het recht om te worden gehoord en ontoereikende motivering. Eerst behandelt het hof het derde middel, waarbij zij stelt dat niet alle aangevoerde argumenten uitdrukkelijk en uitputtend hoeven te worden beantwoord. Hierna gaat het hof in op het onderzoek zoals dit door het CPVO is meegenomen in haar beoordeling, en stelt hieromtrent vast dat niet kan worden uitgesloten dat de opgeworpen bezwaren invloed hebben op de testresultaten. Daarnaast stelt het hof vast dat de kamer van beroep het betoog van Mema tekort heeft gedaan door deze te weerleggen met de argumenten dat de criteria weliswaar vaag maar hanteerbaar waren, en dat zij vertrouwde op de deskundigheid van de onderzoekers. Dit alles overwegende komt het hof tot de conclusie dat de verwerping van het beroep inderdaad niet voldoende is gemotiveerd.