Gepubliceerd op woensdag 28 oktober 2026
IEF 23974
Rechtbank Zeeland-West-Brabant ||
21 okt 2026,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 okt 2026,, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verrekening-van-onvoldoende-onderbouwde-managementkosten-tegenover-erkende-artiestenvergoedingen

Geen verrekening van onvoldoende onderbouwde managementkosten tegenover erkende artiestenvergoedingen

Rb. Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]). In deze zaak trad een artiestenmanager jarenlang op als agente voor een cabaretier/acteur en een onderneming van een voice-actor/radio-dj. Aanvankelijk factureerden de artiesten hun vergoedingen (gages) rechtstreeks, maar later werd overgegaan op een systeem waarin de manager verzamelfacturen stuurde inclusief haar agency fee. De artiesten zouden periodiek een factuur sturen voor hun deel van de vergoedingen. Nadat de manager langere tijd onbereikbaar bleef, werd de samenwerking beëindigd. De artiesten stuurden eindafrekeningen op basis van opgevraagde klantfacturen, maar de manager betaalde niet, waarna een bodemprocedure en conservatoir beslag volgden. In reconventie vorderde de manager op haar beurt betaling voor talloze niet eerder in rekening gebrachte PR-kosten, productiekosten en overige werkzaamheden. 

 De rechtbank oordeelt in conventie dat de manager de verschuldigdheid van de artiestenvergoedingen weliswaar erkent, maar terecht de hoogte betwist. Omdat de manager haar berekening en de te verrekenen agency fees goed heeft onderbouwd in een schema en de artiesten daartegenover (ondanks dat zij over de onderliggende facturen beschikten) onvoldoende verweer voerden, gaat de rechtbank uit van de lagere bedragen zoals door de manager berekend. De vorderingen van de artiesten worden grotendeels toegewezen, inclusief wettelijke (handels)rente, incassokosten en beslagkosten. Het verzoek van de manager om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vanwege vrees voor verkoop van haar woning wordt afgewezen, omdat het belang van de artiesten bij uitbetaling van erkende vorderingen in dit geval zwaarder weegt. In reconventie worden de tegenvorderingen van de manager voor PR- en mediaondersteuning, fotoshoots, reiskosten en diverse producties volledig afgewezen. De rechtbank overweegt dat de manager niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Zij heeft nagelaten te onderbouwen welke concrete werkzaamheden zijn verricht, op grond van welke afspraken hier een aanvullende vergoeding bovenop de reguliere fee voor gold, en hoe de gevorderde bedragen zijn opgebouwd. Bovendien mochten eisers er gelet op het tijdsverloop en het uitblijven van eerdere declaraties redelijkerwijs niet op bedacht zijn dat deze kosten nog gefactureerd zouden worden.

4.4. [persoon 2] betwist niet dat zij nog artiestenvergoedingen aan [persoon 1] verschuldigd is, maar betwist wel de hoogte van het door [persoon 1] gevorderde bedrag. Zij voert aan dat op de vergoedingen in veel gevallen nog de agency fee in mindering moet worden gebracht en dat [persoon 1] ten aanzien van enkele opdrachten geen juist beeld heeft van de daadwerkelijk door haar ontvangen vergoeding. [persoon 2] heeft haar berekening in haar conclusie nader toegelicht aan de hand van een schema en komt daarbij uit op een maximale vergoeding van € 43.805,61.

4.5. De rechtbank zal van dit bedrag uitgaan. De door [persoon 2] gegeven gemotiveerde toelichting is door [persoon 1] onvoldoende weersproken. Daarbij is van belang dat [persoon 1] zelf over de onderliggende facturen beschikt. Het had daarom op zijn weg gelegen om aan de hand van die facturen nader toe te lichten dat en waarom de berekening van [persoon 2] niet juist is. Nu hij dat heeft nagelaten, gaat de rechtbank uit van het door [persoon 2] berekende bedrag, zodat een bedrag van € 43.805,61 zal worden toegewezen.