Gepubliceerd op woensdag 16 september 2026
IEF 23832
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
16 sep 2026,
Gerecht EU (voorheen GvEA) 16 sep 2026,, IEF 23832; ECLI:EU:T:2026:566 (Absara Industrial tegen EUIPO en Hansgrohe SE), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-verwarringsgevaar-tussen-kromat-en-croma

Geen verwarringsgevaar tussen KROMAT en CROMA

Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23832; IEFbe 4304; ECLI:EU:T:2026:566 (Absara Industrial tegen EUIPO, Hansgrohe SE). Absara Industrial vraagt registratie van het Uniewoordmerk KROMAT voor onder meer badkamer- en sanitaire producten. Hansgrohe maakt bezwaar op basis van haar oudere merk CROMA. De kamer van beroep van het EUIPO ziet voor een deel van de producten verwarringsgevaar tussen beide merken. Absara betwist eerst dat het EUIPO aanvullend bewijs van Hansgrohe mocht toelaten nadat de oorspronkelijke termijn was verstreken. Het Gerecht volgt dat niet. De ontbrekende bijlagen stonden al in de tijdig ingediende inhoudsopgave, met een beschrijving en het aantal pagina’s. Het EUIPO mocht daarom aannemen dat een technisch probleem een rol speelde. Ook als dat niet zo was, mocht het EUIPO de stukken als aanvullend bewijs toelaten. Absara kreeg bovendien alsnog de gelegenheid daarop te reageren, zodat haar recht om te worden gehoord gewaarborgd bleef. Ook het oordeel over het normale gebruik van CROMA blijft in stand. De facturen, omzetgegevens, catalogi, brochures en productcodes vormen samen voldoende bewijs. De zes facturen hadden betrekking op 526 douchekoppen en douchesets en waren verspreid over meerdere jaren en verschillende lidstaten. Dat Hansgrohe aan distributeurs verkocht en niet rechtstreeks aan eindgebruikers, maakt dat niet anders. Ook professionele afnemers en wederverkopers kunnen deel uitmaken van het relevante publiek.

Het Gerecht bevestigt verder dat de betrokken waren deels identiek en deels in hoge mate soortgelijk zijn. De producten hebben hetzelfde algemene doel en zijn functioneel nauw met elkaar verbonden. Verschillen in materiaal of specifieke uitvoering veranderen dat niet. Bij de vergelijking van de merken komt het Gerecht wel tot een ander oordeel dan de kamer van beroep. CROMA en KROMAT hebben de letters ‘roma’ gemeen, maar verschillen aan het begin en einde. Juist bij relatief korte woordmerken vallen die verschillen op. De visuele overeenstemming is daarom laag en de fonetische overeenstemming gemiddeld. Ook begripsmatig is de overeenstemming laag. Beide merken verwijzen naar chroom, maar dat element heeft voor de betrokken sanitaire producten slechts een zwak onderscheidend vermogen. Bij de globale beoordeling weegt het Gerecht mee dat het relevante publiek een hoog aandachtsniveau heeft en dat CROMA van huis uit slechts een zwak onderscheidend vermogen bezit. Hoewel de waren identiek of sterk soortgelijk zijn, zijn de merken als geheel slechts in geringe mate overeenstemmend. Het Gerecht sluit daarom verwarringsgevaar uit. Het benadrukt dat het interdependentie beginsel niet mechanisch werkt: ook bij identieke waren kan verwarringsgevaar ontbreken als de overeenstemming tussen de tekens beperkt is. Het Gerecht vernietigt daarom de beslissing van de kamer van beroep. Het stelt niet zelf vast dat in de hele Europese Unie geen verwarringsgevaar bestaat. De kamer van beroep had alleen het Catalaanssprekende publiek beoordeeld en moet zich nog uitspreken over het overige relevante publiek.

124    In that regard, account must be taken of the fact that the goods at issue are identical or similar to a high degree, that the level of attention on the part of the relevant public, which has specific experience and technical knowledge relating to the goods, is also high, that the inherent distinctiveness of the earlier mark is weak, and that the marks at issue are visually, phonetically and conceptually similar to a low, average and low degree, respectively. Accordingly, since those marks are, globally, similar to a low degree, and given the high level of attention on the part of the relevant public, combined with the weak distinctiveness of the earlier mark, a likelihood of confusion may be ruled out as regards both the goods considered to be identical and those considered to have a high degree of similarity to the goods covered by the earlier mark.

125    Indeed, the principle of interdependence is not intended to be applied mechanically. Thus, while it is true that, by virtue of the principle of interdependence, a lesser degree of similarity between the goods or services covered may be offset by a greater degree of similarity between the signs at issue, conversely there is nothing to prevent a finding that, in view of the circumstances of a particular case, there is no likelihood of confusion, even where identical goods are involved and there is a weak degree of similarity between the signs (see judgment of 6 December 2023, Vi.ni.ca. v EUIPO – Venica & Venica (agricolavinica. Le Colline di Ripa), T‑627/22, not published, EU:T:2023:782, paragraph 111 and the case-law cited).