Gepubliceerd op dinsdag 14 juli 2026
IEF 23684
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
8 jul 2026,
Gerecht EU (voorheen GvEA) 8 jul 2026,, IEF 23684; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-laat-terugverwijzingsbeslissing-over-het-beschrijvende-karakter-van-micuir-handmade-in-spain-in-stand

Gerecht EU laat terugverwijzingsbeslissing over het beschrijvende karakter van ‘MICUIR HANDMADE IN SPAIN’ in stand

Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23684; IEFbe 4258; ECLI:EU:T:2026:448 (Elena Nayra Peña de Paz tegen EUIPO en Cuchy & Charly, SL). Cuchy & Charly verzocht om nietigverklaring van het Uniewoordmerk MICUIR HANDMADE IN SPAIN voor waren in de klassen 18 en 25. De nietigheidsafdeling wees het verzoek af, maar de kamer van beroep vernietigde die beslissing en verwees de zaak terug voor een volledig onderzoek naar het beschrijvende karakter en het gebrek aan onderscheidend vermogen voor alle betrokken waren. Het Gerecht oordeelt dat het beroep van de merkhouder tegen deze terugverwijzingsbeslissing ontvankelijk is. Een beslissing van een kamer van beroep is ook voor beroep vatbaar wanneer de zaak wordt terugverwezen, omdat de nietigheidsafdeling op grond van artikel 71 lid 2 UMVo aan de motivering en het dictum daarvan gebonden is. De merkhouder moest daarom onmiddellijk kunnen opkomen tegen de bindende vaststelling dat een niet te verwaarlozen deel van het Franstalige publiek het teken beschrijvend opvat. Dat zij in de procedures bij het EUIPO geen opmerkingen had ingediend, stond niet aan haar beroep of argumenten in de weg: actieve deelname is daarvoor geen voorwaarde. Het Gerecht legt haar verzoek om de beslissing te “vernietigen of in te trekken” uitsluitend uit als een verzoek tot nietigverklaring, omdat intrekking op grond van artikel 103 UMVo aan het EUIPO zelf is voorbehouden. Ook de overgelegde bijlagen waren ontvankelijk, hetzij omdat zij al tot het EUIPO-dossier behoorden, betrekking hadden op registratiepraktijk of noodzakelijk waren voor het beroep, hetzij omdat zij waren bedoeld om door de kamer van beroep als algemeen bekend aangemerkte feiten te betwisten.

Ten gronde laat het Gerecht de beoordeling van de kamer van beroep in stand. Voor het relevante Franstalige publiek kan ‘micuir’ worden ontleed in het gangbare Franse voorvoegsel ‘mi-’, dat een gedeeltelijke of tussenliggende aard aanduidt, en ‘cuir’, het Franse woord voor leer. Het element wordt daarom door ten minste een niet te verwaarlozen deel van dat publiek begrepen als ‘semi-leer’ of ‘gedeeltelijk leer’ en geeft aan dat de betrokken waren niet volledig uit echt leer bestaan. De formule ‘handmade in Spain’ beschrijft daarnaast rechtstreeks de ambachtelijke vervaardigingswijze en de geografische herkomst. Het teken als geheel brengt dus de boodschap over dat de waren in Spanje met de hand zijn vervaardigd uit materiaal dat niet voor honderd procent uit echt leer bestaat. Dat niemand anders ‘micuir’ als merk had aangevraagd, dat het woord mogelijk niet daadwerkelijk beschrijvend werd gebruikt en dat de merkhouder met ‘mi’ het Spaanse bezittelijk voornaamwoord ‘mijn’ bedoelde of uitsluitend echtleren producten verkocht, is niet beslissend. Voor artikel 7 lid 1 onder c UMVo volstaat dat het teken beschrijvend kan worden gebruikt; de concrete bedoeling en het feitelijke gebruik door de merkhouder zijn niet relevant. Argumenten over de perceptie van Spaanse consumenten zijn eveneens niet ter zake, omdat een absolute nietigheidsgrond ingevolge artikel 7 lid 2 UMVo al kan bestaan in een deel van de Unie. Het Gerecht verwerpt ook het middel over artikel 7 lid 1 onder b UMVo, omdat dit uitsluitend voortbouwde op de verworpen argumenten over het beschrijvende karakter. Daarmee blijft de terugverwijzing in stand: de nietigheidsafdeling moet nog alle betrokken waren afzonderlijk onderzoeken, maar is gebonden aan deze uitleg van het teken. De merkhouder draagt haar eigen kosten en die van Cuchy & Charly; het EUIPO draagt zijn eigen kosten.

28       In deze omstandigheden moet de aanvrager de bevindingen van de Kamer van Beroep kunnen aanvechten zonder te hoeven wachten tot de procedure bij de Afdeling Nietigverklaring is voortgezet alvorens beroep aan te tekenen bij een Kamer van Beroep en, indien nodig, vervolgens bij het Gerecht tegen de nieuwe beslissing [zie in die zin arrest van 22 januari 2025, Rain Carbon Germany tegen EUIPO – Novaresine (NOVARESINE INNOVATION GOES GREEN), T-1188/23, niet gepubliceerd, EU:T:2025:49, punt 20 en de daarin aangehaalde jurisprudentie]. Die bevindingen zouden immers in de tussentijd definitief worden en bindend voor de Afdeling Nietigverklaring, overeenkomstig artikel 71, lid 2, van Verordening 2017/1001 (zie punt 23 hierboven), en zouden niet langer voor beroep vatbaar zijn.

74       De Raad van Beroep concludeerde derhalve dat, op de datum van indiening van de aanvraag tot registratie van het betwiste merk, en in de context van de betreffende goederen, het teken "MICUIR HANDMADE IN SPAIN" door ten minste een aanzienlijk deel van het relevante Franstalige publiek werd opgevat als een beschrijvende aanduiding van het type materiaal waaruit de betreffende goederen waren samengesteld (gedeeltelijk leer), de wijze van vervaardiging (handgemaakt) en de geografische oorsprong (Spanje). Bijgevolg bracht deze uitdrukking in zijn geheel de boodschap over dat de betreffende goederen handgemaakt waren in Spanje van een materiaal dat niet 100% echt leer was.

107     Bovendien dient te worden opgemerkt dat de overige argumenten van de aanvrager (zie paragraaf 102 hierboven) in wezen gericht zijn tegen de beoordeling door de Raad van Beroep van het beschrijvende karakter van het betwiste merk en in het bijzonder van het element "micuir". Aangezien deze argumenten in het eerste verweer zijn onderzocht en verworpen (zie paragrafen 92 tot en met 98 hierboven), moet ook het tweede verweer om dezelfde redenen worden verworpen, en dient bijgevolg het gehele beroep eveneens te worden verworpen.