21 mei 2026
Geüpcyclede Chanel-sieraden vallen niet onder uitputting van merkrechten
Cour de Cassation 21 mei 2026, IEF 23645; 25/00621 ([Z] tegen Kamad Reworked). In deze zaak tussen [Z] en Kamad Reworked staat de vraag centraal of sieraden die zijn samengesteld uit geüpcyclede onderdelen waarop Chanel-merken voorkomen, zonder toestemming van de merkhouder mogen worden vervaardigd en verkocht. Kamad Reworked verkocht via haar website en fysieke winkel onder meer kettingen, armbanden, riemkettingen en oorbellen waarin bedels waren verwerkt die waren voorzien van het bekende dubbele C-monogram en de tekens “[E]” en “[Z]”. Volgens Kamad Reworked ging het om authentieke tweedehands onderdelen die door middel van upcycling een nieuwe bestemming kregen. De rechtbank stelt vast dat de gebruikte tekens op de sieraden door het relevante publiek worden opgevat als aanduidingen van commerciële herkomst. Daarmee is sprake van merkgebruik in het economisch verkeer. Dat op de website wordt vermeld dat het gaat om creaties van Kamad Reworked en dat bij de producten een certificaat van authenticiteit wordt geleverd, doet daar niet aan af. De merken blijven immers zichtbaar aanwezig op de producten zelf en vervullen voor de consument een herkomstaanduidende functie. Het beroep op uitputting wordt verworpen. De rechtbank overweegt dat Kamad Reworked geen beroep op uitputting toekomt, omdat de litigieuze sieraden als nieuwe producten op de markt worden gebracht die als zodanig nooit door de merkhouder in de handel zijn gebracht. Daarbij wordt expliciet benadrukt dat het verbod geldt ongeacht of (een deel van) de sieraden afkomstig is van oorspronkelijk door [Z] gecommercialiseerde producten die zijn geüpcycled. Ten aanzien van het bekende dubbele C-monogram oordeelt de rechtbank dat sprake is van een sterke overeenstemming met de ingeroepen merken. De litigieuze sieraden zijn bovendien identiek aan de waren waarvoor de merken zijn ingeschreven. Gelet op de prominente plaats van het monogram op de sieraden, de onderscheidingskracht van het teken en de bekendheid van de merken binnen de mode- en accessoiresector, bestaat volgens de rechtbank een reëel verwarringsgevaar. De vermelding “Kamad Reworked” op de achterzijde van de bedels en de disclaimer op de website nemen dat gevaar niet weg. Volgens de rechtbank versterkt die disclaimer zelfs de indruk dat een deel van het product afkomstig is van Chanel.
Voor de woordmerken “[E]” en “[Z]” komt de rechtbank tot het oordeel dat sprake is van identieke tekens voor identieke waren. De vervaardiging en verkoop van de betrokken sieraden levert daarom merkinbreuk door reproductie op. Hetzelfde geldt voor de overige ingeroepen figuratieve merken die eveneens zijn gebaseerd op het bekende dubbele C-monogram. Bij de begroting van de schade houdt de rechtbank rekening met het feit dat [Z] nog geen volledig inzicht heeft in de omvang van de verkoop. Daarom wordt een informatiebevel opgelegd, waarbij Kamad Reworked gegevens moet verstrekken over de exploitatie van de inbreukmakende producten. Wel acht de rechtbank aannemelijk dat Kamad Reworked ongerechtvaardigde voordelen heeft behaald. Daarnaast wordt gewicht toegekend aan de aantasting van het luxe-imago van de merken. Volgens de rechtbank wordt de exclusieve uitstraling van de merken ondergraven doordat de producten tegen aanzienlijk lagere prijzen worden aangeboden en doordat authentieke luxeproducten worden gereduceerd tot losse grondstoffen voor nieuwe creaties. De rechtbank kent een voorschot op de schadevergoeding toe (naast een afzonderlijke veroordeling in de proceskosten), legt een verbod op verdere verkoop op en verplicht Kamad Reworked tot openbaarmaking van (het dictum van) het vonnis op haar website. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het meegeleverde “certificaat van authenticiteit” een misleidende handelspraktijk vormt. Door termen als “authentiek” en “origineel” te gebruiken, wordt bij consumenten de indruk gewekt dat de verkoop van de producten rechtmatig is, terwijl daarvoor geen toestemming van de merkhouder bestaat. Een afzonderlijke schadevergoeding voor deze misleidende handelspraktijk wordt echter afgewezen omdat de gevolgen daarvan reeds zijn verdisconteerd in de vergoeding wegens merkinbreuk.