2 sep 2026,
Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans.
Gluggle Jug visvaas niet beschermd door slaafse nabootsing en merkenrecht, merk ‘Gluggle Jug’ wel geldig
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23825; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA). De rechtbank oordeelt dat het Uniewoordmerk GLUGGLE JUG geldig is, maar slechts een beperkt onderscheidend vermogen heeft. Jug is beschrijvend voor kannen en vazen en gluggle heeft geen zelfstandige betekenis in het Engels, maar is wel afgeleid van het klanknabootsende woord glug, dat verwijst naar het gorgelende geluid dat bij het schenken van vloeistof ontstaat. Het merk is daarom niet uitsluitend beschrijvend en kan de commerciële herkomst van de waren aanduiden. Ook is onvoldoende aangetoond dat gluggle jug door toedoen of nalaten van de merkhouder in de Europese Unie tot soortnaam voor visvazen is verworden, zodat zowel de vordering tot nietigverklaring als die tot vervallenverklaring van het Uniemerk wordt afgewezen. Het gebruik van The Bubble Jug/Bubble Jug voor visvazen levert geen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Hoewel de tekens visueel en auditief in geringe mate overeenstemmen en voor identieke waren worden gebruikt, bestaat volgens de rechtbank geen verwarringsgevaar, mede gelet op het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het geringe onderscheidend vermogen van GLUGGLE JUG. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer wordt verworpen, omdat geen sprake is van een duidelijke en vaste begripsmatige betekenis die de visuele en auditieve overeenstemming neutraliseert. Wel levert het gebruik van #glugglejug voor visvazen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo op. Ook het gebruik van gluggle en van gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug levert wegens de grote mate van overeenstemming en het daardoor ontstane verwarringsgevaar merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Gebruik van gluggling, glug en glugging zonder jug levert daarentegen geen merkinbreuk op.
Ook de overige grondslagen slagen slechts gedeeltelijk. Van slaafse nabootsing is geen sprake, omdat onvoldoende is gebleken dat de Gluggle Jug ten opzichte van het bestaande vormgevingserfgoed een eigen gezicht op de Nederlandse markt heeft. Het Benelux-vormmerk van de Gluggle Jug wordt voor waren in klasse 21 nietig verklaard wegens gebrek aan onderscheidend vermogen: de visvorm wijkt niet significant af van wat in de betrokken sector gebruikelijk is. Het Benelux-woordmerk BUBBLE JUG wordt voor waren en diensten in de klassen 21 en 42 nietig verklaard wegens een depot te kwader trouw. Gluckigluck GmbH wist bij de aanvraag dat ITA het teken Bubble Jug al gebruikte, terwijl tussen partijen juist over dat gebruik werd geprocedeerd, en maakte niet aannemelijk dat zij het teken zelf als merk wilde gaan gebruiken. Verder oordeelt de rechtbank dat het gebruik in de marketing van de naam van de oorspronkelijke fabrikant van de Gluggle Jug een oneerlijke handelspraktijk oplevert in de zin van de artikelen 6:193b en 6:193c BW, omdat daarmee verwarring wordt geschapen over een commerciële band tussen ITA en Gluggle Jug c.s.; voor gluggling, glug en glugging zonder jug geldt dat niet. ITA moet het vastgestelde merkinbreukmakende en onrechtmatige gebruik in Nederland staken, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per overtreding en per dag dat die voortduurt, tot maximaal € 100.000. De gevorderde algemene opgave van alle verkochte vazen en de daarmee behaalde winst wordt als disproportioneel afgewezen. Omdat aannemelijk is dat schade is geleden maar de omvang daarvan nog niet kan worden vastgesteld, wordt ITA veroordeeld tot schadevergoeding nader op te maken bij staat; in die procedure kan ook eventuele winstafdracht aan de orde komen binnen de daarvoor geldende grenzen. De inschrijvingen van het nietig verklaarde Benelux-vormmerk en het Benelux-woordmerk BUBBLE JUG moeten worden doorgehaald. Omdat partijen over en weer deels in het gelijk zijn gesteld, draagt iedere partij de eigen proceskosten.
in conventie
4.52.
Voor zover ITA heeft aangevoerd dat Gluckigluck GmbH als licentienemer geen vorderingen kan instellen, heeft Gluggle Jug c.s. voldoende onderbouwd dat Gluckigluck GmbH daar als exclusieve Europese distributeur van de Gluggle Jug voldoende belang bij heeft.
4.53.
De rechtbank is van oordeel dat Gluggle Jug c.s. naast het merkinbreukverbod geen belang heeft bij toewijzing van haar gevorderde verklaring voor recht dat sprake is van merkinbreuk, zodat vordering I zal worden af gewezen.
4.54.
De rechtbank zal de onder II gevorderde verklaring voor recht dat de Bubble Jug kwalificeert als slaafse nabootsing van de Gluggle Jug afwijzen nu zij van oordeel is dat geen sprake is van slaafse nabootsing.
4.55.
Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat ITA inbreuk heeft gemaakt op het Uniemerk door het gebruik van de tekens ‘glugglejug‘ en ’gluggle‘ en de tekens ’gluggling’, ’glug’, en/of ’glugging’ in combinatie met ‘jug’, zal zij het onder III a gevorderde inbreukverbod in zoverre toewijzen. Onder verwijzing naar hetgeen in 4.1 is overwogen geldt dit inbreukverbod voor Nederland. Naast dit merkinbreukverbod heeft Gluggle Jug c.s. geen belang meer bij toewijzing van het onder III b gevorderde verbod op onrechtmatig handelen (in de zin van het voeren van een oneerlijke handelspraktijk), behalve voor wat betreft het gebruik van het teken ‘ [bedrijfsnaam] ’ voor de marketing van visvazen, zodat dit verbod in zoverre zal worden toegewezen. Onder verwijzing naar hetgeen in 4.2 is overwogen geldt ook dit inbreukverbod voor Nederland. De vraag of bepaalde aanbiedingen van ITA op buitenlandse domeinnamen of platforms (van Amazon) onder dit inbreukverbod vallen dient aan de orde te komen in de executiefase.
4.56.
Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van dit inbreukverbod, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.
4.57.
Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat ITA geen merkinbreuk sub b heeft gemaakt door de tekens ’The Bubble Jug‘ / ’Bubble Jug‘ te gebruiken voor het aanbieden en verkopen van visvazen, zal de rechtbank het onder IV gevorderde bevel om de voorraad producten met daarop het teken ’Bubble Jug‘ te vernietigen, afwijzen.
4.58.
Zoals hiervoor is besproken acht de rechtbank alleen sprake van merkinbreuk doordat ITA de tekens ’glugglejug‘, ’gluggle‘ of ’gluggling‘, ’glug‘ en/of ’glugging‘ in combinatie met ’jug‘ heeft gebruikt bij het aanbieden van haar Bubble Jug, maar niet door het gebruik van het teken ’Bubble Jug‘ op zichzelf. De rechtbank is van oordeel dat het onder V gevorderde bevel om opgave te doen van informatie over alle vazen die ITA heeft verkocht en de daarmee behaalde winst, niet in verhouding staan tot de omvang van de vastgestelde inbreuk en zal de vordering daarom afwijzen.
4.59.
Gluggle Jug c.s. heeft onder VI gevorderd om ITA te veroordelen tot vergoeding van de door Gluggle Jug c.s. geleden schade, primair in de vorm van winstafdracht en subsidiair nader op te maken bij staat. Hoewel de aannemelijkheid van het ontstaan van schade naar het oordeel van de rechtbank voldoende is gebleken, is de hoogte van de door ITA behaalde winst – mede op de (beperkte) omvang van de merkinbreuk – op dit moment niet te begroten. Derhalve zal de rechtbank het primair gevorderde afwijzen en partijen verwijzen naar de schadestaatprocedure voor het begroten van de geleden schade, zodat in die procedure over de (hoogte van) de schadevergoeding althans winstafdracht kan worden beslist, een en ander binnen de door de Hoge Raad uitgezette grenzen waar het cumulatie met schadevergoeding betreft.11 Ook de wettelijke rente kan in de schadestaatprocedure aan de orde komen.