Gepubliceerd op maandag 30 maart 2026
IEF 23415
Rechtbank Amsterdam ||
25 mrt 2026
Rechtbank Amsterdam 25 mrt 2026, IEF 23415; C/13/777444 / 1-JA ZA 25-1619 (Goldbergh tegen Lidl c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/goldbergh-ski-jassen-na-cofemel-geen-auteursrecht-op-de-bombardino-jas

Uitspraak ingezonden door Luna Snellenberg en Maarten Haak, Hoogenraad & Haak.

Goldbergh‑ski‑jassen na Cofemel: geen auteursrecht op de Bombardino‑jas

Rb Amsterdam 25 maart 2026, IEF 23415; C/13/777444 / 1-JA ZA 25-1619 (Goldbergh tegen Lidl c.s.). De zaak gaat over de vraag of de Bombardino‑ski‑jassen van Goldbergh (collecties 22/23 en 23/24) als werk in de zin van het auteursrecht worden beschermd en of Lidl en producent Juritex daarop inbreuk maken met de bij Lidl verkochte Crivit Glamour‑jassen. Goldbergh stelt dat de creatieve combinatie van vormelementen (kort bombermodel met horizontale banen, ‘bulky’ kraag en capuchon, doorlopende rits, contrasterende zwarte ritsen en tailleband, schuine zakken, specifieke binnenafwerking en enkele Goldbergh‑details) een oorspronkelijk werk vormt en dat in de Crivit‑jassen die combinatie op herkenbare wijze is overgenomen. Subsidiair beroept zij zich op slaafse nabootsing: de Bombardino‑jassen zouden een iconisch, eigen gezicht hebben op de markt, waar Lidl c.s. nodeloos dicht bij zijn gaan zitten, mede door vergelijkbare styling en promotie. Goldbergh vordert een verbod, opgave‑ en vernietigingsvorderingen, winstafdracht, betaling van een eerder verbeurde dwangsom van 20.000 euro en volledige proceskosten ex art. 1019h Rv. De rechtbank schetst het Europese beoordelingskader (Cofemel/Brompton/Mio & USM Haller): ook toegepaste kunst wordt alleen beschermd als het object oorspronkelijk is, de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt via vrije en creatieve keuzes, nauwkeurig en objectief identificeerbaar is, en niet louter technisch bepaald of banaal is. Afzonderlijk acht de rechtbank vrijwel alle door Goldbergh genoemde elementen technisch (functionaliteit van rits, capuchon, mesh‑voering, skipaszakje), stijlgebonden of banaal (horizontale stiksels, korte jas, SKI‑opdruk, label met merknaam), waardoor die op zichzelf geen bescherming krijgen. De weinige elementen die enige creatieve vrijheid laten (plaatsing van “Goldbergh” op de taille, zwarte ster op capuchon/rits, logo op bovenarm) maken de totale combinatie volgens de rechtbank niet zó eigen dat sprake is van een oorspronkelijk werk. Bovendien heeft Goldbergh onvoldoende concreet onderbouwd hoe juist de combinatie de persoonlijkheid van de ontwerpster weerspiegelt.

Zelfs als er wél een beschermd werk zou zijn, is van inbreuk geen sprake, omdat de creatieve details die nog wél bescherming zouden kunnen genieten juist niet of niet herkenbaar zijn overgenomen in de Crivit‑jassen. De kleur goud wordt uitdrukkelijk niet als beschermd element ingeroepen. Ten aanzien van slaafse nabootsing verwerpt de rechtbank eerst het principiële verweer dat dit leerstuk wegens Unierecht buiten toepassing zou moeten blijven, maar oordeelt vervolgens dat de Bombardino‑jassen geen “eigen gezicht op de markt” hebben in het licht van een druk vormgevingserfgoed van soortgelijke ski‑jassen, waardoor al om die reden geen ruimte is voor bescherming via onrechtmatige daad. De IE‑vorderingen van Goldbergh worden daarom afgewezen, maar de rechtbank acht wél bewezen dat Lidl een eerder ex parte‑verbod niet volledig binnen de gestelde zes uur had nageleefd, omdat afbeeldingen van de Crivit‑jas nog op de website en in folders in een winkel te zien waren. Dat levert een openbaarmaking in auteursrechtelijke zin en dus verbeurte van de dwangsom op. De omstandigheden maken dat niet disproportioneel of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Per saldo moet Lidl de dwangsom van 20.000 euro aan Goldbergh betalen, terwijl Goldbergh als grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in (gematigde) proceskosten van circa 16.000 euro, berekend volgens de indicatietarieven IE‑zaken voor het IE‑deel en het liquidatietarief voor het niet‑IE‑deel.

5.17. Goldbergh beroept zich erop dat niet is gebleken van een eerder openbaargemaakte jas die alle bovengenoemde elementen bevat. Daar staat echter tegenover dat ten tijde van de introductie van de Bombardino 22/23 reeds meerdere jassen bestonden die verschillende van deze elementen bevatten. Hoewel het bestaan van gelijkaardige objecten niet uitsluit dat een later object oorspronkelijk kan zijn, kan het wel een indicatie vormen voor een lage graad van oorspronkelijkheid. Daarbij beschermt het auteursrecht geen idee (“het korte bomberjas-model met doorgestikte horizontale banen op het lijf van de jas die doorlopen in de horizontale banen op de mouwen”) noch technische noodzaak (“de rits die doorloopt in de hoge kraag en de vaste capuchon”). De combinatie daarvan is ook niet beschermd indien onduidelijk is welke beschermingswaardige creativiteit de maker heeft toegepast om met de combinatie een auteursrechtelijk beschermd werk te creëren en hoe die combinatie de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt. Het had op de weg van Goldbergh gelegen om dit nader te onderbouwen, wat zij onvoldoende heeft gedaan.

5.18. Wat daar ook van zij, voor zover de combinatie van elementen auteursrechteljk beschermd zou zijn geweest, hebben LidI c.s. daar naar het oordeel van de rechtbank geen inbreuk op gemaakt. Hoewel er inderdaad sprake is van gelijkenis, zijn de enige elementen van de Bombardino 22/23 die als creatief kunnen worden aangemerkt — te weten de plaatsing van Goldbergh op de taille en de zwarte ster op de capuchon — immers in geen enkele kleurvariant van de Crivit-jassen overgenomen. De witte en zwarte versies van de Crivit-jas vertonen nc5g minder geljkenissen: de witte jas heeft geen contrasterende ritsen, terwijl de zwarte jas zowel geen contrasterende ritsen als geen contrasterende elastische band bevat. Hoewel de gouden jas deze overeenstemmingen wel vertoont, zou deze versie ook geen inbreuk vormen op de combinatie van de Bombardino 22/23, omdat de genoemde creatieve elementen uit deze combinatie niet herkenbaar overgenomen zijn. De in het oog springende overeenstemmende gouden kleur is geen element waar Goldbergh een beroep op doet.

5.20. Wat betreft de combinatie vervat in de Bombardino 23/24 geldt dat de eerste zes elementen (zie 5.9) stuk voor stuk niet als creatieve keuzes kunnen worden aangemerkt en daarom op zichzelf genomen onbeschermd zijn. Het element “een korter en strakker design met minder details” wordt buiten beschouwing gelaten, omdat deze beschrijving onvoldoende nauwkeurig en objectief is geformuleerd, waardoor het onduidelijk is voor welk onderdeel precies bescherming wordt gezocht. De rechtbank begrijpt Goldbergh aldus dat zij mede het Goldbergh-logo op de bovenarm van de rechtermouw en de kleine ster aan de rits als onderdeel van de beschermde combinatie beschouwt. Deze elementen kunnen worden aangemerkt als vrije, creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking brengen en kunnen het voorwerp een uniek aspect geven. Dat leidt echter niet tot het oordeel dat Lidi c.s. inbreuk hebben gemaakt, omdat de Crivit-jassen juist niet over deze elementen beschikken en daarin derhalve geen oorspronkelijke creatieve elementen (herkenbaar) zijn overgenomen. Het eventueel creatieve karakter van de combinatie blijft in dit geval hoe dan ook niet in stand indien deze twee elementen worden weggelaten. Die combinatie ziet namelijk enkel op elementen die in hoge mate technisch bepaald of banaal zijn. Goldbergh heeft niet onderbouwd dat die combinatie, zonder de ster aan de rits en het logo op de bovenarm, oorspronkelijk is in de zin dat het de persoonlijkheid van Van den Berg weerspiegelt doordat uiting is gegeven aan vrije en creatieve keuzes. Dat had wel gemoeten; de rechtbank mag creativiteit niet veronderstellen. Dat bepaalde keuzes ook anders hadden kunnen worden gemaakt, betekent niet automatisch dat dit creatieve keuzes zijn.

5.29. Uit de door LidI c.s. (maar ook uit de door Goldbergh) in het geding gebrachte overzichten blijkt dat er al jarenlang veel gelijksoortige jassen op de markt waren. In dat geval zullen kleine verschillen in de vormgeving minder snel opvallen. Ook hier geldt dat de opvallende kleur goud geen onderdeel is van het eigen gezicht dat door Goldbergh wordt geclaimd. Bij het leerstuk van de slaafse nabootsing moet bij de beoordeling van het onderscheidend vermogen van het nagevolgde product op de relevante markt, worden uitgegaan van de gemiddelde consument met een onvolledig herinneringsbeeld die beide producten veelal niet rechtstreeks kan vergelijken. Bij een druk vormgevingserfgoed met veel gelijkende voorwerpen, zullen kleine verschillen dus minder snel leiden tot een eigen gezicht. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de verschillen tussen de Bombardino-jassen en het vormgevingsverfgoed zodanig ondergeschikt van aard, dat — gelet op de beperkte motivering van Goldbergh — de gemiddelde consument deze jassen niet zullen waarderen als iets bijzonders ten opzichte van hetgeen reeds op de markt beschikbaar was.