Gepubliceerd op woensdag 15 juli 2026
IEF 23688
Hof Arnhem-Leeuwarden ||
11 jul 2017,
Hof Arnhem-Leeuwarden 11 jul 2017,, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-arnhem-leeuwarden-plaatsing-van-volledige-krantenartikelen-in-eigen-systeem-is-auteursrechtinbreuk-schade-in-dit-geval-begroot-op-gemiste-advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden: plaatsing van volledige krantenartikelen in eigen systeem is auteursrechtinbreuk; schade in dit geval begroot op gemiste advertentie-inkomsten

Hof Arnhem-Leeuwarden 11 juli 2017, IEF 23688; ECLI:NL:GHARL:2017:5916 ([appellant] tegen Cozzmoss). Een onderneming nam volledige pdf-bestanden van zeven artikelen uit Trouw en de Volkskrant op in haar eigen digitale informatiesysteem en plaatste in haar eigen opiniestukken hyperlinks naar die bestanden. Het hof oordeelt dat zij de artikelen daarmee zonder toestemming heeft verveelvoudigd en openbaar gemaakt. Dat de artikelen ook op de websites van de dagbladen beschikbaar waren, maakt dit niet anders. Anders dan in Svensson werd niet gelinkt naar de door de rechthebbenden zelf gepubliceerde artikelen, maar naar eigen verveelvoudigingen, waardoor volgens het hof een nieuw publiek werd bereikt. De betwisting dat de auteursrechten bij Trouw en de Volkskrant berustten, was pas bij pleidooi aangevoerd en daarom op grond van de tweeconclusieregel te laat. Voor één artikel was evenmin impliciete toestemming verkregen. Ook het beroep op artikel 15a Aw faalt. Hoewel het integraal citeren van een werk niet principieel is uitgesloten, was de volledige opname van de artikelen hier niet proportioneel en niet functioneel noodzakelijk. Een relevant gedeelte of een samenvatting had kunnen volstaan en de gekozen wijze van publicatie deed afbreuk aan de normale exploitatie van de artikelen, waaronder het genereren van advertentie-inkomsten op de websites van de kranten. De handhaving van het auteursrecht hoefde evenmin te wijken voor artikel 10 EVRM, omdat andere manieren beschikbaar waren om de inhoud onder de aandacht te brengen en de gevorderde maatregel niet disproportioneel was.

Bij de schadebegroting verwerpt het hof in deze concrete zaak de door Cozzmoss gehanteerde berekening op basis van licentietarieven van € 0,36 respectievelijk € 0,37 per woord. Cozzmoss had onvoldoende aangetoond dat zulke tarieven ook daadwerkelijk aan een kleine gebruiker als appellante in rekening werden gebracht en voor haar marktconform waren. Artikel 27 lid 2 Aw biedt de mogelijkheid de schade forfaitair aan de hand van een hypothetische licentievergoeding te begroten, maar verplicht de rechter daar niet toe. Ook de CLIP-tarieven en de tarieven die kranten tegenover freelanceauteurs hanteren, waren niet passend. Het hof sluit daarom in deze zaak aan bij de gemiste advertentie-inkomsten van Trouw en de Volkskrant. De pdf-bestanden waren 1.897 keer geraadpleegd en Cozzmoss had de daarop gebaseerde berekening onvoldoende gemotiveerd betwist, zodat de schade wordt vastgesteld op € 139,30. De opslag van 25% wordt afgewezen, terwijl € 150,75 aan administratiekosten wordt toegewezen. De eerder betaalde € 450 wordt niet in mindering gebracht, omdat Cozzmoss dit bedrag had teruggestort. De reconventioneel gevorderde algemene verklaring voor recht over de wijze van schadebegroting wordt afgewezen, omdat de passende berekeningswijze afhankelijk is van de omstandigheden van ieder concreet geval. Het hof vernietigt het vonnis in conventie, bekrachtigt het vonnis in reconventie en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten in beide instanties draagt.

Artikel 15a Aw

5.9

Volgens grief 4 is in het onderhavige geval voldaan aan alle vereisten van artikel 15a Auteurswet (citaatrecht) en is derhalve (ook) om die reden geen sprake van auteursrechtinbreuk.

5.10

Tussen partijen is niet in geschil dat een geval als het onderhavige, waarin in een verhandeling niet een (gedeelte van) een werk als zodanig is opgenomen, maar een link naar een (in dit geval: integraal exemplaar van) dat werk is opgenomen, in beginsel kan worden beoordeeld als een citaat onder artikel 15a Aw. Voorts is niet in geschil dat is voldaan aan de voorwaarden dat het (beweerdelijk) geciteerde werk rechtmatig openbaar is gemaakt, artikel 25 Aw in acht is genomen en de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze is vermeld. Wel verschillen partijen van mening of is voldaan aan de in die bepaling vervatte voorwaarde dat het citeren ‘in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd’.

5.11

Naar het oordeel van het hof is aan dit laatste vereiste niet voldaan. Hoewel de grief kan worden toegegeven dat het geoorloofd citeren van integrale werken niet principieel is uitgesloten, acht het hof een dergelijke integrale opname van de teksten in het eigen informatiesysteem van [appellant] , waarnaar vervolgens door middel van hyperlinks in de eigen artikelen wordt verwezen, in dit geval niet proportioneel en functioneel noodzakelijk. [appellant] heeft onvoldoende toegelicht waarom het niet van haar had kunnen worden gevergd een relevant gedeelte of samengevatte weergave van de geciteerde artikelen op te nemen. De enkele omstandigheid dat een (aanvankelijk) aangebrachte hyperlink naar de websites van De Volkskrant en Trouw niet (altijd) stabiel bleek, acht het hof in dit verband van onvoldoende gewicht. Voorts heeft Cozzmoss voldoende toegelicht en onderbouwd dat het exploitatiemodel van De Volkskrant en Trouw erin bestaat dat zij – onder meer in verband met advertentie-inkomsten – bezoekers toestaat artikelen als de onderhavige op de eigen websites van De Volkskrant en Trouw te raadplegen. De door [appellant] geboden mogelijkheid de artikelen in de context van haar eigen publicatie zelfstandig en integraal te raadplegen moet daarom geacht te worden afbreuk te doen aan de normale exploitatie van het werk.