Gepubliceerd op maandag 8 juni 2026
IEF 23605
Hoge Raad ||
5 jun 2026
Hoge Raad 5 jun 2026, IEF 23605; ECLI:NL:HR:2026:847 ((Digital Revolution tegen HP)), https://ie-forum.nl/artikelen/hoge-raad-laat-dynamic-security-van-hp-in-stand-geen-misbruik-van-machtspositie

Hoge Raad laat Dynamic Security van HP in stand: geen misbruik van machtspositie

HR 5 juni 2026, IEF 23605; ECLI:NL:HR:2026:847 (Digital Revolution tegen HP). De Hoge Raad heeft in het langlopende geschil tussen Digital Revolution (123inkt) en HP over HP's zogenoemde Dynamic Security-technologie het principale cassatieberoep van Digital Revolution verworpen. Het (deels) voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van HP slaagde gedeeltelijk. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 november 2024 is vernietigd en de zaak is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. De zaak draaide onder meer om de vraag of HP met Dynamic Security misbruik maakt van een machtspositie op de markt voor printercartridges. Ook stond ter discussie of partijen zich schuldig maakten aan misleidende handelspraktijken en ongeoorloofde vergelijkende reclame. Volgens Digital Revolution belemmert HP via Dynamic Security de concurrentie op de secundaire markt (aftermarket) voor cartridges. Firmware-updates wijzigen regelmatig de beveiligingscode, waardoor bepaalde cartridges van derden, waaronder de huismerkcartridges van Digital Revolution, door de printer worden geweigerd. Volgens Digital Revolution levert dat misbruik van een machtspositie op in strijd met artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet. HP stelde daartegenover dat Dynamic Security namaakcartridges tegengaat, printers beschermt tegen schade en de kwaliteit en veiligheid van het printsysteem bewaakt. De Hoge Raad benadrukt, onder verwijzing naar artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1/2003, dat een partij die een schending van artikel 102 VWEU en artikel 24 Mededingingswet stelt, de relevante economische feiten en omstandigheden moet aanvoeren en bij betwisting moet onderbouwen. Alleen dan ontstaat een voldoende onderbouwd economisch debat tussen partijen. Daarbij moet de relevante markt worden afgebakend aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden. In deze zaak lag het op de weg van Digital Revolution om die feiten en omstandigheden over de gestelde (after)markt voor cartridges aan te voeren. De Hoge Raad volgt het hof in zijn oordeel dat Digital Revolution daarvoor onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd. Digital Revolution voerde aan dat de cartridges voor ieder model HP-printer een afzonderlijke productmarkt vormen. Volgens de Hoge Raad mocht het hof echter oordelen dat deze marktafbakening onvoldoende feitelijk was uitgewerkt. Daarbij speelt ook een rol in hoeverre de concurrentiedruk op de primaire markt voor printers doorwerkt naar de aftermarket voor cartridges.

Omdat Digital Revolution haar stelplicht en bewijslast onvoldoende is nagekomen, slaagt haar mededingingsrechtelijke beroep niet. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat HP met Dynamic Security geen misbruik maakt van een machtspositie, blijft dat oordeel in cassatie in stand. Het hof mocht ervan uitgaan dat Dynamic Security een legitiem middel kan zijn om namaakcartridges te weren en de integriteit van het printsysteem te beschermen. Dat deze authenticatiemethode ook gevolgen kan hebben voor compatibele cartridges van derden, waaronder die van Digital Revolution, leidt niet zonder meer tot het oordeel dat sprake is van misbruik. Daarbij weegt mee dat een voldoende onderbouwde machtspositie ontbreekt. Naast de mededingingsrechtelijke grondslag waren vorderingen ingesteld op basis van onrechtmatige daad, oneerlijke handelspraktijken en misleidende of vergelijkende reclame. De rechtbank had geoordeeld dat de website-uiting "HP printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability" geen ongeoorloofde superioriteitsclaim vormde, maar slechts reclameoverdrijving. Het hof Amsterdam vernietigde dat oordeel en oordeelde dat deze superioriteitsclaim tegenover Digital Revolution onrechtmatig is, omdat HP niet heeft gesteld of onderbouwd dat haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. In incidenteel cassatieberoep voerde HP echter met succes aan dat het hof daarmee de devolutieve werking van het hoger beroep had miskend. Omdat de rechtbank de vordering al op een andere grond had afgewezen, had het hof bij gegrondbevinding van de grief ook de in eerste aanleg gevoerde en niet prijsgegeven betwisting van HP moeten beoordelen. Omdat het hof dat niet heeft gedaan, slaagt deze klacht. Dat leidt tot vernietiging en verwijzing. In het incidentele hoger beroep van HP had het hof daarnaast verschillende vorderingen tegen Digital Revolution toegewezen. Die hadden onder meer betrekking op bepaalde telefonische verkooppraktijken, onjuiste mededelingen over de kosten van HP's Instant Ink-abonnement en een rectificatieverplichting. De Hoge Raad laat deze oordelen in cassatie in stand. Door de vernietiging van het arrest als geheel moet het gerechtshof Den Haag de zaak nu opnieuw beoordelen binnen de grenzen van de cassatiebeslissing. De procedure is daarmee nog niet afgerond. Het arrest geeft wel belangrijke duidelijkheid over de verdeling van stelplicht en bewijslast bij civiele mededingingsrechtelijke vorderingen, de eisen aan marktafbakening bij aftermarkets en de betekenis van de devolutieve werking van het hoger beroep bij de beoordeling van misleidende reclameclaims in geschillen tussen hardwarefabrikanten en aanbieders van compatibele verbruiksproducten.

2.5. Het hof heeft in het principale hoger beroep (van Digital Revolution) het bestreden vonnis vernietigd voor zover daarbij bepaalde vorderingen geheel zijn afgewezen. Deze vorderingen heeft het hof alsnog toegewezen wat betreft de mededeling van HP dat “HP printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability.” De overige vorderingen van Digital Revolution heeft het hof afgewezen. Het overwoog daartoe – samengevat – als volgt. Digital Revolution heeft niet voldaan aan de eisen omtrent de precisie en feitelijke onderbouwing van haar stellingen. De centrale stelling van Digital Revolution dat HP over een machtspositie in de zin van het mededingingsrecht beschikt die zij met Dynamic Security misbruikt, wordt verworpen. Digital Revolution heeft niet aan haar stelplicht voldaan wat betreft de door haar bepleite marktafbakening. Het is aannemelijk dat HP op de systeemmarkt van printsystemen geen machtspositie heeft die zij kan misbruiken. Daarnaast is Dynamic Security een rechtmatige methode om counterfeit-cartridges te weren. (rov. 4.8-4.13) Ten aanzien van de gewraakte uitingen van HP is de uiting “HP cartridges deliver the best quality, security and reliability” onrechtmatig. HP heeft niet gesteld of onderbouwd dat en op grond waarvan haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. (rov. 4.14.1-4.19)

3.4 Er is geen aanleiding prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen. Uit art. 2 van Verordening (EG) nr. 1/2003 volgt de verdeling van de stelplicht en bewijslast bij een beroep op art. 102 VWEU. Overweging 5 van Verordening (EG) nr. 1/2003 houdt onder meer in dat de verordening geen afbreuk doet aan de nationale voorschriften inzake de bewijsstandaard. Krachtens het beginsel van procedurele autonomie van de lidstaten is het een zaak van hun interne rechtsorde dergelijke voorschriften en de beginselen voor de beoordeling van bewijs en de bewijsstandaard die wordt verlangd vast te stellen, op voorwaarde evenwel dat deze niet ongunstiger zijn dan die welke voor soortgelijke situaties naar nationaal recht gelden (gelijkwaardigheidsbeginsel) en de uitoefening van de door het Unierecht verleende rechten in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk maken (doeltreffendheidsbeginsel).

4.2 Onderdeel 2.1 is gericht tegen rov. 4.15, de daarop voortbouwende oordelen en het dictum. In rov. 4.15 heeft het hof geoordeeld dat HP niet heeft gesteld, laat staan onderbouwd, dat en op grond waarvan haar cartridges daadwerkelijk de beste zijn op het gebied van kwaliteit en betrouwbaarheid. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof daarmee de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend.

4.3 De klacht slaagt. Partijen hebben in eerste aanleg gedebatteerd over de uiting op de website van HP dat “HP-printers and original HP cartridges deliver the best quality, security and reliability”. Volgens Digital Revolution is deze uiting ongeoorloofde vergelijkende reclame in de zin van art. 6:194a BW. Onder verwijzing naar een als productie overgelegde publicatie van de Consumentenbond, voerde HP in haar conclusie van antwoord onder meer aan dat haar (printers en) cartridges van de hoogste kwaliteit zijn en bestreed HP de stelling van Digital Revolution dat haar huismerkcartridges minstens zo betrouwbaar zijn als HP-cartridges. Aan de beoordeling van deze betwisting door HP is de rechtbank niet toegekomen. In rov. 4.33 van het vonnis wees de rechtbank de vordering van Digital Revolution op een andere grond af (zie hiervoor in 2.3). In de eerste alinea van rov. 4.15 heeft het hof geoordeeld dat de grief van Digital Revolution tegen dit oordeel van de rechtbank slaagt. Daarmee was in hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering van Digital Revolution opnieuw aan de orde. Naar aanleiding daarvan had het hof de in eerste aanleg buiten behandeling gebleven, en in hoger beroep niet prijsgegeven, betwisting door HP alsnog moeten onderzoeken. Uit de tweede alinea van rov. 4.15 blijkt niet dat het hof dit heeft gedaan. De overige klachten van onderdeel 2.1 kunnen onbehandeld blijven.