Rb. Den Haag: geen herstel proceskostenveroordeling voor niet gevorderde btw in IE-kort geding
Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23838; ECLI:NL:RBDHA:2026:24085 ([eiseres] tegen CPD en [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst een verzoek af om een eerder vonnis te verbeteren op grond van artikel 31 lid 1 Rv. In het oorspronkelijke kortgedingvonnis waren de proceskosten in een IE-zaak vastgesteld aan de hand van de Indicatietarieven in IE-zaken, waarbij voor beide gedaagden € 18.000 aan salaris advocaat was begroot, exclusief btw. De gedaagden verzochten vervolgens om toevoeging van de btw, omdat die opslag volgens hen abusievelijk niet in het dictum was opgenomen. Volgens de voorzieningenrechter is echter geen sprake van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Van zo’n fout is alleen sprake wanneer direct duidelijk is dat een vergissing is gemaakt.