Procesrecht  

IEF 23908

Eisers niet-ontvankelijk bij verklaringen voor recht over auteursrecht MaMa-vaas na faillissement en schikking

Rechtbank Den Haag 30 sep 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.), https://ie-forum.nl/artikelen/eisers-niet-ontvankelijk-bij-verklaringen-voor-recht-over-auteursrecht-mama-vaas-na-faillissement-en-schikking

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23908; ECLI:NL:RBDHA:2026:28724 ([eisers] c.s. tegen mr. [gedaagde] q.q.). [eiser sub 1] ontwierp in 1998 de MaMa-vaas, die op basis van een exclusieve licentie door atelier [eiser sub 3] wordt geproduceerd en verkocht. [bedrijfsnaam] B.V. bood vanaf 2021 onder de naam Betsy vazen aan waarvan [eisers] c.s. stelden dat deze inbreuk maakten op het auteursrecht op de MaMa-vaas. In 2021 ondertekende [naam] namens [bedrijfsnaam] B.V. een onthoudingsverklaring waarin werd verklaard dat met de Betsy-vaas inbreuk was gemaakt en waarin werd toegezegd die inbreuk te staken. Nadat in 2023 en 2024 opnieuw Betsy-vazen waren aangeboden, startten [eisers] c.s. een procedure. Tijdens die procedure werd [bedrijfsnaam] B.V. failliet verklaard en nam de curator het geding over. Vervolgens bereikten [eisers] c.s. en de curator een schikking over de geldelijke verhaalsvorderingen, werden de resterende Betsy-vazen vernietigd en werden alle overige vorderingen ingetrokken. Alleen de gevorderde verklaringen voor recht dat de MaMa-vaas auteursrechtelijk beschermd is en dat het auteursrecht daarop aan [eiser sub 1] toekomt, bleven gehandhaafd.

IEF 23868

A-G: kosten van EUIPO-nietigheidsprocedure vallen volgens bijzondere kostenregeling

HvJ EU 24 sep 2026, IEF 23868; ECLI:EU:C:2026:792 (Suzhou Anri Child Products), https://ie-forum.nl/artikelen/a-g-kosten-van-euipo-nietigheidsprocedure-vallen-volgens-bijzondere-kostenregeling

Conclusie AG HvJ EU 24 september 2026, IEF 23868; IEFbe 4319; ECLI:EU:C:2026:792 (Suzhou Anri Child Products). In zaak C-573/25 staat de vraag centraal of advocatenkosten die zijn gemaakt in nietigheidsprocedures bij het EUIPO kunnen worden betrokken bij de kostenbegroting van een afzonderlijke nationale procedure over een voorlopige maatregel. Cybex had bij het Landgericht Düsseldorf een voorlopige maatregel verkregen waarmee Suzhou werd verboden haar S63-kinderwagen in Duitsland aan te bieden, daarvoor reclame te maken, deze op de markt te brengen, in te voeren, uit te voeren of voor die doeleinden in bezit te hebben wegens gestelde inbreuk op twee ingeschreven Gemeenschapsmodellen van Cybex. Die maatregel werd later opgeheven. Cybex stelde hoger beroep in, maar trok dat vervolgens in, waarna zij in de kosten van de nationale procedure werd verwezen. Het Landgericht Düsseldorf begrootte die kosten op € 8.748,04. Parallel daaraan had Suzhou bij het EUIPO twee nietigheidsprocedures tegen de modellen van Cybex ingesteld. Suzhou wilde de daarmee gemoeide advocatenkosten eveneens in de nationale kostenbegroting betrekken, waardoor zij uitkwam op € 100.966,77. A-G Campos Sánchez-Bordona adviseert het Hof de hierover gestelde zevende tot en met negende prejudiciële vraag niet-ontvankelijk te verklaren. Omdat de EUIPO-procedures nog aanhangig zijn, staat nog niet vast welke partij daarin in het gelijk of ongelijk zal worden gesteld en dus evenmin wie de daar gemaakte kosten moet dragen. Bovendien heeft het hoofdgeding bij de Duitse rechter betrekking op de kosten van de nationale procedure over de voorlopige maatregel en niet op de afzonderlijke nietigheidsprocedures bij het EUIPO. Volgens de A-G zijn de betreffende prejudiciële vragen daarom niet relevant voor de beslechting van het hoofdgeding.

IEF 23838

Rb. Den Haag: geen herstel proceskostenveroordeling voor niet gevorderde btw in IE-kort geding

Rechtbank Den Haag 21 aug 2026, IEF 23838; ECLI:NL:RBDHA:2026:24085 ([eiseres] tegen CPD en [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/rb-den-haag-geen-herstel-proceskostenveroordeling-voor-niet-gevorderde-btw-in-ie-kort-geding

Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23838; ECLI:NL:RBDHA:2026:24085 ([eiseres] tegen CPD en [gedaagde]). De voorzieningenrechter wijst een verzoek af om een eerder vonnis te verbeteren op grond van artikel 31 lid 1 Rv. In het oorspronkelijke kortgedingvonnis waren de proceskosten in een IE-zaak vastgesteld aan de hand van de Indicatietarieven in IE-zaken, waarbij voor beide gedaagden € 18.000 aan salaris advocaat was begroot, exclusief btw. De gedaagden verzochten vervolgens om toevoeging van de btw, omdat die opslag volgens hen abusievelijk niet in het dictum was opgenomen. Volgens de voorzieningenrechter is echter geen sprake van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Van zo’n fout is alleen sprake wanneer direct duidelijk is dat een vergissing is gemaakt.

IEF 23830

Uitspraak ingezondeon door Alexandra Iedema, Liaise Advocaten.

Hof Amsterdam: geen inzage in bewijsbeslag wegens onvoldoende aannemelijke betrokkenheid bij anonieme publicaties

Hof Amsterdam 8 sep 2026, IEF 23830; C/15/349043 (IVB tegen FTM c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/hof-amsterdam-geen-inzage-in-bewijsbeslag-wegens-onvoldoende-aannemelijke-betrokkenheid-bij-anonieme-publicaties

Hof Amsterdam 8 september 2026, IEF 23830; ECLI:NL:GHAMS:2026:2451 (IVB tegen FTM c.s.). Invorderingsbedrijf B.V. en drie gelieerde vennootschappen, gezamenlijk IVB, vorderen inzage in gegevens die bij een voormalig opdrachtgever conservatoir in bewijsbeslag zijn genomen. IVB stelt dat deze persoon verantwoordelijk is voor een jarenlange online lastercampagne tegen haar, bestaande uit negatieve publicaties onder zijn eigen naam, maar ook uit anonieme berichten, websites, reviews en publicaties onder aliassen. Omdat het hoger beroep na 1 januari 2025 is ingesteld, beoordeelt het hof de inzagevordering aan de hand van het nieuwe bewijsrecht, in het bijzonder de artikelen 194 en 195 Rv. Voor toewijzing moet onder meer voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van een rechtsbetrekking waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en moeten de verlangde gegevens voldoende bepaald zijn. Het hof acht wel aannemelijk dat geïntimeerde zelf negatieve publicaties over IVB heeft gedaan, maar vindt onvoldoende aannemelijk dat hij ook betrokken was bij de anonieme en onder aliassen verschenen publicaties. De door IVB aangevoerde omstandigheden, zoals overeenkomsten in formuleringen, verwijzingen tussen websites, het gebruik van bepaalde namen en het gegeven dat verschillende berichten vanaf hetzelfde IP-adres zouden zijn geplaatst, bieden daarvoor onvoldoende concrete aanknopingspunten.

IEF 23780

Kennelijke schrijffout in dictum van arrest over Excel-rekenmodellen hersteld

Hof Arnhem-Leeuwarden 31 aug 2026, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset), https://ie-forum.nl/artikelen/kennelijke-schrijffout-in-dictum-van-arrest-over-excel-rekenmodellen-hersteld

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2026, IEF 23780; ECLI:NL:GHARL:2026:1648 (KPC tegen Esset). In dit herstelvonnis beslist het hof op een verzoek van Esset tot verbetering van het arrest van 20 januari 2026 [IEF 23779]. In dat arrest oordeelde het hof dat KPC auteursrechtinbreuk maakt op negen Excel-rekenmodellen van Esset. Esset verzoekt op grond van art. 31 Rv om een kennelijke schrijffout in onderdeel 4.3 van het dictum te herstellen. In de zevende regel daarvan staat ten onrechte de naam van [geïntimeerde], terwijl daar [appellante] en [appellant] had moeten staan. KPC is in de gelegenheid gesteld op het verzoek te reageren, maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

IEF 23772

Voorlopig getuigenverhoor toegewezen in geschil over vermeende namaakvijlen; inzage beperkt tot schikkingsstukken

Rechtbank Den Haag 28 jul 2026, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester), https://ie-forum.nl/artikelen/voorlopig-getuigenverhoor-toegewezen-in-geschil-over-vermeende-namaakvijlen-inzage-beperkt-tot-schikkingsstukken

Rb. Den Haag 28 juli 2026, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester). In deze zaak verzoekt Dentsply c.s. op grond van art. 196 Rv om twee voorlopige bewijsverrichtingen vanwege de eventuele betrokkenheid van Hofmeester bij inbreuk op haar merken: een voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens en documenten. Maillefer en VDW zijn dochterondernemingen van Dentsply. Maillefer is rechthebbende op de merken ProTaper NEXT en WaveONE en VDW op het merk RECIPROC. Hofmeester is distributeur van Dentsply en kocht in 2021 via Orthosmart tandheelkundige vijlen in die afkomstig waren van CDT op Curaçao. CDT is geen door Dentsply geautoriseerde verkoper. Nadat afnemers klaagden over de kwaliteit van de vijlen, concludeerde Dentsply c.s. na onderzoek dat het vermoedelijk om inbreukmakende vijlen ging, in die zin dat sprake zou zijn van namaak. Met de bewijsverrichtingen wil Dentsply c.s. onder meer achterhalen welke rol Hofmeester bij de vermeende merkinbreuk speelde, wat de precieze aard en omvang daarvan was, wie haar leveranciers en professionele afnemers waren en of Hofmeester wist dat het om vermeend inbreukmakende vijlen ging. Volgens Dentsply c.s. is die informatie onder meer van belang voor een mogelijke bodemprocedure en een eventuele vordering tot winstafdracht. 

IEF 23771

Ex parte verbod tegen Ningbo wegens voldoende aannemelijke inbreuk op OneBlade-merk en -model

Rechtbank Den Haag 20 jul 2026, IEF 23771; ECLI:NL:RBDHA:2026:21986 (Philips tegen Ningbo), https://ie-forum.nl/artikelen/ex-parte-verbod-tegen-ningbo-wegens-voldoende-aannemelijke-inbreuk-op-oneblade-merk-en-model

Rb. Den Haag 20 juli 2026, IEF xxx; ECLI:NL:RBDHA:2026:21986 (Philips tegen Ningbo). In deze zaak verzoekt Koninklijke Philips N.V. om een ex parte verbod tegen het Chinese Ningbo Keqi Technology Co., Ltd. wegens gestelde inbreuk op het in het verzoekschrift genoemde OneBlade-merk en OneBlade-model. Philips richt het verzoek tegen de vervaardiging en verhandeling van de door haar als inbreukmakend aangeduide producten. Het verzoek kwam op 17 juli 2026 bij de rechtbank binnen.

IEF 23770

Uitspraak ingezonden door Marga Verwoert, Max van Oostrum en Willemijn Oskam, Leeway Advocaten.

Rechtbank Den Haag onbevoegd voor grensoverschrijdende auteursrechtvorderingen tegen Cybex via ankergedaagde Baby Jungle

Rechtbank Den Haag 19 aug 2026, IEF 23770; ECLI:NL:RBDHA:2026:23347 (Stokke c.s. tegen Baby Jungle c.s. en Cybex c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-den-haag-onbevoegd-voor-grensoverschrijdende-auteursrechtvorderingen-tegen-cybex-via-ankergedaagde-baby-jungle

Rb. Den Haag 19 augustus 2026, IEF 23770; ECLI:NL:RBDHA:2026:23347 (Stokke c.s. tegen Baby Jungle c.s. en Cybex c.s.). In deze zaak vordert Stokke c.s. onder meer een verklaring voor recht dat de door Cybex c.s. op de Europese markt gebrachte Iris Chair inbreuk maakt op de auteursrechten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en een verbod voor Cybex c.s. om daarop inbreuk te maken in de Europese Unie, met uitzondering van Duitsland en Italië. [bedrijf] AS is auteursrechthebbende op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en Stokke beschikt over een wereldwijde exclusieve licentie om de stoel te produceren en verkopen. Tegen Baby Jungle, een in Aalsmeer gevestigde Nederlandse retailer die op verzoek van een medewerker van Stokke een Iris Chair bij Cybex had besteld maar de bestelling vervolgens annuleerde, vordert Stokke c.s. een tot Nederland beperkt inbreukverbod. Cybex c.s., gevestigd in Duitsland, werpt een bevoegdheidsincident op en stelt dat de rechtbank Den Haag niet op grond van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen tegen haar. Baby Jungle kan volgens Cybex c.s. daarvoor niet als ankergedaagde voor de rechtbank Den Haag dienen, omdat zij haar statutaire zetel en hoofdvestiging in Aalsmeer heeft en daarmee binnen het arrondissement Amsterdam is gevestigd. Stokke c.s. verzoekt daarnaast op grond van art. 118 Rv om oproeping van Columbus Trading als partij. Nadat het HvJ EU op 16 april 2026 in de gevoegde zaken C-672/23 en C-673/23 arrest heeft gewezen over de uitleg van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo, vermindert Stokke c.s. haar vorderingen tot nihil.

IEF 23767

Herstelvonnis Coty/Petite Mort: dwangsom geldt voor alle opgelegde verboden en bevelen

Rechtbank Den Haag 29 jul 2026, IEF 23767; ECLI:NL:RBDHA:2026:21392 (Coty tegen Petite Mort), https://ie-forum.nl/artikelen/herstelvonnis-coty-petite-mort-dwangsom-geldt-voor-alle-opgelegde-verboden-en-bevelen

Rb. Den Haag 29 juli 2026, IEF 23767; ECLI:NL:RBDHA:2026:21392 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak herstelt de voorzieningenrechter op grond van artikel 31 Rv een kennelijke fout in het dictum van het op 11 juni 2026 tussen partijen gewezen vonnis [IEF 23622]. Coty verzocht om verbetering van dictumonderdeel 5.4, waarin stond dat Petite Mort een dwangsom verbeurt bij overtreding van de “onder I tot en met II opgelegde verboden c.q. bevelen”. Volgens Coty moest dit zijn: de “onder 5.1 tot en met 5.3 opgelegde verboden c.q. bevelen”, zodat duidelijk is dat de dwangsom ook ziet op het in onderdeel 5.3 opgenomen opgavebevel. Petite Mort verzette zich tegen het verzoek. Zij stelde onder meer dat het verzoek niet rechtsgeldig was ondertekend en dat geen sprake was van een kennelijke fout, omdat de gevraagde wijziging volgens haar de inhoud en omvang van de veroordeling zou uitbreiden. Ook wees zij erop dat inmiddels hoger beroep tegen het vonnis was ingesteld.

IEF 23725

Ex parte verbod wegens inbreuk op Philips-merken en modelrecht

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026, IEF 23725; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/ex-parte-verbod-wegens-inbreuk-op-philips-merken-en-modelrecht

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23725; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]). In deze zaak tussen Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] staat de gestelde inbreuk op Uniewoordmerken en een model van Philips centraal. Philips verzoekt de voorzieningenrechter om zonder voorafgaand verhoor van [gerekwestreerden] een onmiddellijk verbod op te leggen. De voorzieningenrechter acht de geldigheid van de door Philips ingeroepen rechten voorshands voldoende aannemelijk. Philips heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt dat [gerekwestreerden] inbreuk maken op deze rechten. De beschikking vermeldt niet om welke producten het precies gaat, maar verwijst naar de in het verzoekschrift omschreven inbreukmakende producten.