Procesrecht  

IEF 23430

Kort geding bij verstek over YouTube-video’s: verwijdering, rectificatie, verbod op diffamerende uitlatingen en staking van portret- en auteursrechtinbreuk

Rechtbank Amsterdam 23 feb 2026, IEF 23430; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-bij-verstek-over-youtube-video-s-verwijdering-rectificatie-verbod-op-diffamerende-uitlatingen-en-staking-van-portret-en-auteursrechtinbreuk

Rb. Amsterdam 23 februari 2026, IEF 23430; IT 5172; ECLI:NL:RBAMS:2026:3000 (ONLINE TRADING CAMPUS LLC en [eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding bij verstek staan Online Trading Campus LLC en [eiser] tegenover [gedaagde] naar aanleiding van op YouTube geplaatste video’s en andere uitlatingen over eisers. Gedaagde verschijnt niet op de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarna de voorzieningenrechter vaststelt dat de formaliteiten zijn nageleefd en verstek verleent. De rechtbank overweegt vervolgens dat de vorderingen van eisers grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen en wijst deze daarom in hoofdzaak toe, zij het met aanpassing van enkele termijnen, beperking van de dwangsom en aanpassing van de tekst van de gevorderde rectificatie, juist omdat het om een verstekvonnis gaat. De voorzieningenrechter beveelt gedaagde om binnen 48 uur na betekening de drie in de dagvaarding genoemde video’s van internet en meer in het bijzonder van het YouTube-kanaal [naam kanaal] te verwijderen en verwijderd te houden. Daarnaast moet gedaagde binnen diezelfde termijn de inbreuk op de portretrechten van eiser sub 2 staken en gestaakt houden door diens portret niet langer openbaar te maken in de video’s en bijbehorende thumbnails. Ook moet hij binnen 48 uur de inbreuk op de auteursrechten van eisers staken en gestaakt houden door de in de dagvaarding omschreven beelden niet langer openbaar te maken of te verveelvoudigen. Verder verbiedt de voorzieningenrechter gedaagde om binnen 48 uur na betekening, online en offline, al dan niet met inschakeling van derden, nog langer onrechtmatige en diffamerende uitlatingen over eisers te doen.

IEF 23428

Eerste inzageverzoek kan buitensporig zijn, maar schending van het inzagerecht kan wél tot AVG-schadevergoeding leiden

HvJ EU 19 mrt 2026, IEF 23428; ECLI:EU:C:2026:216 (Brillen Rottler GmbH & Co. KG tegen TC), https://ie-forum.nl/artikelen/eerste-inzageverzoek-kan-buitensporig-zijn-maar-schending-van-het-inzagerecht-kan-wel-tot-avg-schadevergoeding-leiden

HvJ EU 19 maart 2026, IEF 23428; IEFbe 4172; ECLI:EU:C:2026:216 (Brillen Rottler GmbH & Co. KG tegen TC). In C-526/24 verduidelijkt het Hof de verhouding tussen art. 12 lid 5, art. 15 lid 1 en art. 82 lid 1 AVG. Aanleiding is een geschil tussen een Duits opticiensbedrijf en een particulier die zich eerst aanmeldt voor de nieuwsbrief van dat bedrijf, daarbij persoonsgegevens verstrekt, en dertien dagen later een inzageverzoek op grond van art. 15 AVG indient. Nadat het bedrijf dat verzoek afwijst met een beroep op art. 12 lid 5 AVG en stelt dat sprake is van misbruik van recht, vordert de betrokkene bovendien € 1.000 schadevergoeding op grond van art. 82 AVG. Volgens het bedrijf blijkt uit openbaar toegankelijke bronnen dat deze betrokkene stelselmatig volgens een vast patroon handelt: hij verstrekt persoonsgegevens, dient daarna een inzageverzoek in en probeert vervolgens schadevergoeding te verkrijgen wegens een vermeende AVG-schending. De verwijzende rechter vraagt het Hof daarom onder meer of ook een eerste inzageverzoek al als “buitensporig” kan gelden, of schending van het inzagerecht zelfstandig tot schadevergoeding kan leiden, en of verlies van controle of onzekerheid over persoonsgegevens als immateriële schade kan worden aangemerkt.

IEF 23423

Samenwerkingsovereenkomst: geen verjaring, maar ontbreken van ingebrekestelling en verzuim leidt tot afwijzing van de wanprestatievorderingen

Rechtbank Rotterdam 4 mrt 2026, IEF 23423; ECLI:NL:RBROT:2026:2297 ([naam] tegen FTG), https://ie-forum.nl/artikelen/samenwerkingsovereenkomst-geen-verjaring-maar-ontbreken-van-ingebrekestelling-en-verzuim-leidt-tot-afwijzing-van-de-wanprestatievorderingen

Rb. Rotterdam 4 maart 2026, IEF 23423; ECLI:NL:RBROT:2026:2297 ([naam] tegen FTG). De rechtbank wijst de vorderingen van [naam] B.V. tegen [naam 2] Group B.V. (FTG) af in een geschil over een samenwerkingsovereenkomst betreffende een concept voor duurzame verpakkingen voor bloemen en planten. Partijen waren overeengekomen dat een door FTG aan te wijzen groepsvennootschap per 1 november 2018 het merk, de domeinnaam, de website en de voorraad van [naam] zou overnemen, tegen betaling van een eenmalige vergoeding van € 15.000 exclusief btw en daarnaast gedurende drie jaar een procentuele vergoeding over door de FTG-groep gerealiseerde en betaalde omzet. FTG wees Zyon Group B.V. aan voor de uitvoering van de samenwerking, terwijl [naam 3], bestuurder en aandeelhouder van [naam], binnen de FTG-groep in dienst trad. [naam] stelde dat FTG was tekortgeschoten doordat zij onvoldoende verkoopondersteuning had geboden en de verwachte omzet niet had gerealiseerd. De rechtbank verwerpt eerst de formele verweren van FTG. FTG is zelf partij gebleven bij de overeenkomst, zodat [naam] haar terecht heeft gedagvaard; van contractsoverneming in de zin van art. 6:159 BW is geen sprake. Ook het beroep op verjaring faalt, omdat de e-mail van 14 december 2020 een geldige stuitingsmededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW bevat: voor FTG was voldoende duidelijk dat [naam] haar aanspraken handhaafde en een procedure in het vooruitzicht stelde.

IEF 23333

A-G Rantos over persoonlijkheidsrechten bij tv- en internetuitzendingen: geen volledige bevoegdheid in Polen zonder individualiseerbare benadeling

HvJ EU 5 feb 2026, IEF 23333; ECLI:EU:C:2026:76 (Z.R. en Ś. tegen U. en Z.), https://ie-forum.nl/artikelen/a-g-rantos-over-persoonlijkheidsrechten-bij-tv-en-internetuitzendingen-geen-volledige-bevoegdheid-in-polen-zonder-individualiseerbare-benadeling

Conclusie A-G HvJ EU 5 februari 2026, IEF 23333; IEFbe 4117; ECLI:EU:C:2026:76 (Z.R. en Ś. tegen U. en Z.). In deze conclusie bespreekt advocaat-generaal Rantos de internationale bevoegdheid onder art. 5, punt 3, EEX-Vo 44/2001 bij gestelde aantasting van persoonlijkheidsrechten door een televisieserie die in meerdere lidstaten op televisie is uitgezonden en ook online beschikbaar was. Aanleiding is een Poolse procedure van een voormalig lid van een verzetsformatie en een Poolse vereniging van oud-leden tegen twee in Duitsland gevestigde producenten. Volgens verzoekers zet de serie de betrokken verzetsformatie neer als antisemitisch en collaborerend, waardoor hun persoonlijkheidsrechten zijn geschonden. De Poolse hoogste rechter vraagt het Hof in wezen twee dingen. Ten eerste of de Poolse rechter, als rechter van de staat waar de serie is uitgezonden en waar het centrum van de belangen van verzoekers ligt, bevoegd is om kennis te nemen van de gehele vordering: dus niet alleen van schade in Polen, maar ook van volledige immateriële schade door uitzending in andere lidstaten, én van verstrekkende niet-geldelijke maatregelen zoals excuses op alle betrokken zenders en websites en een voorafgaande disclaimer vóór iedere uitzending. Ten tweede, als dat niet zo is, of de Poolse rechter dan in elk geval bevoegd is voor het Poolse deel van de zaak: dus voor schade die in Polen is ingetreden en voor territoriaal beperkte maatregelen zoals excuses of een waarschuwing bij uitzending in Polen.

IEF 23317

Rechtbank: JPS moet thuiskopievergoeding betalen en volledige opgave doen

Rechtbank Den Haag 18 feb 2026, IEF 23317; ECLI:NL:RBDHA:2026:3246 (Thuiskopie tegen JPS), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-jps-moet-thuiskopievergoeding-betalen-en-volledige-opgave-doen

Rb. Den Haag 18 februari 2026, IEF 23317; ECLI:NL:RBDHA:2026:3246 (Thuiskopie tegen JPS). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat Just Phone Sales (JPS) de volledige door Stichting de Thuiskopie gevorderde thuiskopievergoeding over 2019 tot en met 2024 moet betalen, in totaal € 346.555,30. Op grond van de artikelen 16c, 16f en 16ga Auteurswet is een importeur of verkoper van vergoedingsplichtige voorwerpen gehouden om opgave te doen en de verschuldigde vergoeding af te dragen. JPS erkende in beginsel dat zij onder die regeling viel, maar stelde dat een deel van de betalingsplicht was vervallen door export van geïmporteerde producten, dat zij recht had op restitutie voor in Nederland ingekochte en daarna uitgevoerde producten, en dat voor refurbished voorwerpen een lager tarief gold. De rechtbank verwerpt die verweren, omdat JPS onvoldoende heeft bewezen dat de gestelde exporten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden, dat die exporten deugdelijk aan importen of inkopen konden worden gekoppeld, en dat over de betrokken producten al thuiskopievergoeding was betaald. Ook het beroep op een lager refurbished-tarief is onvoldoende onderbouwd. De wettelijke rente wordt wel pas toegewezen vanaf de vervaldata van de facturen, omdat de betalingsverplichting wel bij invoer ontstaat, maar pas na opgave, facturering en het verstrijken van de betaaltermijn opeisbaar wordt.

IEF 23268

Kort geding over octrooibeslag en wapperverbod

Rechtbank Den Haag 29 jan 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-octrooibeslag-en-wapperverbod

Rb. Den Haag 29 januari 2026, IEF 23268; ECLI:NL:RBDHA:2026:1562 ([eiseressen] tegen Millboard). In dit kort geding vorderen de distributeurs van de TimberTouch-vlonderplanken opheffing van een door Millboard gelegd conservatoir beslag, alsmede een verbod voor Millboard om derden aan te schrijven over vermeende octrooi-inbreuk (wapperverbod), een bevel tot opgave van aangeschreven afnemers en rectificatie. Millboard is exclusief licentienemer van Europees octrooi EP 1 951 971 B1 voor een specifieke opbouw van een vlonderplank en stelt dat de TimberTouch-planken inbreuk maken op conclusie 1 van dat octrooi. De eiseressen voeren aan dat het octrooi nietig is wegens toegevoegde materie en gebrek aan nieuwheid en inventiviteit, en dat hun product bovendien buiten de beschermingsomvang valt. Volgens hen is het beslag daarom ondeugdelijk en heeft Millboard onrechtmatig gehandeld door retailers te sommeren.

IEF 23267

WAMCA-zaak React tegen Sara Mart: procedurele kaders en kennisgeving definitief vastgesteld

Rechtbank Den Haag 28 jan 2026, IEF 23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/wamca-zaak-react-tegen-sara-mart-procedurele-kaders-en-kennisgeving-definitief-vastgesteld

Rb. Den Haag 28 januari 2026, IEF23267; ECLI:NL:RBDHA:2026:1523 (Stichting React tegen Sara Mart c.s.). In dit tweede procedurele tussenvonnis in een WAMCA-procedure stelt de rechtbank Den Haag de nadere voorschriften vast voor de collectieve actie van Stichting Namaakbestrijding React tegen Sara Mart c.s. De rechtbank bouwt voort op het eerdere tussenvonnis, waarin React ontvankelijk werd verklaard en als exclusieve belangenbehartiger is aangewezen. In dit vonnis wordt de nauw omschreven groep definitief afgebakend: alle rechthebbenden op intellectuele eigendomsrechten – in het bijzonder leden van Coöperatie SNB-REACT U.A. – op wier rechten volgens React inbreuk is gemaakt door Sara Mart c.s. via de websites saramart.eu, saramart.pl/nl-NL/ en hacoo.pl/nl-NL/ en via de mobiele applicaties SARAMART en Hacoo – sara lower price mart, met name door de verkoop van namaakproducten. Voor rechthebbenden die geen woonplaats of verblijf in Nederland hebben, verklaart de rechtbank het opt-outregime van artikel 1018f lid 1 Rv van toepassing.

IEF 23264

Geen staatsaansprakelijkheid voor art. 81 RO-afdoening in thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 jan 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-staatsaansprakelijkheid-voor-art-81-ro-afdoening-in-thuiskopiegeschil

Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23264; ECLI:NL:GHDHA:2026:29 (HP c.s. tegen de Staat). Het gerechtshof Den Haag verwerpt het hoger beroep van HP Nederland, Dell en branchevereniging FIAR tegen de Staat, waarmee het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. De zaak draait om een vordering tot schadevergoeding wegens gestelde onrechtmatige rechtspraak: volgens HP c.s. heeft de Hoge Raad het Unierecht geschonden door hun cassatieberoep over het Nederlandse thuiskopiestelsel af te doen met een verkorte motivering op grond van artikel 81 Wet RO, zonder prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. HP c.s. betoogden dat dit in strijd was met artikel 267, derde alinea, VWEU, artikel 6 EVRM en diverse normen van Unierecht, onder meer omdat het Nederlandse stelsel zou berusten op het onjuiste licentiemodel (in plaats van het substitutiemodel), onvoldoende rekening zou houden met zakelijk gebruik en zou kunnen leiden tot overcompensatie. Het hof stelt voorop dat voor aansprakelijkheid van de Staat wegens rechterlijk handelen de zeer strenge Köbler-maatstaf geldt: alleen bij een kennelijk voldoende gekwalificeerde schending van het Unierecht kan staatsaansprakelijkheid ontstaan.

IEF 23263

ANP niet-ontvankelijk wegens gebrekkige dagvaarding bij gestelde auteursrechtinbreuk

Rechtbank Oost-Brabant 27 nov 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/anp-niet-ontvankelijk-wegens-gebrekkige-dagvaarding-bij-gestelde-auteursrechtinbreuk

Rb. Oost-Brabant 27 november 2025, IEF 23263; ECLI:NL:RBOBR:2025:8151 (ANP tegen [gedaagde]). De kantonrechter verklaart het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) niet-ontvankelijk in zijn vordering tot betaling van € 500 wegens vermeende auteursrechtinbreuk. ANP stelde dat een door een aan haar gelicentieerde fotograaf gemaakte nieuwsfoto zonder toestemming was overgenomen op een niet-commerciële website die door een collectief van vrijwilligers werd bijgehouden, waaronder gedaagde. De kantonrechter oordeelt dat ANP op grond van de licentieovereenkomst met de fotograaf in beginsel bevoegd is om zelfstandig op te treden en dat gedaagde als aangesproken partij kan gelden, mede omdat hij één van de vrijwilligers was en geen duidelijkheid gaf over een andere verantwoordelijke beheerder. Daarmee komt de rechter toe aan de inhoudelijke beoordeling van de processtukken.

IEF 23262

Ongeoorloofd gebruik van reclamefoto’s: contractuele beperkingen beslissend voor schadebegroting

Rechtbank Amsterdam 2 jan 2026, IEF 23262; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/ongeoorloofd-gebruik-van-reclamefoto-s-contractuele-beperkingen-beslissend-voor-schadebegroting

Rb. Amsterdam 2 januari 2026, IEF 23262; RB 3966; ECLI:NL:RBAMS:2026:6 ([eiser] tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2]). De kantonrechter oordeelt in deze zaak over het gebruik van door een fotograaf gemaakte reclamefoto’s door de exploitanten van een sportschool. Partijen waren overeengekomen dat de foto’s uitsluitend mochten worden gebruikt op de eigen website en sociale media van de sportschool en pas nadat de factuur was voldaan. In de toepasselijke algemene voorwaarden was bovendien bepaald dat elk ander gebruik als een auteursrechtinbreuk geldt, dat bij dergelijk niet-toegestaan gebruik een vergoeding van ten minste driemaal de gebruikelijke licentievergoeding verschuldigd is en dat bij het ontbreken van naamsvermelding een aanvullende vergoeding moet worden betaald. Vast kwam te staan dat de factuur niet tijdig was betaald en dat de sportschool de foto’s niet alleen op Instagram en Google had geplaatst, maar ook, zonder enige toestemming, op externe sportplatforms (Classpass en Eversports), telkens zonder vermelding van de naam van de fotograaf. De kantonrechter acht beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk, nu zij gezamenlijk onder dezelfde handelsnaam naar buiten traden en samen de overeenkomst met de fotograaf hadden gesloten. De zaak is, ondanks de omvang van de vorderingen, met instemming van partijen op grond van artikel 96 Rv door de kantonrechter behandeld.