Gepubliceerd op donderdag 12 maart 2026
IEF 23344
Gerecht EU (voorheen GvEA) ||
11 mrt 2026
Gerecht EU (voorheen GvEA) 11 mrt 2026, IEF 23344; ECLI:EU:T:2026:181 (Shenzen Smoore Technology Ltd tegen Dongguan BEC Technology Co. Ltd en EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/identieke-vape-waren-en-dominant-v-symbool-leiden-tot-verwarringsgevaar-ondanks-zwak-onderscheidend-vermogen

Identieke vape-waren en dominant V-symbool leiden tot verwarringsgevaar ondanks zwak onderscheidend vermogen

Gerecht EU 11 maart 2026, IEF 23344; ECLI:EU:T:2026:181 (Shenzen Smoore Technology Ltd tegen Dongguan BEC Technology Co. Ltd en EUIPO). In deze zaak verzette Shenzhen Smoore Technology zich tegen de inschrijving van een EU-beeldmerk van Dongguan BEC Technology voor een teken bestaande uit een V-symbool met het woordelement ‘VENILO’, bestemd voor elektronische sigaretten, aanverwante producten en diverse commerciële en technische diensten. Shenzhen Smoore beriep zich op een ouder EU-beeldmerk bestaande uit een zwarte letter V in een zwarte cirkel, ingeschreven voor elektronische sigaretten en onderdelen, en stelde dat door de gelijkenis tussen het V-symbool in beide tekens en de identieke waren in de vape-sector sprake was van verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b EUTMR. De oppositiedivisie en vervolgens de kamer van beroep wezen de oppositie af: zij achtten de tekens slechts in geringe mate vergelijkbaar en kwalificeerden de aangevraagde diensten als niet-soortgelijk aan de waren van het oudere merk. Voor het Gerecht vorderde Shenzhen Smoore vernietiging van deze beslissing wegens een onjuiste beoordeling van het verwarringsgevaar en onvoldoende motivering.

Het Gerecht stelt voorop dat de betrokken waren in de vape-categorie identiek zijn, terwijl de aangevraagde diensten materieel, qua doel en doelgroep verschillen en daarom niet soortgelijk zijn. Anders dan de kamer van beroep oordeelt het Gerecht dat voor een niet-verwaarloosbaar deel van het relevante publiek het figuratieve V-element het dominante bestanddeel van het aangevraagde merk vormt en dat het oudere V-merk daarin wordt gereproduceerd. Daardoor stemmen de tekens visueel en fonetisch in gemiddelde mate overeen, ondanks het zwakke onderscheidend vermogen van de letter V. Bij de globale beoordeling weegt deze overeenstemming, in combinatie met de identieke waren, zwaarder dan de aanwezigheid van het woordelement ‘VENILO’, dat voor dat deel van het publiek een secundaire rol speelt. Voor elektronische sigaretten en aanverwante producten bestaat daarom verwarringsgevaar, zodat de beslissing van de kamer van beroep in zoverre wordt vernietigd. Voor de betrokken diensten blijft de afwijzing van de oppositie in stand wegens het ontbreken van soortgelijkheid. De motiveringsklacht wordt verworpen en beide partijen dragen hun eigen kosten, omdat zij elk gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld.

114    In those circumstances, it must be held that there is a likelihood of confusion between the signs at issue for the non-negligible part of the relevant public for which the figurative element of the mark applied for dominates the overall impression created by that mark, even though the earlier mark has only a weak distinctive character. For that part of the relevant public, in the light of the identity of the goods at issue in Class 34, the increased similarity of the figurative elements outweighs the differences between the signs at issue and, in particular, the presence of the word element ‘venilo’ in the mark applied for, which plays a secondary role on account of its representation and size. Consequently, as noted in paragraph 58 above, that part of the public will be led to think that those goods have a common origin or that the mark applied for is a variant of the earlier mark.

115    As regards the contested services in Classes 35 and 42 covered by the mark applied for, since the Board of Appeal correctly found that they were dissimilar to the goods covered by the earlier mark, it was therefore correct to conclude, in paragraph 114 of the contested decision, that one of the conditions for the application of Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001 was not met, which made it possible to rule out any likelihood of confusion.

116    It follows from all of the foregoing that the applicant’s first plea must be upheld as regards the goods in Class 34 covered by the mark applied for, which are described in paragraph 3 above, and must be rejected as to the remainder.