Gepubliceerd op donderdag 8 januari 2026
IEF 23195
Hof Den Haag ||
18 nov 2025
Hof Den Haag 18 nov 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis), https://ie-forum.nl/artikelen/inventiviteit-octrooi-valsartan-sacubitril-en-geldigheid-abc

Inventiviteit octrooi valsartan/sacubitril en geldigheid ABC

Hof Den Haag 18 november 2025, IEF 23195; ECLI:NL:GHDHA:2025:2742 (Synthon tegen Novartis). Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat het inmiddels verlopen Europese octrooi EP 1 467 728 van Novartis, dat ziet op farmaceutische samenstellingen met de combinatie van valsartan en de NEP-remmer sacubitril, inventief en daarmee geldig is. Synthon voert in hoger beroep aan dat deze combinatie op de prioriteitsdatum (17 januari 2002) voor de gemiddelde vakman voor de hand ligt in het licht van de stand van de techniek, zodat zowel het octrooi als het daarop gebaseerde aanvullend beschermingscertificaat (ABC) moet worden vernietigd. Het hof verwerpt dit betoog en bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Den Haag, waarin de vorderingen van Synthon worden afgewezen.

Bij de beoordeling van de inventiviteit past het hof de problem-solution approach toe en komt het tot het oordeel dat de stand van de techniek weliswaar inzicht biedt in combinatietherapieën bij hypertensie en hartfalen, maar geen concrete en redelijke verwachting van succes geeft voor juist de specifieke combinatie van valsartan en sacubitril. Daarbij acht het hof van belang dat NEP-remmers als monotherapie beperkt effectief zijn, dat combinaties met ACE-remmers gepaard gaan met bekende veiligheidsproblemen zoals angio-oedeem, en dat ARB’s onderling relevante farmacologische verschillen vertonen, waardoor resultaten met andere ARB’s niet zonder meer kunnen worden geëxtrapoleerd naar valsartan. De in het octrooi gestelde synergetische en klinisch relevante voordelen zijn voor de vakman niet voorspelbaar, zodat sprake is van een inventieve stap in de zin van artikel 56 EOV en het daarop gebaseerde ABC rechtsgeldig in stand blijft.

6.28

Omdat de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum in de stand van de techniek geen bevestiging vond van de brede claim van EP 361, zou hij zelf onderzoek moeten verrichten om er achter te komen of alternatieve ARB/NEP-remmer combinaties succesvol zouden kunnen zijn. Dat onderzoek zou een aanzienlijke hoeveelheid keuzes van combinaties van ARB’s en NEP-remmers vergen, die allemaal onderzocht dienden te worden. Zo waren er op de prioriteitsdatum in elk geval zes ARB’s en – blijkens US 660 – tientallen NEP-remmers om uit te kiezen.

6.29

In dit verband is tevens van belang dat in de stand van de techniek op de prioriteitsdatum een voldoende duidelijke pointer naar valsartan ontbreekt. In verschillende onderzoeken presteerden irbesartan en olmesartan juist beter dan valsartan (zie Zusman 1999, Mancia 2001 en Oparil 2001).

6.30

Daarnaast valt, anders dan Synthon betoogt, uit Ksander 1995 niet af te leiden dat de keuze voor sacubitril (of sacubitrilat) voor de hand lag, omdat deze stof beter presteert dan andere NEP-remmers. Ksander 1995 vermeldt weliswaar dat ‘component 21a’, zijnde sacubitrilat (en niet sacubitril, zoals gesteld door Burnier), van de onderzochte drie stoffen het meest actief was, maar vermeldt ook dat de experimenten niet bewijzen dat deze stof endogene ANF niveaus verhoogt. De experimenten demonstreren volgens Ksander 1995 slechts het potentieel daartoe. Dat de keuze voor sacubitril op de prioriteitsdatum voor de gemiddelde vakpersoon voor de hand lag kan evenmin worden afgeleid uit US 996, het stofoctrooi voor sacubitril. US 996 vergelijkt sacubitril immers niet met andere NEP-remmers. Novartis wijst er daarnaast terecht op dat Nawarskas 2001 de NEP-remmer RB 1047.8 de “most potent NEP inhibitor” noemt. Op basis daarvan ligt het veeleer voor de hand dat de gemiddelde vakpersoon RB 1047.8 als combinatiepartner zou kiezen.

6.31

Gelet op het voorgaande zou de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum hooguit het benodigde onderzoek aanvangen in de hoop succesvol te zijn (‘hope to succeed’), maar zou hij geen redelijke verwachting van succes hebben dat iedere willekeurige combinatie effectief zou zijn voor de behandeling van hypertensie en/of hartfalen.

6.32

Een situatie waarin de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum een neutrale ‘try and see’ houding zou aannemen is dan ook niet aan de orde, vanwege de complexiteit van onderzoek van (al) de mogelijke combinaties van ARB’s en NEP-remmers en de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van dat onderzoek.