Gepubliceerd op woensdag 14 januari 2026
IEF 23206
Antilliaanse Gerechten ||
9 jan 2026
Antilliaanse Gerechten 9 jan 2026, IEF 23206; ECLI:NL:OGEAM:2026:3 (Eisers tegen de Kamer en de Secretaris), https://ie-forum.nl/artikelen/kamer-van-koophandel-mag-ubo-gegevens-niet-verder-uitbreiden-zonder-wettelijke-basis

Kamer van Koophandel mag UBO-gegevens niet verder uitbreiden zonder wettelijke basis

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 9 januari 2026, IEF 23206; ECLI:NL:OGEAM:2026:3 (Eisers tegen de Kamer en de Secretaris). Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten oordeelt in kort geding dat de Kamer van Koophandel niet bevoegd is om bij de inschrijving van ultimate beneficial owners (UBO’s) méér gegevens te verlangen dan uit de Handelsregisterverordening (Hrvo) en het Handelsregisterbesluit (Hrb) voortvloeien. Eisers hadden hun UBO-formulieren wel ingediend, maar weigerden aanvullende stukken zoals een UBO-verklaring, een CRIB-nummer en een “Tax ID declaration”, omdat daarvoor volgens hen geen wettelijke grondslag bestaat. De Kamer weigerde daarop de inschrijving. Het Gerecht acht het spoedeisend belang gegeven, nu eisers bij niet-inschrijving een boete riskeren, en verklaart eisers niet-ontvankelijk in hun vorderingen tegen de secretaris, omdat diens bevoegdheden opgaan in die van de Kamer. Inhoudelijk volgt het Gerecht eisers grotendeels: alleen de in het Hrb genoemde persoonsgegevens van de UBO (zoals naam, adres, geboortedatum en nationaliteit) en een actueel aandeelhoudersregister mogen worden verlangd; voor de overige door de Kamer gevraagde documenten ontbreekt thans een wettelijke basis.

Het Gerecht overweegt verder dat niet kan worden geanticipeerd op nog niet in werking getreden wetgeving over UBO-registratie, ook al is de wens tot versterking van de UBO-transparantie, mede in het licht van de FATF-grijze lijst, begrijpelijk. Zolang nadere regelgeving ontbreekt, moet de Kamer zich beperken tot de huidige wettelijke kaders. De Kamer wordt daarom bevolen de I-F-formulieren van eisers in ontvangst te nemen en de inschrijving te verrichten op basis van de wettelijk vereiste gegevens. Wel merkt het Gerecht op dat het wenselijk is dat de wetgever spoedig een duidelijke wettelijke grondslag creëert voor een uitgebreider en verifieerbaar UBO-register. De Kamer wordt als grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

4.11.

Naar voorlopig oordeel van het Gerecht handelt de Kamer door de inschrijving van deze beperktere opgave niet in strijd met de wettelijke of verdragsrechtelijke bepalingen.
Het Gerecht realiseert zich dat Sint Maarten sinds 2024 op de grijze lijst staat van de Financial Action Task Force (FATF). Eerder is door die instantie vastgesteld dat de UBO-transparantie onvoldoende is en dat de registratiemechanismen niet functioneren zoals vereist. De door de Kamer voorgestane praktijk is daarom begrijpelijk en ook overeenkomstig regelingen in de andere landen van het koninkrijk. Verschil is alleen dat in Sint Maarten een wettelijke basis ontbreekt. Het is daarom van belang die basis alsnog te creëren.
De wetgever van Sint Maarten heeft de verplichting tot invoering van een stevige, verifieerbare UBO-regeling onderkend en daarom ligt er nu een ontwerp. In die wet worden de verplichtingen van ondernemers en UBO’s wettelijk verankerd, zoals dat in de andere landen van het Koninkrijk ook is gebeurd. Het is zaak deze wet zo snel als mogelijk aanhangig te maken bij het parlement. Hierin is immers ook een voorziening getroffen voor de niet-openbare opslag van de UBO-gegevens en -documenten, de autoriteiten die deze gegevens mogen raadplegen en onder welke omstandigheden dat mag.