Handelsnaamrecht  

IEF 23786

Rechtbank Gelderland bevoegd in reconventie in geschil over Thomassen-merken en handelsnamen

Rechtbank Gelderland 12 aug 2026,, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rechtbank-gelderland-bevoegd-in-reconventie-in-geschil-over-thomassen-merken-en-handelsnamen

Rb. Gelderland 12 augustus 2026, IEF 23786; ECLI:NL:RBGEL:2026:6429 ([de eiser] tegen Thomassen Energy). De rechtbank oordeelt in een bevoegdheidsincident dat zij internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de reconventionele vorderingen van Thomassen Energy. De hoofdzaak betreft een geschil over de Thomassen-merken en -handelsnamen. Thomassen Energy stelt dat zij de rechten daarop heeft en dat haar voormalig werknemer deze zonder haar toestemming gebruikt. De voormalig werknemer betwist dit en verwijt Thomassen Energy onder meer dat zij tegenover derden heeft gecommuniceerd dat hij de merken en handelsnamen zonder de vereiste toestemming gebruikte. Hij vordert in conventie onder meer een verklaring voor recht dat Thomassen Energy onrechtmatig heeft gehandeld en schadevergoeding. Thomassen Energy vordert in reconventie onder meer een verklaring voor recht dat de voormalig werknemer door het gebruik van de merken en handelsnamen is tekortgeschoten in zijn verplichtingen dan wel onrechtmatig heeft gehandeld, eveneens met schadevergoeding.

IEF 23785

Artikel geschreven door Marte Kruijt, Blenheim

Bol.com verbiedt het woord “Bol” in handelsnamen. Mag dat?

Marte Kruijt, 27 augustus 2026

Categorie: Bol.com

Het Bol platform is zo populair dat een heel ecosysteem is ontstaan van diensten die speciaal gericht zijn op Bol-verkopers. Veel van die dienstverleners gebruiken al jaren het woord “Bol” in hun handelsnaam of domeinnaam. Recent heeft Bol deze dienstverleners aangeschreven en verzocht hun handelsnaam en eventueel bijbehorende domeinnaam aan te passen. Volgens Bol zou namelijk sprake zijn van een merkinbreuk. Klopt dat?

IEF 23769

Uitspraak ingezonden door Fabian Swart, The Legal Group Advocaten.

‘Bakkie’-merken blijven nietig wegens beschrijvend karakter en ontbreken van inburgering

Hof Den Haag 18 aug 2026,, IEF 23769; 200.343.649/01 (DNACC tegen [geïntimeerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/bakkie-merken-blijven-nietig-wegens-beschrijvend-karakter-en-ontbreken-van-inburgering

Hof Den Haag 18 augustus 2026, IEF 23769; ECLI:NL:GHDHA:2026:2740; 200.343.649/01 (DNACC tegen [geïntimeerde]). In deze zaak komt DNACC op tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2024 [IEF 21971], waarin haar vorderingen wegens merk- en handelsnaaminbreuk zijn afgewezen en haar oudere Benelux- en Uniewoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE nietig zijn verklaard. DNACC bemiddelt bij de verhuur van afvalcontainers en gebruikt deze tekens voor haar dienstverlening. [geïntimeerde] verhuurt gesloten opslagcontainers en gebruikt voor zijn dienstverlening het teken ‘opslagbakkie’. DNACC stelt dat dit gebruik inbreuk maakt op haar merk- en handelsnaamrechten. [geïntimeerde] stelt daartegenover dat de ‘bakkie’-merken beschrijvend zijn en onderscheidend vermogen missen en vordert in incidenteel hoger beroep tevens nietigverklaring van de in 2023 ingeschreven nieuwe Beneluxwoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE.

IEF 23766

Hoge Raad 1936: eigen onrechtmatig handelsnaamgebruik kan beroep op Handelsnaamwet in de weg staan

Hoge Raad 24 jan 1936, 01:00:00, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hoge-raad-1936-eigen-onrechtmatig-handelsnaamgebruik-kan-beroep-op-handelsnaamwet-in-de-weg-staan

HR 24 januari 1936, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]). Een handelaar verzocht op grond van artikel 6 Handelsnaamwet om wijziging van de handelsnaam van een concurrent. Beide partijen dreven in dezelfde straat een handel in papierwaren en gebruikten handelsnamen waarin dezelfde persoonsnaam voorkwam. De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, omdat hij zijn eigen handelsnaam eveneens in strijd met de Handelsnaamwet voerde en daarom volgens de rechtbank niet als belanghebbende in de zin van artikel 6 Hnw kon worden aangemerkt. In cassatie voerde verzoeker onder meer aan dat voor de kwalificatie als belanghebbende niet vereist is dat hij zelf zijn handelsnaam rechtmatig voert.

IEF 23758

Hof ’s-Hertogenbosch: tweede licentieovereenkomst verhindert nakoming eerste licentieovereenkomst niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 dec 2025,, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-s-hertogenbosch-tweede-licentieovereenkomst-verhindert-nakoming-eerste-licentieovereenkomst-niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 december 2025, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS). Isowrap sluit op 12 februari 2025 met IFS een licentieovereenkomst waarbij IFS voor vijf jaar het exclusieve gebruik krijgt van het octrooi op het Isobooster-product en van de handelsnaam ISOBOOSTER. Isowrap stelt enkele maanden later dat de overeenkomst is geëindigd, omdat IFS het octrooi gedurende drie aaneengesloten maanden ongebruikt zou hebben gelaten. Ook voert Isowrap aan dat partijen mondeling als ontbindende voorwaarde hebben afgesproken dat IFS binnen een maand een geschikte productiemachine gereed moest hebben. Het hof gaat daar niet in mee. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld dat een dergelijke ontbindende voorwaarde is overeengekomen. Bij de uitleg van de beëindigings- en vervalbepaling volgens de Haviltex-maatstaf ziet het hof bovendien geen grond voor de opvatting dat IFS zelf Isobooster-producten moest produceren. IFS heeft verschillende voorbereidende activiteiten verricht, waaronder investeringen in de productielocatie, grondstoffen, marketing, certificering, personeel en financiering. Die activiteiten zijn volgens het hof gericht op het benutten van het octrooi. Isowrap heeft daarom onvoldoende gesteld om aan te nemen dat IFS het octrooi gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden ongebruikt heeft gelaten. De stelplicht en bewijslast van de door Isowrap ingeroepen ontbindende voorwaarde en beëindigings- of vervalgrond rusten op Isowrap.

IEF 23736

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Doorhaling DJ ROSSI afgewezen: geen bewijs van depot te kwader trouw

BBIE 20 jul 2026,, IEF 23736; 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/doorhaling-dj-rossi-afgewezen-geen-bewijs-van-depot-te-kwader-trouw

BBIE 20 juli 2026, IEF 23736; IEFbe 4272; nr. 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer). In deze zaak beslist het BBIE op een vordering tot doorhaling van het Benelux-woordmerk DJ ROSSI. Het merk is op 27 juni 2022 aangevraagd en op 7 september 2022 ingeschreven voor waren in klasse 9 en diensten in de klassen 35 en 41. [verzoeker], een Britse dj en producer die sinds 2018 optreedt onder de artiestennaam ROSSI., stelt dat [verweerder] het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Volgens [verzoeker] wist of behoorde [verweerder] te weten van zijn gebruik van ROSSI. en diende het depot uitsluitend om hem het verdere gebruik van dat teken te verhinderen, de positie van [verweerder] in onderhandelingen en procedures te versterken en de gebruiksplicht van een eerdere, in 2013 vervallen merkregistratie te omzeilen. [verweerder] betwist dit en voert aan dat zijn bestuurder al sinds 1990 als dj optreedt onder de namen ROSSI en DJ ROSSI, tussen 2003 en 2013 over een eerdere Benelux-registratie van DJ ROSSI beschikte en het bestreden merk heeft aangevraagd om deze bestaande merkpositie opnieuw te beschermen.

IEF 23711

Uitspraak ingezonden door Xavier Koehoorn, Dillinger Law & Kristien Wevers, GSJ Advocaten.

Argenta moet gegevens rekeninghouder verstrekken voor onderzoek naar mogelijke merkinbreuk

Overig 2 jul 2026,, IEF 23711; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/argenta-moet-gegevens-rekeninghouder-verstrekken-voor-onderzoek-naar-mogelijke-merkinbreuk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 2 juli 2026, IEF 23711; IEFbe 4266; IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank). In deze zaak vordert Volkswagen dat Argenta Spaarbank wordt bevolen de identiteit en contactgegevens te verstrekken van de houder van een bankrekening waarop inkomsten uit vermeend nagemaakte wieldoppen met het Volkswagen-logo zijn ontvangen. Volkswagen heeft vastgesteld dat dergelijke wieldoppen via 2dehands.be worden verkocht. Uit een door de anti-namaakorganisatie ABAC-BAAN verrichte proefaankoop blijkt dat de betrokken verkoper gebruikmaakt van een bankrekening bij Argenta. Volkswagen verzoekt om verstrekking van de volledige naam, de adresgegevens, het eventuele ondernemingsnummer, het telefoonnummer en het e-mailadres van de rekeninghouder, om te kunnen onderzoeken of sprake is van een inbreuk op haar merkrechten en daartegen zo nodig op te treden. Argenta betwist de vordering tot verstrekking van deze gegevens in essentie niet en gedraagt zich wat dat betreft naar de wijsheid van de rechtbank. Zij verzet zich wel tegen de oplegging van een dwangsom, omdat zij aankondigt het vonnis te zullen naleven.

IEF 23710

Taxi Utrecht Centraal en Taxi Utrecht Centrale maken inbreuk op oudere handelsnamen van UTC

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 nov 2025,, IEF 23710; ECLI:NL:GHARL:2025:7443 ([de taxichaffeur] tegen UTC), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/taxi-utrecht-centraal-en-taxi-utrecht-centrale-maken-inbreuk-op-oudere-handelsnamen-van-utc

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23710; ECLI:NL:GHARL:2025:7443 ([de taxichaffeur] tegen UTC). Utrechtse Taxi Centrale B.V. (UTC) exploiteert sinds 1993 een taxibedrijf in Utrecht en omgeving onder de handelsnamen “Utrechtse Taxi Centrale”, “Utrechtse Taxicentrale”, “UTC” en “U.T.C.”. Een andere taxiondernemer exploiteert sinds 2018 in dezelfde regio een taxibedrijf onder de namen “Taxi Utrecht Centraal” en “Taxi Utrecht Centrale”. UTC stelde daarnaast dat hij de handelsnaam “TUC” voerde. De rechtbank verbood het gebruik van alle drie de namen. Het hof verwerpt de processuele bezwaren van de taxiondernemer. Dat hij in eerste aanleg geen inhoudelijk verweer had gevoerd, leidt niet tot terugwijzing, omdat zijn verweren binnen de grenzen van de grieven in hoger beroep alsnog worden beoordeeld en een partij in beginsel geen aanspraak heeft op behandeling in twee feitelijke instanties. Ook de eerder tussen partijen getroffen schikking staat niet aan deze procedure in de weg. In de schikking was uitdrukkelijk bepaald dat de finale kwijting geen betrekking had op de eerder aangekondigde eiswijziging over “Taxi Utrecht Centraal”, “Taxi Utrecht Centrale” en “TUC”. Verder valt het oordeel van de rechtbank dat de eerste twee handelsnamen misleidend zijn buiten de door de grieven ontsloten rechtsstrijd, omdat de taxiondernemer alleen het verwarringsgevaar en niet het misleidende karakter had bestreden. Die zelfstandig dragende grond voor het verbod staat in hoger beroep daarom vast.

IEF 23690

Concurrent moet gebruik van sterk overeenstemmende handelsnaam voor elektrische tweewielers staken

Rechtbank Den Haag 19 jun 2026,, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/concurrent-moet-gebruik-van-sterk-overeenstemmende-handelsnaam-voor-elektrische-tweewielers-staken

Rb. Den Haag 19 juni 2026, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een ondernemer die elektrische fietsen, scooters en steppen verkoopt, vorderde in kort geding dat een later opgerichte concurrent het gebruik van een sterk overeenstemmende handelsnaam en domeinnaam zou staken. De concurrent voerde aan dat niet zij, maar een zustervennootschap de onderneming onder de bestreden naam dreef. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De domeinnaam stond geregistreerd op naam van de gedaagde en via de bijbehorende website werden onder de bestreden naam fatbikes aangeboden. Mede gelet op de groepsstructuur, de gemeenschappelijke indirect bestuurder en een wijziging van de domeinnaamregistratie kort na de oprichting van de gedaagde, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat zij onder die naam aan het handelsverkeer deelnam. Ook acht hij voldoende aannemelijk dat de eiser zijn handelsnaam al vóór de start van de concurrerende onderneming voerde. De oudere handelsnaam is volgens de voorzieningenrechter niet zuiver beschrijvend, omdat uit de naam niet direct of indirect blijkt welke producten of diensten worden aangeboden, en heeft daarom onderscheidend vermogen.

IEF 23668

Gebruik handelsnaam “Dynamiet Nederland” in Google Ads onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 11 jun 2026,, IEF 23668; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 ((Dynamiet tegen [gedaagden])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-handelsnaam-dynamiet-nederland-in-google-ads-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 11 juni 2026, IEF 23668; RB 4046; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 (Dynamiet tegen [gedaagden]). In dit kort geding bij verstek oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam over zoekmachineadvertenties waarin de naam Dynamiet Nederland wordt gebruikt. Dynamiet Nederland B.V. en [gedaagden] zijn concurrenten op het gebied van dienstverlening aan consumenten die een BKR-registratie willen laten verwijderen. Dynamiet vordert onder meer een verbod op het gebruik van haar handelsnaam en varianten daarop in advertentie-uitingen, en verwijdering van de reclame-uiting "Beter dan Dynamiet Nederland".