Handelsnaamrecht  

IEF 23766

Hoge Raad 1936: eigen onrechtmatig handelsnaamgebruik kan beroep op Handelsnaamwet in de weg staan

Hoge Raad 24 jan 1936, 01:00:00, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hoge-raad-1936-eigen-onrechtmatig-handelsnaamgebruik-kan-beroep-op-handelsnaamwet-in-de-weg-staan

HR 24 januari 1936, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]). Een handelaar verzocht op grond van artikel 6 Handelsnaamwet om wijziging van de handelsnaam van een concurrent. Beide partijen dreven in dezelfde straat een handel in papierwaren en gebruikten handelsnamen waarin dezelfde persoonsnaam voorkwam. De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, omdat hij zijn eigen handelsnaam eveneens in strijd met de Handelsnaamwet voerde en daarom volgens de rechtbank niet als belanghebbende in de zin van artikel 6 Hnw kon worden aangemerkt. In cassatie voerde verzoeker onder meer aan dat voor de kwalificatie als belanghebbende niet vereist is dat hij zelf zijn handelsnaam rechtmatig voert.

IEF 23758

Hof ’s-Hertogenbosch: tweede licentieovereenkomst verhindert nakoming eerste licentieovereenkomst niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 dec 2025,, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/hof-s-hertogenbosch-tweede-licentieovereenkomst-verhindert-nakoming-eerste-licentieovereenkomst-niet

Hof 's-Hertogenbosch 1 december 2025, IEF 23758; ECLI:NL:GHSHE:2025:3430 (Isowrap tegen IFS). Isowrap sluit op 12 februari 2025 met IFS een licentieovereenkomst waarbij IFS voor vijf jaar het exclusieve gebruik krijgt van het octrooi op het Isobooster-product en van de handelsnaam ISOBOOSTER. Isowrap stelt enkele maanden later dat de overeenkomst is geëindigd, omdat IFS het octrooi gedurende drie aaneengesloten maanden ongebruikt zou hebben gelaten. Ook voert Isowrap aan dat partijen mondeling als ontbindende voorwaarde hebben afgesproken dat IFS binnen een maand een geschikte productiemachine gereed moest hebben. Het hof gaat daar niet in mee. In dit kort geding kan niet worden vastgesteld dat een dergelijke ontbindende voorwaarde is overeengekomen. Bij de uitleg van de beëindigings- en vervalbepaling volgens de Haviltex-maatstaf ziet het hof bovendien geen grond voor de opvatting dat IFS zelf Isobooster-producten moest produceren. IFS heeft verschillende voorbereidende activiteiten verricht, waaronder investeringen in de productielocatie, grondstoffen, marketing, certificering, personeel en financiering. Die activiteiten zijn volgens het hof gericht op het benutten van het octrooi. Isowrap heeft daarom onvoldoende gesteld om aan te nemen dat IFS het octrooi gedurende een aaneengesloten periode van drie maanden ongebruikt heeft gelaten. De stelplicht en bewijslast van de door Isowrap ingeroepen ontbindende voorwaarde en beëindigings- of vervalgrond rusten op Isowrap.

IEF 23736

Uitspraak ingezonden door Quirijn Meijnen, LMO Advocaten.

Doorhaling DJ ROSSI afgewezen: geen bewijs van depot te kwader trouw

BBIE 20 jul 2026,, IEF 23736; 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/doorhaling-dj-rossi-afgewezen-geen-bewijs-van-depot-te-kwader-trouw

BBIE 20 juli 2026, IEF 23736; IEFbe 4272; nr. 3000858 ([verzoeker] tegen Traveltex Beheer). In deze zaak beslist het BBIE op een vordering tot doorhaling van het Benelux-woordmerk DJ ROSSI. Het merk is op 27 juni 2022 aangevraagd en op 7 september 2022 ingeschreven voor waren in klasse 9 en diensten in de klassen 35 en 41. [verzoeker], een Britse dj en producer die sinds 2018 optreedt onder de artiestennaam ROSSI., stelt dat [verweerder] het merk te kwader trouw heeft aangevraagd. Volgens [verzoeker] wist of behoorde [verweerder] te weten van zijn gebruik van ROSSI. en diende het depot uitsluitend om hem het verdere gebruik van dat teken te verhinderen, de positie van [verweerder] in onderhandelingen en procedures te versterken en de gebruiksplicht van een eerdere, in 2013 vervallen merkregistratie te omzeilen. [verweerder] betwist dit en voert aan dat zijn bestuurder al sinds 1990 als dj optreedt onder de namen ROSSI en DJ ROSSI, tussen 2003 en 2013 over een eerdere Benelux-registratie van DJ ROSSI beschikte en het bestreden merk heeft aangevraagd om deze bestaande merkpositie opnieuw te beschermen.

IEF 23711

Uitspraak ingezonden door Xavier Koehoorn, Dillinger Law & Kristien Wevers, GSJ Advocaten.

Argenta moet gegevens rekeninghouder verstrekken voor onderzoek naar mogelijke merkinbreuk

Overig 2 jul 2026,, IEF 23711; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/argenta-moet-gegevens-rekeninghouder-verstrekken-voor-onderzoek-naar-mogelijke-merkinbreuk

Ondernemingsrechtbank Antwerpen 2 juli 2026, IEF 23711; IEFbe 4266; IT 5391; A/26/02126 (Volkswagen tegen Argenta Spaarbank). In deze zaak vordert Volkswagen dat Argenta Spaarbank wordt bevolen de identiteit en contactgegevens te verstrekken van de houder van een bankrekening waarop inkomsten uit vermeend nagemaakte wieldoppen met het Volkswagen-logo zijn ontvangen. Volkswagen heeft vastgesteld dat dergelijke wieldoppen via 2dehands.be worden verkocht. Uit een door de anti-namaakorganisatie ABAC-BAAN verrichte proefaankoop blijkt dat de betrokken verkoper gebruikmaakt van een bankrekening bij Argenta. Volkswagen verzoekt om verstrekking van de volledige naam, de adresgegevens, het eventuele ondernemingsnummer, het telefoonnummer en het e-mailadres van de rekeninghouder, om te kunnen onderzoeken of sprake is van een inbreuk op haar merkrechten en daartegen zo nodig op te treden. Argenta betwist de vordering tot verstrekking van deze gegevens in essentie niet en gedraagt zich wat dat betreft naar de wijsheid van de rechtbank. Zij verzet zich wel tegen de oplegging van een dwangsom, omdat zij aankondigt het vonnis te zullen naleven.

IEF 23710

Taxi Utrecht Centraal en Taxi Utrecht Centrale maken inbreuk op oudere handelsnamen van UTC

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 nov 2025,, IEF 23710; ECLI:NL:GHARL:2025:7443 ([de taxichaffeur] tegen UTC), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/taxi-utrecht-centraal-en-taxi-utrecht-centrale-maken-inbreuk-op-oudere-handelsnamen-van-utc

Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, IEF 23710; ECLI:NL:GHARL:2025:7443 ([de taxichaffeur] tegen UTC). Utrechtse Taxi Centrale B.V. (UTC) exploiteert sinds 1993 een taxibedrijf in Utrecht en omgeving onder de handelsnamen “Utrechtse Taxi Centrale”, “Utrechtse Taxicentrale”, “UTC” en “U.T.C.”. Een andere taxiondernemer exploiteert sinds 2018 in dezelfde regio een taxibedrijf onder de namen “Taxi Utrecht Centraal” en “Taxi Utrecht Centrale”. UTC stelde daarnaast dat hij de handelsnaam “TUC” voerde. De rechtbank verbood het gebruik van alle drie de namen. Het hof verwerpt de processuele bezwaren van de taxiondernemer. Dat hij in eerste aanleg geen inhoudelijk verweer had gevoerd, leidt niet tot terugwijzing, omdat zijn verweren binnen de grenzen van de grieven in hoger beroep alsnog worden beoordeeld en een partij in beginsel geen aanspraak heeft op behandeling in twee feitelijke instanties. Ook de eerder tussen partijen getroffen schikking staat niet aan deze procedure in de weg. In de schikking was uitdrukkelijk bepaald dat de finale kwijting geen betrekking had op de eerder aangekondigde eiswijziging over “Taxi Utrecht Centraal”, “Taxi Utrecht Centrale” en “TUC”. Verder valt het oordeel van de rechtbank dat de eerste twee handelsnamen misleidend zijn buiten de door de grieven ontsloten rechtsstrijd, omdat de taxiondernemer alleen het verwarringsgevaar en niet het misleidende karakter had bestreden. Die zelfstandig dragende grond voor het verbod staat in hoger beroep daarom vast.

IEF 23690

Concurrent moet gebruik van sterk overeenstemmende handelsnaam voor elektrische tweewielers staken

Rechtbank Den Haag 19 jun 2026,, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/concurrent-moet-gebruik-van-sterk-overeenstemmende-handelsnaam-voor-elektrische-tweewielers-staken

Rb. Den Haag 19 juni 2026, IEF 23690; ECLI:NL:RBDHA:2026:17794 ([eiser] tegen [gedaagde]). Een ondernemer die elektrische fietsen, scooters en steppen verkoopt, vorderde in kort geding dat een later opgerichte concurrent het gebruik van een sterk overeenstemmende handelsnaam en domeinnaam zou staken. De concurrent voerde aan dat niet zij, maar een zustervennootschap de onderneming onder de bestreden naam dreef. De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De domeinnaam stond geregistreerd op naam van de gedaagde en via de bijbehorende website werden onder de bestreden naam fatbikes aangeboden. Mede gelet op de groepsstructuur, de gemeenschappelijke indirect bestuurder en een wijziging van de domeinnaamregistratie kort na de oprichting van de gedaagde, acht de voorzieningenrechter voorshands voldoende aannemelijk dat zij onder die naam aan het handelsverkeer deelnam. Ook acht hij voldoende aannemelijk dat de eiser zijn handelsnaam al vóór de start van de concurrerende onderneming voerde. De oudere handelsnaam is volgens de voorzieningenrechter niet zuiver beschrijvend, omdat uit de naam niet direct of indirect blijkt welke producten of diensten worden aangeboden, en heeft daarom onderscheidend vermogen.

IEF 23668

Gebruik handelsnaam “Dynamiet Nederland” in Google Ads onrechtmatig

Rechtbank Rotterdam 11 jun 2026,, IEF 23668; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 ((Dynamiet tegen [gedaagden])), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gebruik-handelsnaam-dynamiet-nederland-in-google-ads-onrechtmatig

Rb. Rotterdam 11 juni 2026, IEF 23668; RB 4046; ECLI:NL:RBROT:2026:6806 (Dynamiet tegen [gedaagden]). In dit kort geding bij verstek oordeelt de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam over zoekmachineadvertenties waarin de naam Dynamiet Nederland wordt gebruikt. Dynamiet Nederland B.V. en [gedaagden] zijn concurrenten op het gebied van dienstverlening aan consumenten die een BKR-registratie willen laten verwijderen. Dynamiet vordert onder meer een verbod op het gebruik van haar handelsnaam en varianten daarop in advertentie-uitingen, en verwijdering van de reclame-uiting "Beter dan Dynamiet Nederland".

IEF 23660

Gerecht EU: ARYUNA mag naast ARMUNIA worden ingeschreven

Gerecht EU (voorheen GvEA) 2 jul 2026,, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/gerecht-eu-aryuna-mag-naast-armunia-worden-ingeschreven

Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23660; ECLI:EU:T:2026:421 (Sandoz tegen EUIPO en Be Healthy). In deze zaak tussen Sandoz en EUIPO, met Be Healthy als wederpartij in de oppositieprocedure, staat de vraag centraal of het Uniewoordmerk ARYUNA wegens verwarringsgevaar niet kan worden ingeschreven tegenover de oudere Benelux- en Oostenrijkse woordmerken ARMUNIA voor farmaceutische producten. Sandoz betoogt dat de Kamer van Beroep ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van verwarringsgevaar, met name omdat bij geneesmiddelen patiëntveiligheid en het risico op vergissingen tussen geneesmiddelen een zwaardere rol zouden moeten spelen. Be Healthy diende in 2022 een Uniemerkaanvraag in voor het woordmerk ARYUNA voor onder meer jodiumtincturen, medicinale kruiden en kruidengeneesmiddelen in klasse 5. Novartis, inmiddels opgevolgd door Sandoz, stelde oppositie in op basis van de oudere merken ARMUNIA, die bescherming genieten voor farmaceutische producten, waaronder orale anticonceptiva. Zowel de oppositieafdeling als de Kamer van Beroep wezen de oppositie af omdat, ondanks (gedeeltelijk) identieke waren, geen sprake was van verwarringsgevaar. Het Gerecht verklaart allereerst een reeks door Sandoz voor het eerst in beroep overgelegde stukken niet-ontvankelijk. Het gaat onder meer om rapporten, persartikelen, studies en websitefragmenten waarmee Sandoz wilde onderbouwen dat zorgverleners en patiënten regelmatig geneesmiddelen met vergelijkbare namen verwisselen. Omdat deze stukken niet tijdens de administratieve procedure bij EUIPO zijn ingebracht en niet alleen een juridische context schetsen, kunnen zij niet alsnog in de beroepsprocedure worden betrokken. Ten aanzien van het relevante publiek ondersteund het Gerecht het oordeel van de Kamer van Beroep dat medische professionals en het algemene publiek tot het relevante publiek behoren. Voor de globale beoordeling moet worden uitgegaan van het algemene publiek, omdat dat de laagste mate van aandacht heeft binnen de relevante groepen. Die aandacht is echter nog steeds relatief hoog. Geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten raken namelijk rechtstreeks aan de gezondheid van de consument, zodat ook producten die zonder recept verkrijgbaar zijn met verhoogde oplettendheid worden gekocht.

IEF 23638

Rb. Amsterdam wijst vorderingen af in geschil over DJ-naam

Rechtbank Amsterdam 24 mrt 2026,, IEF 23638; ECLI:NL:RBAMS:2026:6010 (([eiser 1] en [eiser 2]) tegen [gedaagde 1] en Meanwhile)), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-amsterdam-wijst-vorderingen-af-in-geschil-over-dj-naam

Rb. Amsterdam 24 maart 2026, IEF 23638; ECLI:NL:RBAMS:2026:6010 ([eiser 1] en [eiser 2]) tegen [gedaagde 1] en Meanwhile). In deze zaak tussen [eiser 1] en [eiser 2] enerzijds en [gedaagde 1] en Meanwhile anderzijds staat een geschil centraal over het gebruik van de naam '(DJ) [eiser 1 alias]'. [eiser 1] treedt sinds 1990 op als techno-dj onder deze naam. Op 14 augustus 2003 heeft [eiser 1] het Benelux-woordmerk 'DJ [eiser 1 alias]' gedeponeerd, dat op 1 november 2003 is ingeschreven en op 14 augustus 2013 is vervallen wegens niet-verlenging. Zijn holding [eiser 2] verkreeg vervolgens in 2022 opnieuw een Benelux-woordmerk voor 'DJ [eiser 1 alias]' (aanvraag 27 juni 2022, inschrijving 7 september 2022) voor onder meer entertainmentdiensten. De Britse DJ [gedaagde 1] treedt echter eveneens op onder de naam '[eiser 1 alias]' of '[eiser 1 alias .]' en gebruikt deze naam al jaren in het Verenigd Koninkrijk en daarbuiten, waaronder in Nederland (in ieder geval sinds 2018). Meanwhile is sinds 2020 zijn Nederlandse boekingskantoor. Volgens [eiser 1] en [eiser 2] maken [gedaagde 1] en Meanwhile inbreuk op hun merk- en handelsnaamrechten. Zij voeren aan dat '[eiser 1 alias .]' vrijwel identiek is aan het merk 'DJ [eiser 1 alias]', omdat het onderscheidende bestanddeel '[eiser 1 alias]' volledig is overgenomen. Daarnaast zou verwarringsgevaar bestaan, mede omdat beide partijen als dj actief zijn. Zij baseren zich voor merkinbreuk op artikel 2.20 lid 2 onder a en b BVIE en stellen dat [gedaagde 1] zich niet kan beroepen op oudere rechten van plaatselijke betekenis als bedoeld in artikel 2.23 lid 2 BVIE. Ook stellen zij dat [eiser 1] al sinds 1990 onder de naam 'DJ [eiser 1 alias]' naar buiten treedt en daarom oudere handelsnaamrechten bezit, zodat gebruik door [gedaagde 1] en Meanwhile tevens in strijd is met artikel 5 Handelsnaamwet. Verder voeren zij aan dat [gedaagde 1] en Meanwhile onrechtmatig handelen doordat zij profiteren van de bekendheid en goodwill die [eiser 1] gedurende tientallen jaren heeft opgebouwd. [gedaagde 1] betwist de vorderingen. Hij stelt dat hij de naam '[eiser 1 alias .]' al vóór de merkregistratie van 2022 gebruikte en daardoor oudere handelsnaamrechten heeft in de zin van artikel 2.23 lid 2 BVIE. Daarnaast heeft hij bij het Benelux Merkenbureau een procedure tot doorhaling van het merk 'DJ [eiser 1 alias]' gestart wegens een volgens hem te kwader trouw verricht depot. Ook betwist hij dat [eiser 1] de naam 'DJ [eiser 1 alias]' daadwerkelijk als handelsnaam gebruikt. Volgens hem treedt [eiser 1] slechts incidenteel onder die naam op en gebruikt hij deze niet als naam waaronder hij zijn onderneming drijft; hij wijst erop dat [eiser 1] geen KvK-registratie, contracten, facturen, website of commerciële socialmedia-accounts onder de naam 'DJ [eiser 1 alias]' heeft. Verder voert hij aan dat geen sprake is van verwarringsgevaar, onder meer omdat de punt achter de naam een verschil oplevert, partijen in verschillende (sub)genres actief zijn en er vele andere (DJ) [eiser 1 alias]’s zijn. Meanwhile voert aanvullend aan dat zij '[eiser 1 alias .]' uitsluitend gebruikt ter promotie van haar artiest en niet als eigen handelsnaam.

IEF 23628

Geen voorlopige IE-voorziening tegen VIARO wegens ontbreken van spoedeisend belang

Rechtbank Den Haag 5 jun 2026,, IEF 23628; ECLI:NL:RBDHA:2026:14952 (Varo tegen Viaro), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/geen-voorlopige-ie-voorziening-tegen-viaro-wegens-ontbreken-van-spoedeisend-belang

Rb. Den Haag 5 juni 2026, IEF 23628; ECLI:NL:RBDHA:2026:14952 (Varo tegen Viaro). Varo vordert in kort geding een EU-wijd verbod op het gebruik door Viaro Energy en RockRose Energy van de tekens VIARO, Viaro Energy, het Viaro-logo en de aanduiding “part of Viaro Group” voor energieproducten en daaraan gerelateerde diensten. Varo beroept zich primair op haar Uniewoordmerk VARO, ingeschreven voor onder meer brandstoffen, olie- en gasproducten, handel, transport, distributie, raffinage en exploratie van energieproducten, en stelt dat sprake is van verwarringsgevaar in de zin van art. 9 lid 2 onder b UMVo. Subsidiair vordert Varo een verbod op het gebruik van Viaro en Viaro Energy als handelsnaam in Nederland. Volgens Varo zijn partijen actief in dezelfde energiesector en dreigt bovendien reputatieschade door negatieve Britse publicaties over de CEO van Viaro. Viaro betwist de gestelde merk- en handelsnaaminbreuk en voert aan dat haar activiteiten hoofdzakelijk plaatsvinden in het Verenigd Koninkrijk en het Noordzeegebied, dat operationele activiteiten worden verricht onder de naam RockRose Energy, dat de aanduiding VIARO in de EU slechts beperkt en in corporate context wordt gebruikt, en dat partijen verschillen in positie binnen de energieketen, producten en klantenkring. De voorzieningenrechter acht zich voor de Uniemerkvordering bevoegd met werking voor de gehele Europese Unie, omdat Viaro buiten de EU is gevestigd en Varo in Nederland; voor de Nederlandse handelsnaamvordering is de bevoegdheid niet betwist.