Gepubliceerd op donderdag 2 april 2026
IEF 23432
Rechtbank Gelderland ||
25 feb 2026
Rechtbank Gelderland 25 feb 2026, IEF 23432; ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 ([eiser] tegen De Staat), https://ie-forum.nl/artikelen/kort-geding-over-verwijdering-van-door-de-arbeidsinspectie-gekopieerde-camerabeelden-vordering-afgewezen-wegens-belang-bij-behoud-van-bewijsmateriaal

Kort geding over verwijdering van door de Arbeidsinspectie gekopieerde camerabeelden; vordering afgewezen wegens belang bij behoud van bewijsmateriaal

Rb. Gelderland 25 februari 2026, IEF 23432; IT 5173; ECLI:NL:RBGEL:2026:1384 ([eiser] tegen De Staat). In dit kort geding vordert [eiser], exploitant van een supermarkt, dat de Staat wordt bevolen om door de Arbeidsinspectie gemaakte kopieën van camerabeelden definitief te verwijderen. Aanleiding is een controle van de Arbeidsinspectie op 5 december 2025 in de supermarkt van eiseres op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet arbeid vreemdelingen en de Arbeidstijdenwet. Tijdens die controle neemt de Arbeidsinspectie meerdere harde schijven mee waarop onder meer camerabeelden van de supermarkt zijn opgeslagen. Eiseres verzoekt vervolgens om teruggave van de harde schijven en verwijdering van eventuele kopieën. Nadat de Staat kopieën van de camerabeelden heeft gemaakt, worden de harde schijven op 19 december 2025 aan eiseres teruggegeven. Daarna verzoeken ook een aantal medewerkers zowel eiseres als de Staat op grond van de AVG om vernietiging van de camerabeelden. In dit kort geding vordert eiseres daarop dat de Staat de camerabeelden onmiddellijk en definitief verwijdert. Een tijdens de procedure gedaan aanvullend verzoek om ook eventuele “vervolgacties” op basis van die beelden te laten verwijderen, wijst de voorzieningenrechter af, omdat niet duidelijk is wat daarmee wordt bedoeld en omdat dit niet in het petitum is gevorderd.

De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Hij stelt voorop dat toewijzing van de gevraagde voorziening onomkeerbare gevolgen zou hebben, omdat daarmee bewijsmateriaal verloren gaat dat van belang is voor het lopende onderzoek van de Arbeidsinspectie en voor een eventuele bestuursrechtelijke sanctie. Daarbij weegt mee dat voor eiseres, als later daadwerkelijk een sanctiebesluit wordt genomen, een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij de bestuursrechter openstaat, waarin zij de rechtmatigheid van het meenemen van de harde schijven, het maken van kopieën op grond van art. 5:17 Awb en het gebruik van die camerabeelden kan laten toetsen. Het door eiseres aangevoerde belang acht de voorzieningenrechter daartegenover te beperkt en te indirect. Voor zover zij zich beroept op de privacy van medewerkers, betreft dat geen direct eigen belang van eiseres, terwijl die medewerkers zelf een rechtsgang hebben en daarvan ook gebruik hebben gemaakt. Voor zover het gaat om de privacy van klanten, is het volgens de voorzieningenrechter niet aan eiseres om die belangen te behartigen. Ook het gestelde risico dat eiseres door medewerkers of klanten in rechte kan worden aangesproken, is onvoldoende concreet onderbouwd. Daar komt bij dat de Staat heeft gewezen op verschillende privacywaarborgen, zoals selectie van beelden van ruimten waar geen klanten mogen komen, opslag op twee beveiligde harde schijven en beperkte toegang voor slechts de behandelend inspecteur. De voorzieningenrechter concludeert daarom dat het belang van de Staat bij behoud van bewijsmateriaal zwaarder weegt dan het belang van eiseres bij onmiddellijke verwijdering van de beelden. Ook het voorstel dat de rechtbank de camerabeelden voorlopig zelf onder zich zou nemen, wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van € 2.101, te vermeerderen met nakosten en wettelijke rente; de proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

4. De beoordeling

4.1.

Met De Staat is de voorzieningenrechter van oordeel dat toewijzing van het gevorderde leidt tot onomkeerbare gevolgen, hetgeen maakt dat toewijzing van de vordering van [eiser] niet aan de orde kan zijn. Toewijzing zou immers leiden tot verlies van bewijsmateriaal, waarmee het door de Arbeidsinspectie gestarte onderzoek naar [eiser] onherstelbare schade oploopt. De camerabeelden kunnen na verwijdering namelijk niet meer worden gebruikt ter onderbouwing van een eventueel door de Arbeidsinspectie aan [eiser] op te leggen bestuursrechtelijke sanctie. [eiser] heeft nog wel gesteld dat zij de camerabeelden niet zal verwijderen en dat De Staat dus nog altijd op een later moment de camerabeelden weer van haar kan verzoeken, maar uit deze toezegging geeft geen enkele zekerheid aan De Staat en leidt daarom niet tot een ander oordeel.

4.2.

Bovendien geldt dat als de Arbeidsinspectie [eiser] uiteindelijk een bestuursrechtelijke sanctie op zou leggen wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, de Wet arbeidsvreemdelingen en/of de Arbeidstijdenwet tegen dit besluit voor [eiser] een rechtsgang openstaat bij de bestuursrechter waarin zij de rechtmatigheid van de door de Arbeidsinspectie ingezette bevoegdheid op grond van artikel 5:17 Awb tot het meenemen/de inbeslagname van de harde schijven met daarop de camerabeelden, en het maken van kopieën daarvan, kan laten toetsen door de bestuursrechter. In het verlengde daarvan kan zij ook laten toetsen of deze camerabeelden ten grondslag kunnen worden gelegd aan dat eventuele besluit. Dit is een met voldoende waarborgen omkleden rechtsgang. [eiser] heeft daarbij betoogd dat het achteraf onmogelijk is om nog van koers te wijzigen binnen een onderzoeksdossier gebaseerd op de camerabeelden, maar dat blijkt nergens uit. Bovendien is deze stelling van [eiser] door De Staat gemotiveerd betwist en dus niet komen vast te staan.

4.3.

Naast het voorgaande geldt dat het in onderhavig geval om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening gaat. Of een vordering in kort geding kan worden toegewezen hangt mede af van een afweging van de belangen van partijen.

[eiser] heeft gesteld dat haar belang erin is gelegen dat de privacy van haar medewerkers en klanten blijvend wordt geschaad doordat zij op de camerabeelden staan en daarnaast dat [eiser] in rechte kan worden aangesproken door haar werknemers en klanten, omdat de beelden nog niet zijn vernietigd en zelfs tegen haar wil zijn verspreid. Het was de medewerkers van [eiser] niet bekend dat deze camerabeelden door [eiser] bewaard werden. De medewerkers van [eiser] hebben volgens haar een verzoek tot vernietiging van de camerabeelden op grond van de AVG ingediend bij De Staat en [eiser] is ook door diverse werknemers aangeschreven met de eis de beelden te verwijderen.

4.4.

Met betrekking tot de privacy van de medewerkers van [eiser] geldt dat dit geen direct eigen belang van [eiser] is. Zij hebben op grond van de AVG een eigen rechtsgang om de camerabeelden in het bezit van de Arbeidsinspectie te laten vernietigen en dus ter behartiging van hun belang. De medewerkers van [eiser] hebben, zoals zij zelf heeft gesteld, inmiddels ook al een dergelijk vernietigingsverzoek op grond van de AVG bij de Arbeidsinspectie gedaan. Met betrekking tot de privacy van de klanten van [eiser] geldt dat het niet aan [eiser] is om deze belangen te behartigen, en zij dus verder hier ook zelf geen belang aan kan ontlenen.

[eiser] stelt voorts dat zij door haar medewerkers en klanten in rechte kan worden aangesproken omdat de camerabeelden niet vernietigd zijn en zelfs tegen haar wil in zijn verspreid. Dit belang van [eiser] , wat daarvan ook zij, weegt niet op tegen het belang van De Staat bij behoud van bewijsmateriaal met betrekking tot het door de Arbeidsinspectie ingestelde onderzoek, te meer omdat [eiser] verder niet heeft onderbouwd dat zij al in rechte is aangesproken door haar medewerkers of klanten of dat ter zake een concrete dreiging bestaat. Daarbij heeft De Staat gemotiveerd aangevoerd dat er met betrekking tot de camerabeelden meerdere waarborgen bestaan ter bescherming van de privacy van de medewerkers en klanten van [eiser] , zoals dat de digi-inspecteurs enkel de camerabeelden hebben geselecteerd die gericht waren op ruimtes waar geen klanten mogen komen, dat die camerabeelden op twee harde schijven zijn gekopieerd en deze schijven vervolgens zijn beveiligd met een wachtwoord en dat slechts de inspecteur die verbonden is aan het toezichtonderzoek naar [eiser] toegang heeft tot de camerabeelden. Overigens is het nog maar zeer de vraag of door de medewerkers en klanten van [eiser] kan worden verlangd dat [eiser] in rechte bij De Staat afdwingt de camerabeelden te verwijderen.

4.5.

Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het (indirecte) belang van [eiser] niet opweegt tegen het belang van De Staat bij behoud van bewijsmateriaal ten behoeve van een lopend onderzoek.