Gepubliceerd op maandag 5 oktober 2026
IEF 23897
Rechtbank Den Haag ||
30 sep 2026,
Rechtbank Den Haag 30 sep 2026,, IEF 23897; ECLI:NL:RBDHA:2026:28949 (Jellycat tegen TJX NL), https://ie-forum.nl/artikelen/linzy-knuffels-maken-inbreuk-op-modelrechten-van-jellycat

Linzy-knuffels maken inbreuk op modelrechten van Jellycat

Rb. Den Haag 30 september 2026, IEF 23897; ECLI:NL:RBDHA:2026:28949 (Jellycat tegen TJX NL). De voorzieningenrechter oordeelt voorshands dat de door Jellycat ingeroepen modellen van een honkbal, regenboogtaart en tafeltennisbatje geldig zijn. Het nietigheidsverweer van TJX Nederland, dat de modellen technisch bepaald zouden zijn en nieuwheid en eigen karakter zouden missen, slaagt niet. De vormgeving berust mede op esthetische keuzes en TJX heeft geen eerdere identieke modellen aangetoond. Ook hebben de drie Jellycat-modellen voldoende eigen karakter ten opzichte van het aangedragen vormgevingserfgoed. Dat geantropomorfiseerde gebruiksvoorwerpen met gezichtjes en ledematen al voorkomen binnen de zogenoemde kawaii-stijl, staat aan modelrechtelijke bescherming niet in de weg. Wel is sprake van een vol ontwerpveld en kunnen de basisvormen van een honkbal, taart en tafeltennisbatje niet worden gemonopoliseerd. De beschermingsomvang is daarom beperkt tot vrijwel identieke ontwerpen. Bepalend zijn met name de combinatie van het basisvoorwerp, de vermenselijkende elementen en hun onderlinge maatverhoudingen. Kleur en materiaal spelen geen rol, omdat de modellen in zwart-wit zijn ingeschreven en deze kenmerken niet uit de registraties blijken.

De Linzy-knuffels die TJX Nederland verkoopt vallen volgens de voorzieningenrechter binnen deze beschermingsomvang. Zij nemen zoveel herkenbare kenmerken van de Jellycat-modellen over dat zij bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekken. Kleine verschillen, zoals extra beentjes bij de Linzy-honkbal, extra armpjes bij de regenboogtaart en een anders gedraaid handvat bij het tafeltennisbatje, zijn daarvoor onvoldoende. Het beroep op de kawaii-stijl baat TJX niet. Nu Jellycat zich op geldige modelrechten kan beroepen, moeten de door TJX verhandelde producten daarvan voldoende afstand houden. TJX wordt daarom bevolen de modelrechtinbreuk in de gehele EU te staken en informatie te verstrekken over onder meer leveranciers, professionele afnemers, aantallen en voorraden, op straffe van een dwangsom tot maximaal €100.000. De gevorderde informatie over prijzen, omzet en winst wordt afgewezen, omdat die betrekking heeft op een eventuele schadevergoeding waarvoor in kort geding geen plaats is. De auteursrechtelijke grondslag blijft onbesproken, omdat toewijzing op grond van het modelrecht al tot het gevraagde resultaat leidt. Aan de voorwaardelijke reconventionele vorderingen van TJX wordt niet toegekomen, omdat de daarvoor gestelde voorwaarde niet is vervuld.

Juridisch kader

5.6.

Een Uniemodel wordt op grond van artikel 5 lid 1 UModVo beschermd indien en voor zover het nieuw is en een eigen karakter heeft. Een ingeschreven Uniemodel wordt, gelet op artikel 6 lid 1 aanhef en onder b UModVo, als nieuw beschouwd indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld vóór de datum van depot. Het publiek bestaat uit ingewijden in de betrokken sector die in de Europese Unie werkzaam zijn. Ingevolge artikel 7 lid 1 aanhef en onder b UModVo wordt een ingeschreven Uniemodel geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die vóór de eerdergenoemde datum voor het publiek beschikbaar zijn gesteld (het vormgevingserfgoed). Een recht op een Uniemodel geldt op grond van artikel 9 lid 1 UModVo niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie worden bepaald.

5.7.

Om de bescherming te genieten die een Uniemodel krijgt, hoeft de houder of ontwerper van een model naast het feit dat aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter is voldaan, niet aan te tonen dat het model het resultaat is van een minimum aan creatieve activiteit.3

5.8.

De ‘geïnformeerde gebruiker’, de maatpersoon in het modellenrecht, is een gebruiker die niet slechts gemiddeld, maar in hoge mate aandachtig is, hetzij door zijn persoonlijke ervaring, hetzij door zijn uitgebreide kennis van de betrokken sector. Deze gebruiker is gepositioneerd tussen de – op het gebied van het merkenrecht gehanteerde – maatpersoon, de ‘gemiddelde consument’ van wie geen enkele specifieke kennis wordt verwacht en die de strijdige modellen in de regel niet rechtstreeks vergelijkt, en anderzijds de maatpersoon, ‘de vakpersoon’, met grondige technische deskundigheid die in het octrooirecht als uitgangspunt geldt. Voor wat betreft het aandachtsniveau van deze geïnformeerde gebruiker geldt dat deze niet de gemiddelde consument is die een model gewoonlijk als een geheel waarneemt en niet op de verschillende details ervan let, en dat het evenmin gaat om de vakpersoon die in detail de minieme verschillen die mogelijkerwijs tussen de conflicterende modellen bestaan, kan onderscheiden. Het betreft de gebruiker die, zonder een ontwerper of een technisch deskundige te zijn, de in de betrokken sector bestaande verschillende modellen kent, een zekere kennis bezit met betrekking tot de elementen die deze modellen over het algemeen bevatten, en door zijn belangstelling voor de betrokken voortbrengselen blijk geeft van een vrij hoog aandachtsniveau bij gebruik ervan.4

5.9.

De voorzieningenrechter gaat op basis van de standpunten van partijen voor deze geïnformeerde gebruiker uit van een inkoper van knuffels en ander speelgoed ten behoeve van consumenten, die zowel een kind als een volwassene kunnen zijn. Aangenomen wordt dat deze inkoper als zodanig kennis heeft van wearables en knuffels en de speelgoed-trends zorgvuldig bijhoudt. Aangenomen wordt tevens dat deze geïnformeerde gebruiker de verschillende modellen kent en in hoge mate aandachtig zal zijn en oog zal hebben voor details.

5.10.

TJX NL heeft de nietigheid van de Jellycat-modellen opgeworpen en daartoe gesteld dat de Jellycat-modellen uitsluitend technisch bepaald zijn, niet nieuw zijn en geen eigen karakter hebben. De voorzieningenrechter hoeft niet van de geldigheid van het ingeroepen modelrecht uit te gaan, indien de gedaagde, in dit geval TJX NL, in een procedure inzake voorlopige en beschermende maatregelen de nietigheid van het Uniemodel opwerpt (artikel 129 lid 2 UModVo). De door TJX NL opgeworpen nietigheidsargumenten dienen in deze procedure dan ook te worden betrokken bij de beoordeling van de gevorderde voorlopige voorzieningen. De voorzieningenrechter verwerpt het verweer van TJX NL en gaat in deze procedure uit van de geldigheid van de Jellycat-modellen. Daartoe is het volgende redengevend.