8 jul 2025
Octrooi-kort geding over LEDFan afgewezen: geen spoedeisend belang, geen NDA-schending en geen onrechtmatig wapperen
Rb. Den Haag 8 juli 2025, IEF 23563; ECLI:NL:RBDHA:2025:27985 (Climalux c.s. tegen Food Autonomy). In een kort geding bij de Rechtbank Den Haag stonden Climalux en NGES (samen Climalux c.s.) tegenover Food Autonomy c.s. en [bedrijf]. Centraal stond de vraag of de LEDFan-toplight inbreuk maakte op de octrooien NL 1040116 en EP 2 975 926 van NGES, die zien op assimilatielampen voor plantengroei. Climalux is licentiehouder van deze octrooien. Climalux c.s. vorderde een verbod op octrooi-inbreuk met nevenvorderingen, zoals opgave en rectificatie en volledige proceskosten ex art. 1019h Rv. Food Autonomy c.s. betwistte het spoedeisend belang, ontkende inbreuk en voerde nietigheid van de octrooien aan. In reconventie stelde zij dat Climalux c.s. een NDA had geschonden en zich schuldig had gemaakt aan onrechtmatig “wapperen”. De voorzieningenrechter wees de vorderingen in conventie af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Hoewel dit in beginsel wordt aangenomen bij voortdurende inbreuk, kan gebrek aan voortvarendheid dit ontkrachten. In dit geval zat er ruim drie jaar tussen het eerste inbreukvermoeden (2022) en de dagvaarding (2025). Climalux c.s. had al vroeg aanwijzingen voor betrokkenheid van Food Autonomy c.s. en beschikte over voldoende informatie om eerder op te treden. Ook na latere onderzoeksstappen, zoals het Higtec-rapport (september 2024), volgde nog aanzienlijke vertraging. Voor het Nederlandse octrooi was aanvullend technisch onderzoek bovendien niet noodzakelijk.
Daarom ontbrak spoedeisend belang en kwam de rechter niet toe aan inhoudelijke beoordeling van inbreuk of geldigheid. In reconventie oordeelde de rechter dat geen sprake was van schending van de NDA. Toegepast werd de Haviltex-maatstaf: doorslaggevend was wat partijen redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Gezien de rol van NGES als octrooihouder, diens betrokkenheid bij de bespreking en het doel van de NDA (beoordeling van mogelijke inbreuk op EP 926), mocht Climalux c.s. de verkregen informatie met NGES delen en gebruiken voor handhaving. Het gebruik bleef bovendien beperkt tot onderbouwing van EP 926. Van schending van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen was evenmin sprake. Het gevorderde wapperverbod werd afgewezen. Climalux c.s. had uitsluitend [bedrijf] benaderd, die nauw betrokken was bij de ontwikkeling van de LEDFan en bekend was met de relevante octrooien. Niet aannemelijk was dat andere afnemers waren benaderd of dat sprake was van misleidende of onrechtmatige mededelingen. In conventie werd Climalux c.s. veroordeeld in de proceskosten van Food Autonomy c.s. (€ 41.714, art. 1019h Rv). In reconventie werd Food Autonomy c.s. veroordeeld tot betaling van € 553,50 volgens het liquidatietarief. Beide veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
5.6. De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Zulks hangt af van de omstandigheden van het geval.
5.10.Omdat Climalux c.s. naar eigen zeggen met de verkregen informatie uit de bijeenkomst van 17 november 2023 haar stellingen nog niet voldoende kon onderbouwen in een procedure, heeft zij op basis van die informatie een 3D CAD-model (computermodel) laten maken. Volgens Climalux c.s. was dit model eind januari 2024 gereed. Met behulp van dat model heeft Climalux c.s. Higtec opdracht gegeven het Higtec-rapport te maken, dat werd afgerond op 23 september 2024. Dit lange tijdsverloop tussen het maken van het CAD-model en de afronding van het Higtec-rapport is tijdens de mondelinge behandeling door Climalux c.s. verklaard als gevolg van een enkele malen gewijzigde vraagstelling van Climalux c.s. waardoor de rapportage moest worden aangepast.
5.13. Als Climalux c.s. werkelijk een spoedeisend belang zou hebben bij het verkrijgen van een voorlopige voorziening, mag van haar worden verwacht dat zij met meer voortvarendheid te werk was gegaan. Nadat het haar al bijna twee jaar had gekost om de benodigde aanvullende informatie over de werking van de LEDFan te verkrijgen, had zij meer druk kunnen zetten op de verkrijging van het CAD-model en de analyse in het Higtec-rapport. Als dat niet sneller had gekund, had zij toch tenminste kort na ontvangst van dat rapport een dagvaarding moeten uitbrengen. Ook toen heeft zij nog een half jaar gedraald.
5.14. Het voorgaande geldt voor het beroep op EP 926 maar nog sterker voor NL 116. Conclusie 1 van NL 116 kent minder kenmerken. Het bewijs dat Climalux c.s. beoogde te verkrijgen met het Higtec-rapport, was voor het beroep op conclusie 1 van NL 116 niet nodig. Voor haar stelling dat de LEDFan inbreuk maakt op NL 116 had Climalux c.s. in 2022 dus al alle informatie tot haar beschikking waarmee zij die stelling nu heeft onderbouwd.
5.16. Nu geoordeeld wordt dat Climalux c.s. onvoldoende spoedeisend belang heeft bij een voorlopige maatregel, komt de voorzieningenrechter niet toe aan een beoordeling van de vraag of Food Autonomy c.s. inbreuk maakt op EP 926 en NL 116. Evenmin komt de voorzieningenrechter toe aan de beoordeling van het verweer van Food Autonomy c.s. dat de octrooien in een bodemprocedure aan vernietiging bloot zullen staan wegens een gebrek aan nieuwheid en inventiviteit. De vorderingen van Climalux c.s. in conventie zullen geheel worden afgewezen.