Gepubliceerd op dinsdag 7 juli 2026
IEF 23665
Rechtbank Den Haag ||
12 jun 2026,
Rechtbank Den Haag 12 jun 2026,, IEF 23665; ECLI:NL:RBDHA:2026:16624 ((Philips ten verzoeke van [gerekwestreerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/philips-krijgt-ex-parte-ie-maatregelen-tegen-oneblade-inbreuk

Philips krijgt ex parte IE-maatregelen tegen OneBlade-inbreuk

Rb. Den Haag 12 juni 2026, IEF 23665; ECLI:NL:RBDHA:2026:16624 (Philips ten verzoeke van [gerekwestreerde]). In deze ex parte‑verzoekschriftprocedure op grond van artikel 1019e Rv wijst de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag het door Philips gevraagde stakingsbevel toe en wijst hij een aantal aanvullende verzoeken gedeeltelijk af. Philips verzoekt onmiddellijke maatregelen tegen [gerekwestreerde], tevens handelend onder [handelsnaam] LTD, wegens gestelde inbreuk op haar Uniemerkrechten en het OneBlade‑model. Volgens Philips worden via online platforms producten aangeboden die inbreuk maken op haar IE‑rechten en is een onmiddellijke voorziening noodzakelijk om verdere verhandeling te voorkomen.

De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang en de gestelde inbreuk voorshands voldoende aannemelijk. [gerekwestreerde] wordt bevolen om binnen 48 uur na betekening van de beschikking iedere inbreuk op de IE‑rechten van Philips in Nederland te staken en gestaakt te houden. Het verbod ziet daarbij op alle inbreukmakende handelingen, waaronder vervaardigen, inkopen, invoeren, aanbieden, promoten, in de handel brengen, uitvoeren en anderszins verhandelen van de inbreukmakende producten. Dit bevel wordt versterkt met een dwangsom van € 1.000 per dag dat [gerekwestreerde] in strijd handelt met het verbod, met een maximum van € 100.000. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, zodat het stakingsbevel direct ten uitvoer kan worden gelegd. Naast het stakingsbevel wijst de voorzieningenrechter verschillende beslag‑ en bewijsmaatregelen toe, waaronder bewijsbeslag, monsterneming, beschrijving, beslag tot afgifte en verhaalsbeslag. Een aantal overige, verdergaande of anders geformuleerde verzoeken wordt afgewezen omdat daarvoor onvoldoende aanleiding bestaat, een toereikende wettelijke grondslag ontbreekt of het verzoek onvoldoende concreet is onderbouwd. Philips krijgt daarmee zowel het gevraagde onmiddellijke verbod (stakingsbevel met dwangsom) als diverse aanvullende beslag‑ en bewijsmaatregelen, maar niet alle verzochte voorzieningen in volle omvang. Ten slotte bepaalt de voorzieningenrechter, overeenkomstig artikel 1019i Rv, dat Philips binnen zes maanden na de datum van de beschikking een hoofdzaak aanhangig moet maken.

2.1. Voorshands oordelend bestaat geen reden aan de geldigheid van de door verzoekster ingeroepen rechten te twijfelen en is voldoende aannemelijk gemaakt dat gerekwestreerde inbreuk op die rechten maakt, althans dat de voor artikel 194 lid 1 Rv vereiste rechtsbetrekking bestaat, om de toe te wijzen maatregelen te rechtvaardigen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit voorlopige oordeel waar het een beslag, monsterneming en/of beschrijving betreft slechts na summier onderzoek tot stand is gekomen waarbij (in dit geval) alleen de verzoeker is gehoord. De drempel om een beslagverlof af te geven is in het algemeen relatief laag.