6 jul 2026,
Rb. Amsterdam: geen voorzieningen voor toegang tot bedrijfssystemen en gebruik merknaam Coconaut
Rb. Amsterdam 12 juni 2026, IEF 23661; ECLI:NL:RBAMS:2026:6427 (NoNonz tegen [gedaagden]). In deze zaak tussen NoNonz en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] (samen: [gedaagden]) staat de vraag centraal of [gedaagden] in kort geding kunnen worden verplicht volledige toegang te verschaffen tot de digitale bedrijfssystemen van NoNonz, de volledige bedrijfsadministratie af te geven en zich te onthouden van het handelen namens NoNonz of het gebruik van de merknaam Coconaut(drinks). De voorzieningenrechter oordeelt dat NoNonz haar vorderingen onvoldoende heeft onderbouwd en wijst deze volledig af. NoNonz exploiteert onder meer de drank Coconaut op basis van een licentie. De aandelen in NoNonz worden gehouden door twee persoonlijke holdings, die ieder 50% van de aandelen bezitten en ook bestuurder zijn. Sinds halverwege 2024 is de samenwerking tussen de indirect bestuurders ernstig verstoord. [gedaagde 1] liet zich op 7 april 2025 met terugwerkende kracht per 31 december 2024 uitschrijven als bestuurder in het handelsregister van de KvK. Partijen probeerden hun geschil onder meer met een uitkoop op te lossen, maar dat lukte niet. Volgens NoNonz heeft [gedaagde 1] zich zonder besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders als bestuurder uitgeschreven. Ook zouden [gedaagden] buiten medeweten van NoNonz Coconaut hebben verkocht, voorraad en administratie hebben achtergehouden en klanten van NoNonz hebben benaderd. Volgens NoNonz heeft zij sinds november 2024 bovendien geen toegang meer tot haar digitale bedrijfsomgeving, waaronder Google Workspace, Shopify, Zoho en de bijbehorende domeinnaam. Daarom vordert zij toegang tot de bedrijfssystemen, afgifte van de administratie en een verbod om namens NoNonz of onder de merknaam Coconaut op te treden. [gedaagden] betwisten deze verwijten. Volgens hen is juist de andere aandeelhouder verantwoordelijk voor het buitensluiten van [gedaagden] uit de onderneming. Volgens [gedaagde 1] liet zij zich als bestuurder uitschrijven omdat zij geen zicht meer had op de bedrijfsvoering en niet aansprakelijk wilde zijn voor vermeende privéonttrekkingen. Verder beroept [gedaagde 1] zich op een overeenkomst waarin is afgesproken dat haar aandelen zouden worden overgenomen tegen betaling van € 30.000, waarna de toegang tot de onderneming zou worden overgedragen. [gedaagden] stellen bovendien niet over de gevorderde bedrijfssystemen of administratie te beschikken en ontkennen nog namens NoNonz of onder het merk Coconaut te handelen.
Ten aanzien van de gevorderde toegang tot de digitale bedrijfssystemen overweegt de voorzieningenrechter dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagden] daadwerkelijk beschikken over de systemen waartoe NoNonz toegang verlangt. Daarbij weegt mee dat NoNonz stelt al geruime tijd geen toegang meer te hebben, terwijl zij pas veel later tot sommatie is overgegaan. Uit de overgelegde stukken blijkt ook niet dat [gedaagden] exclusieve controle hebben over de genoemde systemen. Wel heeft [gedaagde 1] een andere domeinnaam geregistreerd, maar NoNonz heeft onvoldoende toegelicht waarom overdracht daarvan kan worden gevorderd. De voorzieningenrechter wijst die vordering daarom af. Ook de vordering tot afgifte van de bedrijfsadministratie slaagt niet. NoNonz heeft aangevoerd dat administratie ontbreekt over transacties en voorraadmutaties, maar tijdens de mondelinge behandeling is toegelicht dat de ontvangen administratie nog wordt verwerkt. Pas daarna zal duidelijk worden welke stukken eventueel ontbreken. Nu [gedaagden] bovendien betwisten dat zij nog over aanvullende administratie beschikken en de gevorderde afgifte onvoldoende concreet is omschreven, bestaat geen aanleiding de gevraagde voorziening toe te wijzen. Ook het gevorderde verbod om namens NoNonz op te treden of de merknaam Coconaut(drinks) te gebruiken wijst de voorzieningenrechter af. Aan de uitschrijving van [gedaagde 1] als bestuurder lag geen besluit van de algemene vergadering ten grondslag. Daarom moet er in dit kort geding van worden uitgegaan dat [gedaagde 1] nog steeds bestuurder van NoNonz is. Voor een verbod om als bestuurder namens de vennootschap op te treden bestaat daarom geen rechtsgrond. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk geworden dat [gedaagden] na de uitschrijving van [gedaagde 1] nog namens NoNonz hebben gehandeld of de merknaam Coconaut buiten de vennootschap hebben gebruikt. Ook die vordering wijst de voorzieningenrechter af. De voorzieningenrechter merkt ten slotte op dat beide aandeelhouders en bestuurders elkaar verwijten informatie achter te houden, terwijl zij gezamenlijk verantwoordelijk blijven voor de onderneming. In het belang van NoNonz zullen zij alle relevante informatie met elkaar moeten delen om hun samenwerking zorgvuldig af te wikkelen. Omdat NoNonz in het ongelijk is gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
4.4. De voorzieningenrechter overweegt tot slot het volgende. Uit het dossier blijkt dat [gedaagde 2] en [naam 1] elkaar over en weer verwijten bepaalde stukken achter te houden. Zij zijn ieder via hun persoonlijke holding 50% aandeelhouder en de voorzieningenrechter houdt het ervoor dat zij beiden ook nog (indirect) bestuurder zijn. Dat betekent dat zij samen verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen van NoNonz. In dat kader zullen zij – in het belang van NoNonz – alle relevante informatie met elkaar moeten delen. Dat draagt er ook aan bij dat de helderheid ontstaat die nodig is voor een goede afwikkeling van de samenwerking. De voorzieningenrechter spreekt de hoop uit dat partijen die afwikkeling ter hand nemen en niet nogmaals de juridische route bewandelen.