19 okt 2026,
Rb. Den Haag: EvolutionRE maakt merkinbreuk op EVOLUTIQ
Rb. Den Haag 19 oktober 2026, IEF 23964; ECLI:NL:RBDHA:2026:30863 (Evolutiq tegen EvolutionRE). In deze zaak oordeelt de voorzieningenrechter dat EvolutionRE met het gebruik van haar naam inbreuk maakt op het Uniewoordmerk EVOLUTIQ. Beide ondernemingen zijn actief in de vastgoedsector en bieden diensten aan op het gebied van vastgoedontwikkeling en -beheer. Evolutiq stelt dat het gebruik van het teken EvolutionRE verwarringsgevaar oplevert in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo. De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van een sterke visuele overeenstemming tussen EVOLUTIQ en EvolutionRE, omdat het voor de totaalindruk bepalende begin ‘EVOLUTI’ volledig overeenstemt. De auditieve overeenstemming is daarentegen gering en een begripsmatige vergelijking is niet mogelijk. Gelet op de sterke visuele overeenstemming, de identieke diensten en het gemiddelde aandachtsniveau van het relevante publiek is volgens de voorzieningenrechter sprake van verwarringsgevaar. EvolutionRE voert aan dat het gemeenschappelijke element ‘EVOLUTI’ beschrijvend is voor vastgoedontwikkeling, waardoor het merk slechts een beperkte beschermingsomvang zou hebben. Dit verweer slaagt niet.
Volgens de voorzieningenrechter moet het beschrijvende karakter worden beoordeeld aan de hand van de diensten waarvoor het merk is ingeschreven, waaronder diensten op het gebied van onroerend goed en financiële zaken. Dat beide ondernemingen zich feitelijk bezighouden met vastgoedontwikkeling, betekent niet dat ‘ontwikkeling’ een kenmerk is van de ingeschreven diensten. Het relevante publiek zal het woord ‘evolutie’ bovendien niet zonder nadenken direct als een beschrijving van deze diensten begrijpen. De voorzieningenrechter concludeert dat EVOLUTIQ van huis uit onderscheidend vermogen heeft en dat het gebruik van EvolutionRE verwarringsgevaar oplevert. EvolutionRE moet binnen twee maanden na betekening van het vonnis het inbreukmakende gebruik binnen de Europese Unie staken, op straffe van een dwangsom van € 2.500 per dag met een maximum van € 75.000. Daarnaast wordt EvolutionRE veroordeeld in de proceskosten van € 19.069,32.
4.8. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat tussen het Merk en het Teken sprake is van een sterke mate van visuele overeenstemming. Het voor het totaalbeeld meest bepalende begin van beide woorden stemt volledig overeen, EVOLUTI. Het laatste gedeelte van Merk en Teken verschilt, namelijk ‘Q’ tegenover ‘ONRE’. Hoewel de letters ‘RE’ in het Teken dikgedrukt of in hoofdletters wordt weergegeven, is het relevante publiek geneigd meer aandacht op het begin van een teken te richten, onder meer omdat van links naar rechts wordt gelezen.
4.9. De mate van auditieve overeenstemming tussen Merk en Teken is naar voorlopig oordeel gering. In de eerste plaats bestaat het Merk uit vier lettergrepen, tegenover zes lettergrepen van het Teken. Doordat het Merk op een Nederlandstalige manier wordt uitgesproken en het Teken in het Engels, verschillen de eerste en derde lettergreep ‘E-VO-LU’ auditief van elkaar. Ook het laatste gedeelte verschilt auditief duidelijk van elkaar (‘TIQ’ tegenover ‘TIONRE’). Het antwoord op de vraag of het relevante publiek de laatste twee lettergrepen van het Teken (‘RE’) zal uitspreken als ‘erry’ of ‘R.E.’ is in dit kader niet relevant, omdat beide manieren resulteren in een duidelijk fonetisch verschil, nu die lettergrepen in het Merk geheel ontbreken.
4.10. Een begripsmatige vergelijking tussen Merk en Teken kan niet worden gemaakt, nu Evolutiq noch EvolutionRE een op zichzelf staande begripsmatige betekenis heeft.
4.11. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de voorgaande bevindingen reeds voldoende om te kunnen concluderen dat er verwarringsgevaar te duchten is, namelijk dat sprake is van:
- een sterke overeenstemming tussen het Merk en Teken in visueel opzicht en een geringe overeenstemming in auditief opzicht,
- identieke diensten waarvoor het Merk is ingeschreven en het Teken worden gebruikt en
- een gemiddeld aandachtsniveau van het relevante publiek.
4.15 Uit het voorgaande volgt dat het Teken naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zodanig overeenstemt met het Merk dat hierdoor bij het in aanmerking komende publiek verwarring kan ontstaan in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo. Het Merk heeft immers van huis uit onderscheidend vermogen. Daarbij komt dat enige mate van overeenstemming tussen Merk en Teken al voldoende is om bij het relevante publiek – met gemiddeld aandachtsniveau – verwarringsgevaar te veroorzaken nu sprake is van gebruik van het Teken voor identieke diensten als waarvoor het Merk is ingeschreven.