Gepubliceerd op dinsdag 30 juni 2026
IEF 23653
Rechtbank Overijssel ||
30 jun 2026,
Rechtbank Overijssel 30 jun 2026,, IEF 23653; ECLI:NL:RBOVE:2026:3650 (WAGO tegen Conex), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-overijssel-geen-auteursrechtelijke-bescherming-en-geen-slaafse-nabootsing-bij-wago-verbindingsklemmen

Rb Overijssel: geen auteursrechtelijke bescherming en geen slaafse nabootsing bij WAGO-verbindingsklemmen

Rb. Overijssel 17 juni 2026, IEF 23653; ECLI:NL:RBOVE:2026:3650 (WAGO tegen Conex). In deze zaak tussen WAGO en Conex staat de vraag centraal of de verbindingsklemmen van WAGO auteursrechtelijke bescherming genieten en of Conex door de verhandeling van vergelijkbare verbindingsklemmen inbreuk maakt op die auteursrechten dan wel onrechtmatig handelt door slaafse nabootsing. Daarnaast moet de rechtbank beoordelen of WAGO voor een deel van haar vorderingen geen beroep meer kan doen op haar gestelde rechten vanwege een eerdere toezegging aan Conex. De rechtbank wijst alle vorderingen af. WAGO ontwikkelt en verkoopt verbindingsklemmen voor elektrotechnische installaties. Nadat zij Conex in 2023 had gesommeerd de verkoop van volgens haar inbreukmakende verbindingsklemmen te staken, zegde Conex toe een aantal productseries definitief uit de handel te nemen. Daarbij kondigde Conex aan voor één serie een aangepast ontwerp op de markt te brengen. WAGO liet daarop weten het geschil ten aanzien van de betreffende serienummers te laten rusten, mits Conex deze producten niet langer zou verhandelen. Tegelijkertijd maakte WAGO duidelijk dat de aangekondigde wijzigingen volgens haar slechts minimale verschillen opleverden en dat zij zich het recht voorbehield opnieuw rechtsmaatregelen te treffen wanneer Conex de betreffende producten toch weer zou aanbieden. Nadat WAGO in 2025 opnieuw meende dat sprake was van inbreuk, startte zij deze procedure. De rechtbank verwerpt het meest verstrekkende verweer van Conex slechts gedeeltelijk. Uit de correspondentie volgt volgens de rechtbank dat WAGO alleen had toegezegd het geschil te laten rusten wanneer de betreffende producten daadwerkelijk van de markt zouden verdwijnen. Conex mocht daaruit niet afleiden dat ook licht gewijzigde versies onder die toezegging vielen, omdat WAGO uitdrukkelijk had laten weten de aangekondigde wijzigingen onvoldoende te vinden. Vast staat dat Conex de CH21-serie in gewijzigde vorm opnieuw op de markt heeft gebracht, zodat de toezegging daarvoor niet geldt. Voor de overige productseries heeft WAGO echter onvoldoende onderbouwd dat deze na de toezegging nog zijn verhandeld. Daarom kan WAGO voor die producten geen aanspraken meer geldend maken. De rechtbank beoordeelt de verschillende verbindingsklemmen vervolgens inhoudelijk gezamenlijk, omdat dat uit praktisch oogpunt het meest doelmatig is. Bij de beoordeling van het auteursrecht stelt de rechtbank voorop dat verbindingsklemmen gebruiksvoorwerpen zijn. Ook dergelijke producten kunnen auteursrechtelijke bescherming genieten, maar alleen wanneer de vormgeving de uitdrukking vormt van vrije en creatieve keuzes die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelen. Daarbij mogen creatieve keuzes niet worden verondersteld; zij moeten concreet kunnen worden aangewezen. Dat een product esthetisch aantrekkelijk oogt of dat verschillende vormgevingsmogelijkheden bestaan, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank sluit daarmee aan bij de recente rechtspraak van het Hof van Justitie over werken van toegepaste kunst. Volgens de rechtbank heeft WAGO onvoldoende duidelijk gemaakt welke concrete onderdelen van haar verbindingsklemmen voortvloeien uit creatieve keuzes. WAGO beroept zich op auteursrecht voor de verbindingsklemmen als geheel en noemt per serie verschillende uiterlijke kenmerken, maar licht niet toe welke daarvan een eigen intellectuele schepping vormen.

Ook kan WAGO niet aangeven welke wijzigingen een concurrent zou moeten aanbrengen om voldoende afstand tot haar producten te bewaren. Daardoor blijft onduidelijk op welke bestanddelen de gestelde auteursrechtelijke bescherming precies ziet. Dat gebrek aan afbakening komt volgens de rechtbank voor rekening van WAGO, omdat voor concurrenten kenbaar moet zijn welke elementen beschermd zouden zijn. Daar komt bij dat de rechtbank de vormgeving van de verbindingsklemmen grotendeels technisch en functioneel bepaald acht. Zij schetst de ontwikkeling van verbindingsklemmen van porseleinen lasdoppen naar compacte transparante kunststofklemmen en wijst erop dat veiligheid, bruikbaarheid, beschikbare inbouwruimte en technische eisen de vormgeving in belangrijke mate bepalen. Conex heeft bovendien per type verbindingsklem gemotiveerd uiteengezet waarom de door WAGO genoemde uiterlijke kenmerken technisch zijn ingegeven. WAGO heeft die toelichting volgens de rechtbank onvoldoende weersproken. Dat er nog enige vrije vormgevingsruimte bestaat, bijvoorbeeld voor kleurgebruik of kleine uiterlijke details, betekent nog niet dat sprake is van creatieve keuzes die auteursrechtelijke bescherming rechtvaardigen. WAGO heeft onvoldoende toegelicht waarin het unieke karakter van haar vormgeving schuilt, hoe haar producten zich onderscheiden van het bestaande vormgevingserfgoed en waarom juist haar verbindingsklemmen aanspraak kunnen maken op een auteursrechtelijk monopolie. Ook haar verwijzing naar een "trendsettend" en "modern slank design" acht de rechtbank daarvoor te algemeen en onvoldoende concreet. De verwijzing van WAGO naar een Duits vonnis leidt evenmin tot een ander oordeel. Dat vonnis ziet op modelrechtelijke bescherming en niet op auteursrecht. Volgens de rechtbank verschillen beide beschermingsregimes wezenlijk van elkaar. Dat een product voor modelrechtelijke bescherming in aanmerking komt, betekent niet dat ook aan de strengere eisen voor auteursrechtelijke bescherming is voldaan. Omdat WAGO niet aannemelijk heeft gemaakt welke creatieve bestanddelen beschermd zijn, kan bovendien niet worden vastgesteld dat Conex dergelijke creatieve elementen herkenbaar heeft overgenomen. Zelfs wanneer enige auteursrechtelijke bescherming zou worden aangenomen, is daarom geen sprake van auteursrechtinbreuk. De overeenkomsten tussen de producten vloeien volgens de rechtbank vooral voort uit hun technische functie. Slechts bij twee kroonklemmen is een verdergaande gelijkenis zichtbaar, maar ook dat leidt niet tot een ander oordeel, omdat WAGO geen beschermde creatieve bestanddelen heeft aangewezen en deze producten bovendien onder de eerdere toezegging vallen. Ook het beroep op slaafse nabootsing slaagt niet. De rechtbank benadrukt dat het nabootsen van een product in beginsel is toegestaan wanneer daarop geen absoluut intellectueel eigendomsrecht rust. Alleen wanneer een product een eigen gezicht op de relevante markt heeft én nodeloos verwarringsgevaar ontstaat, kan sprake zijn van onrechtmatig handelen. Hoewel aannemelijk is dat WAGO een sterke marktpositie heeft opgebouwd, betekent dat volgens de rechtbank niet dat haar verbindingsklemmen daardoor ook een eigen gezicht op de markt hebben. WAGO heeft onvoldoende onderbouwd dat haar verschillende productseries zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheiden van andere verbindingsklemmen. Integendeel, uit het dossier blijkt dat meerdere producenten vergelijkbare slanke verbindingsklemmen aanbieden en dat dergelijke producten vanwege hun beperkte afmetingen en technische functie noodzakelijkerwijs veel overeenkomsten vertonen. Dat WAGO marktleider is en veel reclame maakt voor haar producten, maakt dit niet anders. Nu een eigen gezicht op de markt ontbreekt, strandt ook het beroep op slaafse nabootsing. De rechtbank wijst alle vorderingen van WAGO af en veroordeelt haar in de proceskosten.

5.28. Het hof heeft ook prejudiciële vragen beantwoord met betrekking tot de vraag op welke wijze inbreuk op een auteursrecht moet worden vastgesteld. Volgens het hof dient te worden bepaald of ‘creatieve elementen van het beschermde werk’, waaronder mede begrepen creatieve ‘schikkingen’ van reeds ‘beschikbare vormen’, ‘op een herkenbare manier zijn overgenomen in het vermeend inbreukmakende voorwerp. Vergelijking van de door elk van de conflicterende voorwerpen gewekte algemene indruk kan volgens het hof niet doorslaggevend zijn, ‘aangezien dit criterium geldt voor de bescherming van modellen’. Dat leidt ertoe dat moet worden bepaald wat de auteursrechtelijk beschermde bestanddelen van de WAGO-verbindingsklemmen zijn en of deze op herkenbare wijze zijn overgenomen in de verbindingsklemmen die Conex verhandelt. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld wat de auteursrechtelijke beschermde bestanddelen van de WAGO-klemmen zijn. Dat Conex klemmen verhandelt waarin de creatieve elementen op herkenbare manier zijn overgenomen, is daarom evenmin gebleken.

5.35. De rechtbank stelt voorop dat van verwarring ten aanzien van een nagebootst product pas sprake kan zijn als dat product een “eigen gezicht” heeft op de relevante markt, dat wil zeggen: zich in uiterlijke verschijningsvorm onderscheidt van andere, gelijksoortige producten op de markt. Uit hetgeen WAGO heeft aangevoerd is aannemelijk dat zij een goede positie op de markt heeft verworven. Dat betekent echter niet dat haar verbindingsklemmen ook een eigen gezicht hebben op de relevante markt. Zoals uit het voorgaande kan worden afgeleid, hebben de WAGO-klemmen geen eenduidig herkenbaar uiterlijk dat de klemmen van WAGO kenbaar onderscheidt van klemmen van andere producenten. De algemene stellingen van WAGO dat de verschillende verbindingsklemmen zich onderscheiden in uiterlijke verschijningsvormen van andere producten in de markt voor verbindingsklemmen en dat WAGO het bekendste merk is, zijn verder niet onderbouwd en volstaan daarom niet. Zoals Conex gemotiveerd heeft betoogd en WAGO onvoldoende heeft weerlegd, zijn partijen niet de enige aanbieders van verbindingsklemmen met een slank design. De verbindingsklemmen van de verschillende producenten lijken uit de aard van de zaak allemaal op elkaar. Daar komt bij dat verbindingsklemmen zeer klein van formaat zijn waardoor het lastig is om zich van andere gelijksoortige verbindingsklemmen te onderscheiden. Dat WAGO marktleider is en al jarenlang intensief reclame maakt voor haar producten, maakt niet dat er dan wel een eigen gezicht in de markt bestaat. Dat leidt ertoe dat ook het beroep op slaafse nabootsing faalt.