Gepubliceerd op maandag 9 maart 2026
IEF 23327
Rechtbank Amsterdam ||
4 feb 2026
Rechtbank Amsterdam 4 feb 2026, IEF 23327; ECLI:NL:RBAMS:2026:1555 (SDBN tegen X Corp c.s.), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-amsterdam-sdbn-voldoet-volgens-tussenuitspraak-niet-aan-ontvankelijkheidseisen-wamca

Rechtbank Amsterdam: SDBN voldoet volgens tussenuitspraak niet aan ontvankelijkheidseisen WAMCA

Rb. Amsterdam 4 februari 2026, IEF 23327; IEFbe 5126; ECLI:NL:RBAMS:2026:1555 (SDBN tegen X Corp c.s.). De Rechtbank Amsterdam oordeelt in deze tussenuitspraak dat Stichting Data Bescherming Nederland (SDBN) op basis van de huidige stand van de procedure niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard in haar collectieve vorderingen tegen X Corp c.s. over het gebruik van persoonsgegevens via MoPub-apps. Volgens de rechtbank is niet voldaan aan het representativiteitsvereiste van artikel 3:305a BW. Daarbij weegt mee dat SDBN zegt op te komen voor een zeer omvangrijke groep, die volgens de rechtbank in de praktijk ongeveer overeenkomt met vrijwel alle Nederlandse smartphonegebruikers in de relevante periode, terwijl zich slechts circa 11.000 personen via de website hebben aangemeld. Dat aantal acht de rechtbank, afgezet tegen een potentiële groep van ongeveer 11 miljoen personen, te gering om te kunnen aannemen dat sprake is van een voldoende echte en niet te verwaarlozen achterban. Ook acht de rechtbank van belang dat de website van SDBN geen volledig juist beeld gaf van de ingestelde procedure, omdat daar onvoldoende duidelijk werd gemaakt dat de zaak in wezen betrekking heeft op schadevergoeding wegens gegevensverwerkingen uit het verleden, uitsluitend tegen X Corp c.s., en niet op het afdwingen van toekomstig gedrag van “Twitter en andere bedrijven”.

Daarnaast is volgens de rechtbank niet voldaan aan het vereiste dat de vorderingen strekken tot bescherming van gelijksoortige belangen die zich lenen voor bundeling in één collectieve procedure. SDBN baseert haar vorderingen op gegevensverwerkingen via ruim 30.000 apps die gebruikmaakten van de MoPub-SDK, maar volgens de rechtbank verschillen per app en per gebruiker onder meer de wijze van gegevensverzameling, de concrete gegevensverwerkingen, de configuratie van de software en de manier waarop toestemming is gevraagd. Daardoor kan niet zonder nadere individualisering in één procedure efficiënt en effectief worden beoordeeld of sprake was van onrechtmatige gegevensverwerking en schade. De rechtbank concludeert daarom dat SDBN op grond van de ontvankelijkheidseisen van de WAMCA niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. Een definitieve beslissing daarover neemt zij echter nog niet: eerst mogen partijen zich uitlaten over het voornemen van de rechtbank om de zaak aan te houden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen van de rechtbank Rotterdam over artikel 80 AVG en de toelaatbaarheid van dergelijke collectieve vorderingen.

5.8.

De rechtbank gaat er bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van SDBN (en de door haar ingestelde vorderingen) vooralsnog vanuit dat de ontvankelijkheidsvereisten in de WAMCA onverkort gelden.

5.9.

SDBN zet zich in voor privacybescherming. Dat is een nobel doel en de rechtbank is ervan overtuigd dat SDBN – in het bijzonder haar voorzitter die ter zitting ook het woord heeft gevoerd – zich daadwerkelijk en oprecht zorgen maakt over de verwerking van persoonsgegevens.

5.10.

SDBN stelt op te treden voor een grote groep gedupeerden en met deze zaak te willen afdwingen dat X Corp en andere bedrijven eerlijk omgaan met persoonlijke gegevens. X Corp c.s. betwisten dat dit de daadwerkelijke inzet van deze procedure is en stellen dat het “alleen maar om geld” (voor de procesfinancier) gaat.

5.11.

Toetsing aan de ontvankelijkheidseisen (in het bijzonder het representativiteitsvereiste en de het gelijksoortigheidsvereiste) brengt de rechtbank tot het oordeel dat voor een massaclaim zoals die door SDBN (en haar adviseurs) is vormgegeven de WAMCA (en overigens ook het tot 1 januari 2020 geldende collectieve-actierecht) niet is bedoeld. De door SDBN ingestelde vorderingen zijn niet de juiste manier om het doel te bereiken dat zij zegt met deze procedure na te streven.

5.12.

De rechtbank zegt hiermee niet dat X Corp c.s. en andere (tech)bedrijven niet eerlijk(er) en transparant(er) moeten (blijven) omgaan met persoonlijke gegevens, maar de vraag of X Corp c.s. (althans MoPub) in de Relevante Periode de privacyrechten van de miljoenen gebruikers van ruim 30.000 apps hebben geschonden door het verzamelen en delen van persoonsgegevens met derden, zoals SDBN betoogt, kan niet in deze procedure worden beoordeeld.