Rechtbank Frankfurt verduidelijkt wanneer AI-gegenereerde afbeeldingen auteursrechtinbreuk opleveren
Generatieve AI maakt het eenvoudig om bestaande foto's als uitgangspunt te nemen voor nieuwe afbeeldingen. Daarmee rijst een fundamentele vraag: wanneer levert een met AI gegenereerde afbeelding een auteursrechtelijke bewerking van de oorspronkelijke foto op? En wanneer is de afstand tot het origineel zo groot geworden dat van auteursrechtinbreuk geen sprake meer is?
Nadat het Hof Düsseldorf eerder dit jaar oordeelde dat een AI-afbeelding van een hond onder water geen inbreuk opleverde omdat alleen het onbeschermde motief was overgenomen, komt ook de Rechtbank Frankfurt tot een vergelijkbaar oordeel. In haar uitspraak van 27 mei 2026 bevestigt zij dat het gebruik van AI geen afwijkend toetsingskader vereist: doorslaggevend blijft de vraag of wel of geen beschermde creatieve trekken zijn overgenomen. Wel kan het gebruik van AI bewijsrechtelijke vragen oproepen, met name hoe kan worden aangetoond dat een beschermde afbeelding daadwerkelijk als input voor een AI-systeem is gebruikt. Daarbij wordt uitdrukkelijk niet ingegaan op de vraag of die invoering op zichzelf een auteursrechtelijk relevante handeling oplevert.
Dit is een preview. Het volledige artikel is nu beschikbaar op www.AI-Forum.nl.
De feiten
De procedure in kwestie speelt tussen twee ondernemingen die via eBay vrijwel identieke kabelwartels voor zonnepanelen verkopen. Eiser stelt dat verweerster de productfoto's van eiser met behulp van ChatGPT heeft nagebootst en vervolgens voor haar eigen productpagina heeft gebruikt. Het gaat daarbij om (i) een zelfgemaakte foto op een dak en (ii) een in een tekenprogramma gegenereerde CAD-afbeelding.
Volgens eiser vertonen de afbeeldingen zodanige overeenkomsten dat sprake moet zijn van auteursrechtinbreuk. Ter onderbouwing heeft hij zijn eigen foto in ChatGPT ingevoerd en vastgesteld dat daarmee een resultaat kan worden gegenereerd dat sterk lijkt op de afbeelding van verweerster. Verweerster betwist niet dat haar foto’s met behulp van AI zijn gegenereerd, maar wel dat daarbij de foto’s van eiser als input zouden zijn gebruikt. Volgens haar zijn de betwiste afbeeldingen gebaseerd op eigen productfoto's, die zij in de procedure heeft overgelegd. Daarnaast stelt zij dat de productafbeeldingen voldoende van elkaar verschillen en dat de foto's van eiser, voor zover daarop al auteursrecht rust, niet zodanig zijn overgenomen dat sprake is van auteursrechtinbreuk.
De uitspraak
De rechtbank stelt verweerster in het gelijk en wijst alle vorderingen af.
Ten aanzien van de eerste foto kan niet worden bewezen dat verweerster een inbreukmakende handeling heeft verricht. De tweede afbeelding komt überhaupt niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking wegens gebrek aan originaliteit. Ook valt zij niet onder het specifieke beschermingsregime voor eenvoudige foto’s (art. 72 UrhG), omdat de CAD-afbeelding met behulp van een programma is gegenereerd en dus geen directe weergave is van een daadwerkelijke gebeurtenis.
Alleen creatieve keuzes genieten bescherming
De kern van de uitspraak ligt niet zozeer in het gebruik van AI, maar in de vraag welke elementen van een foto auteursrechtelijk beschermd zijn en of die elementen herkenbaar worden overgenomen. Daarbij sluit de rechtbank aan bij de inmiddels bekende maatstaf uit het Mio/Konektra-arrest van het Hof van Justitie. Bescherming strekt zich uitsluitend uit tot de vrije en creatieve keuzes waarin de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking komt. Het enkele onderwerp van een afbeelding of een technisch bepaald motief geniet als zodanig geen auteursrechtelijke bescherming (HvJ EU 4 december 2025, C-580/23).
Zoals gezegd mist de CAD-afbeelding auteursrechtelijke bescherming wegens gebrek aan originaliteit. Anders ligt dat bij de zelfgemaakte foto van eiser. Hoewel ook deze volgens de rechtbank onvoldoende oorspronkelijk is om als fotografisch werk te kwalificeren, geniet zij alsnog bescherming onder het Duitse regime voor eenvoudige foto's (art. 72 UrhG), een regeling die het Nederlandse auteursrecht niet kent. Deze bescherming is beperkter van omvang dan de bescherming van een oorspronkelijk werk. In de praktijk strekt zij zich uit tot identieke reproducties en lichte bewerkingen.
Volgens de rechtbank is over het algemeen geen sprake van een bewerking of transformatie als een generatieve AI, bijvoorbeeld gebaseerd op abstracte structurele kenmerken, "zelfstandig" een bestaande tekst [of afbeelding] genereert, tenzij de structurele kenmerken geheel of gedeeltelijk zijn overgenomen uit het origineel. Zolang de gegenereerde output voldoende afstand houdt, kan een auteursrechtelijke bewerking dus worden uitgesloten. In dit concrete geval is dat niet anders, des te meer omdat de beschermingsomvang van de foto van eiser maar beperkt is. Bij vergelijking van de afbeeldingen van eiser en gedaagde kan volgens de rechtbank niet worden aangenomen dat de originele afbeelding van eiser voldoende herkenbaar is in de afbeelding van gedaagde.
Is het gebruik van AI op zichzelf relevant?
De rechtbank past het bovengenoemde Mio/Konektra-criterium, opvallend genoeg, niet direct toe. Zij stelt allereerst niet te kunnen vaststellen dat verweerster de afbeeldingen van eiser als invoer voor een AI-systeem heeft gebruikt voor de creatie van nieuwe afbeeldingen (het ChatGPT-experiment van eiser treft geen doel, want dit levert geen hard bewijs op). Betekent dit dat het gebruik van een afbeelding als invoer in een AI-systeem op zichzelf zou kunnen meewegen in de beoordeling van auteursrechtinbreuk? Dat sluit niet zuiver aan bij het Mio/Konektra-arrest, waarin het Hof van Justitie benadrukt dat een afbeelding “in de vorm ervan” moet worden beoordeeld, oftewel de vorm waarin de creatieve keuzes tot uitdrukking komen (r.o. 73). De totstandkoming van de afbeelding weegt dus niet mee.
[...]
Interesse? De volledige analyse is vrij toegankelijk via ons proefabonnement.