Gepubliceerd op donderdag 22 oktober 2026
IEF 23953
Rechtbank Den Haag ||
20 okt 2026,
Rechtbank Den Haag 20 okt 2026,, IEF 23953; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]), https://ie-forum.nl/artikelen/uitlatingen-lokale-politicus-over-intenties-pretparkeigenaar-en-fictieve-omkoping-onrechtmatig-geen-slapp

Uitlatingen lokale politicus over intenties pretparkeigenaar en fictieve omkoping onrechtmatig; geen SLAPP

Rb. Den Haag 20 oktober 2026, IEF 23953; ECLI:NL:RBDHA:2026:30325 ([eiser] tegen [gedaagde]). In dit kort geding oordeelt de voorzieningenrechter over uitlatingen die een lokale politicus heeft gedaan over de ondernemer die een voormalige attractiepark heeft overgenomen. De politicus deed in een radio-interview (Rijnmond) en later een YouTube-interview (Pretparkuur) beschuldigingen dat de ondernemer een "spijkerharde speculant" zou zijn die het publiek misleidt en er puur op uit is om na de erfpachtperiode in 2030 peperdure woningen te bouwen, in plaats van het park voor kinderen te behouden. Daarnaast beschuldigde de politicus de ondernemer ervan dat hij twee lokale politieke partijen (Partij voor de Dieren en CDA) zou hebben omgekocht door elk een ton te doneren. De ondernemer vordert in kort geding rectificatie en een verbod. De politicus voert onder meer verweer dat de rechtbank onbevoegd zou zijn en dat sprake is van een SLAPP-vordering (Strategic Lawsuit Against Public Participation).

De voorzieningenrechter verwerpt dit verweer. De uitlatingen waren in Den Haag te beluisteren als schadebrengend feit en het betreft geen kennelijk ongegronde vordering. In de belangenafweging tussen vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM) en bescherming van de eer en goede naam (art. 8 EVRM) oordeelt de rechter dat de politicus de grens heeft overschreden. Hoewel politici in het publieke debat ruime vrijheid genieten, ontbreekt voor de beschuldigingen over de speculatieplannen en de vermeende omkoping iedere feitelijke grondslag. Sterker nog, de beschuldiging van omkoperij betreft een verdenking van een strafbaar feit. De vordering tot rectificatie wordt gedeeltelijk toegewezen; gedaagde moet op zijn eigen Instagram- en LinkedIn-kanalen een rectificatie plaatsen. Het gevorderde algemene verbod en de opgelegde dwangsommen worden afgewezen om het publieke debat niet onnodig te belemmeren. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.

4.7 De SLAPP-richtlijn is van toepassing op zaken met een grensoverschrijdend karakter. Als beide partijen en alle overige omstandigheden zich uitsluitend in één lidstaat bevinden/voordoen, is een zaak niet grensoverschrijdend en is de richtlijn niet van toepassing.2
De onderhavige procedure is niet grensoverschrijdend.

4.23 Alhoewel het betreffende stuk uit het radio-interview waar het hier om gaat, begint met de woorden “ik geloof er helemaal niets van” brengt [gedaagde] zijn daarop volgende uitlatingen als feiten en niet als zijn persoonlijke mening. [gedaagde] heeft geen feitelijke onderbouwing kunnen geven voor de uitlatingen inzake de peperdure woningen en de bedoelingen van [eiser] voor wat betreft de kinderen. Deze uitlatingen vormen de kern van het terechte verwijt dat [eiser] [gedaagde] maakt, namelijk dat hij de intenties en integriteit van [eiser] aanvalt en daarmee [eiser] in zijn eer en goede naam aantast. [eiser] wordt zonder feitelijke onderbouwing in een kwaad daglicht gesteld doordat hij ervan wordt beschuldigd geen eerlijke intenties te hebben met de kinderen in [plaats 1] en dat wordt onderstreept door de woorden dat [eiser] peperdure woningen op de grond wil bouwen. Dat dit gevolgen heeft voor de exploitatie van het pretpark, heeft [gedaagde] ook niet bestreden. Hij heeft slechts aangevoerd dat [eiser] niet zelf de eigenaar is van het pretpark, maar een vennootschap waarvan hij (mogelijk indirect) de aandelen houdt. Daardoor zou [eiser] zelf geen schade leiden door de uitlatingen. Aan dit laatste gaat de rechtbank voorbij. [eiser] en niet zijn vennootschap wordt door [gedaagde] aangesproken en het behoeft geen verdere toelichting dat [eiser] bij de exploitatie van het pretpark hinder ondervindt van de kwalijke gevolgen van de uitlatingen omdat hij in de pers wordt geïdentificeerd met het pretpark. Onder deze omstandigheden zijn de uitlatingen van [gedaagde] zoals aangehaald onder 4.15. onrechtmatig jegens [eiser] .

4.24 [gedaagde] heeft nog een beroep gedaan op artikel 22 Gemeentewet die hem volledige immuniteit geeft voor uitspraken die hij bij beraadslagingen tijdens gemeenteraadsvergaderingen heeft gedaan. Uitgangspunt is echter dat de immuniteit waarop [gedaagde] zich beroept, in principe alleen geldt voor uitlatingen tijdens een gemeenteraadsvergadering. Deze bescherming gaat niet zo ver gaat dat het onrechtmatige karakter van uitlatingen buiten vergadering die niet openbaar bestuurders betreffen kan worden opgeheven door dergelijke uitlatingen ook tijdens een vergadering van de gemeenteraad te doen.

4.25 De overige uitlatingen in het aangehaalde stuk van het interview zijn niet onrechtmatig. Dat [eiser] zijn sloopbedrijven inmiddels heeft verkocht, betekent niet dat het kwalijk is dat [gedaagde] nog naar dit bezit verwijst. Ook heeft [eiser] inmiddels een deel van de attracties die hij na zijn aankoop op het stuk grond aantrof, laten slopen. En niet in discussie is dat [eiser] een plek aan tafel wil als het gaat over de toekomst van het stuk grond.

(...) "Hij heeft daar [in [plaats 2] ] trouwens ook nog geprobeerd om politieke partijen om te kopen. Hij heeft de Partij voor de Dieren en CDA allebei een ton gedoneerd om hun stemgedrag te beïnvloeden."

4.27. In de conclusie van antwoord heeft [gedaagde] geschreven dat hij inziet dat zijn uitlatingen op dit punt niet volledig juist waren en dat [eiser] de bedragen niet heeft geschonken om het stemgedrag van de betreffende politieke partijen te beïnvloeden.
Door dit wel te beweren, terwijl een feitelijke grondslag ontbrak, heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. Hij beschuldigde [eiser] immers ten onrechte van ambtelijke omkoperij, een misdrijf waarop in het wetboek van Strafrecht een gevangenisstraf staat.