Gepubliceerd op maandag 12 juli 2021
IEF 20081
Rechtbank Midden-Nederland ||
7 jul 2021
Rechtbank Midden-Nederland 7 jul 2021, IEF 20081; (Multirisk tegen AVROTROS), https://ie-forum.nl/artikelen/uitzending-over-werkwijze-grondhandelaar-niet-onrechtmatig

Uitspraak ingezonden door Bertil van Kaam en Hanneke van Lith, Van Kaam.

Uitzending over werkwijze grondhandelaar niet onrechtmatig

Rechtbank Midden-Nederland 7 juli 2021, IEF 20081, IT 3589; HL ZA20-225 (Multirisk tegen AVROTROS) Op 5 maart 2019 heeft AVROTROS in het programma Opgelicht?! aandacht besteed aan de website www.makelaaringrond.nl en de heer P. Volgens eisers is de uitzending onrechtmatig en zij vorderen onder meer een aanzienlijke schadevergoeding en rectificatie. De rechtbank wijst alle vorderingen af. Het belang van AVROTROS weegt in dit geval zwaarder dan het belang van eisers. Daarvoor is het volgende redengevend. De kern van de uitzending is dat aanzienlijk veel contractanten van eisers ontevreden zijn en vraagtekens plaatsen bij de werkwijze van eisers. Dit is een misstand die aan de kaak mag worden gesteld en in zijn algemeenheid ook voldoende steun vindt in de feiten. Dat er niets aan de hand zou zijn zoals door eisers gesteld is een miskenning van deze feiten. Dat de opzet en de inleiding objectiever had gekund en op twee punten niet zorgvuldig is, maakt in het licht van het voorgaande niet dat de uitzending in het geheel onrechtmatig is. Het beroep van eisers op de journalistieke maatstaven van de Leidraad voor de Raad voor de Journalistiek maakt dit oordeel niet anders nu dit geen rechtens aan te leggen criterium is waaraan de rechter moet toetsen.

3.21. De kern van het op 5 maart 2019 uitgezonden item is dat een aanzienlijk aantal deelnemers in het project van MIG ontevreden is en vraagtekens zet bij de werkwijze van P. c.s.. Zo wordt onder meer de juistheid van de mededelingen over de te verwachten verkoop van gronden gemotiveerd in twijfel getrokken. Zoals hiervoor is overwogen (zie 3. 10) is dit een misstand die aan de kaak mag worden gesteld en is geoordeeld dat de uitlatingen over P. c.s. in zijn algemeenheid voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal (zie 3.12-3.15). Dat er niets aan de hand is, zoals P eigenlijk stelt, is een miskenning van deze feiten. Avrotros heeft P. c.s. uitgebreid de gelegenheid gegeven om te reageren. P. c.s. heeft inhoudelijk gezien volstaan met het toezenden van processtukken van de (toen nog lopende) bodemzaak. Avrotros had wellicht de inhoud van deze stukken als standpunt van P. c.s. kunnen meenemen in het item. Dat laat onverlet dat het standpunt van P. voldoende naar voren is gekomen doordat hij heeft meegewerkt aan het interview en daar uitgebreid aan het woord is geweest. Het had op zijn weg gelegen meer informatie te geven over de al dan niet gerealiseerde verkoop van gronden. Dit heeft hij om hem moverende redenen niet gedaan. Dit laatste is opmerkelijk, omdat P. in een van de door Avrotros overgelegde geluidfragmenten de indruk wekt tot in detail clergelijke infonnatie paraat te hebben:

X: "Dat jij al die prijzen uit je hoofd kent joh?"

P : "ja, 174 smaken. Zoveel is het ook weer niet. In feite ben ik met 174 smaken bezig. Zou toch wel ernstig wezen als je een ijscozaak hebt en je kan niet 174 smaken maken. En je recept niet uit je hoofd kent, op een gegeven momen[ na 5 jaar. Zou wel heel raar zijn."