Gepubliceerd op maandag 5 oktober 2026
IEF 23894
Unified Patent Court (UPC) ||
21 sep 2026,
Unified Patent Court (UPC) 21 sep 2026,, IEF 23894; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-verklaring-van-niet-inbreuk-voor-octrooiverlening-is-kwestie-van-ontvankelijkheid

UPC CoA: verklaring van niet-inbreuk vóór octrooiverlening is kwestie van ontvankelijkheid

UPC CoA 21 september 2026, IEF 23894; IEFbe 4334; UPC-CoA-90/2026 (OMNIA tegen Sidel). In deze zaak tussen OMNIA en Sidel staat de vraag centraal of bij het UPC een vordering tot verklaring van niet-inbreuk kan worden ingesteld voordat de betrokken Europese octrooien zijn verleend. OMNIA stelde op 3 maart 2026 bij de Centrale Divisie Parijs een vordering in tot verklaring dat haar Opera Omnia labelling module geen inbreuk maakt op EP 4 594 194 en EP 4 624 351. Beide octrooien waren op dat moment nog niet verleend. Sidel diende daarna opt-outverzoeken in en stelde in een preliminary objection dat het UPC niet bevoegd was van de vordering kennis te nemen. De Centrale Divisie verwierp dat bezwaar, waarna Sidel in hoger beroep ging.

Het Hof van Beroep oordeelt dat uit de Statement of claim blijkt dat OMNIA een verklaring van niet-inbreuk verlangde ten aanzien van de octrooien na hun verlening. De verwijzing naar de octrooiaanvragen beschreef slechts de status daarvan op het moment waarop de procedure werd gestart. Daarmee gaat het om een vordering tot verklaring van niet-inbreuk op octrooien als bedoeld in art. 32 lid 1 onder b UPCA. Dat de octrooien bij het instellen van de vordering nog niet waren verleend, maakt daarvan geen vordering betreffende octrooiaanvragen. Volgens het Hof is de beslissende vraag daarom niet of het UPC bevoegd is ten aanzien van verklaringen van niet-inbreuk op octrooiaanvragen, maar of een vordering tot verklaring van niet-inbreuk op een octrooi al vóór de verlening daarvan kan worden ingesteld. Dat is geen kwestie van bevoegdheid, maar van ontvankelijkheid. Een bezwaar tegen de ontvankelijkheid behoort niet tot de limitatief opgesomde bezwaren die via een preliminary objection op grond van R. 19 RoP kunnen worden aangevoerd. Of de vordering in dit geval mogelijk te vroeg is ingesteld, moet daarom in de verdere procedure worden beoordeeld. Ook de later ingediende opt-outs bieden Sidel geen soelaas. Onder art. 83 lid 3 UPCA kan niet meer worden geopteerd voor een opt-out wanneer al een procedure bij het UPC aanhangig is. De vordering van OMNIA dateert van 3 maart 2026, terwijl Sidel de opt-outs pas op 2 en 8 april 2026 indiende. De opt-outs zijn daarom niet effectief. Het Hof van Beroep verwerpt het hoger beroep.

46. The decisive question in this case is thus not whether the Court has competence to hear actions for declarations of non-infringement of patent applications, as asserted by Sidel, but whether an action for a declaration of non-infringement of a patent can be filed before its grant. That, however, is not a question of competence of the UPC but is a question of admissibility of the instituted claims.