2 sep 2026,
Verwarringsgevaar tussen PHI GROUP en PHIACADEMY; Gerecht bevestigt weigering Uniemerkaanvraag
Gerecht EU 2 september 2026, IEF 23789; ECLI:EU:T:2026:518 (RGCC Holdings AG tegen EUIPO en Phiacademy Doo Beograd). RGCC Holdings AG verzocht het Gerecht om nietigverklaring en wijziging van de beslissing van de Eerste kamer van beroep van het EUIPO, waarbij de weigering van haar aanvraag voor het figuratieve Uniemerk PHI GROUP was gehandhaafd. De aanvraag zag onder meer op ‘software’ in klasse 9 en ‘education’ in klasse 41. Phiacademy Doo Beograd had oppositie ingesteld op grond van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, onder meer op basis van het oudere figuratieve merk PHIACADEMY, dat onder meer in Ierland bescherming genoot voor ‘providing electronic publications, non-downloadable, on a global computer network’ en ‘distance learning courses’ in klasse 41. Het Gerecht bevestigt dat ‘education’ en ‘distance learning courses’ identiek zijn en dat ‘software’ in geringe mate soortgelijk is aan het online aanbieden van niet-downloadbare elektronische publicaties. Dat oordeel berust met name op de gedeeltelijk overeenstemmende bestemming van de waren en diensten en de mogelijke overlap wat betreft eindgebruikers en commerciële herkomst. Het verschil in aard tussen software en diensten voor elektronische publicaties is onvoldoende om iedere soortgelijkheid uit te sluiten.
Ook de beoordeling van de tekens en het verwarringsgevaar houdt stand. Het gemeenschappelijke woordelement ‘phi’ is het enige onderscheidende woordelement van beide tekens, terwijl ‘group’ en ‘academy’ onderscheidend vermogen missen. De tekens stemmen daardoor visueel in gemiddelde mate en fonetisch in hoge mate overeen. Voor het deel van het relevante Ierse publiek dat ‘phi’ als de Griekse letter begrijpt, bestaat bovendien een hoge mate van begripsmatige overeenstemming; voor het publiek dat ‘phi’ niet in die betekenis herkent, zijn de tekens begripsmatig verschillend. Gelet op de globale beoordeling en de onderlinge samenhang tussen de relevante factoren bestaat volgens het Gerecht niettemin voor ten minste een niet-verwaarloosbaar deel van het Ierse publiek verwarringsgevaar in de zin van artikel 8 lid 1 onder b UMVo, zelfs wanneer dat publiek een verhoogd aandachtsniveau heeft. Het publiek kan menen dat de betrokken waren en diensten afkomstig zijn van dezelfde onderneming ‘PHI’ of van economisch verbonden ondernemingen. Het Gerecht verwerpt daarom het beroep van RGCC Holdings AG en veroordeelt haar in haar eigen kosten en die van het EUIPO.
78 In the light of all of the above, the Board of Appeal was correct in finding, in paragraph 57 of the contested decision, that ‘software’ in Class 9, covered by the mark applied for, was similar to a low degree to ‘providing electronic publications, non-downloadable, on a global computer network’ in Class 41, covered by the earlier mark.
104 Next, in the present case, it should be recalled, first, that the marks at issue coincide in the distinctive word element ‘phi’, which appears at the beginning of the word elements ‘phi group’ and ‘phiacademy’, and that the other word elements, namely ‘group’ and ‘academy’, appear at the end and are devoid of distinctiveness, as has already been observed in paragraph 83 above. Second, as was found by the Board of Appeal, the shared word element ‘phi’ is the only distinctive element of the marks at issue.
112 The Board of Appeal found that there would be a high conceptual similarity in the event that the initial word element ‘phi’ shared by the marks at issue were to be perceived by the relevant public as the Greek letter represented by that term, given the lack of distinctiveness of the terms ‘academy’ and ‘group’. Were the element ‘phi’ not recognised in that sense, and given that the differences in the concepts conveyed by the terms ‘academy’ and ‘group’ were of secondary importance, if any, given their lack of distinctiveness, in each of the marks at issue, the Board of Appeal found that the marks would be conceptually dissimilar.
123 In the light of these considerations and taking into account the notion of ‘imperfect recollection’ and the interdependence of the various factors, the Board of Appeal found that there existed a likelihood of confusion within the meaning of Article 8(1)(b) of Regulation 2017/1001, at least for a non-negligible part of the Irish relevant public, even supposing that it had a higher level of attention, since that public would believe that the goods and services in question come from the same undertaking ‘PHI’ or, as the case may be, from economically linked undertakings.