26 mrt 2025
Voorzieningenrechter wijst inbreukvorderingen in octrooizaak over trappanelen toe

Vzr. Rb. Den Haag 26 maart 2025, IEF 22633; ECLI:NL:RBDHA:2025:5121 (VIC tegen DDW). Vakman Interieur Concepten (hierna: VIC) beschikt over het Europees octrooi EP 2 700 765 (hierna: EP 765 of het octrooi) voor een product en een werkwijze voor de vervaardiging van plaatmateriaal, onder meer bestemd voor trappanelen. VIC stelt dat DDW, handelend onder de naam Topstairs, met de verhandeling van trappanelen vervaardigd uit laminaatplaten inbreuk maakt op dit octrooi. VIC vordert bij de voorzieningenrechter dat DDW wordt bevolen geen inbreuk meer te maken op het octrooi en geen onrechtmatig handelen jegens VIC te verrichten. Daarnaast vordert zij terugroeping van de aan derden verkochte inbreukmakende trappanelen. Aan deze vorderingen legt VIC – verkort weergegeven – ten grondslag dat DDW met de verhandeling van haar trappanelen inbreuk maakt op conclusies 1 en 14 van EP 765, alsmede op de daarvan afhankelijke conclusies 2 tot en met 13, respectievelijk conclusie 15. DDW voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VIC, dan wel tot afwijzing van haar vorderingen. In voorwaardelijke reconventie vordert DDW dat VIC wordt geboden om publicaties over deze situatie te verwijderen en een rectificatie te plaatsen.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen. Het betoog van DDW dat VIC al eerder van de gestelde inbreuk op de hoogte was, wordt verworpen. DDW ontkent dat sprake is van inbreuk. Zij stelt dat twee essentiële kenmerken van het octrooi in haar product ontbreken, namelijk het stijve, plaatvormige basismateriaal en de V-vormige groef. DDW voert aan dat het basismateriaal niet door haar wordt aangebracht en dat haar trappanelen een kurken onderlaag bevatten. De rechter overweegt echter dat het niet relevant is wie het materiaal aanbrengt. Van belang is dat sprake is van een product dat een stijf plaatmateriaal bevat, en waarvan niet is betwist dat dit door DDW is vervaardigd. Verder voert DDW aan dat zij een U-vormige groef toepast in plaats van een V-vormige. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze U-groef als equivalent moet worden beschouwd. Zij vervult dezelfde functie, lost hetzelfde probleem op en doet dit op wezenlijk gelijke wijze. Daarmee valt de toepassing binnen het beschermingsbereik van het octrooi, op grond van artikel 2 van het Protocol bij artikel 69 van het EOV. DDW voert daarnaast een zogenoemd Gillette-verweer en stelt dat haar uitvoering inventief is ten opzichte van de stand van de techniek, dan wel het octrooi. Dit betoog faalt. Ook een verbeterde uitvoering kan immers binnen het beschermingsbereik van een octrooi vallen. Het verweer strandt bovendien vanwege het ontbreken van een onderbouwde toelichting op de stand van de techniek op de prioriteitsdatum.
De voorzieningenrechter komt tot het voorlopig oordeel dat DDW met haar panelen in elk geval inbreuk maakt binnen het equivalentiebereik van EP 765. Daarmee staat tevens vast dat sprake is van onrechtmatig handelen jegens VIC. Verdere beoordeling van deze grondslag is dan ook niet vereist. De voorzieningenrechter verbiedt DDW om binnen 48 uur na betekening nog inbreuk te maken op het octrooi, veroordeelt DDW tot betaling van € 18.482 aan proceskosten binnen veertien dagen, en verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De termijn voor het instellen van de hoofdzaak wordt vastgesteld op zes maanden. Het overige wordt afgewezen.
4.44. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de door EP 765 onder bescherming gestelde uitvinding zodanig in het octrooischrift beschreven, dat het voor de gemiddelde vakpersoon voor de hand ligt die uitvinding ook toe te passen met elementen die afwijken van het kenmerk van de octrooiconclusie. Zoals DDW immers ter zitting heeft betoogd, is de gemiddelde vakpersoon op de hoogte van manieren om onbuigzaam materiaal, zoals bijvoorbeeld MDF, zodanig in te zagen dat het een aansluitende hoek kan vormen. Het is daarmee voor die vakpersoon voldoende duidelijk dat het betreffende kenmerk niet beperkt is tot een strikte V-vorm.
4.45. Het afwijkende element van DDW betreft zodoende slechts een (iets) bredere groef dan het Octrooi strikt genomen openbaart. DDW lost daarmee het probleem op dat het octrooi ook oplost, en doet dit naar voorlopig oordeel op wezenlijk dezelfde manier. Dat DDW de (te) brede groef in haar werkwijze vervolgens weer opvult met een uithardend materiaal maakt dit niet anders. Het resultaat van de aanpak van DDW is eveneens dat van een onbuigzaam materiaal met een samendrukbare laag en een slijtvaste laag een gevouwen paneel kan worden gemaakt waarbij de bovenlaag kan worden verbogen zonder kwetsbaar te worden voor snelle slijtage. De rechtszekerheid voor derden vergt niet dat een strengere maatstaf moet worden gehanteerd.