Volg IE-Forum ook op LinkedIn
Wil je naast de website ook via LinkedIn op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van intellectuele eigendom? Volg dan IE-Forum op LinkedIn.
Daar delen we onder meer recente jurisprudentie, actualiteiten, evenementen en andere ontwikkelingen binnen het IE-recht.
Zo blijf je ook via LinkedIn eenvoudig op de hoogte van wat er speelt.
Entertainment & Recht op woensdag 9 september 2026
Na de zomervakantie praten we u tijdens Entertainment & Recht in één middag bij over de belangrijkste juridische ontwikkelingen in de entertainmentsector. Het seminar vindt plaats op woensdag 9 september in Amsterdam en staat onder leiding van dagvoorzitters Marijn Kingma (Höcker) en Michiel Odink (Leeway).
Traditiegetrouw openen Marijn Kingma en Michiel Odink de middag met de Entertainment Top 10. Zij bespreken de belangrijkste ontwikkelingen en leukste actualiteiten van het afgelopen jaar.
Vervolgens geeft Peter Marx (MVVP) een update over Sync. Hij bespreekt het koppelen van muziek aan beeld, bijvoorbeeld in films, series, reclames of videogames. Daarbij gaat hij in op de juridische aspecten van Sync en brengt hij helderheid in het soms complexe juridische landschap.
Daarnaast staat tijdens het seminar Entertainment & Recht het thema Film en AI centraal. Merel Teunissen (Liaise Advocaten) bespreekt hoe AI in de praktijk wordt ingezet en welke juridische vraagstukken daarbij spelen. Ook praat ze u bij over de recente ontwikkelingen in het filmrecht.
Janneke Popma (Höcker) bespreekt samen met Vera Nederpelt (Dikhoff Van Dongen) exploitatiecontracten. Na deze inleiding zoomen we tijdens het panel in op muziekcontracten. We bespreken hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de ontwikkelingen op dat gebied, zoals het auteurscontractenrecht en recente uitspraken over onder meer beëindiging en billijke vergoeding. Wie deelnemen in het panel maken we binnenkort bekend.
We sluiten de middag af met een borrel, bij mooi weer in de zon.
Voorlopig getuigenverhoor toegewezen in geschil over vermeende namaakvijlen; inzage beperkt tot schikkingsstukken
Rb. Den Haag 28 juli 2026, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester). In deze zaak verzoekt Dentsply c.s. op grond van art. 196 Rv om twee voorlopige bewijsverrichtingen vanwege de eventuele betrokkenheid van Hofmeester bij inbreuk op haar merken: een voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens en documenten. Maillefer en VDW zijn dochterondernemingen van Dentsply. Maillefer is rechthebbende op de merken ProTaper NEXT en WaveONE en VDW op het merk RECIPROC. Hofmeester is distributeur van Dentsply en kocht in 2021 via Orthosmart tandheelkundige vijlen in die afkomstig waren van CDT op Curaçao. CDT is geen door Dentsply geautoriseerde verkoper. Nadat afnemers klaagden over de kwaliteit van de vijlen, concludeerde Dentsply c.s. na onderzoek dat het vermoedelijk om inbreukmakende vijlen ging, in die zin dat sprake zou zijn van namaak. Met de bewijsverrichtingen wil Dentsply c.s. onder meer achterhalen welke rol Hofmeester bij de vermeende merkinbreuk speelde, wat de precieze aard en omvang daarvan was, wie haar leveranciers en professionele afnemers waren en of Hofmeester wist dat het om vermeend inbreukmakende vijlen ging. Volgens Dentsply c.s. is die informatie onder meer van belang voor een mogelijke bodemprocedure en een eventuele vordering tot winstafdracht.
Ex parte verbod tegen Ningbo wegens voldoende aannemelijke inbreuk op OneBlade-merk en -model
Rb. Den Haag 20 juli 2026, IEF xxx; ECLI:NL:RBDHA:2026:21986 (Philips tegen Ningbo). In deze zaak verzoekt Koninklijke Philips N.V. om een ex parte verbod tegen het Chinese Ningbo Keqi Technology Co., Ltd. wegens gestelde inbreuk op het in het verzoekschrift genoemde OneBlade-merk en OneBlade-model. Philips richt het verzoek tegen de vervaardiging en verhandeling van de door haar als inbreukmakend aangeduide producten. Het verzoek kwam op 17 juli 2026 bij de rechtbank binnen.
Uitspraak ingezonden door Marga Verwoert, Max van Oostrum en Willemijn Oskam, Leeway Advocaten.
Rechtbank Den Haag onbevoegd voor grensoverschrijdende auteursrechtvorderingen tegen Cybex via ankergedaagde Baby Jungle
Rb. Den Haag 19 augustus 2026, IEF 23770; ECLI:NL:RBDHA:2026:23347 (Stokke c.s. tegen Baby Jungle c.s. en Cybex c.s.). In deze zaak vordert Stokke c.s. onder meer een verklaring voor recht dat de door Cybex c.s. op de Europese markt gebrachte Iris Chair inbreuk maakt op de auteursrechten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en een verbod voor Cybex c.s. om daarop inbreuk te maken in de Europese Unie, met uitzondering van Duitsland en Italië. [bedrijf] AS is auteursrechthebbende op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en Stokke beschikt over een wereldwijde exclusieve licentie om de stoel te produceren en verkopen. Tegen Baby Jungle, een in Aalsmeer gevestigde Nederlandse retailer die op verzoek van een medewerker van Stokke een Iris Chair bij Cybex had besteld maar de bestelling vervolgens annuleerde, vordert Stokke c.s. een tot Nederland beperkt inbreukverbod. Cybex c.s., gevestigd in Duitsland, werpt een bevoegdheidsincident op en stelt dat de rechtbank Den Haag niet op grond van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen tegen haar. Baby Jungle kan volgens Cybex c.s. daarvoor niet als ankergedaagde voor de rechtbank Den Haag dienen, omdat zij haar statutaire zetel en hoofdvestiging in Aalsmeer heeft en daarmee binnen het arrondissement Amsterdam is gevestigd. Stokke c.s. verzoekt daarnaast op grond van art. 118 Rv om oproeping van Columbus Trading als partij. Nadat het HvJ EU op 16 april 2026 in de gevoegde zaken C-672/23 en C-673/23 arrest heeft gewezen over de uitleg van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo, vermindert Stokke c.s. haar vorderingen tot nihil.
Uitspraak ingezonden door Fabian Swart, The Legal Group Advocaten.
‘Bakkie’-merken blijven nietig wegens beschrijvend karakter en ontbreken van inburgering
Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2026, IEF 23769; 200.343.649/01 (DNACC tegen [geïntimeerde]). In deze zaak komt DNACC op tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2024 [IEF 21971], waarin haar vorderingen wegens merk- en handelsnaaminbreuk zijn afgewezen en haar oudere Benelux- en Uniewoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE nietig zijn verklaard. DNACC bemiddelt bij de verhuur van afvalcontainers en gebruikt deze tekens voor haar dienstverlening. [geïntimeerde] verhuurt gesloten opslagcontainers en gebruikt voor zijn dienstverlening het teken ‘opslagbakkie’. DNACC stelt dat dit gebruik inbreuk maakt op haar merk- en handelsnaamrechten. [geïntimeerde] stelt daartegenover dat de ‘bakkie’-merken beschrijvend zijn en onderscheidend vermogen missen en vordert in incidenteel hoger beroep tevens nietigverklaring van de in 2023 ingeschreven nieuwe Beneluxwoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE.
EHRM: weigering openbaarmaking notulen over aanpak MH17-ramp schendt art. 10 EVRM niet
EHRM 21 april 2026, IEF 23768; IEFbe 4284; nr. 20066/18, ECLI:CE:ECHR:2026:0421JUD002006618 (Nederlandse Omroep Stichting e.a./Nederland). In deze zaak tussen Nederlandse Omroep Stichting, RTL Nederland en De Volkskrant enerzijds en Nederland anderzijds staat de vraag centraal of de gedeeltelijke weigering om overheidsdocumenten over de aanpak van de MH17-ramp openbaar te maken in strijd is met artikel 10 EVRM. De mediaorganisaties hadden in 2014 verzocht om documenten over de wijze waarop de Nederlandse regering de nasleep van de ramp had behandeld, waaronder de notulen van de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing en de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing. Van de 225 aangetroffen documenten weigerde de minister er aanvankelijk 79 geheel openbaar te maken; andere documenten werden geheel of gedeeltelijk verstrekt. De minister baseerde de weigering onder meer op het belang van vertrouwelijke en onbelemmerde beraadslaging binnen de crisiscommissies, de bescherming van persoonsgegevens, internationale betrekkingen en de veiligheid van Nederlands personeel in het rampgebied. In de daaropvolgende procedures werden nog aanvullende documenten openbaar gemaakt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde uiteindelijk dat bij de resterende documenten de belangen die zich tegen openbaarmaking verzetten zwaarder wogen dan het belang bij openbaarmaking.
Herstelvonnis Coty/Petite Mort: dwangsom geldt voor alle opgelegde verboden en bevelen
Rb. Den Haag 29 juli 2026, IEF 23767; ECLI:NL:RBDHA:2026:21392 (Coty tegen Petite Mort). In deze zaak herstelt de voorzieningenrechter op grond van artikel 31 Rv een kennelijke fout in het dictum van het op 11 juni 2026 tussen partijen gewezen vonnis [IEF 23622]. Coty verzocht om verbetering van dictumonderdeel 5.4, waarin stond dat Petite Mort een dwangsom verbeurt bij overtreding van de “onder I tot en met II opgelegde verboden c.q. bevelen”. Volgens Coty moest dit zijn: de “onder 5.1 tot en met 5.3 opgelegde verboden c.q. bevelen”, zodat duidelijk is dat de dwangsom ook ziet op het in onderdeel 5.3 opgenomen opgavebevel. Petite Mort verzette zich tegen het verzoek. Zij stelde onder meer dat het verzoek niet rechtsgeldig was ondertekend en dat geen sprake was van een kennelijke fout, omdat de gevraagde wijziging volgens haar de inhoud en omvang van de veroordeling zou uitbreiden. Ook wees zij erop dat inmiddels hoger beroep tegen het vonnis was ingesteld.
Hoge Raad 1936: eigen onrechtmatig handelsnaamgebruik kan beroep op Handelsnaamwet in de weg staan
HR 24 januari 1936, IEF 23766; ECLI:NL:HR:1936:2 ([requestrant] tegen [gerequestreerde]). Een handelaar verzocht op grond van artikel 6 Handelsnaamwet om wijziging van de handelsnaam van een concurrent. Beide partijen dreven in dezelfde straat een handel in papierwaren en gebruikten handelsnamen waarin dezelfde persoonsnaam voorkwam. De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk, omdat hij zijn eigen handelsnaam eveneens in strijd met de Handelsnaamwet voerde en daarom volgens de rechtbank niet als belanghebbende in de zin van artikel 6 Hnw kon worden aangemerkt. In cassatie voerde verzoeker onder meer aan dat voor de kwalificatie als belanghebbende niet vereist is dat hij zelf zijn handelsnaam rechtmatig voert.
Duurzaamheid & Recht 2026: duurzaamheid in de praktijk bij Greenpeace International
Duurzaamheid krijgt steeds meer juridische betekenis. Maar hoe ziet dat eruit binnen een organisatie die duurzaamheid en milieubescherming juist als kern van haar werkzaamheden heeft? Tijdens Duurzaamheid & Recht op vrijdag 18 september 2026 opent Roos van der Poel (Greenpeace International) de middag met een inspiratiesessie over haar ervaringen in de praktijk. Ze gaat onder meer in op wat haar opvalt sinds ze bij Greenpeace International werkt, tegen welke vraagstukken ze in haar duurzaamheidswerk aanloopt en hoe Greenpeace International daarmee omgaat.
Van der Poel is Senior Legal Counsel Organisation bij Greenpeace International. Ze adviseert daar onder meer over organisatorische en contractuele vraagstukken.
Duurzaamheid in het IE- en reclamerecht
Meer horen over de juridische praktijk achter duurzaamheid? Tijdens het congres Duurzaamheid & Recht gaan we in op de richtlijn Empowering Consumers for the Green Transition, alternatieven voor de vordering tot vernietiging en de proportionaliteit van andere IE-vorderingen, true price en bespreken we de actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid in het IE- en reclamerecht.