Gerecht EU: kamer van beroep onderschat dominante positie van ‘BIOGROUP’ en overeenstemming tussen beeldmerken
Gerecht EU 8 juli 2026, IEF 23681; IEFbe 4255; ECLI:EU:T:2026:449 (SCM Biogroup tegen EUIPO en Bio Group Medical System Srl). SCM Biogroup verzette zich tegen de inschrijving van het Uniebeeldmerk BIO-GROUP MEDICAL SYSTEM voor onderzoeks-, analyse-, test- en controlediensten in klasse 42. De oppositie was onder meer gebaseerd op het oudere Uniebeeldmerk BIOGROUP en op de handelsnaam SCM BIOGROUP en de domeinnaam biogroup.fr. Nadat de oppositieafdeling de oppositie had toegewezen, vernietigde de kamer van beroep die beslissing en wees zij de oppositie volledig af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. Het Gerecht bevestigt dat het relevante publiek hoofdzakelijk bestaat uit beroepsbeoefenaren met een relatief hoog aandachtsniveau. Ook onderschrijft het Gerecht dat het gemeenschappelijke element ‘biogroup’ of ‘bio-group’ slechts zwak onderscheidend is. De woorden ‘bio’ en ‘group’ zijn voor het relevante publiek begrijpelijk en hun samenvoeging levert geen ongebruikelijke of fantasievolle term op die meer is dan de som van de afzonderlijke bestanddelen. De overgelegde bewijzen tonen wel gebruik van het oudere merk aan, maar zijn onvoldoende om een door intensief gebruik of bekendheid versterkt onderscheidend vermogen vast te stellen.
Uniemerk 4011 B552 terecht nietig wegens kwade trouw
Gerecht EU 1 juli 2026, IEF 23673; IEFbe 4252; ECLI:EU:T:2026:422 (Driss El Hakmaoui Attilah tegen EUIPO). Het Gerecht van de Europese Unie verwerpt het beroep van Driss El Hakmaoui Attilah tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 23 oktober 2024 (zaak R 403/2024‑2), waarin het Uniebeeldmerk 4011 B552 nietig wordt verklaard wegens kwade trouw. Bella Tawziaa II en Groupe Bellakhdar vorderen op 31 maart 2022 bij het EUIPO nietigverklaring van het in 2013 aangevraagde Uniebeeldmerk (nr. 11 674 413) voor waren in klasse 30 (waaronder koffie, thee en aanverwante producten). Zij beroepen zich daarbij op oudere rechten die onder meer de elementen 4011 en B552, Arabische woordelementen en een leeuwconcept of leeuwafbeelding bevatten. De nietigheidsvordering is formeel gebaseerd op art. 59 lid 1 sub b Verordening (EU) 2017/1001 (Uniemerkverordening 2017), maar omdat de merkaanvraag dateert van 21 maart 2013, beoordeelt het Gerecht de zaak materieel aan de hand van art. 52 lid 1 sub b Verordening (EG) nr. 207/2009. Het Gerecht benadrukt dat bij kwade trouw niet dezelfde vergelijking plaatsvindt als bij verwarringsgevaar: het gaat niet om een precieze mate van overeenstemming vanuit het perspectief van de gemiddelde consument, maar om de bedoeling van de aanvrager op het moment van indiening van de merkaanvraag. Die bedoeling moet objectief worden vastgesteld aan de hand van alle relevante omstandigheden, waarbij ook feiten van na het depot in aanmerking mogen worden genomen voor zover zij licht werpen op de intentie ten tijde van het depot.
HvJ EU: state-of-the-art geoblocking voorkomt een mededeling aan het publiek in een lidstaat waar het werk nog beschermd is
HvJ EU 9 juli 2026, IEF 23680; IEFbe 4254; ECLI:EU:C:2026:559 (Anne Frank Fonds tegen Anne Frank Stichting, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten). In het kader van een gezamenlijk initiatief van de Anne Frank Stichting, de KNAW en de Vereniging voor Onderzoek en Ontsluiting van Historische Teksten werd via een Belgische website een kosteloos toegankelijke wetenschappelijke editie van de manuscripten van Anne Frank aangeboden. De werken behoren in onder meer België tot het publieke domein, maar zijn in Nederland gedeeltelijk nog tot 2037 auteursrechtelijk beschermd. De toegang vanuit Nederland werd daarom met geoblocking geblokkeerd. Het Hof oordeelt dat in Nederland geen mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 plaatsvindt wanneer die geoblocking een doeltreffende technische voorziening in de zin van artikel 6 lid 3 vormt. In deze context is daarvan sprake wanneer de geoblocking state-of-the-art is. De doeltreffendheid hoeft niet absoluut te zijn: de enkele mogelijkheid dat individuele gebruikers de blokkade met een VPN of vergelijkbare dienst omzeilen, maakt haar niet ondoeltreffend. Bij de beoordeling moet onder meer rekening worden gehouden met de geschiktheid en evenredigheid van de maatregel, de stand van de techniek, de technische en praktische uitvoerbaarheid, de kosten en de mogelijkheden tot omzeiling. Een aanvullende verklaring waarin de gebruiker bevestigt zich in een publiekdomeinland te bevinden, is niet doeltreffend omdat zij uitsluitend afhankelijk is van de bereidheid van de gebruiker om naar waarheid te antwoorden. De conclusie van A-G Rantos van 15 januari 2026 is gepubliceerd op IE-Forum onder [IEF 23216].
Hof Amsterdam bepaalt in tussenbeschikking de omvang en wijze van beperkte inzage in SVOD-tariefcriteria van Buma/Stemra
Hof Amsterdam 16 juni 2026, IEF 23678; ECLI:NL:GHAMS:2026:1705 (Disney tegen Buma/Stemra, Apple en Netflix). Disney verzoekt op grond van artikel 843a (oud) Rv om inzage in licentieovereenkomsten en andere bescheiden over de tarieven die Buma/Stemra hanteert voor het gebruik van muziekauteursrechten door aanbieders van subscription video on demand. In een eerdere tussenbeschikking had het hof bindend beslist dat Disney slechts een beperkt rechtmatig belang bij inzage heeft. Zij mag uitsluitend kennisnemen van de criteria, factoren en omstandigheden die Buma/Stemra heeft betrokken bij de bepaling van de aan andere SVOD-aanbieders aangeboden tarieven en van de redenen waarom eventuele kortingen, afslagen of aftrekposten zijn aangeboden. Disney heeft geen recht op de concrete tarieven of kortingen, de namen van andere aanbieders, de volledige licentieovereenkomsten, de concrete toepassing van de criteria, tariefberekeningen, gegevens over muziekgebruik of percentages afgekochte rechten. Het hof komt niet terug van deze bindende eindbeslissingen. De door Buma/Stemra aangehaalde uitspraak over de algemene openbaarmakingsplicht van artikel 2p WtcbO en artikel 21 van Richtlijn 2014/26/EU betreft een andere verplichting dan de hier relevante bilaterale informatieplicht van artikel 2l WtcbO en artikel 16 van die richtlijn. Voldoende aannemelijk is dat naast de twee door Buma/Stemra genoemde criteria ook andere factoren een rol kunnen spelen bij de tariefonderhandelingen. Buma/Stemra moet gebruikers daarom de noodzakelijke informatie en de gebruikte tariefcriteria verschaffen om onderhandelingen te kunnen voeren over objectieve en niet-discriminerende tarieven.
Gemeenschappelijk Hof: afwijzing voorlopige auteursrechtelijke voorzieningen na toepassing van de afstemmingsregel
Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 juni 2026, IEF 23677; ECLI:NL:OGHACMB:2026:179 (Ducapro tegen QW). Ducapro vorderde in kort geding primair een verbod voor Q-Waves om via haar Arubaanse radiostation muziek uit te zenden van auteurs en rechthebbenden die Ducapro vertegenwoordigt, en subsidiair betaling van een voorlopige vergoeding totdat in een bodemprocedure een definitieve vergoeding zou zijn vastgesteld. Nadat het Gerecht deze vorderingen had afgewezen, werd tijdens het hoger beroep vonnis gewezen in de bodemprocedure over dezelfde geschilpunten. In dat bodemvonnis waren de vorderingen van Ducapro eveneens afgewezen. De bodemrechter overwoog dat Ducapro haar bevoegdheid baseerde op een mandaatovereenkomst met BUMA/STEMRA, maar dat het wettelijke kader op grond waarvan BUMA/STEMRA voor auteurs en rechthebbenden kan optreden niet in Aruba geldt. Daarnaast ontbreekt volgens de bodemrechter in Aruba een voldoende wettelijke en toezichthoudende structuur voor de berekening, inning en verdeling van auteursrechtelijke vergoedingen. De contractuele basis van Ducapro bood daarom onvoldoende grondslag voor het gevorderde verbod en de vergoeding.
Hof Den Haag: merkinbreuk door levering van namaak-Puma-boxershorts en uitputting voor afzonderlijke handelspartijen
Hof Den Haag 23 juni 2026, IEF 23675; ECLI:NL:GHDHA:2026:1975 (Sporttrading tegen Puma). Puma verweet Sporttrading inbreuk op haar Benelux- en Uniemerken door 10.500 dubbelverpakkingen Puma-boxershorts aan de Noorse detailhandelaar Europris te verkopen en te leveren. Omdat Sporttrading daarbij aan de Puma-merken identieke tekens gebruikte voor identieke waren, stond in beginsel merkinbreuk vast op grond van artikel 2.20 lid 2 onder a BVIE en artikel 9 lid 2 onder a UMVo. Sporttrading beriep zich op uitputting en stelde dat zij de boxershorts had gekocht van GTS, die deze van Puma’s licentienemer Stichd zou hebben verkregen. Het hof oordeelt echter dat vier onderzochte, van Europris afkomstige boxershorts namaak waren. De PO- of PID-nummers op de verpakkingen verwezen naar productie in 2017, terwijl de boxershorts waren voorzien van securitylabels met QR-codes die toen nog niet werden gebruikt. Voor één ander onderzocht exemplaar, sample 3, was namaak onvoldoende onderbouwd. Sporttrading had evenwel niet onderbouwd betwist dat uit de meerdere steekproefsgewijs vastgestelde namaakproducten, behoudens bijzondere omstandigheden, mocht worden afgeleid dat de gehele aan Europris geleverde partij namaak was. Het beroep op uitputting slaagt daarom niet. Toestemming van de merkhouder moet bovendien betrekking hebben op ieder afzonderlijk exemplaar en kan niet worden afgeleid uit toestemming voor andere, soortgelijke producten. Dat een licentienemer mogelijk meer producten heeft vervaardigd of verhandeld dan was toegestaan, betekent dus niet dat de merkrechten voor die extra exemplaren zijn uitgeput.
Vzr. Rb. Den Haag: model- en merkinbreuk door verkoop van gelijkende stuiterballen onder MOON BALL-aanduidingen
Rb. Den Haag 3 juli 2026, IEF 23674; ECLI:NL:RBDHA:2026:17694 (Waboba tegen UP). Waboba verkoopt stuiterballen onder het Uniewoordmerk MOON BALL en is houdster van een ingeschreven Uniemodel voor een multi-gefacetteerde bal met afgeronde hoeken en cirkelvormige, ondiepe uitsparingen in twee verschillende groottes. UP International bood via haar wederverkopers vergelijkbare stuiterballen aan onder aanduidingen als ‘Bouncing Rainbow Moon’, ‘Epic-Bouncy Moon Ball’ en ‘Epic Return Moon Ball’. De voorzieningenrechter gaat voorshands uit van de geldigheid van het Uniemodel. UP heeft onvoldoende onderbouwd dat de vormgeving uitsluitend door de technische functie van de bal wordt bepaald en heeft geen relevant vormgevingserfgoed overgelegd waaruit blijkt dat het model niet nieuw is of geen eigen karakter heeft. Hoewel de ontwerpvrijheid bij een stuiterbal door de gebruikelijke ronde vorm beperkt is, heeft de ontwerper daarvan volgens de rechter opvallend gebruikgemaakt, zodat het model een ruime beschermingsomvang heeft. Omdat het model in zwart-wit is ingeschreven, speelt kleur bij de vergelijking geen rol. De stuiterballen van UP vertonen dezelfde bepalende kenmerken en wekken bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk, zodat voorshands sprake is van modelrechtinbreuk in de zin van artikel 10 lid 1 UModVo.
deLex zoekt redactioneel stagiair
Ben jij rechtenstudent en nieuwsgierig naar de wereld van intellectueel eigendom? Van bekende merken, muziek, mode en social media tot AI, reclamecampagnes, design en grote sportevenementen: binnen het intellectuele eigendomsrecht, ICT-recht en privacyrecht komen voortdurend actuele en herkenbare onderwerpen voorbij. Bij deLex krijg je de kans om je hierin te verdiepen en mee te werken aan juridische nieuwsvoorziening voor professionals in deze specialistische rechtsgebieden.
Vanaf half augustus 2026 zoeken wij een redactioneel stagiair voor drie dagen per week. De exacte startdatum is in overleg. Als juridische uitgeverij bieden wij je de mogelijkheid om drie maanden lang mee te werken binnen een dynamische en gespecialiseerde praktijk.
Tijdens je stage houd je je onder meer bezig met het beheren van online databases, het meewerken aan vakbladen en het bijwonen van congressen en opleidingen. Je ontwikkelt je in het verzamelen en analyseren van juridische bronnen, scherpt je redactionele vaardigheden aan en krijgt volop gelegenheid om je netwerk binnen het juridische werkveld uit te breiden.
Ben je in de afrondende fase van je bachelor of volg je een master Rechtsgeleerdheid, en heb je bijzondere interesse in IE-, ICT- en privacyrecht? Stuur dan je cv en motivatiebrief naar rdolman@delex.nl.
Ingezonden door mr. Alphons Geerlings, de Merkplaats.
Kansloos of… toch niet? Overwinning voor de Merkplaats® voor onze cliënt Alfasan®: Kamer van Beroep trekt streep door oppositie tegen merk METAXX®
Onze cliënt Alfasan wilde het merk METAXX laten registreren voor diergeneesmiddelen: middelen voor runderen, varkens, honden, katten, paarden en cavia's, bedoeld om pijn en ontstekingen te behandelen. Een Duits bedrijf, metaX Institut für Diätetik GmbH, maakte hier bezwaar tegen. Zij zijn houder van een ouder merk met het element 'metaX', geregistreerd voor onder meer aminozuren en aminozuurmengsels voor medisch gebruik: producten voor mensen, gericht op algemene voeding en gezondheid. De Europese instantie ging eerst mee in de oppositie van metaX, de wederpartij. De Oppositieafdeling oordeelde dat er verwarringsgevaar bestond en wees de merkaanvraag van Alfasan in zijn geheel af. Volgens die beslissing zouden diergeneesmiddelen tegen pijn en ontstekingen namelijk soortgelijk zijn aan aminozuren voor medisch gebruik bij mensen.
Liaise Advocaten verwelkomt partner Charissa Koster
Persbericht Liaise Advocaten 9 juli 2026
Charissa is nu een week bij ons en het samenwerken is nu al een feest. Haar praktijk én
persoonlijkheid matchen perfect met de onze.
Charissa Koster is een ervaren en bevlogen media-, IE- en tech-advocaat. Al jaren staat ze aan
de zijde van bekende mediapartijen: van BN'ers, kranten en uitgevers tot auteurs, film- en
televisieproducenten en gaming- en tech-bedrijven. In en buiten de rechtszaal. Ze is adviseur en
boardroom partner, maar net zo goed een actief procesadvocaat die soepel schakelt tussen
mediarecht, intellectueel eigendom, IT en ondernemersvraagstukken. Strategisch, scherp en
altijd op zoek naar het beste resultaat samen met de cliënt, of dat nu een start-up of een
multinational is.
Dit sluit perfect aan met waar we als Liaise Advocaten voor staan: vanuit een realistische en
persoonlijke stijl bouwen aan lange termijnrelaties met onze cliënten.
En we hebben ontzettend veel zin dit met Charissa samen nog verder te gaan uitbouwen!