LEGO-blokje mist eigen karakter: Gerecht bevestigt nietigheid Uniemodel
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23232; IEFbe4093; ECLI:EU:T:2026:6 (Lego A/S tegen EUIPO en Guangdong Qman Toys Industry Co. Ltd). Het Gerecht (Tweede kamer) verwerpt het beroep van Lego A/S tegen de beslissing van de Kamer van Beroep van EUIPO om een ingeschreven Uniemodel voor een bouwblokje uit een speelgoedbouwsysteem nietig te verklaren wegens ontbreken van eigen karakter (art. 6 jo. art. 25(1)(b) Vo 6/2002). De nietigheidsaanvraag was ingediend door Guangdong Qman Toys en gebaseerd op een ouder model dat via de website brickset.com openbaar was gemaakt (onderdeel nr. 61252). EUIPO en de Kamer van Beroep vonden dat het betwiste model bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekte dan het oudere model, omdat de hoofdkenmerken samenvielen (o.m. een plaat met cilindrische stud(s) bovenop, gladde oppervlakken en een halvemaanvormige klem centraal in een eindwand). LEGO stelde in beroep dat de verschillen, onder meer rechthoekig (betwist model) versus vierkant (ouder model), een extra stud en verschillen aan de onderzijde, te weinig gewicht hadden gekregen.
Uitspraak ingezonden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.
Opheffingskortgeding over beslag op BMW-voertuigen na brand op de Fremantle Highway
Hof Den Haag 20 januari 2026, IEF 23234; ECLI:NL:GHDHA:2026:55 ([appellant ] c.s. tegen BMW). Het hof beslist in hoger beroep in een opheffingskortgeding dat het door BMW gelegde conservatoire beslag tot afgifte op BMW-voertuigen afkomstig van de Fremantle Highway niet wordt opgeheven. De appellanten hadden 260 voertuigen gekocht; BMW had beslag gelegd op 253 voertuigen (246 bij Womy en 7 bij 3B Exclusief). Het hof stelt voorop dat in kort geding moet worden afgestemd op een bodemuitspraak over hetzelfde geschilpunt tussen dezelfde partijen, behoudens kennelijke misslag of zodanig gewijzigde omstandigheden dat de bodemrechter anders zou hebben beslist. Dat afstemmen is hier leidend, omdat de rechtbank in de bodemprocedure op 30 juli 2025 [IEF 22842] reeds (samengevat) voor recht heeft verklaard dat (de meeste) appellanten inbreuk maakten op BMW’s Unie-merken en -modellen door het aanbieden/verhandelen/voorraad houden/in- of uitvoeren van de voertuigen, met een inbreukverbod, opgave, recall en een bevel tot afgifte ter vernietiging (niet uitvoerbaar bij voorraad), terwijl één vennootschap ([appellant 3]) van die bevelen werd uitgezonderd omdat zij niet betrokken werd geacht. Tegen deze achtergrond bekrachtigt het hof in de kern het eerdere kortgedingvonnis van 15 juli 2024 [IEF 22134] waarin de vorderingen tot opheffing van het beslag waren afgewezen en in reconventie een verbod/opgave/recall was toegewezen.
Vordering ANP afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing auteursrecht op foto
Rb. Gelderland 14 januari 2026, IEF 23230; ECLI:NL:RBGEL:2026:178 (ANP tegen [gedaagde in conv]). De Rechtbank Gelderland oordeelt dat ANP niet heeft aangetoond dat op de betrokken persfoto auteursrecht rust. ANP had gesteld dat een ondernemer inbreuk had gemaakt door een foto op haar website te plaatsen zonder naams- en bronvermelding en vorderde schadevergoeding wegens gederfde licentie-inkomsten en bijkomende schade. De kantonrechter stelt vast dat ANP op grond van een licentieovereenkomst bevoegd is om zelfstandig op te treden, maar overweegt dat voor auteursrechtelijke bescherming vereist is dat sprake is van een werk met een eigen oorspronkelijk karakter en het persoonlijk stempel van de maker (art. 1 en 10 Aw). ANP heeft echter onvoldoende concreet toegelicht welke creatieve keuzes de fotograaf heeft gemaakt en waarom de foto aan deze criteria voldoet, terwijl door de wederpartij vergelijkbare foto’s van hetzelfde nieuwsfeit zijn overgelegd en is aangevoerd dat de foto eerder zonder bronvermelding online heeft gestaan.
Kort geding over onrechtmatige uitlatingen en rectificatieplicht op social media
Rb. Rotterdam 31 december 2025, IEF 23229; IT 5082; ECLI:NL:RBROT:2025:15317 ([eisers] tegen [gedaagde]). De zaak betreft een kort geding tussen een influencer en partner enerzijds en de beheerder van een juicekanaal anderzijds. [eisers] vorderen dat berichten van het juicekanaal worden verwijderd, verwijderd gehouden en dat een rectificatie op het juicekanaal wordt geplaatst. De berichten bevatten vermeende misstanden in de beautysalons van [eiser 1], een verjaardagsfeest in attractiepark DippieDoe en de professionele achtergrond van [eiser 2]. [eiser 1] reageert op zijn eigen kanalen met berichten waarin hij suggereert dat [gedaagde] achter ernstige bedreigingen, vernielingen en het “kapotmaken” van de eerste verjaardag van zijn kind zit, en hij kondigt een eigen onderzoek en “ontmaskering” aan. In conventie vorderen [eisers] op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) en een inbreuk op hun recht op eer en goede naam en privacy (artikel 8 EVRM) onder meer dat de berichten worden verwijderd en verwijderd gehouden, dat het juicekanaal zich onthoudt van soortgelijke uitingen, dat een uitgebreide rectificatie wordt geplaatst op alle socialmediakanalen van het juicekanaal en dat de namen en adressen van de bronnen die uitlatingen over [eiser 2] hebben gedaan worden verstrekt, alles op straffe van dwangsommen. In reconventie vordert [gedaagde], ook onder beroep op onrechtmatige daad en bescherming van zijn eer en goede naam, dat [eiser 1] en [eiser 2] hun uitingen over hem verwijderen en verwijderd houden, dat zij zich onthouden van nieuwe onnodig grievende uitlatingen, dat zij een rectificatie plaatsen op hun eigen socialmediakanalen en dat zij tot de proceskosten worden veroordeeld.
Voorzieningenrechter verbiedt onrechtmatige socialmediaberichten en legt contactverbod op
Rb. Gelderland 23 december 2025, IEF 23233; IT 5085; ECLI:NL:RBGEL:2025:11614 (de Stichting tegen [gedaagde]). In dit kort geding (verstek) vorderde Stichting Driegasthuizengroep (zorginstelling in de regio Arnhem) maatregelen tegen een familielid van bewoners, dat via diverse socialmediakanalen veelvuldig berichten, foto’s en video’s plaatste over vermeende misstanden in de ouderenzorg, waarbij hij (ook met naam/beeld) medewerkers en bestuurders van de Stichting en een zorglocatie betrok en derden opriep tot actie. De voorzieningenrechter past het klassieke afwegingskader toe bij de botsing tussen vrijheid van meningsuiting (art. 7 Gw en art. 10 EVRM) en het recht op bescherming van eer, goede naam en privacy (art. 10 Gw en art. 8 EVRM). Gelet op de aard en toon van de uitingen (ernstige beschuldigingen/verdachtmakingen, beledigingen, intimiderende en opruiende passages en het delen/vragen van persoonsgegevens), en de impact op betrokkenen en de zorgverlening, oordeelt de voorzieningenrechter dat de uitingen onrechtmatig zijn en dat de grenzen van art. 10 lid 2 EVRM ruimschoots zijn overschreden; het gaat niet om “gewone” kritiek of zorguitingen.
Zorginstellingen voor ouderen identiek aan verzorgingstehuizen: Gerecht corrigeert Kamer van Beroep
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 2322; IEFbe 4091; ECLI:EU:T:2026:4 (Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC tegen EUIPO en Kamstar GmbH). In 2022 diende Kamstar GmbH twee aanvragen in voor de Uniewoordmerken Kimsum en Kimkom, die onder meer betrekking hadden op diensten in klasse 43, waaronder hotel- en restaurantdiensten, dagopvang en zorg- en huisvestingsdiensten voor ouderen en kinderen. Kimpton Hotel & Restaurant Group LLC stelde oppositie in op basis van haar oudere Uniewoordmerk KIMPTON, dat eveneens bescherming geniet voor een breed scala aan diensten in klasse 43. De Oppositieafdeling wees de bezwaren af wegens het ontbreken van verwarringsgevaar. In beroep verklaarde de Kamer van Beroep de opposities gedeeltelijk gegrond, maar oordeelde dat voor bepaalde diensten op het gebied van dagopvang en ouderenzorg geen verwarringsgevaar bestond, omdat deze slechts in geringe mate zouden overeenkomen met de door het oudere merk bestreken diensten.
Persbericht ingezonden door Cindy van den Boom, Brantsandpatents.
Persbericht — Brantsandpatents versterkt Benelux-positie met verwelkoming Merk-Echt
Gent, Brussel en Breda, Amsterdam, januari 2026
Brantsandpatents, toonaangevend kantoor op het gebied van intellectuele eigendom in België, verwelkomt Merk-Echt in de groep, marktleider in merkenindieningen in de Benelux. Met deze strategische stap versterken beide kantoren hun positie als belangrijke IP-groep in de Benelux.
Merk-Echt heeft in Nederland een sterke reputatie opgebouwd als een efficiënt, cliëntgericht en innovatieve speler in merkenrecht. Door de krachten te bundelen met Brantsandpatents, onderstrepen beide kantoren hun gedeelde ambitie om hoogwaardige en efficiënte IP-diensten aan te bieden aan cliënten die actief zijn in een steeds complexere en internationalere omgeving.
Artikel ingezonden door Michiel Odink, Leeway.
Franchising and distribution team joins Leeway.
We’re very excited to welcome Tessa de Mönnink (partner) & Anna van Essen (counsel) to Leeway Advocaten as of 1 January 2026!
Tessa is widely regarded as one of the leading experts in distribution, franchising and commercial contracts, not only in the Netherlands but across Europe. She was recently named Best Franchise Service Provider in Europe by the European Franchise Federation.
Anna brings deep experience in distribution, franchise law and commercial contracts, combined with a strong background in IP and media law – a natural match with Leeway’s existing strengths.
Tessa and Anna have worked together for many years, advising leading brands across sectors including retail, fashion, food & beverage, and healthcare.
Their arrival marks another exciting step in Leeway’s growth and strengthens our position as a leading and specialist firm for ambitious, international brands.
Commenting on the move, founding partner Marga Verwoert said: “We are delighted that Tessa and Anna will be part of our continuing success story. Their commitment to really getting to know their clients’ businesses to provide highest quality advice in an easily digestible way, fits perfectly with Leeway’s client service ethos.”
Welcome, Tessa and Anna – great to have you on board!
Geen gebrek aan eigen karakter bij verpakkingsontwerp voor levensmiddelen
Gerecht EU 14 januari 2026, IEF 23220; ECLI:EU:T:2026:15 (Froneri Bulgaria EOOD tegen EUIPO en Daesef AD). Op 1 april 2021 diende Froneri Bulgaria EOOD een verzoek tot nietigverklaring in van een geregistreerd EU-model van Daesef AD. Het ontwerp betreft verpakkingen die vallen onder klasse 09.03 van de Overeenkomst van Locarno, waaronder dozen met deksels, verpakkingen voor levensmiddelen, flexibele openingscontainers en ijsdozen. Het verzoek was gebaseerd op het ontbreken van nieuwheid en eigen karakter in de zin van respectievelijk artikel 5, lid 1, onder b, en artikel 6, lid 1, onder b, van Verordening nr. 6/2002. De nietigheidsafdeling van het EUIPO wees dit verzoek af, waarna Froneri beroep instelde bij de Raad van Beroep en vervolgens bij het Gerecht. Wat betreft het beroep op het ontbreken van eigen karakter voerde Froneri twee hoofdargumenten aan. Ten eerste stelde zij dat de Raad van Beroep de productcategorie waarop het ontwerp betrekking heeft onjuist had vastgesteld. Volgens Froneri had de Raad de categorie nader moeten aanduiden door expliciet te verwijzen naar ijsdozen. Het bezwaar had derhalve niet betrekking op een uitsluiting van ijsdozen, maar op de wijze waarop de productcategorie was omschreven. Ten tweede stelde Froneri dat de Raad van Beroep de algemene indruk van het betwiste ontwerp onvoldoende onderscheidend had beoordeeld ten opzichte van eerdere ontwerpen. Het Gerecht verwerpt het eerste argument en oordeelde dat Froneri niet heeft aangetoond dat de Raad van Beroep een beoordelingsfout had gemaakt bij het bepalen van de toepasselijke productcategorie. Volgens het Gerecht heeft de Raad terecht geoordeeld dat het ontwerp bedoeld was voor dozen met deksels en verpakkingen voor levensmiddelen.