IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23893
5 oktober 2026
Artikel

Agentic AI: what should brand owners’ trade mark teams be thinking about?

 
IEF 23893

Article written by Nick Aries, Bird & Bird.

Agentic AI: what should brand owners’ trade mark teams be thinking about?

Nick Aries, 20 August, 2026. 

Everyone is talking about agentic AI, but what impact will it have on brands? This article looks at some trademark questions arising from the growth of agentic AI and identifies topics for brand owners and technology providers to plan for.

What is agentic AI?

An agentic AI system uses language models to carry out a task, acting flexibly, learning from experience, and making decisions with limited human intervention. For example, a shopping agent is an AI system that carries out some or all of a purchase on a consumer’s behalf, triggered by an everyday-language request the person types or speaks. The consumer might type: “Find me the best-reviewed waterproof running shoes under £120 and order a pair in size 9.” The agent carries out the task independently and is able to query product databases, consider price and reviews, choose a product, and finalise the purchase without the consumer ever browsing.

IEF 23892

AIPPI Young Members bezoek aan Secrid op 12 november 2026

Beste Young Members,

Van Nederlandse ontwerpstudio tot internationaal succes: Secrid laat goed zien hoe design, innovatie en intellectuele eigendom elkaar kunnen versterken. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? Welke rol speelt IE bij het ontwikkelen van nieuwe producten, welke keuzes maak je bij de bescherming ervan en hoe ga je om met inbreuk, zonder daarbij je bredere waarden uit het oog te verliezen? 

Op donderdag 12 november 2026 zijn de AIPPI Young Members te gast bij Secrid in Den Haag. Founders, het innovatieteam en IE-specialisten van binnen en buiten Secrid nemen ons mee door de hele levenscyclus van een Secrid-product: van idee en ontwerp tot bescherming en handhaving. We sluiten we de middag natuurlijk af met een borrel.

IEF 23891

Toeval en onbewuste ontlening in het auteursrecht

Dirk Visser, 2 oktober 2026.

Voor auteursrechtelijke bescherming van een object is een zekere mate van (menselijke) creativiteit vereist én is vereist dat het ‘werk’ niet is ‘ontleend’ aan het werk van een ander. Voor auteursrechtinbreuk is vereist dat de creatieve trekken van het oudere werk herkenbaar zijn overgenomen én dat het beweerdelijke inbreuk makende werk wél ‘ontleend’ is aan het oudere werk.

Wat betekent ‘ontlening’ hier precies en hoe zit het met toevallige gelijkenis en onbewuste ontlening? En maakt het verschil of er Generatieve AI is gebruikt bij het ontwerpen van een nieuw object?  

Bij de vraag naar auteursrechtelijke bescherming betekent ‘ontlening’ dat de ‘creatieve trekken’ van het werk niet ‘gekopieerd’ mogen zijn van een bestaand werk. Dan is er immers geen sprake van eigen creativiteit van de maker van het nieuwe werk, maar van ‘pikken’ van de creativiteit van de maker van het oudere werk. Bij de vraag of sprake is van auteursrechtinbreuk gaat het er ook om of de ‘creatieve trekken’ van het oudere werk ‘gekopieerd’ zijn.  

In beide gevallen geldt dat er niet is ‘ontleend’, als er geen creatieve trekken zijn overgenomen of gekopieerd. 

IEF 23889

Gerecht EU: normaal gebruik VECTOR FUND aangetoond en verwarringsgevaar met MARKETVECTOR

Gerecht EU (voorheen GvEA) 1 okt 2026, IEF 23889; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-normaal-gebruik-vector-fund-aangetoond-en-verwarringsgevaar-met-marketvector

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23889; IEFbe 4332; ECLI:EU:T:2026:610 (MARKETVECTOR). Van Eck Associates Corp. verzocht om vernietiging van een beslissing van de Vierde kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de internationale registratie MARKETVECTOR voor financiële diensten in klasse 36. De oppositie van Vector S.A. was gebaseerd op het oudere Uniewoordmerk VECTOR FUND. Het Gerecht bevestigt dat normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Hoewel VECTOR FUND niet in exact de geregistreerde vorm was gebruikt, werd het element ‘vector’ wel als merk gebruikt ter identificatie van de commerciële herkomst van de betrokken fondsen en financiële diensten. Dat het teken daarnaast ook als handelsnaam of vennootschapsnaam werd gebruikt, sluit merkgebruik niet uit wanneer het tevens een verband legt tussen het teken en de aangeboden diensten. De weglating van het beschrijvende element ‘fund’ tast het onderscheidend vermogen van het oudere merk niet aan. Ook de toevoeging van aanduidingen als ‘navigator’, ‘flexible’, ‘top managers mixed’ en ‘SICAV’ verandert dat onderscheidend vermogen niet, omdat deze elementen voor het relevante publiek beschrijvend zijn voor de kenmerken of juridische vorm van de verschillende fondsen. De kamer van beroep had daarom terecht geoordeeld dat sprake was van normaal gebruik in de zin van artikel 47 leden 2 en 3, gelezen in samenhang met artikel 18 lid 1 onder a UMVo.

IEF 23890

Article written by Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, Simmons & Simmons. 

AI x Dispute Resolution: AI and IP - protecting rights & managing risk

Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson, 15 September 2026.

AI and IP disputes are here: what businesses need to know now

From landmark copyright cases to ownership questions and cross-border risk, this quick guide distils the latest legal developments and the practical steps organisations should take now.

AI-related disputes are no longer a hypothetical risk for organisations rolling-out use of AI models and tools. With cases already before courts across the UK, Europe and the US, early rulings are beginning to reshape the risk landscape, particularly in terms of IP infringement.

In the latest session of our AI x Dispute Resolution Webinar Series 2026, Joel Smith, Sarah Bailey and Christina Thompson examined the key cases on AI training and outputs, whether AI-generated inventions and outputs are capable of IP protection and set out the practical steps organisations should be taking now to manage risk. This article summarises the key issues discussed, the practical takeaways, some of the interesting questions raised by attendees and what organisations should be thinking about next.

IEF 23888

Gerecht EU bevestigt verwarringsgevaar tussen T-HEAD en oudere HEAD-merken

Gerecht EU (voorheen GvEA) 30 sep 2026, IEF 23888; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-bevestigt-verwarringsgevaar-tussen-t-head-en-oudere-head-merken

Gerecht EU 30 september 2026, IEF 23888; IEFbe 4331; ECLI:EU:T:2026:616 (T-HEAD). T-Head (Shanghai) Semiconductor Co. Ltd verzocht om vernietiging van een beslissing van de Tweede kamer van beroep van het EUIPO in een oppositieprocedure tegen de inschrijving van het beeldmerk T-HEAD voor onder meer waren en diensten in de klassen 9, 35, 41, 42 en 45. De oppositie van Head Technology GmbH was gebaseerd op verschillende oudere HEAD-merken, waaronder Oostenrijkse woordmerken en een internationale registratie. Het Gerecht verwerpt eerst het betoog dat de kamer van beroep haar motiveringsplicht had geschonden bij de vergelijking van de waren in klasse 9. Voor zover T-Head bepaalde waren in haar beroep bij het EUIPO niet uitdrukkelijk had betwist, mocht de kamer van beroep aansluiten bij de motivering van de oppositieafdeling. Ook was de motivering niet tegenstrijdig waar onderscheid werd gemaakt tussen gespecialiseerde technologische componenten met meerdere mogelijke toepassingen en waren die volgens hun omschrijving specifiek als computerhardware moesten worden aangemerkt. Voor die laatste categorie, waaronder computerchips, centrale verwerkingseenheden en netwerkhardware, mocht de kamer van beroep aannemen dat sprake was van ten minste een geringe mate van soortgelijkheid met de software waarop de oudere merken betrekking hadden. Ook de overige door T-Head bestreden vergelijkingen van waren en diensten in de klassen 35, 41, 42 en 45 konden volgens het Gerecht standhouden.

IEF 23885

Oorspronkelijk verschenen op AI-Forum.

Thomson Reuters wint ook in hoger beroep: geen fair use bij AI-training met headnotes


Het Amerikaanse Third Circuit (equivalent van ons gerechtshof) heeft de overwinning van Thomson Reuters op ROSS Intelligence bevestigd. Het gebruik van de koptitels uit de juridische databank van Reuters voor de ontwikkeling van een met die databank concurrerende AI-zoektool, valt niet onder fair use. Het betreft de eerste Amerikaanse uitspraak in hoger beroep over fair use in de context van AI.

Bent u graag up to date op het snijvlak van AI en recht? Meld u vandaag nog aan voor het aankomende Nationaal AI & Data Congres van donderdag 5 november.

IEF 23886

Gerecht EU: geen restitutio in integrum na gemiste verlengingstermijn voor Uniemodel

Gerecht EU (voorheen GvEA) 9 sep 2026, IEF 23886; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-geen-restitutio-in-integrum-na-gemiste-verlengingstermijn-voor-uniemodel

Gerecht EU 9 september 2026, IEF 23886; IEFbe 4329; ECLI:EU:T:2026:551 (Barth tegen EUIPO). Barth GmbH verzocht om vernietiging en wijziging van een beslissing van de Derde kamer van beroep van het EUIPO over een geregistreerd Uniemodel voor isolerende dozen. De bescherming van het model liep op 17 juni 2024 af. Nadat noch binnen de reguliere termijn, noch binnen de aanvullende termijn tegen betaling van een toeslag om verlenging was verzocht, stelde het EUIPO vast dat de bescherming was verstreken. Barth diende vervolgens een verzoek om restitutio in integrum in op grond van artikel 67 lid 1 van Verordening nr. 6/2002. Volgens Barth was de termijnoverschrijding het gevolg van een samenloop van fouten van twee medewerkers van haar gemachtigde. Het Gerecht bevestigt dat herstel in de vorige toestand alleen mogelijk is wanneer de betrokkene, ondanks alle door de omstandigheden vereiste zorgvuldigheid, een termijn niet heeft kunnen naleven. Daarvoor moet een systeem van interne controle en termijnbewaking bestaan dat onbedoelde termijnoverschrijdingen in beginsel uitsluit. Menselijke fouten bij de handmatige verwerking van termijnen zijn volgens het Gerecht niet uitzonderlijk of onvoorzienbaar. Het gebruikte controlesysteem bood onvoldoende waarborgen: de controle berustte in wezen op de ene medewerker die het werk van een andere medewerker controleerde, terwijl geen systematische controle plaatsvond op de medewerker die de verlengingstermijn uit het systeem verwijderde. Ook werd niet in ieder dossier gecontroleerd of de verlengingsvergoeding daadwerkelijk was betaald. Systematische controles, zoals het opvragen van een betalingsbewijs of een controle achteraf of de verlenging in het register was ingeschreven, hadden de fout kunnen ontdekken.

IEF 23884

Rechtbank Noord-Holland ontbindt arbeidsovereenkomst BumaStemra wegens verstoorde arbeidsverhouding

Rechtbank Noord-Holland 14 okt 2026, IEF 23884; ECLI:NL:RBNHO:2026:12034 (BumaStemra tegen [verweerder]), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-noord-holland-ontbindt-arbeidsovereenkomst-bumastemra-wegens-verstoorde-arbeidsverhouding

Rb. Noord-Holland 14 september 2026, IEF 23884; ECLI:NL:RBNHO:2026:12034 (BumaStemra tegen [verweerder]). BumaStemra verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens een verstoorde arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onder g BW. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een ernstige en duurzame verstoring, zodanig dat van BumaStemra redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Na de volledige herstelmelding van de werknemer in januari 2026 hebben partijen veelvuldig gesproken en gecorrespondeerd over haar plaatsing in een nieuw team en de inhoud van haar functie. Volgens de kantonrechter heeft BumaStemra die functie voldoende toegelicht en geconcretiseerd, rekening gehouden met de zorgen van de werknemer over werkdruk en overbelasting en aangeboden het takenpakket gefaseerd op te bouwen. De standpunten van partijen zijn vervolgens verder verhard. Daarbij bleef de werknemer haar bezwaren tegen de nieuwe werksituatie verbinden aan het conflict uit 2024 met haar voormalige leidinggevende en aan haar bredere wantrouwen binnen de organisatie. BumaStemra heeft volgens de kantonrechter wel degelijk pogingen gedaan om de arbeidsrelatie te herstellen: er zijn meerdere gesprekken gevoerd, mediation is aangeboden en BumaStemra heeft uiteindelijk ingestemd met de wens van de werknemer om daarin ook haar klacht over haar voormalige leidinggevende te bespreken. Nadat de werknemer formele klachten indiende en vervolgens liet weten niet meer aan enige vorm van mediation te willen meewerken, ontstond een patstelling. De ernstige verwijten van de werknemer over intimidatie en pestgedrag zijn bovendien niet voldoende onderbouwd en zijn ook in de klachtenprocedure niet komen vast te staan. Deze omstandigheden bevestigen volgens de kantonrechter de ernst en duurzaamheid van de verstoorde arbeidsverhouding.

IEF 23883

Artikel geschreven door Victor den Hollander en Olivia van Rikxoort, De Vos & Partners.  

Music Streaming Fraud: The New Problem After Piracy?

Introduction into the Dark Side of Music  

In the first quarter of the 21st century, we have been confronted with the emergence of music streaming services. At the start of the 21st century, online music revenues consisted of mostly of “a-la-carte” downloadable music (via iTunes), mobile music (remember Apple’s iPod) in the second place, and physical music in the third place. Streaming music – which erupted by the launch of Spotify in 2008 - did not exist on a global scale until 2010-2015, becoming the largest source of revenue in the Music industry in 2015.

In the first decade, IFPI reported that piracy was the biggest threat for music and the online market. In 2025, streaming is dominant accounting for 80% of market revenue. While the combined market of physical and digital music was plummeting from approximately $ 20.7 billion in 2005, to $ 19.6 billion in 2006, in 2024, streaming constituted 69 percent of recorded music revenues worldwide, signalling a profound transformation in the music industry.[1] With this shift, the industry has entered a new legal era: the protection of rights, accurate royalty allocation, and market integrity depend on the reliability of streaming data.

The trigger for this article: fraud case at BumaStemra

So how reliable is streaming data and the system of royalty distribution? As two Amsterdam-based lawyers, this question struck us, after the general members’ meeting of the Dutch collective music rights organization (CMO) Buma/Stemra was abruptly cancelled in May 2025, just one day before it was due to take place.[2] The cancellation followed reports of fraud, which prevented the auditor from signing off on the annual accounts. According to Dutch press coverage, ‘dozens of cases of fraud’ had been uncovered, involving approximately €107.000 that had been distributed to fraudulent accounts. During an internal audit at the end of April 2025, it was discovered that fraudsters used false documents to become member of Buma/Stemra and receive remuneration for the use of music. Among other things, forged non-Dutch identity documents were used. The president of Buma/Stemra confirmed that 81 suspicious accounts had been blocked. These accounts had collectively submitted nearly 900 musical works for which royalties were claimed and paid out.

Although the individuals behind the scheme remain unidentified to date, the episode illustrates that fraud is no abstract problem. It strikes at the heart of the collective management system, with real consequences for transparency, governance, and trust in the music industry. The core problem with such schemes is not only the unlawful enrichment of fraudsters, but also the financial and image harm inflicted on legitimate rightsholders. Because royalties are distributed from a common pool, every euro diverted to a fraudulent account is one less for genuine artists, composers, lyricists, publishers and labels. In this way, fraud does not merely distort reporting figures; it directly undermines the trust and fairness upon which CMO’s (like Buma/Stemra) depend.[3]

The Bigger Problem: Manipulating Streaming Data  

Moreover, fraud extends beyond rights registration and frequently takes place on the streaming platforms themselves, where play counts are artificially inflated. Fraudulent streaming is a theft of revenues that should have gone to legitimate artists and authors, but the implications reach further than royalty misallocation. Manipulated streams skew platform recommendation algorithms, making it harder for authentic artists to have their music discovered. They also corrupt the consumer data that artists and their teams increasingly rely upon to plan tours and marketing campaigns, thereby narrowing the already limited opportunities available to emerging talent seeking a foothold in the business. 

The problem is, of course, not limited to the Netherlands but extends across borders, with its impact magnified on a global scale. According to the International Federation of the Phonographic Industry (IFPI), the streaming market was valued at approximately €18 billion in 2024. Even if Apple Music’s estimate, that fraud accounts for “less than 1%” of activity, were correct, this would still represent hundreds of millions of euros in losses each year, as The Guardian has calculated.

In this article, we will outline the various methods employed in fraudulent schemes (paragraph 2), provide an overview of international case law together with our key takeaways (paragraph 3), examine the measures currently implemented by streaming platforms (paragraph 4), and conclude with our recommendations for the future (paragraph 5).