Uitspraak ingezonden door Tim van Riessen, Spee & Bijl.
Rb. Amsterdam: geen merk- of handelsnaaminbreuk door Icon Investment Group op Icon Real Estate Management
Rb. Amsterdam 2 oktober 2026, IEF 23983; C/13/792 198 / KG ZA 26-7 15 LV/EvK (Icon tegen IIG). In deze zaak tussen Icon Real Estate Management (Icon) en Icon Investment Group (IIG) staat de vraag centraal of IIG met het gebruik van haar handelsnaam en logo inbreuk maakt op de merk- en handelsnaamrechten van Icon. Icon is actief in vastgoedontwikkeling en vastgoedbeheer en beschikt over een Uniewoordmerk ICON en een Beneluxbeeldmerk. IIG is een holding- en investeringsmaatschappij, onder meer betrokken bij vastgoedprojecten. Volgens Icon gebruikt IIG een overeenstemmend teken voor identieke of soortgelijke diensten, waardoor verwarringsgevaar ontstaat.
Save the date: verdediging “Auteursrcontractenrecht in ontwikkeling. Versterking van de rechtspositie van makers” op 3 december
Op donderdag 3 december aanstaande om 12:30 uur verdedigt Roma Leuyerink haar proefschrift getiteld ‘Auteursrcontractenrecht in ontwikkeling. Versterking van de rechtspositie van makers’ aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In dit (artikelen)proefschrift onderzoekt Leuyerink hoe mogelijke oplossingen voor geconstateerde knelpunten in het auteurscontractenrecht zich verhouden tot hoger recht, zoekt zij middels rechtsvergelijking naar aanknopingspunten voor de invulling van vage normen en doet zij diverse concrete aanbevelingen aan de nationale en Europese wetgever ter verbetering van het auteurscontractenrecht. Het onderzoek concentreert zich met name op de drie kernonderwerpen binnen het auteurscontractenrecht: de vergoedingsrechten, transparantie en alternatieve geschillenbeslechting. De reeds gepubliceerde artikelen zijn verrijkt met actuele epilogen. Daarnaast bevat het boek een nog niet eerder gepubliceerd introducerend hoofdstuk over het auteurscontractenrecht en een slotbeschouwing waarin Leuyerink de problematiek en ontwikkelingen die in het boek centraal staan, plaatst binnen een drietal belangrijke en veelbesproken tendensen in het algemene privaatrecht, te weten: de instrumentalisering, constitutionalisering en collectivering daarvan.
De verdediging vindt plaats in de Aula van de Radboud Universiteit (Comeniuslaan 2 te Nijmegen). Geïnteresseerden zijn van harte uitgenodigd om de promotieplechtigheid bij te wonen.
UNION-IP ronde tafel: "Design protection in the digital age"
Vrijdag 13 november 2026, 11:00 – 16:00 uur
Hotel Jakarta, Javakade 766, Amsterdam
De Designs Commission en de Software Commission van UNION-IP organiseren samen een ronde tafel over modellenbescherming in het digitale tijdperk. Centraal staat wat de hervorming van het EU-modellenrecht en digitale technologieën betekenen voor modelrechten in de praktijk.
Panel 1 – Weergave van modellen na de recente wetswijzigingen
Nieuwe mogelijkheden en vormen van weergave, en ontwikkelingen in het Hague system voor internationale modellen. Met Grégoire Bisson (WIPO) en Gailė Sakalaitė-Orlovskienė (EUIPO).
Panel 2 – AI-tools en modeltekeningen
Het gebruik van AI en software bij het maken van modelweergaven, en het effect van de gekozen weergave op de beschermingsomvang. Met Virginia Driver (UNION-IP Software Commission) en Tony ter Horst (Lines, Curves and Pixels).
Panel 3 – Bescherming van apps en GUI's
Apps, GUI's en geanimeerde modellen, en strategieën voor depot en bescherming. Met Alva Hansson (AWA Sweden).
Elk panel biedt ruimte voor vragen en discussie. De dag sluit af met een borrel.
Deelname kost € 150 (UNION-IP-leden € 110), inclusief lunch en borrel.
Meer informatie en aanmelden: https://union-ip.org/events/union-ip-round-table-amsterdam/
Beschuldigingen over exploitatie van muziekrechten niet onrechtmatig vanwege zakelijke context en feitelijke onderbouwing
Hof Amsterdam 20 oktober 2026, IEF 23980; IT 5623; ECLI:NL:GHAMS:2026:3034 ([appellant] tegen [geïntimeerden]) In deze zaak tussen [appellant] en [geïntimeerden] staat de vraag centraal of [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door in e-mails aan onder meer muziekdistributeurs, advocaten en zakelijke relaties beschuldigingen te uiten over de exploitatie van muziekrechten. Partijen zijn verwikkeld in een langdurig geschil over de rechten op een muziekcatalogus. [appellant] stelt dat [geïntimeerden] muziekwerken exploiteren zonder over de benodigde rechten te beschikken en beschuldigt hen onder meer van fraude, oplichting en belastingontduiking. De rechtbank oordeelde dat de uitlatingen onrechtmatig waren [IEF 22875].
UPC CoA: Geen gekwalificeerde elektronische handtekening vereist voor beroepschrift
UPC CoA 8 oktober 2026, IEF 23972; IEFbe 4375; UPC-CoA-73/2026 (Esko-Software, Esko-Graphics tegen In(k)control). In deze zaak tussen Esko-Software, Esko-Graphics en In(k)control staat de vraag centraal of een beroepschrift moet zijn voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening en of de procestaal op grond van artikel 49 lid 5 UPCA moet worden gewijzigd van het Nederlands naar het Engels. In(k)control had bij de lokale divisie Brussel van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Esko op basis van Europees octrooi EP 3 841 735. Esko verzocht om wijziging van de procestaal naar het Engels, onder meer omdat het octrooi in het Engels was verleend, partijen in het Engels communiceerden en een groot deel van de processtukken Engelstalig was. De voorzitter van Court of First Instance wees dit verzoek af, waarna Esko hoger beroep instelde. In(k)control stelde vervolgens de geldigheid van het beroepschrift ter discussie, omdat dit niet was voorzien van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening.
UPC CoA: Intrekking hoger beroep na schikking leidt tot terugbetaling van 50% van het griffierecht
UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23971; IEFbe 4374; UPC-CoA-77/2026 en UPC-CoA-78/2026 (Beko/Dolby). In deze zaak tussen Beko en Dolby staat de vraag centraal onder welke voorwaarden een inbreukvordering en een reconventionele nietigheidsvordering tijdens de hogerberoepsprocedure kunnen worden ingetrokken en of daarbij aanspraak bestaat op gedeeltelijke terugbetaling van het griffierecht. Dolby had bij de lokale divisie Düsseldorf van het UPC een inbreukprocedure aangespannen tegen Beko wegens vermeende inbreuk op Europees octrooi EP 3 605 534. De lokale divisie wees de inbreukvordering toe, wees de reconventionele nietigheidsvordering van Beko af en veroordeelde Beko in de proceskosten. Beko stelde hiertegen hoger beroep in. Tijdens de hogerberoepsprocedure bereikten partijen een schikking, waarna zij hun vorderingen wilden intrekken.
UPC CoA: Onjuiste of onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting rechtvaardigt geen herstel van beroepstermijn
UPC CoA 9 oktober 2026, IEF 23790; IEFbe 4373; UPC-CoA-69/2026; UPC-CoA-71/2026; UPC-CoA-72/2026 (Network System Technologies tegen Qualcomm). In deze zaak tussen Network System Technologies (NST) en Qualcomm staat de vraag centraal of een gemiste beroepstermijn kan worden hersteld wanneer een rechterlijke beslissing onvolledige rechtsmiddelenvoorlichting bevat. NST had bij de lokale divisie München van het UPC inbreukprocedures aangespannen tegen Qualcomm met betrekking tot drie Europese octrooien. Daarbij had NST op grond van Rule 190 van het RoP verzocht om overlegging van bewijs. De lokale divisie wees deze verzoeken af in haar beslissingen van 11 maart 2026. NST stelde hiertegen beroep in, maar het Court verklaarde de beroepen tegen de afwijzing van de bewijsverzoeken niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de toepasselijke beroepstermijn van vijftien dagen. NST verzocht vervolgens op grond van Rule 320 RoP om herstel van haar rechten. NST voerde aan dat de beslissingen van de lokale divisie uitsluitend waren aangeduid als 'decisions' en dat de rechtsmiddelenvoorlichting een beroepstermijn van twee maanden vermeldde. Bovendien waren de afwijzingen van de bewijsverzoeken niet opgenomen in het dictum van de beslissingen. Volgens NST kon haar daarom niet worden verweten dat zij de beroepstermijn van vijftien dagen had gemist.
Uitspraak ingezonden door Rik Balk, Balk Legal.
Rb. Amsterdam: € 2.300 schadevergoeding voor ongeoorloofd gebruik foto's kapsalon na beëindiging samenwerking
Rb. Amsterdam 28 oktober 2026, IEF 23978; C/13/779258 / HA ZA 25-1744 ([eiser] tegen [gedaagde]). In deze zaak tussen [eiser] en [gedaagde] staat de vraag centraal of [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] door foto's van kapselmodellen te blijven gebruiken na beëindiging van hun samenwerking. [eiser] exploiteerde sinds 2005 een kapsalon in Amsterdam, die [gedaagde] per 1 januari 2022 overnam. Tijdens hun samenwerking werden verschillende foto's van modellen en klanten gemaakt, die [gedaagde] gebruikte op haar website en sociale media. Op 20 december 2023 trok [eiser] de toestemming voor het gebruik van het beeldmateriaal per 1 januari 2024 in. Omdat verschillende foto's online bleven staan, vordert [eiser] € 91.125 aan schadevergoeding wegens auteursrechtinbreuk, bestaande uit misgelopen licentievergoedingen en verschillende opslagen.
VMC Studiemiddag 27 november – Wetsvoorstel hervorming van de landelijke publieke omroep
Vrijdagmiddag 27 november 2026, 14.00-17.00 uur, aansluitend een borrel (tot 18.30 uur) OBA Oosterdok, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Op 4 april 2025 kondigde de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een kamerbrief een ingrijpende hervorming van de landelijke publieke omroep aan. Het wetsvoorstel ‘Wet hervorming landelijke omroep’ heeft recent ter internetconsultatie gelegen. Tijdens deze VMC-Studiemiddag ontleden we onder leiding van dagvoorzitters Mervin Huang (VMC-bestuurslid) en Maarten van Waveren (VMC-bestuurslid) samen met experts uit de praktijk, wetenschap en toezicht de juridische, bestuurlijke en redactionele consequenties van deze stelselwijziging. Hoe toekomstbestendig is deze nieuwe opzet van het publieke bestel nou werkelijk?
Na een inleiding over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel, onderzoeken we de gevolgen voor de publieke media-opdracht. Samen met Veroniek Schaafsma (NPO) en Lonneke van der Zee (College van Omroepen) bespreken we hoe maatschappelijke worteling en pluriformiteit worden geborgd zonder ledencriterium en toetreding, en hoe de dynamiek tussen NPO en omroepen verschuift bij strategische plannen. We verruimen het perspectief met Arjo Kramer (Talpa Network) en kijken naar de verhouding tot de commerciële markt en de kansen voor publiek-private samenwerking. Wouter Hins (emeritus hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden) opent het tweede deel met een toelichting op het IViR-rapport ‘Eindrapport Waarborgen voor journalistieke kwaliteit binnen de Nederlandse publieke omroep’ en de landing daarvan in het wetsvoorstel. Vervolgens gaan we in het panelgesprek met Giselle van Cann (College van Hoofdredacteuren), Wytse Vellinga (Ombudsman voor de publieke omroepen) en Johan de Groot (Commissariaat voor de Media) in op
de impact op de redactionele praktijk, de versterkte positie van de Ombudsman en verkennen we de grens tussen zelfregulering en extern toezicht.
Uitspraak ingezonden door Bas Peper, Eversheds Sutherland.
Rechtbank wijst aanhouding procedure over auteurs- en Uniemodelrechten op fietstassen af
Rb. Den Haag 28 oktober 2026, C/09/703640 / HA ZA 26-390 (Basil c.s. tegen BRN). In deze zaak tussen Basil B.V. en Invented Here B.V. (Basil c.s.) en de Italiaanse fietstassenproducent BRN staat de vraag centraal of een eerder in Italië aanhangig gemaakte procedure moet leiden tot aanhouding van de Nederlandse bodemprocedure. Basil c.s. brengt onder meer de fietstassen Miles, Soho en City Shopper op de markt. Invented Here is houdster van de Uniemodellen voor de Miles en de Soho, en Basil B.V. is als licentienemer bevoegd om tegen inbreuken op te treden. BRN verzocht het EUIPO beide modellen nietig te verklaren, maar de nietigheidsafdeling wees die verzoeken af: voor de Miles op 7 maart 2025 en voor de Soho op 12 december 2025. Bij kortgedingvonnis van 1 april 2025 verbood de voorzieningenrechter BRN de verhandeling van de BO 202 en de BO 204 wegens inbreuk op de Uniemodellen, en van de BO 205 wegens inbreuk op het auteursrecht op de City Shopper. Omdat BRN in Italië is gevestigd, bleef dat verbod beperkt tot Nederland. Nadat Basil c.s. BRN had gesommeerd de verkoop in de gehele Europese Unie te staken, startte BRN op 5 december 2025 in Italië een procedure. Daarin vordert zij een verklaring voor recht dat haar tassen geen inbreuk maken op de auteursrechten van Basil c.s. Op 17 december 2025 dagvaardde Basil c.s. BRN in een Nederlandse bodemprocedure. Op 8 mei 2026 stelde zij in Italië bovendien een reconventionele vordering in, onder meer tot een Uniemodelrechtelijk inbreukverbod voor de gehele Europese Unie.