IEF 23774
21 september 2026
Artikel

Volg IE-Forum ook op LinkedIn

 
IEF 23881
1 oktober 2026
Artikel

De volgende stap voor de ervaren IE-jurist: Mr. S.K. Martens Academie 2026-2027

 
IEF 23977
29 oktober 2026
Artikel

VMC Studiemiddag 27 november – Wetsvoorstel hervorming van de landelijke publieke omroep

 
IEF 23977

VMC Studiemiddag 27 november – Wetsvoorstel hervorming van de landelijke publieke omroep

Vrijdagmiddag 27 november 2026, 14.00-17.00 uur, aansluitend een borrel (tot 18.30 uur) OBA Oosterdok, Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Op 4 april 2025 kondigde de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een kamerbrief een ingrijpende hervorming van de landelijke publieke omroep aan. Het wetsvoorstel ‘Wet hervorming landelijke omroep’ heeft recent ter internetconsultatie gelegen. Tijdens deze VMC-Studiemiddag ontleden we onder leiding van dagvoorzitters Mervin Huang (VMC-bestuurslid) en Maarten van Waveren (VMC-bestuurslid) samen met experts uit de praktijk, wetenschap en toezicht de juridische, bestuurlijke en redactionele consequenties van deze stelselwijziging. Hoe toekomstbestendig is deze nieuwe opzet van het publieke bestel nou werkelijk?

Na een inleiding over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel, onderzoeken we de gevolgen voor de publieke media-opdracht. Samen met Veroniek Schaafsma (NPO) en Lonneke van der Zee (College van Omroepen) bespreken we hoe maatschappelijke worteling en pluriformiteit worden geborgd zonder ledencriterium en toetreding, en hoe de dynamiek tussen NPO en omroepen verschuift bij strategische plannen. We verruimen het perspectief met Arjo Kramer (Talpa Network) en kijken naar de verhouding tot de commerciële markt en de kansen voor publiek-private samenwerking. Wouter Hins (emeritus hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden) opent het tweede deel met een toelichting op het IViR-rapport ‘Eindrapport Waarborgen voor journalistieke kwaliteit binnen de Nederlandse publieke omroep’ en de landing daarvan in het wetsvoorstel. Vervolgens gaan we in het panelgesprek met Giselle van Cann (College van Hoofdredacteuren), Wytse Vellinga (Ombudsman voor de publieke omroepen) en Johan de Groot (Commissariaat voor de Media) in op
de impact op de redactionele praktijk, de versterkte positie van de Ombudsman en verkennen we de grens tussen zelfregulering en extern toezicht.

IEF 23976

Uitspraak ingezonden door Bas Peper, Eversheds Sutherland.

Rechtbank wijst aanhouding procedure over auteurs- en Uniemodelrechten op fietstassen af

Rechtbank Den Haag 28 okt 2026, IEF 23976; C/09/703640 / HA ZA 26-390 (Basil c.s. tegen BRN), https://ie-forum.nl/artikelen/rechtbank-wijst-aanhouding-procedure-over-auteurs-en-uniemodelrechten-op-fietstassen-af

Rb. Den Haag 28 oktober 2026, C/09/703640 / HA ZA 26-390 (Basil c.s. tegen BRN). In deze zaak tussen Basil B.V. en Invented Here B.V. (Basil c.s.) en de Italiaanse fietstassenproducent BRN staat de vraag centraal of een eerder in Italië aanhangig gemaakte procedure moet leiden tot aanhouding van de Nederlandse bodemprocedure. Basil c.s. brengt onder meer de fietstassen Miles, Soho en City Shopper op de markt. Invented Here is houdster van de Uniemodellen voor de Miles en de Soho, en Basil B.V. is als licentienemer bevoegd om tegen inbreuken op te treden. BRN verzocht het EUIPO beide modellen nietig te verklaren, maar de nietigheidsafdeling wees die verzoeken af: voor de Miles op 7 maart 2025 en voor de Soho op 12 december 2025. Bij kortgedingvonnis van 1 april 2025 verbood de voorzieningenrechter BRN de verhandeling van de BO 202 en de BO 204 wegens inbreuk op de Uniemodellen, en van de BO 205 wegens inbreuk op het auteursrecht op de City Shopper. Omdat BRN in Italië is gevestigd, bleef dat verbod beperkt tot Nederland. Nadat Basil c.s. BRN had gesommeerd de verkoop in de gehele Europese Unie te staken, startte BRN op 5 december 2025 in Italië een procedure. Daarin vordert zij een verklaring voor recht dat haar tassen geen inbreuk maken op de auteursrechten van Basil c.s. Op 17 december 2025 dagvaardde Basil c.s. BRN in een Nederlandse bodemprocedure. Op 8 mei 2026 stelde zij in Italië bovendien een reconventionele vordering in, onder meer tot een Uniemodelrechtelijk inbreukverbod voor de gehele Europese Unie.

IEF 23957

Wat is de toekomst van advocaten in tijden van AI?

In tijden waarin steeds meer AI gebruikt wordt, vragen we ons af: wat is de toekomst van de advocaat? Tijdens het Nationaal AI & Data congres gaat Ot van Daalen in op deze vraag. Hij bespreekt waar de risico's en kansen liggen voor advocaten. 

Tijdens het congres zijn ook Astrid Sixma, Menno Weij, Eliëtte Vaal, Tycho de Graaf, Elgar Weijtmans, Marc Boom en Peter Backx aanwezig. U kunt zich nog aanmelden voor dit congres. 

IEF 23909

Auteursconferentie: 20 jaar Handhaving van Intellectuele Eigendom

Bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, tweede druk

Op maandagmiddag 2 November 2026 organiseert het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht van de UU in samenwerking met deLex een conferentie over handhaving van intellectuele eigendom. De conferentie vindt plaats in het kader van het werk aan de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom, die in 2016 onder redactie van Willem Grosheide bij deLex verscheen. In 2027 verschijnt de nieuwe druk. Tijdens de conferentie presenteren de auteurs vast de belangrijkste ontwikkelingen.

In 2006 startte een revolutie op het gebied van de handhaving van intellectuele eigendom. Tot dat moment werd handhaving gezien als een nationale kwestie, die buiten het bereik van het EU recht lag. Dat veranderde toen in 2006 de implementatietermijn van de EU handhavingsrichtlijn verstreek. Vanaf toen betrad het EU recht het nationale procesrecht. De gevolgen die dat heeft gehad voor de handhaving van intellectuele eigendom in Nederland staan centraal in de nieuwe druk van de bundel Handhaving van Intellectuele Eigendom en de auteursconferentie. Daarnaast bieden de nieuwe druk en de conferentie een actueel overzicht van alle relevante aspecten van handhaving van intellectuele eigendom.

IEF 23975

SONT Besluit tarieven en voorwerpen thuiskopievergoeding 2027-2028

De Stichting Onderhandelingen Thuiskopievergoeding (SONT) heeft de tarieven voor de thuiskopievergoeding voor de periode 2027-2028 vastgesteld. Dit besluit geldt voor een periode van twee jaar, ingaand op 1 januari 2027.

De SONT heeft sinds 2024 gewerkt aan een brede herijking van de tarieven. Er bleek behoefte te bestaan aan meer en ook andere metingen en onderzoeken om tot een zo robuust mogelijke uitkomst te komen waaruit tarieven kunnen worden afgeleid.

In het domein van de thuiskopieën zijn belangrijke feitelijke ontwikkelingen waarneembaar, zoals het toegenomen belang van streamingdiensten, cloudopslag en andere digitale vormen van gebruik en opslag van content. De kwantitatieve onderzoeken die de SONT in het kader van de brede herijking door bureaus Dialogic en Verian heeft laten uitvoeren, hebben geleid tot een zo goed mogelijke benadering van de schade van rechthebbenden en de daarvoor vast te stellen compensatie. Kern van de tariefberekening is dat de schade die rechthebbenden ondervinden als gevolg van het maken en gebruiken van thuiskopieën niet wordt berekend op basis van uitsluitend het aantal gemaakte kopieën, maar primair op basis van de economische waarde van de daadwerkelijke consumptie (beluisteren, bekijken of lezen) van die kopieën. Het zwaartepunt van de berekening ligt dus bij het feitelijke gebruik van op enig voorwerp opgeslagen thuiskopieën en de licentie-inkomsten voor rechthebbenden die zonder de mogelijkheid tot het maken van die thuiskopieën zouden
kunnen zijn geïncasseerd.

Deze brede herijking wil tegemoetkomen aan de opdracht aan de SONT om tot een billijke vergoeding voor rechthebbenden te komen, dat wil zeggen een vergoeding die een benadering wil zijn van de schade die rechthebbenden lijden als gevolg van de wettelijke bevoegdheid tot thuiskopiëren. De nieuwe tarieven zullen Europees bezien niet onaanvaardbaar uit de pas lopen.

In april dit jaar heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in een Nederlandse gerechtelijke procedure bepaald dat downloads uit betaalde streamingdiensten (zoals Spotify en Netflix) niet moeten worden aangemerkt als vergoedingsplichtige thuiskopieën. Dit nieuwe besluit is met deze uitspraak in lijn, net als voorgaande besluiten van de SONT.

Het SONT Besluit tarieven en voorwerpen thuiskopievergoeding 2027-2028 is door de voorzitter genomen tijdens de bestuursvergadering van de SONT van 15 oktober 2026. De voorwerpen en tarieven van de thuiskopievergoeding zijn vanaf 1 januari 2027 als volgt, weergegeven in onderstaande tabel:

IEF 23965

UPC CoA: SharkNinja krijgt € 37.900 aan te veel betaalde griffierechten terug

Unified Patent Court (UPC) 5 okt 2026, IEF 23965; UPC-CoA-61/2026 (SharkNinja tegen SEB), https://ie-forum.nl/artikelen/upc-coa-sharkninja-krijgt-37-900-aan-te-veel-betaalde-griffierechten-terug

UPC CoA 5 oktober 2026, IEF 23965; IEFbe 4369; UPC-CoA-61/2026 (SharkNinja tegen SEB). Het CoA beslist dat SharkNinja recht heeft op terugbetaling van € 37.900 aan te veel betaalde griffierechten. De beslissing volgt op een hogerberoepsprocedure tegen SEB en aan haar gelieerde vennootschappen over voorlopige maatregelen wegens vermeende inbreuk op Europees octrooi EP 3 689 198 [IEF 23841]. SharkNinja had voor het hoger beroep € 90.300 aan griffierechten betaald, bestaande uit een vast bedrag van € 14.600 en een waardeafhankelijke vergoeding van € 75.700. Dit bedrag was gebaseerd op een zaakwaarde van € 7,5 miljoen, zoals vastgesteld door de Local Division Parijs. In zijn eindbeslissing van 21 augustus 2026 stelde het Hof van Beroep de waarde van de hogerberoepsprocedure echter vast op € 3,75 miljoen, de helft van de waarde in eerste aanleg.

IEF 23974

Geen verrekening van onvoldoende onderbouwde managementkosten tegenover erkende artiestenvergoedingen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 okt 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]), https://ie-forum.nl/artikelen/geen-verrekening-van-onvoldoende-onderbouwde-managementkosten-tegenover-erkende-artiestenvergoedingen

Rb. Zeeland-West-Brabant 21 oktober 2026, IEF 23974; ECLI:NL:RBZWB:2026:10255 ([persoon 1] en [bedrijf 1] tegen [persoon 2]). In deze zaak trad een artiestenmanager jarenlang op als agente voor een cabaretier/acteur en een onderneming van een voice-actor/radio-dj. Aanvankelijk factureerden de artiesten hun vergoedingen (gages) rechtstreeks, maar later werd overgegaan op een systeem waarin de manager verzamelfacturen stuurde inclusief haar agency fee. De artiesten zouden periodiek een factuur sturen voor hun deel van de vergoedingen. Nadat de manager langere tijd onbereikbaar bleef, werd de samenwerking beëindigd. De artiesten stuurden eindafrekeningen op basis van opgevraagde klantfacturen, maar de manager betaalde niet, waarna een bodemprocedure en conservatoir beslag volgden. In reconventie vorderde de manager op haar beurt betaling voor talloze niet eerder in rekening gebrachte PR-kosten, productiekosten en overige werkzaamheden. 

IEF 23969

Gerecht EU: Publicaties en loyaliteitsprogramma's kunnen complementaire waren en diensten zijn

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 okt 2026, IEF 23969; ECLI:EU:T:2026:694 (Volotea tegen EUIPO, ITA), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-publicaties-en-loyaliteitsprogramma-s-kunnen-complementaire-waren-en-diensten-zijn

Gerecht EU 21 oktober 2026, IEF 23969; IEFbe 4372; T-513/25; ECLI:EU:T:2026:694 (Voloteat tegen EUIPO, ITA Airways). In deze zaak tussen Volotea en EUIPO, met Italia Trasporto Aereo (ITA Airways) als interveniënte, staat de vraag centraal of waren en diensten op het gebied van loyaliteitsprogramma's soortgelijk zijn aan publicaties en het online aanbieden daarvan. ITA Airways had een aanvraag ingediend voor het Uniebeeldmerk VOLARE voor onder meer loyaliteitskaarten, software voor loyaliteitsprogramma's en diensten op het gebied van klantenbinding. Volotea stelde oppositie in op basis van haar oudere Uniebeeldmerken VOLARE en VOLARE MAGAZINE, die onder meer betrekking hebben op gedrukte en elektronische publicaties. De oppositieafdeling en de kamer van beroep van het EUIPO wezen de oppositie af, omdat volgens hen geen sprake was van soortgelijke waren en diensten. Volotea stelde daarop beroep in bij het Gerecht.

IEF 23949

Ben helemaal op de hoogte van de laatste merkenrechtelijke ontwikkelingen in de Benelux

Morgen, donderdag 29 oktober, vindt het Benelux Merkencongres plaats. Tijdens deze dag bespreekt Martin Senftleben (IViR, Bird & Bird) de laatste actualiteiten en belangrijkste jurisprudentie. Meld u vandaag aan om weer helemaal op de hoogte te zijn van alle laatste ontwikkelingen. 

Tijdens het Benelux Merkencongres spreken ook Tobias Cohen Jehoram, Luminita Olteanu, Marjolein Bronneman, Jorn Torenbosch, Christiaan Alberdingk Thijm en Henry Robben.

IEF 23968

Gerecht EU: Herinschrijving Waterdrop-merk te kwader trouw wegens omzeiling gebruiksbewijsplicht

Gerecht EU (voorheen GvEA) 21 okt 2026, IEF 23968; ECLI:EU:T:2026:687 (Qingdao Ecopure Filter tegen EUIPO, Waterdrop Microdrink), https://ie-forum.nl/artikelen/gerecht-eu-herinschrijving-waterdrop-merk-te-kwader-trouw-wegens-omzeiling-gebruiksbewijsplicht

Gerecht EU 21 oktober 2026, IEF 23968; IEFbe 4371; T-541/25; ECLI:EU:T:2026:687 (Qingdao Ecopure Filter tegen EUIPO, Waterdrop Microdrink). In deze zaak tussen Qingdao Ecopure Filter en EUIPO, met Waterdrop Microdrink als interveniënte, staat de vraag centraal of de herinschrijving van het merk Waterdrop te kwader trouw heeft plaatsgevonden in de zin van artikel 59 lid 1 onder b UMVo. Qingdao Ecopure Filter had in 2021 een aanvraag ingediend voor het woordmerk Waterdrop, terwijl zij al beschikte over een vrijwel identiek ouder beeldmerk voor onder meer waterfilters. Waterdrop Microdrink verzocht om nietigverklaring van het nieuwe merk. De kamer van beroep van het EUIPO oordeelde dat de herinschrijving voor bepaalde waren te kwader trouw had plaatsgevonden, omdat daarmee de verplichting om normaal gebruik van het oudere merk aan te tonen werd omzeild. Qingdao Ecopure Filter stelde hiertegen beroep in.