IEF 23725
3 augustus 2026
Uitspraak

Ex parte verbod wegens inbreuk op Philips-merken en modelrecht

 
IEF 23723
3 augustus 2026
Uitspraak

Rb. Den Haag: ex parte verbod op handel in Volkswagen ID.6 wegens merkinbreuk

 
IEF 23009
3 augustus 2026
Artikel

Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IE-Forum

 
IEF 23725

Ex parte verbod wegens inbreuk op Philips-merken en modelrecht

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026,, IEF 23725; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/ex-parte-verbod-wegens-inbreuk-op-philips-merken-en-modelrecht

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23725; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2]). In deze zaak tussen Koninklijke Philips N.V. en [gerekwestreerde 1] en [gerekwestreerde 2] staat de gestelde inbreuk op Uniewoordmerken en een model van Philips centraal. Philips verzoekt de voorzieningenrechter om zonder voorafgaand verhoor van [gerekwestreerden] een onmiddellijk verbod op te leggen. De voorzieningenrechter acht de geldigheid van de door Philips ingeroepen rechten voorshands voldoende aannemelijk. Philips heeft daarnaast voldoende aannemelijk gemaakt dat [gerekwestreerden] inbreuk maken op deze rechten. De beschikking vermeldt niet om welke producten het precies gaat, maar verwijst naar de in het verzoekschrift omschreven inbreukmakende producten.

IEF 23723

Rb. Den Haag: ex parte verbod op handel in Volkswagen ID.6 wegens merkinbreuk

Rechtbank Den Haag 26 jun 2026,, IEF 23723; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (Volkswagen Aktiengesellschaft tegen [gerekwestreerde]), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/rb-den-haag-ex-parte-verbod-op-handel-in-volkswagen-id-6-wegens-merkinbreuk

Rb. Den Haag 26 juni 2026, IEF 23723; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (Volkswagen Aktiengesellschaft tegen [gerekwestreerde]). In deze zaak tussen Volkswagen Aktiengesellschaft en [gerekwestreerde] staat de gestelde inbreuk op de merkrechten van Volkswagen door de handel in Volkswagen ID.6-auto’s centraal. Volkswagen verzoekt de voorzieningenrechter om zonder voorafgaand verhoor van [gerekwestreerde] een verbod op te leggen. De voorzieningenrechter acht de geldigheid van de door Volkswagen ingeroepen merkrechten voorshands voldoende aannemelijk. Ook heeft Volkswagen voldoende aannemelijk gemaakt dat [gerekwestreerde] inbreuk op deze rechten maakt. Uit de beschikking volgt dat de gestelde inbreuk bestaat uit het invoeren, uitvoeren, aanbieden, in de handel brengen of voor deze doeleinden in voorraad hebben van auto’s van het type Volkswagen ID.6.

IEF 23722

Verzoeken over verkoop van IE-rechten vallen grotendeels buiten artikel 69 Fw

Rechtbank Den Haag 21 jul 2026,, IEF 23722; ECLI:NL:RBDHA:2026:21050 (4ML B.V. tegen de curator in de faillissementen van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/verzoeken-over-verkoop-van-ie-rechten-vallen-grotendeels-buiten-artikel-69-fw

Rb. Den Haag 21 juli 2026, IEF 23722; ECLI:NL:RBDHA:2026:21050 (4ML B.V. tegen de curator in de faillissementen van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V.). In deze zaak tussen 4ML B.V. en de curator in de faillissementen van [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. staat de vraag centraal of nader onderzoek nodig is naar intellectuele eigendomsrechten op twee formules voor verfpoeder. Daarnaast beoordeelt de rechtbank welke verzoeken een schuldeiser op grond van artikel 69 Fw aan de rechter-commissaris kan voorleggen. De gefailleerde vennootschappen hielden zich bezig met een verfformule die aanvankelijk werd aangeduid als RWP100. Volgens 4ML is deze formule later doorontwikkeld tot RWP203. Beide formules en de daarop rustende IE-rechten behoren volgens 4ML tot de faillissementsboedel. De curator is van plan de IE-rechten op RWP100 te verkopen, maar beschouwt RWP203 niet als onderdeel van de boedel. 4ML stelt dat de boedel hierdoor wordt benadeeld en verzocht de rechter-commissaris onder meer om nader onderzoek naar de eigendom van RWP203, de veiligstelling van mogelijke boedelactiva, mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid en de waarborgen rond het verkoopproces. Ter ondersteuning van haar standpunt verwijst 4ML naar een e-mail van een voormalig bestuurder uit 2022, waarin wordt gesproken over de binnen de gefailleerde vennootschappen ontwikkelde titaniumdioxidevrije formules RWP100 en RWP203. Ook beroept 4ML zich op een vergelijkend onderzoek van Nebest. Daaruit blijkt volgens haar dat de onderzochte verfpoeders dezelfde organische componenten bevatten en slechts op enkele punten verschillen. Verder acht 4ML het ongeloofwaardig dat de voormalige bestuurders hebben verklaard de formule van RWP203 niet in hun bezit te hebben. De curator stelt daartegenover dat uitgebreid onderzoek is verricht. Uit een technisch laboratoriumonderzoek is niet gebleken dat RWP100 en RWP203 dezelfde formule hebben. Ook heeft de curator een accountant onderzoek laten doen bij [bedrijf 3] B.V., de vennootschap waarbinnen RWP203 volgens haar bestuurder zou zijn ontwikkeld. Uit dat onderzoek blijkt niet dat [bedrijf 3] B.V. omzet met een verfproduct heeft behaald. De curator heeft daarom geen schade voor de gefailleerde vennootschappen en geen onrechtmatige doorontwikkeling of verduistering van IE-rechten kunnen vaststellen.

IEF 23720

Artikel geschreven door Evelien Huberts, Hoogenraad & Haak.

“Nature Socks” een duurzaamheidsclaim?

Evelien Huberts, 7 april 2026

Een verpakking met de namen “Wollsocken” en “Nature Socks” en een afbeelding van een bol wol met breinaalden suggereert volgens een klager bij de Reclame Code Commissie dat sprake is van een “veel natuurlijker en duurzamer product dan het in werkelijkheid is”. De klager vond de uiting misleidend. Maar hoe zit het écht?

IEF 23721

Uitspraak ingezonden door Dirk Visser en Jasper Klopper, Visser Schaap & Kreijger.

Beroep op parodie-exceptie faalt bij commerciële exploitatie ABBA-parodie ‘Dikke Pens’

Rechtbank Midden-Nederland 29 jul 2026,, IEF 23721; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/beroep-op-parodie-exceptie-faalt-bij-commerciele-exploitatie-abba-parodie-dikke-pens

Rb. Midden-Nederland 29 juli 2026, IEF 23721; IT 5394; ECLI:NL:RBMNE:2026:4647 (De Kapotte Kachels tegen Universal Music Publishing). De carnavalsband De Kapotte Kachels bracht het nummer Dikke Pens (Clap Your Pens) uit, waarin de melodie van Take A Chance On Me van ABBA wordt gebruikt met een nieuwe, carnavaleske tekst. Universal Music Publishing, die namens de rechthebbenden van ABBA optreedt, liet het nummer van onder meer Spotify verwijderen wegens auteursrechtinbreuk. De Kapotte Kachels vorderen daarop onder meer verklaringen voor recht dat Dikke Pens een toegestane parodie is in de zin van artikel 18b Auteurswet.

IEF 23719

Artikel geschreven door Ebba Hoogenraad, Hoogenraad & Haak

De groene EmpCo-klok tikt … wat bedrijven nu moeten weten

Ebba Hoogenraad, 29 juni 2026

De toepassingsdatum van de EmpCo-richtlijn, 27 september 2026, nadert snel. Niet alleen de zomerzon zorgt voor warmte; maar ook bedrijven met duurzaamheidsclaims op hun verpakkingen krijgen het hier warm van.

Vanaf die datum zijn o.a. generieke milieuclaims verboden. Woorden als duurzaam, groen, verantwoord of milieubewust mogen uitsluitend worden gebruikt met keihard bewijs ('erkende voortreffelijke milieuprestaties'), of als de claim direct in de uiting zelf wordt gespecificeerd.

IEF 23717

Annotatie geschreven door P.B. Hugenholtz. 

NJ-noot onder HvJEU Pelham 2 (pastiche)

[verschenen in Nederlandse Jurisprudentie 2026/188].

Noot

In deze noot bespreekt P.B. Hugenholtz het arrest Pelham II [IEF 23472], waarin het HvJEU voor het eerst uitleg geeft aan het begrip ‘pastiche’ in art. 5 lid 3 onder k InfoSoc-richtlijn. Het Hof oordeelt dat de pastichebeperking geen algemene vangnetclausule voor artistiek hergebruik vormt. Een pastiche moet een bestaand werk oproepen, daarvan merkbaar verschillen en daarmee een als zodanig herkenbare artistieke of creatieve dialoog aangaan.

Hugenholtz bespreekt de betekenis van deze uitleg voor onder meer sampling, memes en appropriation art. Ook gaat hij in op de grondrechtelijke basis van de pastichebeperking en de ruime uitleg die volgens het Hof moet worden gegeven aan beperkingen die de uitings- en kunstvrijheid waarborgen.

IEF 23716

EU-wijd ex parte verbod tegen verhandeling van Volkswagen ID.6 wegens merkinbreuk

Rechtbank Den Haag 26 jun 2026,, IEF 23716; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (verzoekster tegen gerekwestreerden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/eu-wijd-ex-parte-verbod-tegen-verhandeling-van-volkswagen-id-6-wegens-merkinbreuk

Rb. Den Haag 26 juni 2026, IEF 23716; ECLI:NL:RBDHA:2026:19391 (verzoekster tegen gerekwestreerde). Volkswagen Aktiengesellschaft verzocht de voorzieningenrechter om een onmiddellijk verbod tegen een in Nederland gevestigde of woonachtige gerekwestreerde. Volgens Volkswagen maakte de gerekwestreerde met auto’s van het type Volkswagen ID.6 inbreuk op de in randnummer 8 van het verzoekschrift genoemde merken. Omdat de gerekwestreerde in Nederland was gevestigd of woonde, achtte de voorzieningenrechter zich bevoegd om over de gestelde inbreuk in de gehele Europese Unie te oordelen. Voorshands bestond geen reden om aan de geldigheid van de ingeroepen rechten te twijfelen en was de gestelde inbreuk voldoende aannemelijk gemaakt. Gelet op het spoedeisende belang en de mate van aannemelijkheid van de inbreuk bestond voldoende grond om het verbod toe te wijzen zonder de gerekwestreerde vooraf te horen.

IEF 23715

EU-wijd ex parte verbod wegens inbreuk op Uniemerken en Uniemodel van Philips

Rechtbank Den Haag 29 jun 2026,, IEF 23715; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (verzoekster tegen gerekwestreerden), https://redactie-delex.cshark.nl/artikelen/eu-wijd-ex-parte-verbod-wegens-inbreuk-op-uniemerken-en-uniemodel-van-philips

Rb. Den Haag 29 juni 2026, IEF 23715; ECLI:NL:RBDHA:2026:19388 (verzoekster tegen gerekwestreerden). Koninklijke Philips N.V. verzocht de voorzieningenrechter op grond van artikel 1019e Rv om een onmiddellijk verbod tegen een in Nederland woonachtige ondernemer en een Chinese vennootschap. Philips stelde dat de in het verzoekschrift omschreven producten inbreuk maakten op de in randnummer 5 genoemde Uniewoordmerken en het in randnummer 6 genoemde model. De voorzieningenrechter achtte zich bevoegd om voor de gehele Europese Unie over de gestelde inbreuk te oordelen. Voorshands bestond geen reden om aan de geldigheid van de ingeroepen rechten te twijfelen en had Philips de gestelde inbreuk voldoende aannemelijk gemaakt. Dit voorlopige oordeel kwam tot stand na een summier onderzoek waarbij alleen Philips was gehoord. Gelet op de aannemelijkheid van de inbreuk en het spoedeisende belang bestond voldoende grond om het verbod zonder voorafgaand verhoor van de gerekwestreerden toe te wijzen.