Fissore en CristianoFissore stemmen voldoende overeen voor verwarringsgevaar
Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23833; IEFbe 4305; ECLI:EU:T:2026:565 (Fissore tegen EUIPO en Paraggi). Fissore vraagt registratie van een Uniebeeldmerk met het woord Fissore in een gestileerd figuur dat een deel van het publiek als een vis zal herkennen. Paraggi maakt bezwaar op basis van het oudere Uniebeeldmerk CristianoFissore. Beide merken zien onder meer op kleding in klasse 25. De kamer van beroep van het EUIPO neemt verwarringsgevaar aan. Het Gerecht bevestigt eerst dat het relevante publiek een gemiddeld aandachtsniveau heeft. Volgens Fissore behoren haar producten tot het luxesegment en letten consumenten daarom beter op. Dat is niet bepalend. De merkaanvraag ziet algemeen op kleding, schoenen en hoofddeksels en is niet beperkt tot luxeproducten. Voor de beoordeling telt de omschrijving van de waren waarvoor het merk is aangevraagd, niet hoe Fissore haar producten feitelijk verkoopt. Ook verschillen in prijs, kwaliteit en verkoopkanalen veranderen de vergelijking van de waren niet. Kleding en hoofddeksels zijn deels identiek aan de waren waarvoor normaal gebruik van het oudere merk is aangetoond. Schoenen zijn gemiddeld soortgelijk aan de kleding van het oudere merk. Hoe beide merken op dit moment in de markt worden gebruikt, speelt bij die beoordeling geen rol.
Geen verwarringsgevaar tussen KROMAT en CROMA
Gerecht EU 16 september 2026, IEF 23832; IEFbe 4304; ECLI:EU:T:2026:566 (Absara Industrial tegen EUIPO, Hansgrohe SE). Absara Industrial vraagt registratie van het Uniewoordmerk KROMAT voor onder meer badkamer- en sanitaire producten. Hansgrohe maakt bezwaar op basis van haar oudere merk CROMA. De kamer van beroep van het EUIPO ziet voor een deel van de producten verwarringsgevaar tussen beide merken. Absara betwist eerst dat het EUIPO aanvullend bewijs van Hansgrohe mocht toelaten nadat de oorspronkelijke termijn was verstreken. Het Gerecht volgt dat niet. De ontbrekende bijlagen stonden al in de tijdig ingediende inhoudsopgave, met een beschrijving en het aantal pagina’s. Het EUIPO mocht daarom aannemen dat een technisch probleem een rol speelde. Ook als dat niet zo was, mocht het EUIPO de stukken als aanvullend bewijs toelaten. Absara kreeg bovendien alsnog de gelegenheid daarop te reageren, zodat haar recht om te worden gehoord gewaarborgd bleef. Ook het oordeel over het normale gebruik van CROMA blijft in stand. De facturen, omzetgegevens, catalogi, brochures en productcodes vormen samen voldoende bewijs. De zes facturen hadden betrekking op 526 douchekoppen en douchesets en waren verspreid over meerdere jaren en verschillende lidstaten. Dat Hansgrohe aan distributeurs verkocht en niet rechtstreeks aan eindgebruikers, maakt dat niet anders. Ook professionele afnemers en wederverkopers kunnen deel uitmaken van het relevante publiek.
Vernietiging hoofdveroordeling doet grondslag voor dwangsommen vervallen in auteursrechtelijk executiegeschil
Rb. Overijssel 8 september 2026, IEF 23829; ECLI:NL:RBOVE:2026:5533 ([partij A] tegen GBK). De kantonrechter oordeelt in een executiegeschil dat voortvloeit uit een eerdere procedure tussen voormalige leden van Gemeente Belang Kampen (GBK) en GBK. In die eerdere zaak was onder meer geoordeeld dat [partij A] inbreuk had gemaakt op het auteursrecht van GBK op teksten uit het verkiezingsprogramma en was hun bevolen dit gebruik te staken, op straffe van dwangsommen. Nadat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een deel van de hoofdveroordelingen had vernietigd, moest worden beoordeeld welke geïncasseerde bedragen nog een rechtsgrond hadden. De kantonrechter stelt voorop dat een dwangsom niet zelfstandig kan voortbestaan zonder de hoofdveroordeling waaraan zij is gekoppeld. Vernietiging van die hoofdveroordeling in hoger beroep heeft daarom terugwerkende kracht: reeds ingevorderde dwangsommen zijn dan achteraf bezien niet verbeurd en gelden als onverschuldigd betaald. Omdat de hoofdveroordelingen ten aanzien van [partij A2] volledig waren vernietigd, moet GBK het bij hem geïncasseerde bedrag van € 12.919,02 terugbetalen.
Hof Amsterdam: geen inzage in bewijsbeslag wegens onvoldoende aannemelijke betrokkenheid bij anonieme publicaties
Hof Amsterdam 8 september 2026, IEF 23830; ECLI:NL:GHAMS:2026:2451 (IVB tegen FTM c.s.). Invorderingsbedrijf B.V. en drie gelieerde vennootschappen, gezamenlijk IVB, vorderen inzage in gegevens die bij een voormalig opdrachtgever conservatoir in bewijsbeslag zijn genomen. IVB stelt dat deze persoon verantwoordelijk is voor een jarenlange online lastercampagne tegen haar, bestaande uit negatieve publicaties onder zijn eigen naam, maar ook uit anonieme berichten, websites, reviews en publicaties onder aliassen. Omdat het hoger beroep na 1 januari 2025 is ingesteld, beoordeelt het hof de inzagevordering aan de hand van het nieuwe bewijsrecht, in het bijzonder de artikelen 194 en 195 Rv. Voor toewijzing moet onder meer voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van een rechtsbetrekking waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en moeten de verlangde gegevens voldoende bepaald zijn. Het hof acht wel aannemelijk dat geïntimeerde zelf negatieve publicaties over IVB heeft gedaan, maar vindt onvoldoende aannemelijk dat hij ook betrokken was bij de anonieme en onder aliassen verschenen publicaties. De door IVB aangevoerde omstandigheden, zoals overeenkomsten in formuleringen, verwijzingen tussen websites, het gebruik van bepaalde namen en het gegeven dat verschillende berichten vanaf hetzelfde IP-adres zouden zijn geplaatst, bieden daarvoor onvoldoende concrete aanknopingspunten.
ICE Clear Netherlands geldt als Nederlandse vestiging van IEH; rechtbank bevoegd in Uniemerkzaak tegen Ice Labs
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23828; ECLI:NL:RBDHA:2026:25186 (IEH tegen Ice Labs c.s.). De rechtbank verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de merkinbreukvorderingen van Intercontinental Exchange Holdings (IEH) tegen Ice Labs. IEH is houdster van het Uniewoordmerk ICE en stelt dat Ice Labs daarop inbreuk maakt door onder meer ICE-gerelateerde tekens te gebruiken voor haar blockchainnetwerk, cryptomunt, wallet en bijbehorende diensten. Ice Labs is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Nadat IEH haar vorderingen tegen de tweede gedaagde had ingetrokken, lag in het bevoegdheidsincident alleen nog de vraag voor of de rechtbank bevoegd is ten aanzien van Ice Labs. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend op grond van de artikelen 123 lid 1, 124 onder a en 125 lid 2 UMVo. Ice Labs heeft geen vestiging in een lidstaat van de Europese Unie. Dat haar cryptomunt via Europese handelsplatformen wordt aangeboden, maakt die platforms nog niet tot een vestiging van Ice Labs: het gaat om zelfstandige en onafhankelijke partijen die zich niet als centrum van werkzaamheden of verlengstuk van Ice Labs naar buiten toe manifesteren.
Herstelvonnis corrigeert verwijzingen in dwangsombepalingen Audi en Volkswagen
Rb. Den Haag 20 augustus 2026, IEF 23827; ECLI:NL:RBDHA:2026:25190 (Audi c.s.tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter herstelt op verzoek van Audi en Volkswagen twee kennelijke fouten in het dictum van het kortgedingvonnis van 27 juli 2026. In dictumonderdeel 5.5 werd voor de aan Audi verbonden dwangsom verwezen naar de bevelen onder 5.1, 5.4 en 5.4, terwijl dit 5.1, 5.3 en 5.4 moest zijn. In dictumonderdeel 5.6 werd voor Volkswagen verwezen naar 5.2, 5.4 en 5.4, waar 5.2, 5.3 en 5.4 was bedoeld. Gedaagde kreeg gelegenheid zich over het herstelverzoek uit te laten en liet de beoordeling aan de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van kennelijke fouten in de zin van artikel 31 Rv die zich voor eenvoudig herstel lenen, mede omdat in rechtsoverweging 4.13 van het oorspronkelijke vonnis al was opgenomen dat de onder III gevorderde dwangsommen zouden worden toegewezen.
Jong IE-borrel – donderdag 15 oktober 2026
Ha mede Jong IE’er,
Zoals aangekondigd, is het weer tijd voor een borrel zónder juridische opschepperij cq. fijnslijperij! We zien jullie graag allemaal op donderdag 15 oktober bij café de Sluyswacht.
Heb je nieuwe kantoorgenoten die ook toe zijn aan een gezellige borrel met jonge vakgenoten? Stuur deze uitnodiging vooral door. Willen zij voortaan zelf onze uitnodigingen ontvangen? Stuur dan een mail met naam en kantoor naar Ploon Meijer (ploon.meijer@hoogenhaak.nl).
Wie? Alle zich jong voelende IE’ers
Wat? Een borrel, zónder juridische opschepperij cq. fijnslijperij
Waar? Café de Sluyswacht, Jodenbreestraat 1, 1011 NG Amsterdam (Cafe de Sluyswacht)
Wanneer? Donderdag 15 oktober 2026, vanaf 18:00 uur
Wij hebben er veel zin in. Tot snel!
Yiyi Song
Bram Bogaerts
Nathalie Rodriguez
Luna Snellenberg
Uitspraak ingezonden door Jan Jacobi en Margot Vergeest, BarentsKrans.
Gluggle Jug visvaas niet beschermd door slaafse nabootsing en merkenrecht, merk ‘Gluggle Jug’ wel geldig
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23825; ECLI:NL:RBDHA:2026:25453 (Gluggle Jug c.s. tegen ITA). De rechtbank oordeelt dat het Uniewoordmerk GLUGGLE JUG geldig is, maar slechts een beperkt onderscheidend vermogen heeft. Jug is beschrijvend voor kannen en vazen en gluggle heeft geen zelfstandige betekenis in het Engels, maar is wel afgeleid van het klanknabootsende woord glug, dat verwijst naar het gorgelende geluid dat bij het schenken van vloeistof ontstaat. Het merk is daarom niet uitsluitend beschrijvend en kan de commerciële herkomst van de waren aanduiden. Ook is onvoldoende aangetoond dat gluggle jug door toedoen of nalaten van de merkhouder in de Europese Unie tot soortnaam voor visvazen is verworden, zodat zowel de vordering tot nietigverklaring als die tot vervallenverklaring van het Uniemerk wordt afgewezen. Het gebruik van The Bubble Jug/Bubble Jug voor visvazen levert geen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Hoewel de tekens visueel en auditief in geringe mate overeenstemmen en voor identieke waren worden gebruikt, bestaat volgens de rechtbank geen verwarringsgevaar, mede gelet op het gemiddelde aandachtsniveau van het publiek en het geringe onderscheidend vermogen van GLUGGLE JUG. Het beroep van ITA op de neutralisatieleer wordt verworpen, omdat geen sprake is van een duidelijke en vaste begripsmatige betekenis die de visuele en auditieve overeenstemming neutraliseert. Wel levert het gebruik van #glugglejug voor visvazen merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder a UMVo op. Ook het gebruik van gluggle en van gluggling, glug en/of glugging in combinatie met jug levert wegens de grote mate van overeenstemming en het daardoor ontstane verwarringsgevaar merkinbreuk op grond van artikel 9 lid 2 onder b UMVo op. Gebruik van gluggling, glug en glugging zonder jug levert daarentegen geen merkinbreuk op.
Procedures over CRISPR-Cas-octrooi EP 457 geschorst in afwachting van EOB-beroep
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23824; ECLI:NL:RBDHA:2026:25469 (Vertex tegen ToolGen en ToolGen tegen Lonza). De rechtbank schorst twee rolgevoegde procedures over Europees octrooi EP 4 357 457 van ToolGen, dat betrekking heeft op CRISPR-Cas-technologie. In de Vertex-zaak vordert Vertex vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457, terwijl ToolGen in reconventie een verbod vordert tegen het volgens haar uitlokken, bevorderen en/of faciliteren van inbreuk op het octrooi. In de Lonza-zaak vordert ToolGen een verbod op inbreuk door Lonza en vordert Lonza in reconventie vernietiging van het Nederlandse deel van EP 457. Tegen de verlening van EP 457 zijn drie opposities bij het Europees Octrooibureau ingesteld, waaronder door Vertex. De Oppositiedivisie heeft het octrooi op 27 mei 2026 herroepen. Uit de op 28 juli 2026 gepubliceerde motivering volgt dat volgens de Oppositiedivisie zowel het octrooi zoals verleend als de in de oppositieprocedure ingediende hulpverzoeken op meerdere gronden niet voldoen aan artikel 76 lid 1 EOV wegens toegevoegde materie ten opzichte van de oorspronkelijk ingediende aanvraag. ToolGen heeft op 24 augustus 2026 tegen die beslissing beroep ingesteld bij de Technische Kamer van Beroep van het EOB.
Rb. Den Haag: MIG Switch-producten en R4 Game Lijst schenden auteurs- en merkrechten van Nintendo
Rb. Den Haag 2 september 2026, IEF 23823; ECLI:NL:RBDHA:2026:25479 (Nintendo c.s. tegen [gedaagde]). De rechtbank oordeelt dat een handelaar die via zijn websites MIG Switch Kaarten en MIG Switch Dumpers heeft aangeboden en verhandeld, onrechtmatig jegens Nintendo c.s. heeft gehandeld in strijd met artikel 29a Aw. Met deze producten kunnen de doeltreffende technische beschermingsmaatregelen van de Nintendo Switch worden omzeild, waardoor onrechtmatige kopieën van auteursrechtelijk beschermde Nintendo-videogames kunnen worden afgespeeld of gemaakt. Gedaagde heeft erkend dat hij deze producten van september tot en met december 2024 heeft aangeboden en verhandeld en daarmee inbreuk heeft gemaakt op de auteurs- en merkrechten van Nintendo c.s. De rechtbank stelt als onweersproken vast dat ook het tonen van Nintendo-merken bij het aanbieden van de MIG Switch-producten merkinbreuk oplevert in de zin van artikel 9 lid 2 onder a, b en c UMVo. Daarnaast levert het aanbieden van de zogenoemde R4 Game Lijst met hyperlinks naar ongeveer 400 onrechtmatige kopieën van Nintendo-videogames en instructies voor de installatie daarvan auteursrechtinbreuk op grond van artikel 12 Aw op, omdat daarmee een mededeling aan het publiek van hyperlinks naar onrechtmatige kopieën wordt verricht. Ook het gebruik op die lijst van titels die gelijk zijn aan of overeenstemmen met Nintendo-merken levert merkinbreuk op. Dat gedaagde zijn activiteiten na de eerste sommatie van Nintendo had gestaakt, neemt het belang bij de gevorderde verklaringen voor recht en verboden niet weg, omdat hij geen met een boete versterkte onthoudingsverklaring had afgegeven.