Uitspraak ingezoden door Hidde Koenraad, Boekx Advocaten.
BoA EUIPO: "TABERNA ASTORIA 1872" geweigerd vanwege reputatie "WALDORF ASTORIA"
EUIPO Board of Appeal 25 augustus 2026, IEF 23777; IEFbe 4286; R 2526/2025-5 (Hilton tegen Servicios Productivos Malagueños). In deze zaak tussen Servicios Productivos Malagueños en Hilton Worldwide Manage staat de aanvraag van het beeldmerk "TABERNA astoria 1872" centraal. De aanvraag ziet onder meer op reclame- en promotiediensten in klasse 35 en horeca- en drankdiensten in klasse 43. Hilton maakte bezwaar op basis van verschillende oudere "WALDORF ASTORIA"-merken. De Opposition Division wees de aanvraag volledig af op grond van artikel 8 lid 5 UMVo [IEF 23099]. De Kamer van Beroep bevestigt dat het oudere Uniemerk "WALDORF ASTORIA" langdurig en intensief is gebruikt en in Nederland een gemiddelde reputatie geniet voor hotel- en moteldiensten. Voor de beoordeling wordt daarom met name uitgegaan van het Nederlandstalige relevante publiek.
Uitspraak ingezonden door Paul Trapman, Ploum.
Europerfumery verboden Coty-merken te gebruiken bij aanbod imitatieparfums
Rb. Den Haag 21 augustus 2026, IEF 23776; RB 4121; ECLI:NL:RBDHA:2026:24110 (Coty c.s. tegen Europerfumery c.s.). In deze zaak tussen Coty c.s. en Europerfumery c.s. staat het gebruik van verschillende Unie- en Beneluxmerken van Coty bij het online aanbieden van imitatieparfums centraal. Volgens Coty biedt Europerfumery op haar websites imitatieparfums aan met gebruik van haar merken. De merknamen worden daarnaast gebruikt in zoekfilters, waarmee consumenten kunnen zoeken naar parfums waarvoor Europerfumery een imitatievariant aanbiedt, en in de metadata van de websites. Europerfumery verschijnt niet in de procedure. De voorzieningenrechter verleent verstek. Hoewel niet kon worden vastgesteld dat de dagvaardingen in persoon waren betekend, is volgens de rechtbank voldoende aannemelijk dat Europerfumery daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. Daarbij is onder meer van belang dat de dagvaardingen zijn verzonden naar de op de websites van Europerfumery vermelde e-mailadressen. De rechtbank beoordeelt vervolgens ambtshalve haar internationale bevoegdheid. Voor de vorderingen van Coty B.V. tegen de in Londen gevestigde Europerfumery kan de rechtbank ten aanzien van de ingeroepen Uniemerken een verbod voor de gehele Europese Unie opleggen. Voor de overige Uniemerkvorderingen is de bevoegdheid beperkt tot inbreuken in Nederland. Voor de ingeroepen Beneluxmerken strekt de bevoegdheid zich uit tot de gehele Benelux.
Accreditatievoorwaarden Persrichtlijn 2025 onverbindend wegens strijd met artikel 10 EVRM
Rb. Den Haag 13 mei 2026, IEF 23775; IT 5472; ECLI:NL:RBDHA:2026:11505 (de VVJ c.s. tegen de Staat). De Rechtbank Den Haag oordeelt dat de accreditatievoorwaarden van artikel 2.1 van de Persrichtlijn 2025 onrechtmatig en onverbindend zijn wegens strijd met artikel 10 EVRM. Sinds 1 juni 2025 is voor toegang tot de bijzondere persfaciliteiten van de gerechten vereist dat iemand beschikt over een NVJ-perskaart, IFJ-perskaart of politieperskaart, dan wel lid is van de Buitenlandse Persvereniging (BPV). Tot die faciliteiten behoren onder meer het maken van beeld- en geluidsopnamen en foto's en het live verslag doen vanuit de zittingszaal. Volgens de rechtbank vormen deze voorwaarden een inmenging in de door artikel 10 EVRM beschermde vrijheid van nieuwsgaring. De inmenging heeft een grondslag in het nationale recht en dient legitieme doelen, waaronder de bescherming van de privacy en veiligheid van procesdeelnemers en hun recht op een eerlijk proces. De Staat heeft echter onvoldoende aangetoond dat het gekozen accreditatiesysteem noodzakelijk en proportioneel is. Voor journalisten die niet voor buitenlandse media werken, bepaalt in feite de NVJ wie voor accreditatie in aanmerking komt, terwijl onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom voor deze constructie is gekozen, welke afspraken daarover met de NVJ bestaan en op welke wijze uitzonderingen op de voorwaarden worden toegepast. De andere accreditatiemogelijkheden bieden bovendien niet voor iedereen een redelijk en werkbaar alternatief.
Deze UPC-rechters en -experts zijn aanwezig tijdens het BIE-symposium op 30 september
Woensdag 30 september organiseren we samen met het tijdschrift Berichten Industriële Eigendom (BIE) het BIE-symposium 2026. Tijdens dit symposium bespreken we de recente ontwikkelingen van het Unified Patent Court (UPC). Het symposium vindt plaats in het Auditorium van De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam en staat onder leiding van de voorzitter van de redactie van de BIE, Prof.mr. C.J.J.C. (Constant) van Nispen.
Tijdens het symposium introduceren verschillende sprekers actuele onderwerpen rond het UPC, waarna UPC-rechters en andere deskundigen vanuit hun eigen praktijk en ervaring op deze onderwerpen reageren. Tijdens het symposium zijn namelijk Rian Kalden, Margot Kokke, Peter Blok, Robert van Peursem, Bart van den Broek, Edger Brinkman én Willem Hoyng aanwezig om commentaar te leveren vanuit UPC perspectief.
Volg IE-Forum ook op LinkedIn
Wil je naast de website ook via LinkedIn op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van intellectuele eigendom? Volg dan IE-Forum op LinkedIn.
Daar delen we onder meer recente jurisprudentie, actualiteiten, evenementen en andere ontwikkelingen binnen het IE-recht.
Zo blijf je ook via LinkedIn eenvoudig op de hoogte van wat er speelt.
Entertainment & Recht op woensdag 9 september 2026
Na de zomervakantie praten we u tijdens Entertainment & Recht in één middag bij over de belangrijkste juridische ontwikkelingen in de entertainmentsector. Het seminar vindt plaats op woensdag 9 september in Amsterdam en staat onder leiding van dagvoorzitters Marijn Kingma (Höcker) en Michiel Odink (Leeway).
Traditiegetrouw openen Marijn Kingma en Michiel Odink de middag met de Entertainment Top 10. Zij bespreken de belangrijkste ontwikkelingen en leukste actualiteiten van het afgelopen jaar.
Vervolgens geeft Peter Marx (MVVP) een update over Sync. Hij bespreekt het koppelen van muziek aan beeld, bijvoorbeeld in films, series, reclames of videogames. Daarbij gaat hij in op de juridische aspecten van Sync en brengt hij helderheid in het soms complexe juridische landschap.
Daarnaast staat tijdens het seminar Entertainment & Recht het thema Film en AI centraal. Merel Teunissen (Liaise Advocaten) bespreekt hoe AI in de praktijk wordt ingezet en welke juridische vraagstukken daarbij spelen. Ook praat ze u bij over de recente ontwikkelingen in het filmrecht.
Janneke Popma (Höcker) bespreekt samen met Vera Nederpelt (Dikhoff Van Dongen) exploitatiecontracten. Na deze inleiding zoomen we tijdens het panel in op muziekcontracten. We bespreken hoe er in de praktijk wordt omgegaan met de ontwikkelingen op dat gebied, zoals het auteurscontractenrecht en recente uitspraken over onder meer beëindiging en billijke vergoeding. Wie deelnemen in het panel maken we binnenkort bekend.
We sluiten de middag af met een borrel, bij mooi weer in de zon.
Voorlopig getuigenverhoor toegewezen in geschil over vermeende namaakvijlen; inzage beperkt tot schikkingsstukken
Rb. Den Haag 28 juli 2026, IEF 23772; ECLI:NL:RBDHA:2026:21478 (Dentsply c.s. tegen Hofmeester). In deze zaak verzoekt Dentsply c.s. op grond van art. 196 Rv om twee voorlopige bewijsverrichtingen vanwege de eventuele betrokkenheid van Hofmeester bij inbreuk op haar merken: een voorlopig getuigenverhoor en inzage in gegevens en documenten. Maillefer en VDW zijn dochterondernemingen van Dentsply. Maillefer is rechthebbende op de merken ProTaper NEXT en WaveONE en VDW op het merk RECIPROC. Hofmeester is distributeur van Dentsply en kocht in 2021 via Orthosmart tandheelkundige vijlen in die afkomstig waren van CDT op Curaçao. CDT is geen door Dentsply geautoriseerde verkoper. Nadat afnemers klaagden over de kwaliteit van de vijlen, concludeerde Dentsply c.s. na onderzoek dat het vermoedelijk om inbreukmakende vijlen ging, in die zin dat sprake zou zijn van namaak. Met de bewijsverrichtingen wil Dentsply c.s. onder meer achterhalen welke rol Hofmeester bij de vermeende merkinbreuk speelde, wat de precieze aard en omvang daarvan was, wie haar leveranciers en professionele afnemers waren en of Hofmeester wist dat het om vermeend inbreukmakende vijlen ging. Volgens Dentsply c.s. is die informatie onder meer van belang voor een mogelijke bodemprocedure en een eventuele vordering tot winstafdracht.
Ex parte verbod tegen Ningbo wegens voldoende aannemelijke inbreuk op OneBlade-merk en -model
Rb. Den Haag 20 juli 2026, IEF xxx; ECLI:NL:RBDHA:2026:21986 (Philips tegen Ningbo). In deze zaak verzoekt Koninklijke Philips N.V. om een ex parte verbod tegen het Chinese Ningbo Keqi Technology Co., Ltd. wegens gestelde inbreuk op het in het verzoekschrift genoemde OneBlade-merk en OneBlade-model. Philips richt het verzoek tegen de vervaardiging en verhandeling van de door haar als inbreukmakend aangeduide producten. Het verzoek kwam op 17 juli 2026 bij de rechtbank binnen.
Uitspraak ingezonden door Marga Verwoert, Max van Oostrum en Willemijn Oskam, Leeway Advocaten.
Rechtbank Den Haag onbevoegd voor grensoverschrijdende auteursrechtvorderingen tegen Cybex via ankergedaagde Baby Jungle
Rb. Den Haag 19 augustus 2026, IEF 23770; ECLI:NL:RBDHA:2026:23347 (Stokke c.s. tegen Baby Jungle c.s. en Cybex c.s.). In deze zaak vordert Stokke c.s. onder meer een verklaring voor recht dat de door Cybex c.s. op de Europese markt gebrachte Iris Chair inbreuk maakt op de auteursrechten op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en een verbod voor Cybex c.s. om daarop inbreuk te maken in de Europese Unie, met uitzondering van Duitsland en Italië. [bedrijf] AS is auteursrechthebbende op het ontwerp van de Tripp Trapp-stoel en Stokke beschikt over een wereldwijde exclusieve licentie om de stoel te produceren en verkopen. Tegen Baby Jungle, een in Aalsmeer gevestigde Nederlandse retailer die op verzoek van een medewerker van Stokke een Iris Chair bij Cybex had besteld maar de bestelling vervolgens annuleerde, vordert Stokke c.s. een tot Nederland beperkt inbreukverbod. Cybex c.s., gevestigd in Duitsland, werpt een bevoegdheidsincident op en stelt dat de rechtbank Den Haag niet op grond van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo bevoegd is kennis te nemen van de grensoverschrijdende vorderingen tegen haar. Baby Jungle kan volgens Cybex c.s. daarvoor niet als ankergedaagde voor de rechtbank Den Haag dienen, omdat zij haar statutaire zetel en hoofdvestiging in Aalsmeer heeft en daarmee binnen het arrondissement Amsterdam is gevestigd. Stokke c.s. verzoekt daarnaast op grond van art. 118 Rv om oproeping van Columbus Trading als partij. Nadat het HvJ EU op 16 april 2026 in de gevoegde zaken C-672/23 en C-673/23 arrest heeft gewezen over de uitleg van art. 8 lid 1 Brussel I bis-Vo, vermindert Stokke c.s. haar vorderingen tot nihil.
Uitspraak ingezonden door Fabian Swart, The Legal Group Advocaten.
‘Bakkie’-merken blijven nietig wegens beschrijvend karakter en ontbreken van inburgering
Gerechtshof Den Haag 18 augustus 2026, IEF 23769; 200.343.649/01 (DNACC tegen [geïntimeerde]). In deze zaak komt DNACC op tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 maart 2024 [IEF 21971], waarin haar vorderingen wegens merk- en handelsnaaminbreuk zijn afgewezen en haar oudere Benelux- en Uniewoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE nietig zijn verklaard. DNACC bemiddelt bij de verhuur van afvalcontainers en gebruikt deze tekens voor haar dienstverlening. [geïntimeerde] verhuurt gesloten opslagcontainers en gebruikt voor zijn dienstverlening het teken ‘opslagbakkie’. DNACC stelt dat dit gebruik inbreuk maakt op haar merk- en handelsnaamrechten. [geïntimeerde] stelt daartegenover dat de ‘bakkie’-merken beschrijvend zijn en onderscheidend vermogen missen en vordert in incidenteel hoger beroep tevens nietigverklaring van de in 2023 ingeschreven nieuwe Beneluxwoordmerken BOUWBAKKIE, BAKKIE en ROLBAKKIE.