Uitspraak ingezonden door Marloes Smilde, Markedly.
Gymshark blokkeert inschrijving “Sharkys Gym” wegens verwarringsgevaar met GYMSHARK-merk
BOIP, 26 januari 2026, IEF23492, IEF-BE4195, N° 2020307, (Gymshark Limited tegen Sharkys Gym). In deze procedure staat Gymshark Limited tegenover Sharkys Gym. Laatstgenoemde had een Benelux-aanvraag ingediend voor een gecombineerd woord-/beeldmerk “SHARKYS GYM” voor sport- en fitnessdiensten in klasse 41. Gymshark stelde oppositie in op grond van drie oudere GYMSHARK-merken. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom beoordeelt de oppositie om proceseconomische redenen uitsluitend aan de hand van het woordmerk GYMSHARK. Centraal staat de vraag of sprake is van verwarringsgevaar in de zin van artikel 2.2ter lid 1 sub b BVIE. Het Bureau past de vaste globale beoordeling toe, waarbij alle relevante factoren in onderlinge samenhang worden gewogen, waaronder de mate van overeenstemming tussen de tekens, de soortgelijkheid van de diensten, het onderscheidend vermogen van het oudere merk en het relevante publiek. Daarbij wordt uitgegaan van de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende consument, in dit geval het algemene publiek met een gemiddeld aandachtsniveau. Ten aanzien van de diensten stelt het Bureau vast dat de door Sharkys Gym aangevraagde sport- en fitnessdiensten in klasse 41 identiek dan wel sterk overeenstemmend zijn met de diensten waarvoor het woordmerk GYMSHARK is ingeschreven. Het gaat in beide gevallen om (onder meer) sport-, fitness- en trainingsdiensten. Het Bureau benadrukt daarbij dat deze vergelijking uitsluitend plaatsvindt op basis van de omschrijvingen in het register, zodat feitelijk gebruik – zoals het onderscheid tussen sportkleding en sportschooldiensten – buiten beschouwing blijft. Bij de vergelijking van de tekens staat de totaalindruk centraal, met bijzondere aandacht voor de onderscheidende en dominerende bestanddelen. Het woordmerk GYMSHARK zal door het relevante publiek worden opgevat als een samenstelling van “gym” en “shark”, waarbij “gym” beschrijvend is voor sportgerelateerde diensten en “shark” het meest onderscheidende element vormt. In het betwiste teken “SHARKYS GYM” geldt een vergelijkbare analyse: ook hier is “gym” beschrijvend, terwijl “sharkys” het meest onderscheidende woordelement is. Hoewel het teken daarnaast grafische elementen bevat, waaronder een gestileerde haaienkop en aanvullende tekst (“the leg day paradise”), zal het publiek zich met name richten op de prominente woordelementen.
Verkoop van niet-authentieke AirPods levert voorshands merkinbreuk op
Rb. Den Haag 21 april 2026, IEF 23490; ECLI:NL:RBDHA:2026:9585 (Apple tegen TTP). De voorzieningenrechter oordeelt dat het voorshands aannemelijk is dat TTP Concept in Style B.V. inbreuk heeft gemaakt op de Apple-merken door zonder toestemming van Apple AirPods te verkopen aan Action en Sligro en via de AH Voordeelshop. TTP had erkend dat zij deze producten, voorzien van de merken van Apple, in Nederland had verkocht, maar voerde aan dat het zou gaan om rechtmatig in de EER in het verkeer gebrachte, “remanufactured to new” of refurbished producten, zodat sprake zou zijn van uitputting. Dat verweer slaagt niet. De voorzieningenrechter stelt voorop dat het in beginsel aan de door de merkhouder aangesproken derde is om aannemelijk te maken dat de betrokken producten eerder door of met toestemming van de merkhouder in de EER in het verkeer zijn gebracht. TTP heeft dat, hoewel dat wel op haar weg lag, niet aannemelijk gemaakt. Apple had haar stellingen bovendien onderbouwd met drie interne expert opinions, waarin onder meer werd gewezen op afwijkende verpakkingen, onbekende of niet-passende serienummers, een mismatch tussen serienummers en verpakking en het gebruik van third-party onderdelen. TTP heeft die bevindingen onvoldoende gemotiveerd weersproken en heeft ter zitting zelf verklaard er inmiddels ernstig rekening mee te houden dat de door haar verhandelde producten counterfeit kunnen zijn. Daarom acht de voorzieningenrechter voorshands aannemelijk dat TTP zonder toestemming van Apple de Apple-merken in het economisch verkeer heeft gebruikt voor waren die gelijk zijn aan die waarvoor die merken zijn ingeschreven, en dus inbreuk heeft gemaakt in de zin van artikel 9 lid 2, onder a, UMVo. Dat TTP naar eigen zeggen eerder op basis van informatie van derden meende dat de producten authentiek of uitgeput waren, komt in haar verhouding tot Apple voor haar eigen rekening en risico.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IE-Forum
In deze gratis nieuwsbrief vindt u de jurisprudentie van de afgelopen week op IE-Forum. Handig voor jurisprudentielunches en als u zelf besprekingen voorbereidt.
Schrijf u hier in voor de gratis wekelijkse nieuwsbrief van IE-Forum.
Volg deLex op LinkedIn
Volg onze LinkedIn-pagina’s om volledig op de hoogte te blijven van alles wat binnen ons vakgebied én bij onze activiteiten speelt.
Via de LinkedIn-pagina Uitgeverij deLex blijft u op de hoogte van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van IE-, IT- en privacyrecht. Via deze pagina ontvangt u vakinhoudelijke updates over onder meer IE-, IT-, privacy- en mediarecht, inclusief nieuws rond publicaties, jurisprudentie en relevante ontwikkelingen voor de praktijk.
Via de LinkedIn-pagina IE-Forum volgt u actuele ontwikkelingen binnen het intellectuele-eigendomsrecht, waaronder rechtspraak, wetgeving, beleidsontwikkelingen en relevante signaleringen uit de IE-praktijk. Daarnaast vindt u hier bijdragen, nieuwsberichten en updates die van direct belang zijn voor professionals die het IE-recht op de voet volgen.
Op de LinkedIn-pagina deLex Media informeren wij u over nieuwe en actuele cursussen en congressen, recente en aankomende publicaties, en overige vakinhoudelijke activiteiten die voor uw praktijk van belang kunnen zijn. Daarnaast bieden wij een professioneel overzicht van onze evenementen en initiatieven, met tijdige aankondigingen zodat u relevante opleidings- en netwerkgelegenheden niet mist.
Bezoek onze pagina’s en kies voor ‘Volgen’ om onze berichten rechtstreeks in uw tijdlijn te ontvangen en onderdeel te worden van ons netwerk.
Uitlatingen over brandveiligheid van isolatiemateriaal deels ongeoorloofd en misleidend
Rb. Gelderland 5 oktober 2022, IEF 23491; RB 4003; ECLI:NL:RBGEL:2022:5713 (Rockwool tegen Kingspan). De rechtbank beoordeelt een wederzijds geschil tussen Rockwool en Kingspan over uitlatingen over de brandveiligheid van steenwol- en kunststofisolatie in de nasleep van de brand in de Grenfell Tower. De rechtbank zet eerst uiteen dat voor misleidende reclame (art. 6:194 BW) en ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW) onder meer vereist is dat sprake is van een openbaar gemaakte mededeling die de relevante doelgroep kan misleiden en haar economisch gedrag kan beïnvloeden; maatgevend is daarbij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone beroeps- of bedrijfsbeoefenaar, hier vooral aannemers en architecten. In conventie krijgt Rockwool slechts gedeeltelijk gelijk, en wel alleen tegenover Kingspan Insulation B.V.. De rechtbank oordeelt dat de website-uiting van Kingspan Insulation dat het classificeren van een materiaal als onbrandbaar niet betekent dat het materiaal niet brandt, kwalificeert als ongeoorloofde vergelijkende reclame, omdat daarin impliciet naar steenwolproducten van Rockwool wordt verwezen en de formulering, zonder voldoende nuancering, misleidend is. Hetzelfde geldt voor de uitlatingen tijdens de NEN Studiedagen, voor zover daarin werd gesteld dat een combinatie van A1-isolatiemateriaal en A2-gevelbekleding een brandtest had gefaald zonder dat daaraan onderling identieke en objectief vergelijkbare brandtests ten grondslag lagen. De overige verwijten van Rockwool slagen niet: de tweede website-uiting kon niet aan de gedagvaarde Kingspan-vennootschappen worden toegerekend omdat zij afkomstig was van Kingspan Unidek, de Position Paper werd niet misleidend geacht omdat daarin feitelijk en op basis van objectief vergelijkbare DCLG-tests werd gerapporteerd, de bedrijfsfilm werd niet aan de gedagvaarde Kingspan-entiteiten toegerekend, en voor het gevorderde algemene gebod om op verzoek feitelijke onderbouwing van toekomstige uitingen te verstrekken biedt art. 6:195 lid 1 BW jo. art. 3:296 BW volgens de rechtbank geen grondslag. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat Kingspan Insulation onrechtmatig heeft gehandeld, verbiedt die specifieke uitingen, wijst een dwangsom toe en kent schadevergoeding op te maken bij staat toe; de gevorderde rectificatie wordt afgewezen. Kingspan Insulation wordt in conventie veroordeeld in de proceskosten van € 1.906,10.
Algemene thema's zijn niet auteursrechtelijk beschermd, óók niet als AI het nabootst, aldus het Duitse Hof
Het Gerechtshof Düsseldorf oordeelde dat een met AI gegenereerde afbeelding van een hond onder water geen inbreuk maakt op het auteursrecht op de foto waar de afbeelding op is gebaseerd. Volgens het hof is alleen het onbeschermde motief van de foto overgenomen, en niet de beschermde creatieve keuzes van de fotograaf. In het auteursrecht geldt: niet stijl, idee of motief worden beschermd, maar alleen de concrete creatieve uitwerking.
De uitspraak is ook voor Nederland relevant. Het hof baseert zijn beoordeling op het Unierechtelijke werkbegrip en verwijst naar recente rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
In deze blog lichten we toe hoe het hof tot zijn oordeel komt, en welke belangrijke vraag het juist onbeantwoord laat.
Uitspraak ingezonden door Max van Oostrum, Leeway.
Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt grensoverschrijdend verbod wegens auteursrechtinbreuk op Tripp Trapp-stoel
Hof Arnhem-Leeuwarden 14 april 2026, IEF23486, 200.357.428 (Stokke c.s. tegen Cybex c.s.). Op 14 april 2026 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uitspraak gedaan in het hoger beroep in de zaak tussen Stokke c.s. en Cybex c.s. Het Hof vernietigt het opgelegde grensoverschrijdende verbod dat door de voorzieningenrechter in eerste aanleg was opgelegd (IEF22786). Het hof concludeert dat er geen grensoverschrijdende bevoegdheid kan worden aangenomen omdat er in onvoldoende mate sprake is van feitelijke samenhang tussen de vorderingen tegen de Nederlandse ankergedaagden en gedaagden Cybex c.s. Dit maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 punt 1 Verordening Brussel I-bis en dat de Nederlandse rechter geen bevoegdheid kan ontlenen aan dit artikel. Vervolgens oordeelt het hof dat de IRIS Chair (later: Iris-stoel) van Cybex c.s. auteursrechtinbreuk maakt op de Tripp Trapp van Stokke c.s. De vorderingen worden echter beperkt tot het Nederlands grondgebied.
Voortgezet gebruik van Thuisin-merk na einde franchise levert merkinbreuk op
Rb. Midden-Nederland 25 november 2025, IEF 23487; ECLI:NL:RBMNE:2025:7836 ([eiser] tegen [gedaagde]). De voorzieningenrechter oordeelt in kort geding dat [gedaagde] inbreuk maakt op het Benelux-merk van [eiser] door het Thuisin-merk na beëindiging van de franchiseverhouding te blijven gebruiken. Vaststaat dat [gedaagde] het merk van 1 december 2014 tot 1 april 2022 rechtsgeldig gebruikte op basis van een franchiseovereenkomst met Thuisin Franchise, een dochteronderneming van [eiser] die bevoegd was sublicenties te verlenen. Na beëindiging van die overeenkomst had [gedaagde] ieder gebruik van het merk moeten staken. Volgens de onweersproken stellingen van [eiser] bleef het merk echter nadien zichtbaar op verschillende plaatsen aan de voor- en zijkant van het pand van [gedaagde]. Ook nadat [gedaagde] na de dagvaarding delen van de aanduiding had verwijderd of overgeschilderd, stelde [eiser] dat het merk aan de voorkant nog zichtbaar was. Omdat tegen [gedaagde] verstek was verleend, worden deze stellingen tot uitgangspunt genomen voor zover zij niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat [gedaagde] het merk nog steeds gebruikte voor dezelfde waren of diensten als waarvoor het merk is ingeschreven, zodat sprake is van merkinbreuk als bedoeld in artikel 2.20 lid 2 onder a BVIE. De vordering tot staking en gestaakt houden van het gebruik van het Thuisin-merk wordt daarom toegewezen, met een termijn van 48 uur na betekening om daaraan te voldoen. De ruimere vordering om ook gebruik van een met het merk overeenstemmend teken te verbieden wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] zo’n teken gebruikt of dat dit in redelijkheid te verwachten is. Aan de hoofdveroordeling wordt een dwangsom verbonden van € 1.000 per dag of gedeelte daarvan, met een maximum van € 100.000. Daarnaast bepaalt de rechtbank de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op zes maanden overeenkomstig artikel 1019i Rv.
Cassatieberoep in software-auteursrechtzaak verworpen; proceskosten gematigd tot indicatietarief
HR 17 april 2026, IEF 23485; IT 5216; ECLI:NL:HR:2026:668 (Payingit c.s. tegen Workrate). De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Payingit c.s. in een geschil met Workrate over de omvang van de overdracht van auteursrechten op software en de bevoegdheid van de verkoper, die tevens licentienemer was, om exploitatiehandelingen te verrichten. Het arrest zelf bevat slechts een beperkte inhoudelijke motivering. De Hoge Raad vermeldt expliciet dat onderdeel 1.5 van het cassatiemiddel klaagt over schending van het Unierecht, in het bijzonder artikel 5, lid 5, van richtlijn 2001/29/EG (Auteursrechtrichtlijn), maar oordeelt dat die klacht niet tot cassatie kan leiden op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.32 en 3.34. De overige klachten worden verworpen met toepassing van artikel 81, lid 1, RO, zodat de Hoge Raad niet motiveert waarom zij falen, omdat beantwoording daarvan niet nodig is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest is daarom vooral van belang als bevestiging van de uitkomst in hoger beroep, en niet wegens een uitgebreid inhoudelijk oordeel van de Hoge Raad over de auteursrechtelijke hoofdvragen.