Gepubliceerd op maandag 13 april 2026
IEF 23463
Rechtbank Amsterdam ||
7 apr 2026
Rechtbank Amsterdam 7 apr 2026, IEF 23463; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen), https://ie-forum.nl/artikelen/beperkt-verbod-ten-aanzien-van-erkend-overgenomen-foto-s

Beperkt verbod ten aanzien van erkend overgenomen foto’s

Rb. Amsterdam 7 april 2026, IEF 23463; IT 5199; ECLI:NL:RBAMS:2026:3574 ([eisende partij] tegen Nordkitchen). De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [eisende partij] tegen Nordkitchen slechts in zeer beperkte mate toe. De kern van het geschil was of Nordkitchen foto’s, teksten en vormgeving van de website van [eisende partij] had overgenomen waarop auteursrecht rustte en waarvan [eisende partij] rechthebbende was. De voorzieningenrechter beperkt zijn beoordeling tot de foto’s, omdat voorshands niet is gebleken dat ook teksten of vormgeving voldoende concreet als overgenomen materiaal zijn aangewezen. Daarbij formuleert de rechter eerst het toepasselijke auteursrechtelijke toetsingskader: voor bescherming is vereist dat een werk nauwkeurig en objectief identificeerbaar en oorspronkelijk is, in die zin dat het de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt door vrije en creatieve keuzes; bij foto’s mogen zulke creatieve keuzes niet zonder meer worden verondersteld. Verder geldt dat het auteursrecht in beginsel toekomt aan de maker, doorgaans de fotograaf, en dat overdracht aan een opdrachtgever schriftelijk moet blijken. Tegen die achtergrond wordt alleen het verbod toegewezen voor de foto’s genoemd in randnummers 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12 van de dagvaarding. Dat oordeel berust erop dat Nordkitchen, mede via haar onthoudingsverklaring en haar toelichting ter zitting, in wezen heeft erkend dat juist die foto’s van haar website moesten worden verwijderd, terwijl zij onvoldoende heeft onderbouwd dat dit ook daadwerkelijk was gebeurd. De voorzieningenrechter verbiedt daarom verdere openbaarmaking, verveelvoudiging of enig ander gebruik van die specifieke foto’s. Aan dit verbod wordt echter geen dwangsom verbonden, omdat niet is gebleken dat Nordkitchen onwelwillend is om concreet aangewezen materiaal te verwijderen zodra duidelijk is om welke foto’s het gaat en waarop het gestelde recht ziet.

Voor het overige wijst de voorzieningenrechter de vorderingen af. Ten aanzien van de in de nagekomen producties 9, 10 en 11 genoemde foto’s en gestelde AI-bewerkingen heeft [eisende partij] onvoldoende per foto gesteld en onderbouwd dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk, dat zij daarop daadwerkelijk rechthebbende is, en dat Nordkitchen daarop inbreuk maakt. De algemene stelling dat de foto’s met professionele fotografische en grafische technieken zijn gemaakt, onder regie van een door [eisende partij] betaalde fotograaf, is daarvoor onvoldoende; volgens de voorzieningenrechter had per foto moeten worden toegelicht welke creatieve keuzes aan de oorspronkelijkheid ten grondslag liggen. Ook het gestelde rechthebberschap is onvoldoende geconcretiseerd: het enkele feit dat [eisende partij] de foto’s in opdracht heeft laten maken en daarvoor heeft betaald, volstaat niet, terwijl de overgelegde verklaring van een fotograaf niet duidelijk maakt op welke concrete foto’s een overdracht betrekking heeft. Omdat al op die punten onvoldoende is gesteld, komt de voorzieningenrechter niet toe aan de vraag of Nordkitchen met de gewraakte foto’s of AI-bewerkingen daadwerkelijk auteursrechtinbreuk maakt. Daarom worden ook het brede verwijderingsbevel, de gevraagde schriftelijke bevestigingen, de omzetopgave met accountantsverklaring, de gevraagde vervangende toestemming richting providers, de contractuele boete uit de onthoudingsverklaring en de gevorderde winstafdracht dan wel het voorschot op schadevergoeding afgewezen. Voor die financiële vorderingen overweegt de rechter bovendien dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat eventuele omzet of winst van Nordkitchen causaal voortvloeit uit het gebruik van de betreffende foto’s: het gaat om auteursrecht op beeldmateriaal, niet op de verkochte pannen of snijplanken zelf. Ook merkt de voorzieningenrechter op dat eventuele stellingen over verwarringsgevaar of misleiding onder de merkenrechtelijke toets vallen, terwijl in deze procedure geen beroep op merkenrechtelijke bescherming is gedaan. Omdat partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, worden de proceskosten gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

toetsingskader

- auteursrechtelijke bescherming

4.2.

Of de foto’s auteursrechtelijke bescherming toekomen, wordt als volgt vastgesteld.

Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) moet een ‘werk’ als bedoeld in richtlijn 2001/29 nauwkeurig en objectief identificeerbaar1 zijn en oorspronkelijk, in de zin dat het de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelt door uitdrukking te geven aan diens vrije en creatieve beslissingen. Aan het criterium van oorspronkelijkheid kan niet worden voldaan door onderdelen van een voorwerp die uitsluitend door hun technische functie worden gekenmerkt, of door vormen die zo banaal of triviaal zijn, dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard dan ook valt aan te wijzen. Een creatieve keuze in een foto mag niet worden verondersteld, ook niet wanneer er ontwerpalternatieven bestaan en de keuze dus vrij is. Een voorwerp dat uitsluitend uit beschikbare vormen bestaat, kan een oorspronkelijk werk zijn wanneer de auteur creatieve keuzes tot uitdrukking heeft gebracht in de schikking van die vormen. Het feit dat soortgelijke of identieke voorwerpen al eerder door anderen zijn gemaakt, kan een indicatie zijn van de lage graad of zelfs het ontbreken van oorspronkelijkheid. Wanneer een auteur zich laat inspireren door bestaande werken, geldt dat alleen de eigen, creatieve elementen van die auteur auteursrechtelijk beschermd zijn; bij een variant van een eigen werk blijft bescherming bestaan zolang de overgenomen creatieve elementen daarin aanwezig blijven en de persoonlijkheid van diezelfde auteur weerspiegelen.2

4.3.

Bij de inbreuktoets moet worden beoordeeld of creatieve elementen van het beschermde werk op herkenbare wijze zijn overgenomen in het vermeend inbreuk makende object. Daarbij zijn de totaalindrukken die de twee voorwerpen oproepen niet relevant. Ieder werk heeft dezelfde beschermings-omvang; deze hangt niet af van de mate van creatieve vrijheid waarover de auteur heeft beschikt.3

- auteursrechthebbende

4.4.

Het auteursrecht komt op grond van artikel 1 Aw in beginsel toe aan de maker of diens rechtsverkrijgenden. De maker is degene die de geestelijke schepping tot stand heeft gebracht, niet de vervaardiger van het stoffelijk exemplaar. In beginsel is dus van (bijvoorbeeld) een foto de fotograaf de maker van het werk. Op deze regel bestaat (onder meer) een uitzondering in artikel 7 Aw. Daarin is – samengevat – bepaald dat de werkgever als maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt aangemerkt als het werk is gemaakt in dienst van die werkgever, behalve als anders is overeengekomen. Voor deze uitzondering is een privaatrechtelijk of publiekrechtelijk dienstverband vereist. Dat is niet aanwezig bij opdrachtnemers in de zin van titel 10 van Boek 7 BW, zogenaamde freelancers of zzp’ers. Bij het vervaardigen van een werk in opdracht kan het auteursrecht op het werk wel worden overgedragen maar geldt op grond van artikel 2 Aw een schriftelijkheidsvereiste. Degene die stelt dat hij het auteursrecht overgedragen heeft gekregen kan dit (bijvoorbeeld) stellen en onderbouwen met een akte van overdracht, licentieovereenkomst, of een verklaring van de maker (bijvoorbeeld een fotograaf) waarin hij of zij verklaart de auteursrechten over te dragen aan de opdrachtgever.

deels erkenning door gedaagde

4.5.

[eisende partij] heeft bij dagvaarding en wijzing eis gesteld dat in randnummers 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.8 van de dagvaarding foto’s zijn opgenomen die auteursrechtelijk beschermd zijn en dat zij daarvan de auteursrechten bezit of exclusieve licenties houdt. [eisende partij] heeft ter zitting, naar aanleiding van de spreekaantekeningen van Nordkitchen, deze verwijzing aangepast naar 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12.

4.6.

Nordkitchen heeft aangevoerd dat zij (inmiddels) de foto’s opgenomen in randnummers 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12 van de dagvaarding van haar website heeft verwijderd. Nordkitchen heeft ook een onthoudingsverklaring getekend waarin zij heeft toegezegd iedere openbaarmaking en/of verveelvoudiging van het materiaal waarop [eisende partij] stelt auteursrechten te kunnen doen gelden of exclusieve licenties houdt, te staken. Hoewel in de onthoudingsverklaring een verwijzing staat naar de (eerdere genoemde) randnummers 3.1, 3.4, 3.6, 3.7 en 4.8 van de dagvaarding heeft Nordkitchen ter zitting toegelicht dat ook hier bedoelt zijn de foto’s in randnummers 3.1, 3.3, 3.5 en 3.12 van de dagvaarding. Nordkitchen heeft hiermee erkend dat zij deze foto’s van haar website moet verwijderen, maar dit niet voldoende onderbouwd (of laten zien dat de foto’s ook daadwerkelijk verwijderd zijn). Daarom zal vordering I in zoverre worden toegewezen. Aan deze veroordeling zal geen dwangsom worden verbonden (vordering VI). Het is namelijk niet gebleken dat Nordkitchen niet welwillend is om foto’s te verwijderen, mits concreet wordt aangegeven welke het zijn en dat daarop auteursrecht rust bij [eisende partij] . De vordering om aan de advocaat van [eisende partij] te bevestigen dat toekomstige openbaarmaking van deze foto’s achterwege blijft (vordering III onder c.) wordt bij gebrek aan belang afgewezen gelet op de al door Nordkitchen getekende onthoudingsverklaring.